Castilië en Andalusië De Aarde en haar Volken, 1909

Chapter 4

Chapter 43,556 wordsPublic domain

De grenzen van het koninkrijk waren uitgebreid tot aan de overzijde van den Oceaan; Sicilië, Napels, de Canarische eilanden behoorden aan Spanje, en de naburige natiën waren of vriendschappelijk gezind, of onderworpen. Vrede en voorspoed heerschten in het geheele land. Ondanks zoo veel oorzaken tot vreugde en voldoening, ging Isabella onder zwaar leed gebukt. De dood van haar Zoon Don Juan, van de Infante Isabella, de erfgename van den castiliaanschen troon, en haar zoontje Don Miguel; de geestestoestand van haar dochter, prinses Juana, op wie thans de plicht zou rusten, een zoo uitgebreid rijk te besturen, het waren even zoovele slagen van het lot, die haar weerstandsvermogen op zware proef stelden, en eindelijk deden bezwijken. Haar onderdanen moesten haar verliezen, terwijl zij met het volste recht hadden mogen hopen, nog lang de zegeningen van haar krachtvolle regeering te genieten. Neergebogen door de smart, aan zwaarmoedigheid ten prooi, overleed zij in November van het jaar 1504, op drie en vijftigjarigen leeftijd.

Aan haar wijsheid en beleid had Spanje een welvaart te danken, die zichtbaar verminderde na haar dood; daar haar opvolgers het door haar gegeven voorbeeld niet navolgden, en het door haar begonnen werk niet hebben voleindigd.

Als ik mij te Segovia dikwijls heb laten verleiden tot uitingen van wrevel en ongeduld, dan moet ik tot mijn verontschuldiging zeggen, dat daartoe wel eenige reden bestond. Men zou daar werkelijk gaan wenschen, stokdoof te zijn, of tot de zevenslapers te behooren, als men reeds lang voor het aanbreken van den dag uit den diepsten slaap wordt gewekt door het aanhoudend gelui van tallooze klokken, begeleid door het geblaf van een menigte honden, die eveneens heftig protesteeren tegen dat oorverdoovend gedruisch, dat zij echter helaas nog vermeerderen door hun uitingen van tegenzin.

Eerst kondigt het klokje van het Carmelietenklooster met een fijn stemmetje de vroegmis aan; een oogenblik later valt het groote klokkenspel van Santa Maria in met een vroolijke aria, door San Miguel met zwaren galm beantwoord, waarop de klokken van San Millan als 't ware goedkeurend en aanmoedigend beginnen mee te beieren. Als men denkt, dat de ergste vlagen van den muzikalen orkaan zijn uitgewoed, beginnen waarlijk de kleinere kerkjes hun beste beentje voor te zetten; San Esteban, El Salvador, el Corpus, San Antonio en Real bengelen om het hardst, tot alles overstemd wordt door het daverend gedreun der klokken van de kathedraal, die de muren der naburige huizen doen schudden, de ruiten doen rinkelen, en bijna gevaarlijk zouden worden voor alle glas- en aardewerk, dat niet veilig geborgen is. En nog geloof ik niet, dat ik de helft der kerken van Segovia heb opgenoemd; de stad is er vol van; in elke straat is minstens één kerk of klooster, en in de omgeving der stad is het precies hetzelfde. Wanneer men zich er eenmaal in heeft geschikt, slechts drie of vier uren te slapen, en de schade over dag in te halen, is het wel uit te houden in Segovia. De stad maakt den indruk van een uiterst effectvol geschilderde tooneeldecoratie. Op een krijtrots gebouwd, die als de voorsteven van een vaartuig vooruitsteekt in een zee van groen, omringd door breede wegen, die afdalen naar de onstuimig stroomende Clamares en Eresma; gekroond door een kasteel, aan welks voet zich de bogen verheffen van een prachtigen romeinschen aqueduct, kan de oude castiliaansche stad, wat schilderachtigheid van ligging betreft, wedijveren met het Alhambra van Granada; al bezitten beiden schoonheden van zeer uiteenloopend karakter.

