Cesar Cascabel: "De Schoone Zwerfster"
Chapter 15
Natuurlijk zou hij niets liever gewild hebben dan hen te vergezellen, maar hij zag er tegen op zijne vrienden aan den toorn der onbarmhartige russische regeering bloot te stellen. Wat zouden de gevolgen zijn als het ontdekt werd dat zij een staatkundig veroordeelde weder over de russische grenzen hadden helpen komen? Toch zou hij zijn hoogbejaarden vader zoo gaarne willen terugzien....
--Als ik u was, mijnheer Sergius, ging ik eenvoudig met ons mede, zeide Cornelia hartelijk.
--Maar mijne goede vrienden, als het uitkomt is uwe vrijheid, ja misschien uw leven er mede gemoeid.
--Wat komt dat er op aan, mijnheer Sergius? zeide Cascabel. Van ieder mensch wordt hiernamaals de rekening opgemaakt van hetgeen hij goeds en kwaads in zijn leven gedaan heeft. Dus is het zaak er zooveel mogelijk goede posten op te brengen, om tegen de kwade optewegen!
--Mijn waarde Cascabel, bedenk....
--Bovendien mijnheer Sergius, zal niemand u immers herkennen? Wij zijn bij de hand genoeg, wees daar zeker van en de drommel moge mij halen als wij met ons allen niet in staat zijn de russische politie-speurhonden bij den neus te hebben!
--Evenwel ... drong Sergius weder aan.
--Als het niet anders kan, steekt gij u desnoods in een kunstenmakerspak, wanneer gij ten minste u daar niet voor schaamt....
--Hoe kunt gij zoo iets denken, mijn vriend?
--Wie zal dan ooit op het denkbeeld komen dat er een graaf Narkine in den troep van Cascabel verscholen zit?
--Nu dan, mijne vrienden, ik neem het aan en weest overtuigd dat ik er u dankbaar voor ben....
--Jawel, jawel, viel Cascabel hem in de rede, laat dat maar blijven. Hadt gij er dan aan getwijfeld dat wij iets voor u over zouden hebben? Derhalve, mijnheer de graaf....
--Noem mij niet bij mijnen titel of naam. Voor ieder blijf ik eenvoudig Sergius, zelfs voor de kinderen....
--Ja, het is beter dat zij er niets van weten. Het blijft dus afgesproken, mijnheer Sergius, dat wij u medenemen. Ik mag geen Cesar Cascabel heeten als ik u niet behouden en wel te Perm breng. Gelukte mij dat niet, dan zou ik voor het eerst iets dat ik op mij genomen heb in den steek laten, en dan was ik voorgoed mijn goeden naam als artist kwijt!
Met welke vreugdekreten Sergius begroet werd toen hij in de _Schoone Zwerfster_ terugkwam en Jan, Kayette, Sander, Napoleona en Kruidnagel te weten kwamen dat hij met hen naar Europa ging, kan ieder gemakkelijk raden. Daarvan vertellen wij dus niets.
XVI.
VAARWEL AAN DE NIEUWE WERELD.
Het kwam er dus nu alleen op aan, het ontworpen plan om naar Europa terugtekeeren uittevoeren.
Alles goed beschouwd, stonden de kansen van slagen niet kwaad. Het wisselvallige kunstenmakersleven bracht de Cascabels er nu eenmaal toe dat zij door Rusland moesten trekken en wel door het gouvernement Perm. Wat kon graaf Narkine dus veiliger doen dan zich, indien hij ook daarheen wilde, bij hen aansluiten? Niemand kon immers vermoeden dat de politieke veroordeelde, die indertijd uit Jakoutsk gevlucht was, zich bij eenen kunstenmakerstroep bevond? Werd het geheim niet verraden, dan moest het plan stellig gelukken, en eenmaal te Perm gekomen, kon de graaf, nadat hij zijnen vader teruggezien had, handelen zooals hem het best toescheen. Hij zou Azië dan achter den rug en nergens een spoor van zijn verblijf achtergelaten hebben, zoodat hij naar de omstandigheden te werk zou kunnen gaan.
Daar stond wel tegenover dat indien hij, tegen alle waarschijnlijkheid in, op hunnen tocht door Siberië ontdekt werd, zulks zeer ernstige gevolgen hebben kon, niet alleen voor hem maar ook voor degenen die hem vergezelden. Hierover verkozen echter Cascabel en zijne vrouw zich niet ongerust te maken, en zeker is het dat indien zij hunne kinderen hadden kunnen raadplegen, deze het volkomen met hen eens geweest zouden zijn. Maar het was zaak het geheim van graaf Narkine zorgvuldig te bewaren. Niemand mocht dus iets anders vermoeden dan dat hun reisgenoot eenvoudig Sergius heette.
