Cleopatra: historische roman van George Ebers
Part 17
Reeds toen had zij dit, nu bijna verdwenen werk haar aandacht waardig gekeurd. Vol belangstelling had zij de Aeanieten die daar woonden, uitgevraagd naar de overblijfselen van dezen waterweg, en zelfs eenigen daarvan, in den tijd toen zij toch niets anders kon dan afwachten, zelve bezocht. Daarna had zij het mogelijk geacht, door inspanning van alle kracht het kanaal weder bevaarbaar te maken, dat de Pharao's reeds hadden gebruikt, om met hunne schepen van de eene zee in de andere te komen. De eerste Darius, de stichter van het Perzische wereldrijk had het, nog geen vijfhonderd jaren geleden, reeds ter beschikking van zijn vloot gesteld.
Cleopatra had zich met haar rustelooze weetgierigheid dat alles doen uitleggen, en zich in dagen van rust meermalen beziggehouden met het plan om de Grieksche met de Arabische zee in verbinding te brengen. Duidelijk, aanschouwelijk en grondig, op vele punten beter ingelicht dan de waterbouwkundigen zelve, zette zij nu voor de vergaderde mannen van het vak uiteen, wat haar plan was. Indien het uitvoerbaar bleek, dan zouden de gespaarde schepen der vloot, en andere, die nog op de reede van Alexandrië lagen, over de landengte heen in de Roode Zee worden gebracht, en zoo voor Aegypte gered en den vijand onttrokken worden. Met behulp van deze strijdmacht zou men weder van alles kunnen ondernemen; daardoor kon het mogelijk zijn den tegenstand aanmerkelijk langer te doen voortduren, en den tijd te gebruiken om nieuwe hulpmiddelen en bondgenooten te verzamelen.
Ging men later weder tot een aanval over, dan kon zij beschikken over een machtige vloot, en men kon voor die, welke te Klysma lag, nog een aantal kleinere schepen bouwen, op grond der ondervindingen die bij Actium waren opgedaan.
De mannen die van hun nachtrust afstand hadden moeten doen, hoorden vol verbazing naar de welsprekende woorden dezer vrouw, die midden onder den zwaarsten druk der omstandigheden een plan tot redding had bedacht, dat zóó omvangrijk was en beter scheen doordacht te zijn, dan wanneer het van hen zelve uitgegaan ware. Zij volgden haar met gespannen aandacht, van woord tot woord. En hare rede nam steeds hooger vlucht en verkreeg meer kracht en diepte, naarmate zij duidelijker de echte bewondering en geestdrift zag, waarmede zij naar haar luisterden. Het verrassende voorstel scheen zelfs den oudste en bedachtzaamste niet geheel onmogelijk en onuitvoerbaar. Sommigen echter hielden de moeilijkheden die een verhevenheid van den grond, in het midden der landengte, dreigde op te leveren, voor onoverkomelijk. Ook Gorgias die zijn vader geholpen had bij de herstelling van het Serapeum aan de oostzijde van de Delta, en zoodoende de landstreek van Heroonpolis had leeren kennen, deelde die vrees. Maar waarom zou hetgeen in Sesostris' tijd gelukt was, ook nu niet slagen? Bedenkelijker nog was de korte tijdruimte waarover men te beschikken had, en daarbij de mededeeling dat bij den aanleg van het kanaal, dat Pharao Necho bijna had voltooid, 120,000 arbeiders omgekomen waren. De waterweg was destijds niet gereed gekomen, omdat het orakel had gezegd dat hij enkel voordeel zou opleveren voor de Pheniciers.
Dit alles werd overwogen, maar kon toch het gevoelen niet aan het wankelen brengen, dat het plan der Koningin onder bijzonder gunstige omstandigheden uitvoerbaar was, al moesten ook, ter verwezenlijking er van, bergen van bezwaren worden geslecht. Allen die anders op het veld bezig waren, en niet in het leger werden gebruikt, moesten tot den arbeid worden opgeroepen. Het werk kon geen uur uitstel lijden. Waar geen water was om de schepen te dragen, moest men maar trachten ze over het land te sleepen. Aan hulpmiddelen zou het niet ontbreken. De werktuigkundigen die de obelisken en colossen van den waterval naar Alexandrië hadden verplaatst, zouden hier weder eens toonen wat hunne vindingrijkheid en werktuigen vermochten.