Omtrent den oorsprong der stad is weinig bekend. Hercules en Pyrrhus, zoo verhalen de dichters, namen aan de stichting deel, en tot dank daarvoor werd de grieksche vorst beloond met de hand der schoone prinses Iberia, de oudste en geliefde dochter van den koning van Castilië, die reeds de aanzoeken van andere minnaars, zoowel uit Afrika als uit Schotland gekomen, had afgeslagen. Zeer oude geschiedschrijvers spreken van een celtischen oorsprong; anderen gelooven aan verwantschap met Egypte; doch het meest waarschijnlijk is wel, dat de stad het toppunt van haar bloei onder de romeinsche keizers heeft bereikt. Het volk echter, veel meer geneigd, aan legenden geloof te slaan, dan aan geschiedkundige waarheid, houdt vast aan een overlevering, volgens welke Satan, de vorst der Duisternis, in eigen persoon, uit liefde voor een jonge schoone van Segovia, de geheele romeinsche waterleiding in een nacht uit den grond deed verrijzen, ten einde zijn beminde de moeite te besparen, elken dag af te dalen naar de bron. Het eerwaardig bouwwerk, dat waarlijk geen diabolischen oorsprong verraadt, heeft vele eeuwen achtereen het kasteel en de stad van frisch water voorzien. Het zijn honderdzeventig bogen, over een vallei, die achtentwintig meter diep is. Zij dragen de sporen van herhaalde herstellingen, reeds in lang vervlogen tijden geschied; zoo zijn bijv. zes en dertig der rondbogen door gothische puntbogen vervangen, het werk van den architect Juan Escobeda. Vandaar dan ook, dat Maarschalk Ney opmerkte, toen men hem de legende van den duivel had verhaald: "Maar hier begint dan toch het werk van menschenhanden," terwijl hij naar de gothische bogen wees. Thans wordt het kasteel niet meer op deze wijze van water voorzien, doch wel het lager gelegen gedeelte van de stad. Het Alcazar, dat hier boven op de rots gebouwd is, was van den beginne een uiterst gewichtig strategisch punt. Als men de fondamenten ziet, die hier en daar als één schijnen met de rots waaruit zij verrijzen, begrijpt men, dat zij naar alle waarschijnlijkheid uit nog veel vroeger tijd dateeren, dan de romeinsche booggewelven. Langzaam werd de eene versterking na de andere aan de vesting toegevoegd, die, op honderd mijlen afstand van Burgos gelegen, in de dagen van Alfonsus VI als het ware de wachter was aan de grenzen des rijks, en een veilig toevluchtsoord voor zijn vorsten.

In 1256 stortte een gedeelte van het kasteel in, en deze ramp werd als de gerechte straf beschouwd, welke volgde op een al te hoogmoedige uitspraak van Alfonsus X, door zijn tijdgenooten de Wijze bijgenaamd. De vorst had zich namelijk eens in een gesprek met verschillende geleerden en wijsgeeren laten ontvallen: "Als God mij geraadpleegd had, toen hij de wereld schiep, zou Hij allicht eenige vergissingen hebben vermeden."

Van scherts hadden de Castilianen geen begrip en zelfs eens vorsten humor viel bij hen niet in goede aarde. Eenige dagen later kwam een Franciskaner broeder Alfonsus zijn godsbelastering verwijten, en eischte, dat hij daarvoor boete zou doen. Toen de koning dit weigerde, brak een verschrikkelijk onweer los; de bliksem sloeg in het kasteel, waarvan muren instortten, terwijl de vertrekken der koningin in brand geraakten, en in de zaal, waar zich de vorst bevond, een streep langs den wand zichtbaar werd, waar deze door het hemelvuur was geschroeid. De kroniekschrijver voegt erbij, dat de koning, hevig verschrikt, zijn schuld erkende, en deze openlijk beleed, in tegenwoordigheid van Fray Antonio van Segovia.