Wel nam graaf Narkine zich stellig voor om later de edelmoedige toewijding dezer brave lieden naar verdienste te beloonen, maar Cascabel rekende op geene andere belooning dan dat hij zijnen vriend eenen dienst mocht bewijzen en tegelijkertijd de russische politie eene kool stoven.
Ongelukkig was er iets dat zij geen van beiden konden vermoeden, namelijk dat hun voornemen van den aanvang af gevaar liep te mislukken. Zoodra zij de zeeëngte over zouden zijn, hadden zij groote kans terstond door de russische politie in Siberië te worden aangehouden.
Men moet weten dat den dag nadat hunne afspraak gemaakt was, twee mannen op eene afgelegene plek aan de haven, waar niemand hen beluisteren kon, in druk gesprek heen en weer liepen.
Dat waren de twee politiebeambten van wie wij reeds gesproken hebben, wier aandacht door de aanwezigheid van Sergius onder de passagiers van de _Schoone Zwerfster_ zoo bijzonder getrokken was.
Gedurende een aantal jaren te Sitka geplaatst en belast met de staatkundige politie in het gouvernement Alaska, was het hunne taak geweest, zooals onze lezers zich herinneren zullen, bijzonder het oog te houden op het doen en laten der vluchtelingen die zich op de grens van Columbia ophielden, den gouverneur daarvan te onderrichten en allen die het waagden op russisch grondgebied te komen, te doen aanhouden. Wat nu het geval bedenkelijk maakte, was dat zij graaf Narkine wel niet persoonlijk kenden, maar toch in het bezit van zijn signalement waren, dat overal was heengezonden toen hij uit de vesting Jakoutsk gevlucht was. Zoodra de troep van Cascabel te Port-Clarence aankwam, viel het hun bijzonder op dat zij eenen rus bij zich hadden die noch de manieren noch het uiterlijk van eenen kunstenmaker had. Hoe kwam het dat deze zich bij een gezelschap bevond, dat zulk een wonderlijken weg gebruikte om van Sacramento naar Europa terug te keeren?
Zoodra hunne achterdocht eenmaal gewekt was, gingen zij op den loer liggen en aan 't afluisteren, maar zoo voorzichtig dat niemand het bemerkte. Zij vergeleken het signalement van graaf Narkine met Sergius en kregen zoodoende spoedig zekerheid dat hij het was.
--Het is niemand anders dan graaf Narkine, zeide de een. Stellig heeft hij al eene poos op de grens van Alaska gezworven in afwachting dat het land ingelijfd zou worden; toen heeft hij zeker dien koorddanserstroep ontmoet die hem waarschijnlijk den een of anderen dienst heeft bewezen, en zoo komt het dat hij nu met hen naar Siberië wil oversteken.
Dit alles was juist zooals zij dachten. Wel was Sergius aanvankelijk niet voornemens geweest verder te gaan dan Port-Clarence, maar het verwonderde de agenten volstrekt niet toen zij te weten kwamen dat hij het plan had opgevat met de _Schoone Zwerfster_ naar den overkant te gaan.
--Dat is een buitenkansje voor ons, zeide de eene agent. Ware de graaf hier op amerikaanschen bodem gebleven, dan hadden wij het recht niet gehad hem aan te houden.
--Daarentegen, antwoordde de eerste, is hij over de russische grens zoodra hij aan de overzijde der Behringstraat komt. Daar zal hij ons niet ontsnappen, want wij zullen hem behoorlijk opwachten!
--Met zulk eene vangst kunnen wij eer inleggen en goed wat verdienen, hernam de ander. Het is een mooi ding om mee te beginnen. Maar hoe leggen wij het aan?
--Eenvoudig genoeg. De Cascabels zullen wel spoedig vertrekken en zeker langs den kortsten weg, dat is recht naar Numana aan den overkant. Wij hebben dus slechts te zorgen dat wij tegelijk of even vóór hen daar zijn, en dan kunnen wij graaf Narkine terstond te pakken krijgen.
--Het lijkt mij nog beter toe als wij eenigen tijd vóór hen te Numana kunnen wezen en de politie daar van het geval onderrichten, zoodat die ons zoo noodig helpen kan.
