Cesar Cascabel, Deel 2 Over het IJs en door de Steppe
Chapter 17
Sedert het oogenblik waarop graaf Narkine op de grens van Alaska door de familie Cascabel opgenomen was, waren er dertien maanden verloopen, waarin hij volstrekt geen bericht uit Rusland gekregen had. Zoo min bij de Youkon-Indianen als bij de inboorlingen van den Liakhoff-archipel worden er dagbladen uitgegeven of telegrammen overgebracht. Hij had er dus niets van vernomen dat er, nu zes maanden geleden, door Czaar Alexander II eene ukaze was uitgevaardigd, waarin aan alle staatkundige veroordeelden, die in dezelfde omstandigheden verkeerden als graaf Narkine, amnestie verleend werd. Zijn vader, de prins, had naar Amerika geschreven om zijnen zoon te doen weten dat hij terug kon komen en hij hem met ongeduld verwachtte; maar de graaf was toen reeds op reis en de brief was, als onbestelbaar, op het kasteel Walska terug bezorgd. Ieder kan begrijpen hoe ongerust prins Narkine zich begon te maken toen de eene maand na de andere voorbij ging zonder dat hij iets van zijnen zoon vernam. Hij dacht niet anders of hij was in ballingschap gestorven. De gezondheid van den grijsaard was niet tegen dit verdriet bestand, en hij was zeer lijdende toen Sergius eindelijk op het kasteel terugkwam. Zooveel te grooter was nu de vreugde van prins Narkine, die niet had durven hopen dat hij hem ooit terug zou zien. Nu was zijn zoon bovendien vrij; nu had hij van de russische politie niet het minste meer te vreezen. Sergius kon dan ook niet besluiten zijnen vader, in den toestand waarin deze verkeerde, weder te verlaten; hij wilde hem ook niet, weinige uren nadat hij hem teruggezien had, eene poos alleen laten; daarom had hij Cascabel dien brief geschreven, waarin hij dezen van alles op de hoogte bracht. Hij gaf hem bovendien kennis dat hij hem in het circus te Perm, tegen het einde der voorstelling, zou komen opzoeken.
Na dit bericht ontvangen te hebben, was Cesar op den slimmen inval gekomen dien wij reeds kennen, en had hij zijne maatregelen genomen om Ortik en Kirschef, en met hen hunne heele bende, in handen van de politie over te leveren.
Toen het publiek te weten kwam hoe de vork in den steel zat, was de verrukking onbeschrijfelijk. Van alle kanten klonken daverende hoera's, terwijl de kozakken de booswichten medevoerden, die zoo langen tijd in werkelijkheid de rol van struikroovers gespeeld hadden en daar nu ten laatste hunne gerechte straf voor zouden bekomen.
Ook Sergius werd van alles op de hoogte gebracht; op welke manier Kayette achter het tegen hem gesmede komplot gekomen was; hoe zij haar leven gewaagd had door des nachts van den 6den Juli de twee russische matrozen in het woud na te sluipen; hoe zij alles aan Cascabel verteld had; hoe deze er niemand iets van had willen zeggen, aan graaf Narkine niet, aan zijne vrouw niet....
--Schaamt gij u niet Cesar, dat gij iets voor mij geheim gehouden hebt? vroeg moeder Cascabel op verwijtenden toon.
--Het was mijn eerste geheim Cornelia, en het zal het laatste wezen!
Cornelia was al niet boos meer. Zij kon zich echter niet inhouden, maar riep buiten zichzelve van opgewondenheid:
--Mijnheer Sergius, ik moet u aan mijn hart drukken! Maar terstond daarna liet zij er verlegen op volgen:
--Neem mij niet kwalijk, mijnheer de graaf, wil ik zeggen....
--Neen mijne vrienden, voor u allen ben en blijf ik Sergius. En ook voor u mijne dochter, voegde hij er bij, terwijl hij Kayette in zijne armen sloot.
BESLUIT.