Herhaaldelijk kwamen de Cortes samen binnen de muren dezer burcht, waar de hoogste belangen van het rijk werden overwogen. In 1383 werd hier besloten, de christelijke jaartelling aan te nemen. Zes jaar later ontving de koning van Castilië er den armenischen vorst Leon, en kort daarop stichtte hij hier ter plaatse de orde van den Heiligen Geest, welker ordeteekenen bestonden uit een keten van zilveren stralen, waaraan een duif hing van wit émail.

Juan II, de vader der groote Isabella, gevoelde groote voorliefde voor dit verblijf, waar hij zijn jeugd had doorgebracht, onder voogdijschap zijner moeder, Catharina van Lancaster. Onder de beroemde feesten, die hier toen ter tijde werden gevierd, wordt een tournooi beschreven van twintig castiliaansche edellieden met twintig duitsche ridders, waarbij de eersten de voldoening smaakten, als overwinnaars uit den strijd te voorschijn te treden. Aan de vreemde gasten werden door den koning kostbare geschenken uitgedeeld; doch zij weigerden deze en verzochten enkel om de gunst, de orde van Escama te ontvangen. De koning liet toen voor ieder der deelnemers een prachtige zilveren keten vervaardigen, en schonk de beide dappersten dit eereteeken in goud.

Segovia was de eerste stad, die Isabella van Castilië als koningin begroette, toen na den onverwachten dood van haar broeder Enrique IV, de jonge vorstin den troon moest betwisten aan haar zoogenaamde nicht, la Bertraneja (dochter van Bertrand.)

Philips II bewoonde het Alcazar met zijn zusters Dona Maria en Dona Juana, toen hij troonopvolger was, en ook Philips III vertoefde er dikwijls; o. a. ten tijde der verschrikkelijke pest in het jaar 1600, en later, toen hij de stad een bezoek bracht met zijn schoondochter, Isabella van Bourbon. Bij die gelegenheid werd een beroemde historische en geographische optocht gehouden, waarin niet alleen de verschillende volken werden voorgesteld; doch ook de vier windstreken, de vier elementen, de vier werelddeelen, de zeven planeten en de twaalf sterrebeelden van den dierenriem.

Philips IV voerde hier als iets geheel nieuws de stierengevechten te water in, waarbij in het riviertje de Eresma fraai gekleede edellieden in lichte bootjes zich te water begaven, om de stieren te bestrijden, die in de rivier werden geduwd, terwijl anderen, met lansen gewapend, aan den oever stonden, om de dieren te beletten, hun vijanden te ontsnappen. Het schouwspel vond grooten bijval en werd als een aangename afwisseling beschouwd.

Toen Madrid eenmaal de hoofdstad van Spanje was geworden, en de vorsten den zomer in het Escuriaal doorbrachten, begon de glorie van Segovia te tanen, en het kasteel, dat eerst als staatsgevangenis had gediend, werd later gebruikt als artillerie-kazerne. Zoo raakte het langzamerhand in het vergeetboek, tot in 1862 de aandacht erop werd gevestigd door een verschrikkelijken brand, waarbij de heerlijkste kunstschatten, hier in den loop van vele eeuwen verzameld, een prooi der vlammen werden. Al die kostbare manuscripten, kunstvoorwerpen, beschilderde glazen, smeedwerk, wapens en tapijten, buitgemaakt gedurende vele oorlogen, in Granada, Italië, Vlaanderen, Bourgondië en Duitschland, gingen bij deze ramp verloren, evenals een geheele reeks beschilderde beelden, waaronder vele gelijkende portretten, die al de koningen van Castilië voorstelden, een onherstelbaar verlies.

Omstreeks twintig jaren geleden is men begonnen met den herbouw van het kasteel, waarbij men de oude plannen volgde, al zijn thans in de buitenmuren meerdere vensteropeningen aangebracht, zoodat de kadetten, die er thans gehuisvest zijn, vrij kunnen genieten van het prachtig uitzicht over het landschap aan den voet der rots.