Nooit had de werkzame, tot daden aanvurende geest van Cleopatra in een vergadering levendiger, ja hartstochtelijker ingenomenheid met hare plannen gewekt dan in deze nachtelijke bijeenkomst. Toen zij eindelijke gesloten werd, klonken luide toejuichingen uit den mond der geestdriftige mannen.
De terugkomst der Koningin en alles wat de leden van den Raad gehoord hadden van den verloren slag, moesten zij zorgvuldig geheim houden.
Gorgias behoorde ook tot de leiders der onderneming, en Cleopatra's geestkracht, haar stem, haar hartveroverende bevalligheid hadden hem zóó verrukt, dat hij reeds meende te bemerken dat een nieuwe liefde die voor Helene begon te verdringen.
Het was immers een dwaasheid zulke verheven wenschen te koesteren; en toch zeide hij tot zich zelven, dat hij nooit een vrouw ontmoet had, die hem meer aantrok dan Cleopatra. Met dat al dacht hij met warmte aan de kleindochter van den philosoof, en het deed hem leed, dat hij nauwelijks tijd zou kunnen vinden, om afscheid van haar te nemen.
De zegelbewaarder Zeno, Dion's oom, had hem bij zijn binnenkomen in de vergaderzaal op een wonderlijk geheimzinnige wijze naar zijn neef gevraagd. Hij had hem ten antwoord gegeven dat de wond die Cæsarion hem met een kort Romeinsch zwaard, in zijn schouder had toegebracht, wel is waar niet licht was, maar tocht naar de meening der artsen, geneeselijk.
Dat had den oom schijnbaar bevredigd. Vóór dat de bouwmeester hem nog goed op het hart kon drukken zijn neef de beschermende hand boven het hoofd te houden, had hij zich verontschuldigd, en met een groet aan den gewonde hem den rug toegekeerd.
De hoveling was nog niet overtuigd hoe hare koninklijke majesteit dit pijnlijke voorval opvatten zou, en bovendien was hij werkelijk met bezigheden overstelpt. De nieuwe onderneming eischte het uitgeven van een groot aantal volmachten, die allen door zijne handen moesten gaan.
De Koningin gaf aan ieder der deskundigen, aan wie zij de uitvoering van haar plannen toevertrouwde, een vriendelijk, aanmoedigend woord ten afscheid mede. Ook aan Gorgias veroorloofde zij haar kleed te kussen, waarbij zijn bloed weder sneller stroomde. Hij voelde een neiging om zich aan de voeten van deze wonderbare vrouw te werpen en met zijne diensten ook zijn leven tot hare beschikking te stellen. En Cleopatra merkte den dwependen blik zijner oogen maar al te goed op.
Men had ook hem genoemd onder de vereerders van Barine. Die vrouw moest toch wel iets buitengewoons hebben! Maar zou zij er in geslaagd zijn een schaar van ernstige mannen te ontvonken voor een groot, bijna onmogelijk plan, hen tot zulk een geestdriftvolle bewondering op te voeren, zooals het haar, de overwonnene, de bedreigde, zooeven was gelukt? Dat zeker niet!
Zij voelde zich juist in de stemming om Barine als rechtspreekster en als gelukkige mededingster te gemoet te gaan.
Te midden van al hare ellende doorleefde zij nu een heerlijk uur. Met blijden trots gevoelde zij opnieuw dat haar geest, nog frisch en ongebogen, instaat was de besten te overvleugelen. Neen, waarlijk! Zij had nog geen tooverbeker noodig om de harten te winnen!--
TWAALFDE HOOFDSTUK.
Sedert een uur bevond Barine zich in het paleis. Het rijk gemeubelde vertrek, waarin men haar had binnengeleid, lag boven de zaal waar Cleopatra zitting hield, en nu en dan deed zich door den stillen nacht de stem der Koningin of de luide toejuichingen der vergadering hooren.
Barine luisterde daarnaar, zonder zelfs te beproeven, den zin der woorden, die tot haar doordrongen, te verstaan. Zij verlangde alleen naar afleiding van de diepe, bittere aandoeningen die haar hart vervulden. Ja, diep en bitter tot heftigheid toe, was haar opgewondenheid in dit oogenblik, en zij gevoelde daarbij tegelijk hoe deze driftige wrok geheel in tegenspraak was met haar eigenlijk wezen.