--Als dat mogelijk is zullen wij het zeker doen, was het antwoord. De Cascabels moeten in elk geval wachten tot het ijs zoo sterk is dat zij er met hunnen wagen over kunnen, maar wij kunnen heel gemakkelijk vroeger gaan. Wij moeten dus voorloopig hier te Port-Clarence blijven en graaf Narkine in het oog houden zonder dat hij er iets van merken mag, want misschien begrijpt hij wel dat hij op zijne hoede moet zijn tegenover de russische ambtenaren die uit Alaska terugkeeren, maar hij moet niet kunnen vermoeden dat wij weten wie hij is. Hij moet dus zonder achterdocht van hier gaan, wij zullen hem te Numana aanhouden en dan brengen wij hem onder goed geleide naar Jakoutsk of naar Petropavlovk.
--Maar als die kunstenmakers zich daar eens tegen verzetten, bracht de andere politieman in het midden.
--Dan zullen zij ondervinden wat het zeggen wil, dat zij een politieken banneling in Rusland helpen terugkeeren!
Dit plan, zoo eenvoudig als het was, had alle kans van slagen, want graaf Narkine kon niet weten dat iemand hem herkend had en de Cascabels vermoedden niet dat er bijzonder op hen gelet werd. De reis, die onder zulke goede vooruitzichten ondernomen scheen te worden, kon dus heel slecht voor Sergius en zijne vrienden afloopen.
Terwijl er achter hunnen rug zulke booze plannen tegen hen gesmeed werden, verheugden zij zich in het vooruitzicht van niet van elkander gescheiden te zullen worden en gezamenlijk naar Rusland te mogen trekken. Vooral Jan en Kayette waren in de wolken van blijdschap.
De twee agenten hadden het geheim, waar zij achter gekomen waren, zorgvuldig voor zich gehouden, en niemand te Port Clarence koesterde het minste vermoeden dat er onder de passagiers van de _Schoone Zwerfster_ zulk een gewichtig persoon zich bevond als graaf Sergius Narkine.
Intusschen was de dag van vertrek nog niet vast bepaald kunnen worden. Met ongeduld sloegen zij de wisselvallige aanwijzingen van den thermometer gade. Het was zooals Cascabel zeide: nog nooit hadden zij zoo vurig gewenscht dat het zou gaan vriezen dat het kraakte.
Het was voor hen hoogst wenschelijk dat zij aan den overkant kwamen vóór dat de winter in zijne volle strengheid ingetreden zou zijn. Dit kon eerst het geval wezen in de eerste weken van November en de _Schoone Zwerfster_ zou dus den tijd hebben om in het zuidelijke gedeelte van Siberië te komen, waar zij op de eene of andere bewoonde plaats het gunstige jaargetijde konden afwachten om den tocht in de richting van het Oeralgebergte te ondernemen.
Als het niet tegenliep konden zij met hun tweespan, Vermout en Gladiator, zonder al te groote inspanning, de Siberische steppen doorkomen, en kon de karavaan bij tijds te Perm wezen om aan de kermis aldaar, in Juli van het volgende jaar, te kunnen deelnemen.
Maar nog altijd bleven de ijsschotsen, voortgejaagd door den warmen stroom uit den Stillen Oceaan, naar het Noorden voorbijdrijven. Nog altijd hielden zij het gezicht op bewegelijke ijsklompen die zich maar niet verkozen vast te zetten tot een onbewegelijk en stevig ijsveld.
Den 13den October was het echter alsof het drijfijs langzamer voorbij begon te trekken. Waarschijnlijk had het zich in het Noorden ergens vastgezet, zoodat de stroom daar gestuit werd. Aan den gezichteinder vertoonde zich eene doorloopende reeks witte bergspitsen, een bewijs dat de Poolzee reeds in eene ijsvlakte herschapen was. Ook liet zich in de lucht de heldergrauwe weerschijn eener onafzienbare ijsmassa zien. Het kon nu niet lang meer duren of de geheele zeeëngte zou toevriezen.
Van tijd tot tijd raadpleegden Sergius en Jan de visschers te Port-Clarence. Zij beiden hadden reeds meer dan eens gedacht dat de overtocht wel te doen was, maar de ervaren zeelieden raadden het hun af.
--Overhaast u niet, waarschuwden zij, en wacht totdat de vorst haar werk gedaan heeft. Het heeft nog niet hard genoeg gevroren om een goed ijsveld te maken. En al lag alles ook toe aan dezen kant van de kust, dan volgt daar nog niet uit dat hetzelfde het geval zal wezen aan de overzijde, vooral niet in den omtrek van het eilandje Diomedes.