Zij is dus volbracht, de reis van Cesar Cascabel, en goed ten einde gebracht ook. Alleen Rusland en Duitschland heeft de _Schoone Zwerfster_ nog doortetrekken om op fransch grondgebied te komen, en van het Noorden van Frankrijk tot Normandië gaat de weg over den vaderlandschen grond. Het is nog wel een heel eind, maar vergeleken met de tweeduizend achthonderd mijlen die zij achter den rug heeft, is het toch maar eene kleinigheid, een "wandelritje" zooals Cesar zegt.
Het is beter afgeloopen dan iemand durfde hopen, onder zooveel lotswisselingen als de karavaan ondervonden heeft. Nooit heeft eene geschiedenis zulk een gelukkig einde gehad, zelfs niet dat bewonderenswaardige tooneelstuk _De Roovers van het Zwarte Woud_, waar toch zoowel het publiek als de toeschouwers zoo eenparig over in verrukking waren--altijd uitgezonderd Ortik en Kirschef. Die twee booswichten werden eenige weken later opgehangen, en hunne medeplichtigen werden tot levenslange verbanning naar Siberië veroordeeld.
Thans echter was het oogenblik daar waarop de scheiding, met alles wat daar het gevolg van zou zijn, plaats moest hebben. Hoe moest dit gaan?
Het ging op de eenvoudigste manier ter wereld.
Dienzelfden avond, toen allen in de _Schoone Zwerfster_ bij elkaar zaten, nam graaf Narkine het woord.
--Mijne vrienden, zeide hij, ik voel diep hoeveel ik u verschuldigd ben en het zou schandelijke ondankbaarheid zijn indien ik dat ooit vergat. Mijn hart bloedt als ik er aan denk dat wij van elkander moeten scheiden. Is daar niets aan te doen? Zoudt gij geen lust hebben u in Rusland te vestigen, en op de goederen mijns vaders u eene woonplaats te kiezen?
Cascabel was op die vraag in het geheel niet voorbereid. Na eenige oogenblikken nagedacht te hebben, begon hij:
--Mijnheer de graaf....
--Neen, viel de graaf hem in de rede, gij moet mij Sergius blijven noemen. Daar zult ge mij genoegen mede doen.
--Nu dan, mijnheer Sergius, ik en mijne vrouw en kinderen, wij zijn heel erkentelijk voor uw aanbod, dat ons bewijst hoe genegen gij ons zijt. Wij bedanken u er dan ook wel voor... maar ziet gij, daar ginder... daar is ons vaderland.....
--Dat begrijp ik, hernam de graaf. Ik voel er alles van. Maar als gij dan nu naar Frankrijk, naar uw dierbaar Normandië terug wilt, zou ik het eene gelukkige gedachte vinden indien gij daar gevestigd waart in een geriefelijk huis op het land, met eene boerderij en eenige vruchtbare akkers er bij. Daar zoudt gij uit kunnen rusten van uwe langdurige omzwervingen.
--Maar gij moet niet denken dat wij ons moede voelen, mijnheer Sergius, riep Cascabel uit.
--Nu ja, mijn vriend, maar laat ons eens openhartig met elkaar spreken. Zijt gij bijzonder op uw beroep gesteld?
--Wel, het is onze broodwinning.
--Gij houdt u alsof ge mij niet begrijpt, zeide de graaf, en dat doet mij leed. Gunt ge mij het genoegen niet dat ik iets voor u doen kan?
--Vergeet ons niet, mijnheer Sergius, zeide Cornelia, dat is alles wat wij van u verlangen, want wij, wij zullen altijd aan u blijven denken, aan u.... en aan Kayette....
--Moeder! riep het meisje uit.
--Uwe moeder kan ik niet zijn, kindlief.
--Waarom niet, juffrouw Cascabel? vroeg Sergius.
--Hoe zou dat kunnen?
--Wel, als gij haar met uwen zoon laat trouwen!
De uitwerking die deze woorden van graaf Narkine hadden, was verbazender dan alles wat de toeren van Cesar Cascabel, gedurende zijne lange kunstenaarsloopbaan, ooit op het publiek uitgewerkt hadden.