Het is waar, ook het gedrag van Philostratus had in den tijd van haar ongelukkig huwelijk, haar kalme, heldere ziel dikwijls tot in haar diepste diepte geschokt, en toen later zijn broeder Alexas haar met schandelijke voorstellen tot wanhoop had gebracht, was bij die stormen in haar ziel nog groote bitterheid gekomen. Maar daarover kon zij zich nu verheugen, want zonder dien geweldigen opstand ten tijde van den strijd, zou zij misschien door een smachtend verlangen naar rust voor hem bezweken zijn.
Eindelijk, eindelijk was het haar en haar vrienden door groote offers gelukt, haar uit dien nood te redden. Philostratus had zich de toestemming, om haar de vrijheid te hergeven, laten afkoopen. Ook van de herhaalde aanzoeken van Alexas had zij sinds lang rust gekregen, want eerst was hij door zijn beschermer Antonius als gezant uitgezonden, en later genoodzaakt hem te vergezellen in den oorlog.
Hoe had zij daarna genoten van de vreedzame dagen in het huis van haar moeder. Aanstonds was de kalme tevredenheid, die zij reeds voor altijd verloren waande, in haar gemoed teruggekeerd, en op dezen dag had het lot haar den rijksten zegen geschonken, dien zij nog ooit had ondervonden. Wel had zij daarvan nog maar enkele uren genot gehad, want door den aanval der woeste jongelingen en de verwonding van haar verloofde was er een donkere schaduw op gevallen. Alweder had haar moeder gelijk gehad, toen zij met zulk een overtuiging voorspeld had, dat op het eerste ongeluk een tweede zou volgen.
Midden in den nacht was men Barine uit haar vredige omgeving, en van de legerstede waar haar gewonde minnaar lag, komen weghalen. Dit was geschied op bevel van de Koningin, en in hare bittere verontwaardiging erkende zij dat de mannen wel gelijk hadden wanneer zij de dwingelandij vloekten, die een vrij mensch tot een willoos voorwerp verlaagde. Wat haar te wachten stond, was zeker niets goeds. Dat bemerkte zij wel aan de personen die haar op dit ongewone uur uit naam van Cleopatra kwamen ontbieden. Dat waren immers hare ergste vijanden! Iras, die haar verloofde voor zich zelve wenschte, zooals Dion haar had bekend, en diezelfde Alexas, wiens aanzoek zij had afgewezen op een wijze, zooals een man nooit vergeeft.
Hoe Iras te haren opzichte gezind was, had zij reeds ondervonden. Dat slanke meisje met het smalle hoofd, den fijnen neus, de kleine kin en de spitse vingers, leek haar een lange, scherpe doorn. Deze vreemde vergelijking was al bij haar opgekomen op het oogenblik toen zij haar, in stijve, trotsche houding, den last der Koningin met haar schrille, hooge stem voorgelezen had. Alles aan dit harde, koude, vijandige schepsel scheen puntig als een stekel, en gereed om haar in het verderf te storten.
Haar overbrenging uit het huis harer moeder naar het koninklijk paleis was vlug en eenvoudig in zijn werk gegaan. Na den aanslag, waarvan zij eigenlijk weinig had gezien omdat zij, door vrees en ontzetting overmand, de oogen gesloten had, was zij met haar gewonden geliefde naar huis gereden. Daar had de arts hem verbonden, en vrouw Berenice had haar eigen slaapvertrek spoedig en met zorg in een ziekenkamer herschapen.
Barine was geen oogenblik van zijne zijde geweken, doch eerst had zij zich verkleed, want zij wist hoe hij gesteld was op uiterlijken tooi. Toen zij vóór zonsondergang terugkwam van het bezoek bij haar grootouders, was zij even alleen met hem gebleven. Hij had haar toen op den arm gekust, en gezegd dat er geen fraaier waren, zoo ver er Grieksch gesproken werd. De kostbare gesneden steen die hem sierde, was die eer waard. Daarom had zij dan ook met opzet haar reiskoffer weder geopend en den armband daaruit genomen, dien Antonius haar had vereerd. Deze versierde nu haar bovenarm, toen zij weder bij hem in de ziekenkamer kwam.
Hij had haar eens gezegd dat hij haar het liefste zag in het eenvoudige witte gewaad, waarin zij hem, weinige dagen geleden, toen hij alleen met Gorgias bij haar was, tot na middernacht zijn meest geliefde liederen voorgezongen had, alsof die alleen voor hem waren bestemd. Daarom was dan ook nu hare keus op dat kleed gevallen, en zij was daar nu blijde om toen zij zag hoe innig gelukkig en dankbaar de gewonde de oogen op haar liet rusten, terwijl zij zich tegenover hem neerzette.