Dit was een verstandige raad.
--Het is toch dit jaar geen vroege winter, zeide Sergius tegen een der oudste visschers.
--Ja, het is later dan gewoonlijk, antwoordde deze. Dat is eene reden te meer om u niet op het ijs te wagen vóór dat gij zekerheid hebt dat het sterk genoeg is. Ook moet gij in aanmerking nemen dat uw reiswagen zwaarder weegt dan een voetganger en dus dikker ijs noodig heeft. Wacht eerst tot er een goed pak sneeuw gevallen is, waardoor de oneffenheden tusschen de ijsschotsen opgevuld zullen worden. Dan kunt gij er over rijden alsof het een straatweg is en zult gij spoedig den tijd, dien gij hier wachtende doorbrengt, ingehaald hebben zonder dat gij gevaar loopt midden in de straat te blijven steken.
Deze raad van lieden die met de ervaring vertrouwd waren, mocht niet in den wind geslagen worden en Sergius deed dan ook al wat hij kon om Cascabel, die het ongeduldigst van den troep was, geduld te doen oefenen. Het verkeerdste wat zij doen konden, was door eene onbedachtzame handeling hunne veiligheid in de waagschaal te stellen en hunne reis te doen mislukken.
--Houd u een weinig bedaard, vermaande hij. De _Schoone Zwerfster_ is geene boot; als zij in eene scheur in het ijs blijft steken, zinkt zij als een steen. Het zou eene al te mooie reclame voor den troep van Cascabel zijn, als hij met heel zijn toebehooren in de diepte van de Behringstraat verdween.
--Toch zou het onzen naam vereeuwigen! antwoordde de roemzuchtige Cesar.
Cornelia kwam echter spoedig tusschenbeide en verklaarde dat zij niet op roekelooze ondernemingen gesteld was.
--Ik wil haast maken, mijnheer Sergius, maar meest om uwentwil, zeide Cascabel.
--Dat is goed en wel, antwoordde de graaf, maar ik wil geen onbedachtzame haast, en wel om uwentwil.
Allen waren ongeduldig, maar Jan en Kayette vonden niet dat de dagen lang duurden. Jan gaf haar geregeld les en zij maakte daar zoo goed gebruik van dat zij reeds vlot Fransch sprak en alles in die taal verstond. Zij beiden hadden van het begin af geen moeite gehad om elkander te begrijpen. Bovendien voelde Kayette zich gelukkig in den schoot van het gezin en gestreeld door de zorgvuldigheid, waarmede Jan op al hare wenschen lette. Cascabel en zijne vrouw hadden met blindheid geslagen moeten zijn indien zij niet opgemerkt hadden wat er tusschen hunnen zoon en het Indiaansche meisje gaande was, en zij begonnen er zich eenigszins ongerust over te maken. Zij alleen wisten wie Sergius eigenlijk was en dus welke toekomst Kayette wachtte. Zij was nu geen verlaten kind van een inlandschen stam, die te Sitka eene plaats als dienstbode wilde gaan zoeken, maar zij was de aangenomen dochter van graaf Narkine. Indien Jan het oog op haar vallen liet, kon daar niets dan teleurstelling voor hem op volgen.
--Wat gaat het ons echter aan? zeide Cascabel. Mijnheer Sergius ziet alles wat er voorvalt; hij is schrander genoeg om te begrijpen wat het geval is. Indien hij er dus niets van zegt, Cornelia, kunnen wij gerust zwijgen.
Op eenen avond vroeg Jan:
--Doet het u pleizier, Kayette, om naar Europa te gaan?
--Naar Europa? Zeker, maar ik zou het nog pleizieriger vinden om naar Frankrijk te gaan.
--Daar hebt ge wel gelijk in, want het is een mooi en een goed land. Mocht het ooit uw vaderland worden, zou het er u stellig goed bevallen.
--Het zal mij overal bevallen, Jan, waar uwe familie is en ik wensch niets liever dan u allen nooit te verlaten.
--Dat is lief van u, Kayette.
--Is Frankrijk heel ver hier van daan?
--Alles is ver, Kayette, als iemand haast heeft om er te komen. Maar wij zullen er wel komen,..... vroeger misschien dan ons lief is.....
--Hoe zoo, Jan?