Een verblijf van zes maanden in Segovia zou ternauwernood voldoende zijn geweest, om ons in staat te stellen, een beschrijving te geven van de vele adellijke paleizen, waarop de stad met recht trotsch is. Hier ontdekt men een verrukkelijk binnenplein met zuiver moorsche versiering; daar een monumentale trap met prachtig gesmede leuning, overwelfd door een zoldering van kostbaar ingelegd hout; elders weer heerlijke plafonds en wandbekleedingen, beschilderd met voorstellingen, ten nauwste verbonden aan het verleden der stad. Een van deze paleizen trekt in 't bijzonder de aandacht door zijn merkwaardigen voorgevel, die op geheel oorspronkelijke wijze is versierd met lange rijen in steen gehouwen spijkerknoppen. Het wordt de Casa de los Picos, of het huis met de punten genoemd, en diende eertijds om de naburige poort van St. Martin te verdedigen in oorlogstijd. In dit paleis legden ook de vorsten, die de stad bezochten, den eed af, de fueros of privilegiën van Segovia te zullen eerbiedigen. In de 16de eeuw behoorde het aan den Castiliaanschen geschiedschrijver Don Pedro de Ayala; thans is het het eigendom van den graaf van Santibanez.

Onder de woningen, waaraan historische herinneringen zijn verbonden, is er een, tegenover het oude romaansche klooster St. Martin gelegen, die nog beroemder is dan het huis met de punten, doch waarin zich menig drama heeft afgespeeld. Het is een schilderachtig gebouw, met zijn luchtige galerij, zijn wapenschild en zwaarbeslagen poortdeuren. Doch als men het opschrift leest, dat eenige jaren geleden in den gevel werd aangebracht, voelt men zich treurig gestemd. Hier toch woonde de dappere communero Don Juan Bravo, die den 24sten April 1521 te Villalar werd onthoofd; dezelfde, die het Alcazar had belegerd, en daarbij was gevangen genomen. Niet zonder aandoening kan men den bloedigen strijd herdenken, door zoovele dappere mannen gevoerd tegen wat zij als een inbreuk op hun rechten beschouwden; het heftig verzet der Spanjaarden tegen de onrechtvaardige bevoorrechting der Vlamingen, dat door Karel V slechts in een bloedbad kon worden gesmoord.

De opstand der communeros wordt heden ten dage beschouwd als de uiting van denzelfden geest van fiere onafhankelijkheid, die ook thans nog het spaansche volk bezielt, en noopt, zijn rechten en vrijheid tot het uiterste te verdedigen.

Terugkeerend van de Casa de los Picos, die aan het uiterste einde der stad is gelegen, gaan wij tusschen het Ayuntamiento aan onze rechterhand, en links de kathedraal, met het beroemde beeld Piedad, door Juan de Juni, door de St. Andreaspoort, en bereiken weldra de overzijde van den Clamares, waar wij een prachtig gezicht hebben op de stad. Weldra ontdekken wij, tusschen het groen der bosschen, die zich uitstrekken aan den voet van het Alcazar, het klooster van Parral. Dit werd gebouwd in het midden der 15de eeuw, onder de regeering van Enrique IV, en was door milde vorstelijke gaven een der rijkste kloosters van Castilië geworden. Thans echter is het van al zijn schatten beroofd; alles wat eenige kunstwaarde had, is naar het museum te Madrid overgebracht, en niets is gebleven, dan een schoon altaarstuk, en de prachtige graven der familie de Villena, in het middenschip der kerk.

Het klooster zelf is slechts een bouwval; in de tuinen en op de binnenpleinen woekert het onkruid, en in de vroegere kloosterzalen versperren de ingestorte daken gedeeltelijk den weg.