De arts had hem het spreken verboden, en zooveel mogelijk slaap voorgeschreven. Daarom had Barine maar stil bij hem gezeten en zijn hand vastgehouden, om hem, als hij de oogen open deed, een hartelijk woord van liefde en opwekking toe te fluisteren.
Urenlang had zij zoo bij hem gezeten, en was alleen van haar post gegaan om hem geneesmiddelen toe te dienen of, met behulp harer moeder, nieuwe omslagen op de wond te leggen. Als daarbij zijn mannelijk gelaat zich van pijn vertrok, dan had dat haar ook pijn gedaan, maar toch was over het geheel een stil en vredig gevoel van welbehagen over haar gekomen. Zij had zich zoo veilig en geborgen gevoeld in het bezit van den geliefden man, ofschoon zij zich ten volle bewust was van de gevaren, die hem, en misschien ook haar zelve, bedreigden. Maar het veilig gevoel in haar hart vervulde haar geheel en al, en drong allen angst naar den achtergrond. Vóór hij de hare was, had zij vele anderen hoog gesteld en hun aangenamen omgang gewaardeerd, enkele zelfs waren haar begeerenswaardig voorgekomen, doch Dion was het geweest, die in hare levendige, doch weinig hartstochtelijke ziel voor het eerst den warmen gloed eener groote, ware liefde had gewekt. Het was als een heerlijk wonder, wat in de laatste dagen met haar was gebeurd. Hoe lang had zij gevreesd en gesmacht, totdat haar vurigste hartewensch werd vervuld! Thans had Dion haar zijne liefde geschonken, en niets kon haar die meer rooven.
Gorgias en de zoons van haar oom Arius hadden haar voor korten tijd in hare rust gestoord. Nadat zij met goede tijdingen vertrokken waren, had vrouw Berenice haar dochter ernstig verzocht te gaan liggen, en haar hare plaats aan het ziekbed over te laten. Barine had daartoe echter niet kunnen besluiten, en had juist de blonde haren losgemaakt en die opnieuw laten vlechten en om het hoofd leggen, toen, te twee uur na middernacht, met onbescheiden drift aan de vensterluiken werd geklopt. Vrouw Berenice was op dat oogenblik juist bezig den omslag op de wond te vernieuwen; daarom was Barine zelf naar het atrium gesneld om den portier te wekken.
De oude man was nog niet in de rust, en haar daardoor vóór geweest, en nu had zij met een gedempten kreet van ontzetting, in den eersten persoon die de verlichte voorzaal betrad, Alexas herkend. Iras was hem op den voet gevolgd, gesluierd, want buiten huilde nog altijd de storm. Ten laatste was ook nog een lantaarndrager meê naar binnen gekomen.
De Syriër was de verschrikte jonge vrouw met een deftige buiging tegemoet gegaan, maar Iras had, zonder haar te groeten, of een enkel woord ter voorbereiding te zeggen, het bevel der Koningin herhaald, en haar bij het licht van de lantaarn voorgelezen wat Cleopatra in het wastafeltje had gekrast.
Daarop had Barine, bleek en nauwelijks zich zelve meester, de boden der Koningin verzocht binnen te komen, en haar tijd te laten zich tot den nachtelijken tocht voor te bereiden en hare moeder vaarwel te zeggen, doch Iras had haar met geen antwoord verwaardigd, en alleen, alsof zij hier te gebieden had, den poortwachter bevolen onverwijld den mantel zijner meesteres te halen.
Terwijl de oude zich met bevende knieën verwijderde, had Iras gevraagd of de gewonde Dion zich daar bevond? Barine, die door deze vraag de bezinning terugkreeg, had met een afwerend gebaar trotsch geantwoord, dat het bevelschrift der Koningin haar niet gebood zich in haar eigen huis aan een verhoor te onderwerpen.
De andere had hierop de schouders opgehaald, en op een schamperen toon Alexas toegeroepen:
»Het is waar, ik heb te veel gevraagd. Wie zoovele mannen van iederen leeftijd tot zich trekt, hoe kan die van ieder afzonderlijk weten waar hij is?"
»Het hart heeft anders een goed geheugen," gaf de Syriër ten antwoord; maar Iras riep verachtelijk: »het hart?"