--Omdat gij met mijnheer Sergius in Rusland achterblijft. Al blijven wij voor het oogenblik nog bij elkaar, daar ginds zullen wij toch afscheid moeten nemen. Mijnheer Sergius zal u bij zich houden, Kayettelief, hij zal eene jonge dame van u willen maken en ons zult gij nimmer terugzien.
--Hoe kunt gij dat weten, Jan? Mijnheer Sergius is een goed mensch en zeker niet ondankbaar. Niet ik heb zijn leven gered, maar gij met de anderen, want wanneer ik het geluk niet gehad had u te ontmoeten, wat had ik dan voor hem kunnen doen? Dat hij dus leeft, dankt hij uwe moeder en u allen. Denkt gij dat mijnheer Sergius dat ooit zal vergeten? Wat voor reden hebt gij om te gelooven dat wij niet alleen gescheiden zullen worden, maar voor altoos?
--Ik wilde wel dat ik het niet behoefde te gelooven, Kayettelief, antwoordde Jan die zijne ontroering niet meer meester was. Maar ik ben er bang voor! Zie Kayette, als ik u niet meer zien mocht, weet ik niet wat er van mij worden zou! Maar ik zou u niet alleen willen zien.... Waarom zou ons gezin de plaats niet kunnen innemen van uwe bloedverwanten die gij verloren hebt? Vader en moeder houden zooveel van u....
--Zij kunnen niet meer van mij houden, Jan, dan ik van hen houd.
--En mijn broer en mijn zusje ook! Ik zou zoo graag willen dat zij u als eene zuster mochten beschouwen....
--Zij zijn het reeds Jan. Maar hoe is het met u zelf?
--Ik, Kayettelief? Zeker wil ik uw broeder zijn, maar een die veel meer, veel inniger van u houdt.....
Jan bleef in zijne woorden steken. Hij had de hand van Kayette gevat en drukte die teeder. Toen stond hij plotseling op, als vond hij het beter niets meer te zeggen. Kayette voelde haar hart kloppen van eene ontroering waar zij zich geen rekenschap van wist te geven. Een traan blonk in haar oog.
Den 15den October kwamen de visscherlieden en zeelui te Port-Clarence Sergius waarschuwen dat de karavaan zich gereed kon maken tot het vertrek. Sedert eenige dagen was het veel kouder geworden en het kwik in den thermometer bleef thans gemiddeld beneden de tien graden onder het vriespunt van de honderddeelige schaal. Het ijsveld lag onbewegelijk zoo ver men zien kon. Het eigenaardige kraken, dat vernomen wordt zoo lang de geheele massa nog niet volkomen één geworden is, liet zich niet meer hooren.
Waarschijnlijk zou het nu niet lang meer duren of van den overkant zouden er inboorlingen uit Siberië aankomen. Dezen trekken in den winter de zeeëngte somtijds over en drijven op die manier een kleinen handel tusschen Numana en Port-Clarence, welke plaatsen dientengevolge een vrij levendig verkeer met elkander hebben. Niet zelden komen er sleden, met honden of rendieren bespannen, van het eene werelddeel naar het andere. De twintig mijlen afstands tusschen de twee dichtst bij elkander gelegen punten van de kust aan weerszijden der Behringstraat leggen zij in twee of drie dagen af. Dit is dus een door de natuur gelegde weg, welke langer dan zes maanden des jaars open blijft, van het begin van den winter tot het aanbreken van den zomer. Maar het is niet raadzaam den overtocht te vroeg of te laat in het seizoen te ondernemen, want indien de ijsvlakte op de eene of andere plaats plotseling los raakte, zouden de reizigers gevaar loopen ellendig om te komen.
Teneinde behoorlijk uitgerust te zijn voor eene reis door de onbewoonde streken van Siberië tot aan de eene of andere plaats waar de _Schoone Zwerfster_ kon overwinteren, had Sergius te Port-Clarence verschillende voorwerpen doen aanschaffen die in de felle koude te pas konden komen. Daartoe behoorden ook eenige paren sneeuwschoenen, die de inboorlingen bij wijze van schaatsen aan hunne voeten bevestigen en met behulp waarvan zij in korten tijd groote afstanden over het ijs en de sneeuw afleggen. Onnoodig te zeggen dat onze kunstenmakers niet veel tijd noodig hadden om daarmede te leeren omgaan. Na eenige dagen oefenens op de toegevroren waterplassen langs de kust, hadden Jan en Sander met de vlugste sneeuwschoenen-loopers eenen wedloop kunnen houden.