Jan was als waanzinnig van blijdschap. Hij kuste de handen van Sergius en drukte Kayette aan zijn hart. Zij zou dus de vrouw van Jan worden en toch de aangenomen dochter van den graaf blijven, en deze zou hen beiden bij zich houden want hij was voornemens Jan eene betrekking op zijne goederen te geven. Zulk eene toekomst hadden vader en moeder Cascabel voor hun oudsten zoon nooit durven droomen. Maar van den graaf nu bovendien nog eene andere belooning aan te nemen dan de verzekering dat hij hun vriend zou blijven, dat wilden zij geen van beiden. Zij hadden eene goede kostwinning en wilden die voortzetten.
Op dit oogenblik trad Sander naar voren en zeide, met eene stem die een weinig beefde, maar met oogen, fonkelend van guitigheid;
--Dat is immers niet noodig, vader. Wij zijn rijk genoeg om niet meer te moeten werken voor ons brood.
Met deze woorden haalde hij het stuk steen uit zijn zak, dat hij in het woud van Caribou gevonden had, en hield dat triomfantelijk boven zijn hoofd.
--Waar haalt ge dat van daan? riep Cascabel uit, terwijl hij het glinsterende brok steen bekeek.
Sander vertelde nu wat er gebeurd was.
--En daar hebt ge ons nooit iets van gezegd? vroeg Cornelia. Al dien tijd hebt ge dat stil gehouden?
--Moederlief, het heeft mij moeite genoeg gekost, maar ik wilde er u mede verrassen en u er niet achter laten komen dat wij zoo rijk waren vóór onze komst in Frankrijk.
--Kijk nu zoo'n jongen eens aan! riep Cascabel. Mijnheer Sergius, wat zegt ge daarvan? Dat fortuintje komt nu eens goed te pas. Zie eens, het is een mooi stuk echt goud, zou ik denken, en wij hebben er maar mede naar eenen wisselaar te gaan om er geld voor te ontvangen.
Graaf Narkine had den keisteen in zijne hand genomen en bekeek dien met aandacht, terwijl hij, als om er de waarde van te schatten, voelde hoe zwaar hij woog en de blinkende stippen aan den buitenkant er van opnam.
--Ja, zeide hij toen, het is echt goud en weegt wel een pond of tien.
--Hoeveel is het dus waard? vroeg Cascabel.
--Twintigduizend roebels!
--Zooveel?
--Ja, maar alleen indien het op ditzelfde oogenblik in geld omgewisseld wordt.... kijk, op deze manier!
En met eene handbeweging zoo vlug, dat zijn leermeester in het goochelen het hem niet had kunnen verbeteren, moffelde Sergius het kostbare brok steen weg en stelde hij er eene kleine portefeuille voor in de plaats, die hij in Sander's handen terecht wist te doen komen.
--Wat een prachtige toer! riep Cascabel uit. Heb ik niet altijd gezegd dat gij verbazend veel aanleg voor het vak had?
--Wat zit er in die portefeuille? vroeg Cornelia.
--Precies de waarde van den klomp goud; geen cent meer, maar ook geen cent minder, antwoordde Sergius.
Er zat werkelijk een wissel in van twintigduizend roebels op het huis Rothschild te Parijs.
Was de klomp inderdaad zooveel waard? Was het een gemeene keisteen of een brok goud, wat Sander met zulk eene zorg uit het hartje van het Californische goudland medegebracht had? Ziedaar een paar vragen die nimmer tot klaarheid gebracht zijn kunnen worden. Dit mocht echter zijn zooals het wilde, Cascabel was verplicht graaf Narkine op zijn woord te gelooven en vertrouwen te stellen in de waarheidsliefde van zijnen vriend Sergius, die voor hem een grooter waarborg was dan de schatkist van zijne keizerlijke majesteit den Czaar aller Russen.