Al bezit Spanje te veel bouwvallige kloosters, om ze allen weer in hun vroegere glorie te herstellen, het klooster van Parral was toch zeker een beter lot waardig geweest. Als in de zomervacantie de kadetten het Alcazar ontvlieden, richt zich de aandacht der inwoners van Segovia naar het koninklijk paleis La Granja, waar het hof elk jaar eenigen tijd pleegt te vertoeven. Het is een bekoorlijk lustverblijf. Philips V, nog onder den indruk van Versailles, liet het hier oprichten, te midden van bosschen en liefelijke beekjes, op de plek, waar Enrique IV reeds in 1450 een hermitage had gebouwd. Het park heeft heerlijke vijvers en waterpartijen, en als de fonteinen springen, die beeldengroepen vertoonen van de Gratiën, de Winden, Amphitrite en Neptunus, komt de bevolking van Segovia en de naburige dorpen feestvieren in het kleine plaatsje van 3000 inwoners, dat in de buurt van het koninklijk lustverblijf is gelegen.

Vele adellijke families, die vreezen zouden, onbescheiden te zijn, als zij zich te dicht in de buurt der koninklijke bezoekers gingen vestigen, gedachtig aan den wijzen raad van Francisco de Rojas aan alle hovelingen: "Het vuur, dat op een afstand verwarmt, brandt van nabij," komen des zomers naar Segovia, waar zij gelegenheid vinden, hunne Majesteiten althans van uit de verte, te huldigen.

Over 't algemeen moest men de spaansche steden liefst zien bij mooi weer, blauwe lucht, en helderen zonneschijn. Doch Avila maakt hierop een uitzondering; het stadje is te oud, zwaarmoedig en mystiek, om in het volle zonlicht tot zijn recht te komen. Bij de zware vestingmuren en dreigende wachttorens past beter het geheimzinnig nachtelijk duister, en het licht der sterren. De geboorteplaats der heilige Theresa moet niet voor het eerst in het nuchtere daglicht worden aanschouwd.

Bij mijn aankomst scheen de volle maan, die nu en dan wegschuilde achter een voorbijdrijvende wolk, zilveren schamplichten wierp op de kanteelen der torens, en lichtopeningen teekende in de kijkgaten der zware poortdeuren, die des nachts gesloten worden, als bij een vesting in oorlogstijd. Het gelukte mij zonder veel bezwaar, den drempel van een dier poorten te overschrijden; door het eenige deurtje, dat opengelaten was, en waarachter geen gewapende krijgsbende op den loer lag; doch slechts een moderne douanenbeambte op zijn post zat. Vóór mij lag toen een warnet van nauwe, bochtige, wonderlijke straatjes, als verzwolgen in de schaduw der muren van hooge kloosters en paleizen. De geest der middeneeuwen zelfs schijnt hier te huizen, in die vensterlooze woningen, met haar strenge torreons op de hoeken, haar bogengalerijen, en gebeeldhouwde wapenschilden boven de majestueuse ingangspoort. Kon ik niet elk oogenblik verwachten, de geesten van Torquemada en zijn handlangers door die verlaten straten te zien dwalen, vervolgd door de zielen der ongelukkige slachtoffers van hun dweepzieken godsdiensthaat? Doch neen, ook zij rusten in vrede; als zij zondigden, dan was het ter goeder trouw, in het geloof, den God, dien zij vereerden, een welgevallig offer te brengen. Het eenige spooksel, dat ik hier zag rondwaren, en met den mantel hoog over het gezicht opgetrokken, gewapend met zijn lantaarn en piek, langs de muren zag glijden, was een wezen van vleesch en bloed, de goedaardige sereno, die waakt voor de veiligheid der bewoners, en met luider stem het nachtelijk uur verkondigt, terwijl zijn eentonige zang, die als een boetpsalm klinkt, overstemd wordt door het luid en aanhoudend gebengel der klokken van het veertigtal kerken en kloosters, dat binnen de muren van het kleine plaatsje is saamgedrongen. Veel beter dan in Segovia was het hier dus in dit opzicht ook al niet. Toch is Avila een zeer gezocht uitspanningsverblijf, niet alleen om de zuivere en versterkende lucht, die men er inademt, maar ook, omdat het zoo rustig gelegen is. Hier zoeken diegenen verpoozing, welke kalmte en stilte verkiezen boven het luidruchtig gewoel der drukbezochte badplaatsen. In den zomer is Avila een plaats van bijeenkomst voor tal van vertegenwoordigers der hoogste spaansche aristocratie, die hier hun buitenverblijven bezitten, en voor wie l'Escurial te druk en te burgerlijk, St. Sebastiaan te kostbaar en verafgelegen is. Al dat bezoek brengt natuurlijk druk verkeer van buitenaf mede. Zoodra des morgens de poorten geopend zijn, komen de boeren uit de naburige dorpen van alle kanten aanstroomen. Van Arevalo ter eener zijde, van Cerebro aan den anderen kant, komen zij naar de stad getogen, op hun muilezels of kleine paardjes, en brengen in groote manden hun mooiste vruchten, versche eieren en melk, lammetjes en kalkoenen voor de tafel der deftige gasten, die gesteld zijn op goede waar, en deze hier tegen ongewoon lage prijzen kunnen bekomen. De mannelijke dorpsbewoners dragen kleederen van grauwe of bruine wol, de vrouwen zijn echter keurig uitgedost, om haar hoofd dragen zij bonte doekjes, van een anderen tint dan de meekraproode of saffraangele rokken van grove zware stof. Zij zijn forsch gebouwd en dikwijls schoon, ofschoon haar trekken een ietwat mannelijk karakter hebben. Zoodra de buitenlui zijn aangekomen, haasten zij zich om hun deel te ontvangen van den watervoorraad, die de stad, wel wat zuinig, aan haar bewoners gelieft te verstrekken, en daarna begeven zij zich naar de markt, waar zij de tenten opslaan; die hun sierlijk uitgestalde waren voor de zon zullen beschermen. Weldra verschijnen, met groote manden gewapend, de aardige spaansche keukenprinsessen, keurig gekapt, in lichte japonnetjes, zwierig en frisch, en het loven en bieden begint om de versche bossen wortelen, meloenen, vette kippen, prachtige forellen, en risten kolossale uien, genoeg om alle koks van Castilië, ja van heel Spanje, nacht en dag te laten doorhuilen.