Ook had Sergius den voorraad pelsjassen en ander bont, dien zij in het fort Youkon aangekocht hadden, nog aanmerkelijk uitgebreid. Zij moesten niet alleen goed tegen de koude gewapend zijn wat hun lichaam betreft, maar de _Schoone Zwerfster_ moest van binnen geheel met bont bekleed worden. Alle slaapplaatsen werden van bonten dekens voorzien, de deuren en vensters werden met strooken bont dicht gemaakt en de vloeren er mede belegd, teneinde de kachelwarmte zooveel mogelijk binnen de vertrekjes te houden. Het plan van Cascabel was echter, zooals wij reeds opgemerkt hebben en ook zeer noodzakelijk was, eerst de zeeëngte over te trekken en vervolgens de strengste wintermaanden te gaan doorbrengen in eene der vele bewoonde plaatsen welke men meer in het Zuiden van Siberië aantreft.
Het vertrek werd eindelijk bepaald op den 21sten October. Nadat er gedurende twee etmalen een zware mist gehangen had, was deze in sneeuw overgegaan die in weinige uren de uitgestrekte ijsvlakte in een sneeuwveld herschiep. Te Port-Clarence verzekerden de visschers dat het ijs nu van den eenen tot den ander oever ontwijfelbaar vast en dik genoeg moest wezen.
Zij kregen daarvan spoedig zekerheid toen er eenige kooplieden uit het tegenoverliggende zeestadje Numana aankwamen, die bevestigden dat de overtocht zonder eenige moeite of hindernis te doen was.
Den 19den had Sergius ook reeds vernomen dat twee van de russische ambtenaren, die zich te Port-Clarence bevonden, niet langer hadden verkozen te wachten en reeds naar de Siberische kust waren overgestoken. Dien morgen waren zij op weg gegaan, met het plan op het eilandje Diomedes eene poos te rusten en den tweeden dag daarna te Numana aan te komen.
Toen Cascabel dit hoorde, verwonderde het hem zeer.
--Die twee lui, zeide hij, schijnen nog meer haast dan wij gehad te hebben! Wat drommel, waarom hebben zij niet op ons gewacht? Het ware wel zoo gezellig geweest samen te reizen.
Bij nader inzien kwam hij echter tot de slotsom dat de twee russen zeker bang geweest waren onder weg vertraging te ondervinden, want de _Schoone Zwerfster_ kon niet dan langzaam op het sneeuwveld vooruit komen.
Vermout en Gladiator waren voor den rit over het ijs van gescherpte hoeven voorzien. Dit nam echter niet weg dat de zware reiswagen noodzakelijk, met inbegrip van den verplichten rusttijd op het eiland Diomedes, verscheidene dagen over den tocht van den eenen oever naar den anderen werk moest hebben.
Onze lezers kunnen licht vermoeden waarom de twee russische politieagenten er op gesteld waren vroeger aan te komen. Zij wilden alle maatregelen nemen om graaf Narkine dadelijk bij zijne komst te kunnen aanhouden.
Met het aanbreken van den dag was er afgesproken dat onze karavaan vertrekken zou. De weinige uren van den dag, waarin de zon nog licht verspreidde, moesten benuttigd worden. Nog zes weken en het tijdstip van zonnestilstand, de 21ste December, was daar. Van dien dag af zou de lange nacht, die de Poollanden maanden achtereen in duisternis hult, eenen aanvang nemen.
Den dag vóór hun vertrek bood Cascabel met zijne vrouw aan de ingezetenen van Port-Clarence, de ambtenaren en visschers, alsmede aan eenige Eskimo-gezinnen van welke onze reizigers vriendelijkheid genoten hadden, eene theepartij aan in eene voor dit feest ingerichte loods. Het was een vroolijke partij en Kruidnagel gaf eenige van zijne grappigste liedjes ten beste. Cornelia had eene kom met gloeiende punch gereed gemaakt, waarin zij met de suiker zuinig, maar met den rum en den brandewijn mild geweest was. De gasten hadden zich daaraan zooveel te meer te goed gedaan, dewijl zij wisten, als het feest afgeloopen en het uur van naar huis gaan geslagen was, in eene felle koude te zullen komen. Het was een van die winternachten waarin het is alsof de koude uit de hoogste streken van den ijzigen hemel komt nederdalen.
De amerikanen stelden eenen feestdronk in op de franschen en de franschen deden hetzelfde op de amerikanen. Daarna namen zij afscheid van elkander met tal van hartelijke handdrukken, die bewezen dat de Cascabels bij de lieden te Port-Clarence in een goed blaadje stonden.