Eene maand lang vertoefde de familie Cascabel in Rusland, maar van de kermis te Perm of te Nisjni werd nu niet meer gerept. Vader en moeder, broeder en zuster konden immers niet nalaten getuigen te zijn bij het trouwen van Jan en Kayette, wier huwelijk met grooten luister op het kasteel Walska voltrokken werd. Er ontbrak niets aan de plechtigheid en zelden waren twee gelukkige jonggehuwden omringd door zulk eenen kring van tevreden bloedverwanten.
--Wat een bof, Cesar! zeide Cornelia op het oogenblik toen zij de slotkapel uitkwamen.
--Precies hetzelfde wat ik dacht, antwoordde haar echtgenoot.
Acht dagen naderhand namen vader en moeder Cascabel, Sander, Napoleona en Kruidnagel--dien wij niet mogen vergeten, want hij was werkelijk zoo goed als een lid van de familie--van graaf Narkine afscheid. Zij gingen nu rechtstreeks op reis naar Frankrijk, wel te verstaan per spoorweg, met de _Schoone Zwerfster_ achter zich, die liefst als passagiersgoed in den personentrein met hen medereisde!
Cascabel's terugkeer in Normandië was een heele gebeurtenis. Hij en Cornelia zetten zich als grondbezitters op het platteland neer en kregen mettertijd een aardig fortuin bij elkaar, waar Sander en Napoleona, als zij trouwden, een mooie huwelijksgift uit mee konden krijgen. Ieder jaar kwam graaf Narkine, met Jan dien hij als zijn secretaris bij zich in dienst genomen had, en met Kayette die eene gelukkig getrouwde vrouw geworden was, hen opzoeken. Dan waren zij allen letterlijk dronken van vreugde, want niemand wist van uitgelatenheid wat hij bij zoo'n gelegenheid beginnen zou.
Hiermede is het geschiedverhaal afgeloopen van deze reis, die zeker onder de merkwaardigste van alle door ons beschreven _Wonderreizen_ medegeteld mag worden. Einde goed al goed, kan men er van zeggen; maar zulke brave lieden als de familie Cascabel zouden ook niet verdienen dat het slecht met hen afliep.
EINDE.
Van JULES VERNE zijn vroeger de navolgende werken verschenen:
DE REIS om de WERELD in 80 DAGEN. Met 50 houtgravuren f 1.50 DE REIS naar de MAAN in 28 DAGEN en 12 UREN. Met 60 houtgravuren f 1.50 DE KINDEREN van KAPITEIN GRANT. Zuid-Amerika. Met 60 houtgravuren f 1.50 DE KINDEREN van KAPITEIN GRANT. Australië. Met 50 houtgrav. f 1.50 DE KINDEREN van KAPITEIN GRANT. Stille-Zuidzee. Met 52 houtgravuren f 1.50 20,000 MIJLEN ONDER ZEE. Oost. Halfrond. Met 50 houtgravuren f 1.50 20,000 MIJLEN ONDER ZEE. West. Halfrond. Met 60 houtgravuren f 1.50 VIJF WEKEN in een LUCHTBALLON. Ontdekkingsreis in de Binnenlanden van Afrika. Met 75 houtgravuren f 1.50 HET GEHEIMZINNIGE EILAND. De Luchtschipbreukelingen. Met 54 houtgravuren f 1.50 HET GEHEIMZINNIGE EILAND. De verlatene. Met 54 houtgrav. f 1.50 NAAR het MIDDELPUNT der AARDE. Met 53 houtgravuren f 1.50 MICHAEL STROGOFF. De Koerier van den Czaar. Met 60 houtgrav. f 1.50 HET ZWARTE GOUD. Met 55 houtgravuren