Vervolgens bleef het stil, totdat in plaats van den poortwachter, vrouw Berenice zelve met den mantel aan kwam loopen. Zij legde dien, bleek en met witte lippen, om de schouders harer dochter, en fluisterde haar daarbij met vochtige oogen en nauwelijks in staat om te spreken, eenige teedere en geruststellende woorden toe. Iras maakte hier echter spoedig een eind aan, daar zij Barine verzocht met haar in den wagen te stappen.
Moeder en dochter omhelsden en kusten elkander; daarna bracht de gesloten wagen de vervolgde en beschuldigde vrouw door storm en duisternis, naar de Lochias.
Totdat zij in het vertrek waren gekomen, waar Barine op de Koningin moest wachten, was tusschen haar en Iras geen enkel woord gewisseld. Hier trachtte de laatste haar aan het spreken te brengen, maar reeds op de eerste vraag antwoordde Barine dat zij haar niets te zeggen had.
In het vertrek was het zoo helder licht, alsof het dag was, maar toch flikkerden de vlammen onrustig heen en weder, daar de lucht aan beide zijden van die hoekkamer door de reten der vensterluiken binnendrong, en daardoor een sterke tocht ontstond. Barine sloeg haar mantel vaster om zich heen, en de storm, die van den zeekant om het paleis gierde, was in overeenstemming met de onrust harer ziel. Hetzij zij den blik naar binnen of om zich heen sloeg,--niets kon haar rust geven dan de zekerheid zich bemind te weten. Dat was het wat haar tot nu toe alle vrees ontnomen had. Nu kwam er nog verontwaardiging bij, en zoodoende kon de angst niet de overhand op haar verkrijgen. En toch, als zij kalm nadacht, wist zij dat zij van alle zijden door gevaren werd bedreigd. Dit bemerkte zij reeds aan de wijze waarop Iras en Alexas met elkander fluisterden, zonder op haar te letten, want zóó onwellevend zijn lieden die aan het hof verkeeren alleen jegens diegenen, van wie zij weten dat hun de ongenade of ook de toorn van den heerscher boven het hoofd hangt.
Wel had Barine in haar huwelijk met den man, die zoo geheel zonder fijngevoeligheid, en even boosaardig als welbespraakt was, véél leeren verdragen wat haar in het begin zeer moeielijk viel, maar toen zij Alexas, na een opmerking van Iras, die haar zelve gelden moest, luid hoorde lachen, moest zij zich geweld aandoen, om haar vijandin niet in het gezicht te zeggen hoe diep verachtelijk zij de laffe wreedheid van haar gedrag vond. Toch gelukte het haar het stilzwijgen te bewaren. Maar die verkropte toorn moest toch op de eene of andere wijze een uitweg zoeken, en terwijl de smart harer gepijnigde ziel haar hoogste punt had bereikt, vloeiden de heete tranen over haar wangen.
Ook dit had haar tegenstandster opgemerkt, en haar daarom tot een mikpunt van haar geestigheden gemaakt. Ditmaal echter had de spot haar uitwerking op den Syriër gemist, want in plaats van te lachen, was hij ernstig geworden, en fluisterde het meisje iets toe, dat Barine voor eene berisping of een waarschuwing hield. Doch Iras had hierop enkel met een minachtend schouderophalen geantwoord.
Barine had al lang gezien, dat haar moeder haar, in den angst en de verwarring van het oogenblik, haar eigen mantel, in plaats van den haren, omgeslagen had; ook deze kleinigheid vond haar vijandin niet te gering om er een beleediging aan vast te knoopen. Toch was al die kinderachtige overmoed, die nu het anders geenszins onbeduidende meisje geheel scheen te beheerschen, slechts een masker, waaronder zij haar eigen bittere zielesmart bedekte. Aan de vroolijkheid, die de mantel van haar slachtoffer bij haar scheen op te wekken, lag een ernstige overweging ten grondslag. Het grijze, slecht passende kleedingstuk misvormde Barine, en Iras wenschte voor de Koningin de zekerheid, dat zij hare mededingster ook in uiterlijke bekoorlijkheid verre overtrof. Niemand, zelfs Cleopatra niet, kon het in dien kouden tocht, zonder een beschermend omhulsel doen, en haar zelve stond niets beter dan de purperen mantel met de zwarte en gouden draken en grijpvogels, die in de zachte stof waren geborduurd. Iras had dien voor haar klaar gelegd, en Barine moest nu naast haar wel een bedelares gelijken, hoewel Alexas volhield dat de blauwe hoofddoek haar allerliefst stond.