f 1.50 HEKTOR SERVADAC. De Vulkaanbewoners. Met 51 houtgravuren. f 1.50 HEKTOR SERVADAC. De Terugtocht naar de aarde. Met 74 houtgrav. f 1.50 AVONTUREN van DRIE RUSSEN en DRIE ENGELSCHEN. Gevolgd door "De Blokkadebrekers". Met 64 houtgravuren f 1.50 EEN KAPITEIN van 15 JAAR. De Walvischjagers. Met 51 houtgrav. f 1.50 EEN KAPITEIN van 15 JAAR. In slavernij. Gevolgd door "Een overwintering in het ijs." Met 56 houtgravuren f 1.50 DE SCHIPBREUK van de CHANCELLOR. Gevolgd door "Martin Paz". Met 56 houtgravuren f 1.50 WONDERLIJKE AVONTUREN van een CHINEES. Gevolgd door "Muiterij aan boord der Bounty." Met 54 houtgravuren f 1.50 ELDORADO en het MONSTERKANON van STAALSTAD. Gevolgd door "Meester Zacharias." Met 51 houtgravuren f 1.50 HET LAND der BUITENSTE DUISTERNIS. De Pelterijhandel. Met 56 houtgravuren f 1.50 HET LAND der BUITENSTE DUISTERNIS. Het drijvende Eiland. Gevolgd door "Een treurspel in de Wolken." Met 56 houtgravuren f 1.50 HET STOOMHUIS. De ijzeren Reus. Met 57 houtgravuren f 1.50 HET STOOMHUIS. De Waanzinnige der Nerbudda. Gevolgd door "Dokter Ox". Met 56 houtgravuren f 1.50 REIZEN EN LOTGEVALLEN VAN KAPITEIN HATTERAS. De Engelschen aan de Noordpool. Met 128 houtgravuren f 1.50 REIZEN EN LOTGEVALLEN VAN KAPITEIN HATTERAS. De IJswoestijn. Met 127 houtgravuren f 1.50 EENE VLOTREIS. Achthonderd mijlen op de Amazone. Met 56 houtgravuren f 1.50 EENE VLOTREIS. Het Raadselschrift. Gevolgd door "Een Drijvende Stad." Met 53 houtgravuren f 1.50 EEN LEERSCHOOL VOOR ROBINSONS. Gevolgd door "Van Rotterdam naar Kopenhagen". Met 69 houtgravuren f 1.50 DE WONDERSTRAAL. Gevolgd door "Tien uren op jacht." Met 91 houtgravuren f 1.50 KERABAN DE STIJFHOOFDIGE. Een Hollander in de klem. Met 48 houtgravuren f 1.50 KERABAN DE STIJFHOOFDIGE. Schipbreuk en redding. Met 51 houtgravuren f 1.50 DE ZUIDSTER. Het Land der Diamanten. Met 60 houtgravuren f 1.50 DE ARCHIPEL IN VUUR EN VLAM. Met 46 houtgravuren f 1.50 DE VONDELING VAN HET FREGAT CYNTHIA. Met 25 houtgrav. f 1.50 MATHIAS SANDORF. Een verijdelde samenzwering. Met 39 houtgrav. f 1.50 MATHIAS SANDORF. De middellandsche Zee. Met 35 houtgravuren. f 1.50 MATHIAS SANDORF. Een Model-Volkplanting. Met 33 houtgrav. f 1.50 HET LOTERIJBRIEFJE. Met 36 houtgravuren f 1.50 ROBUR, DE VEROVERAAR. Met 37 houtgravuren f 1.50 DE STRIJD TUSSCHEN NOORD EN ZUID. Overrompeling eener plantage. Met 41 houtgravuren f 1.50 DE STRIJD TUSSCHEN NOORD EN ZUID. De Zwarte Kreek van Texas. Met 43 houtgravuren f 1.50 1792. OP WEG NAAR FRANKRIJK. Gevolgd door Gil Braltar f 1.50 TWEE JAAR VACANTIE. De mislukte pleiziertocht. Met 46 houtgrav. f 1.50 TWEE JAAR VACANTIE. Een knapenkolonie. Met 45 houtgravuren. f 1.50 DE FAMILIE ZONDER NAAM. Het verraad van Simon Morgaz. Met 45 houtgravuren f 1.50 DE FAMILIE ZONDER NAAM. De opstand van 1837. Met 37 houtgravuren f 1.50 EEN SCHOT IN DE LUCHT f 1.50