Hij was een laaghartig wellusteling, die, met rijke geestesgaven bedeeld en daarbij zeer geleerd, geen middel had geschuwd om zich in de gunst van Antonius, den mildste van alle beschermers, te dringen.--De weigering zooals de verwende man niet gewoon was te ontvangen en die hij van Barine had moeten verdragen, was voor hem moeilijk te verduwen geweest, doch hij gaf het nog altijd niet op haar voor zich te winnen. Nooit had hij haar aantrekkelijker gevonden dan in haar aandoenlijke machteloosheid. Een weerlooze te zien martelen wekt zelfs bij de laagste naturen weerzin op, en toen Iras nogmaals een giftigen pijl op haar afschoot, veroorloofde hij zich, op gevaar af zijn bondgenoote te ontstemmen, de zacht uitgesproken opmerking:
»Men zet anders altijd aan veroordeelden, vóór de terechtstelling, hun lievelingsgerecht nog eens voor. Ik heb geen reden haar iets goeds toe te wenschen, maar dat zou ik haar toch gaarne gunnen. U daarentegen schijnt het te vermaken nog alsem op haar laatste beten te gieten."
»Zeker!" antwoordde zij stoutweg, terwijl hare oogen vonken schoten. »Leedvermaak is het zuiverste van alle genoegens; ten minste voor mij, tegenover deze vrouw."
De Syriër stak haar met een wonderlijken glimlach de hand toe, en zeide: »Blijf mij maar genegen, Iras!"
»Want," ging zij smadelijk voort, »het kon wel eens slechte gevolgen na zich sleepen mij tot vijandin te hebben. Dat geloof ik zelf ook. Voor mij zelve ben ik anders zoo bijzonder gevoelig niet. Maar wie het waagt,"--vervolgde zij met verheffing van stem--»aan ééne leed te doen, die ik.... Hoor eens, dat gejubel! Hoe sleept zij weder allen mede! Al had het noodlot een bedelares van haar gemaakt, dan nog zou zij de eerste van alle vrouwen zijn. Zij is als de zon. De wolk die zij op haar lichtend pad ontmoet, wordt opgelost en verdwijnt."
Bij deze laatste woorden had zij haar hoofd geheel naar de zijde van Barine gekeerd, en Iras' scherpe stem drong weder als een doorn in Barine's oor, toen zij haar eindelijk gebood zich gereed te maken voor het verhoor. Op hetzelfde oogenblik viel de deur door den tocht knarsend in het slot terug, nadat zij eerst geopend was door den »binnenleider"[19] die na een snellen blik in het rond uitriep:
[19] Hofmaarschalk.
»Hier, waar alle vier de winden elkander tegelijk ontmoeten, kan de Koningin u niet spreken. Hare Majesteit wenscht de late bezoekster in de schelpzaal te ontvangen."
Hij verzocht Barine met een beleefde buiging met hem mede te gaan, en leidde haar en de beide anderen door verscheidene gangen en zalen heen, naar een goed verwarmd voorvertrek.
Hier waren alle luiken goed gesloten. Eenige lijfwachten en pages uit het corps der »Koninklijke Knapen" stonden tot hunne ontvangst gereed.
»Hier is het goed," zeide Alexas tot Iras. »Moet de winter van daareven ons niet met dubbele dankbaarheid vervullen voor de genietingen van de zachte lente in deze heerlijke omgeving?"
»Dat is wel mogelijk," antwoordde zij spijtig, en ging zachter voort: »Hier op de Lochias houden de jaargetijden zich overigens niet aan hunne gewone opeenvolging. Zij wisselen overeenkomstig den hoogsten wil. In plaats van vier, zooals bij ons, hebben de Aegyptenaars, zooals gij wel weten zult, er slechts drie;--daarentegen zijn zij in de paleizen aan den Nijl ontelbaar. Wat of deze rassche overgang in den zomer wel beteekenen zou? Ik had ditmaal den winter liever."
De Koningin had, zonder dat Iras wist waarom, hare schikkingen tot de ontvangst van Barine veranderd. Dat verdroot het meisje, en hare trekken waren dreigend en somber, toen de jonge vrouw zich van haar mantel en hoofddoek ontdeed, en nu in het eenvoudige witte kleed, zoo fijn van stof en edel van snit, de Koningin afwachtte.
De dikke blonde vlechten, die op kunstelooze wijze om haar welgevormd hoofd lagen, deden er haar bijna kinderlijk uitzien, en bij dit onverwachte gezicht, was het Iras te moede alsof men met haar en Cleopatra een spel dreef.