Iets later op den dag verschijnen de geestelijken der dorpen in den omtrek, die na de mis hun ezeltje bestijgen en zich naar de stad begeven, om tegen een geringe vergoeding in de verschillende kerken te bidden voor de zielen der afgestorvenen, wier familieleden hunne nagedachtenis op die wijze wenschen te eeren. De klokken zijn intusschen alweer aan het luiden voor de talrijke godsdienstoefeningen, die elken dag worden gehouden in de kathedraal, in de oude kerk van San Vicente, met haar beroemd beeldhouwwerk uit de dertiende eeuw, en in kloosters en kapellen zonder tal.

De morgens zijn hier niet vroolijk; het is waarlijk, of er een verschrikkelijke ziekte in de stad heeft geheerscht, zooveel lijkdiensten worden hier gevierd.

Gelukkig wordt de stemming, na het vervullen dier vrome plichten, merkbaar opgewekter, en des middags worden, onder het drentelen langs de galerijen van het marktplein lonkjes over waaiers geworpen, en met glimlachjes beantwoord, ook al blijft de andere hand het onafscheidelijk gebedenboek vasthouden, zonder hetwelk zich geen fatsoenlijke dame in 't openbaar zal vertoonen.

Op den dag van mijn bezoek was er een feest in het klooster St. Thomas, waar reeds meer dan vier eeuwen, onder de hoede der Dominikaner broeders, de stoffelijke overblijfselen rusten van Don Juan, den eenigen mannelijken erfgenaam der katholieke koningen. Welke droeve herinneringen roept de gedachte aan dien jongen, begaafden en vurig beminden vorstentelg op! Isabella, die al hare kinderen met groote zorg opvoedde, had vóór alles getracht, haar zoon vroegtijdig liefde voor kunst en wetenschappen in te boezemen en zijn karakter te vormen. Zijn leermeester was Don Franco Diego de Deza, later bisschop van Toledo. In de boeken der koningin, te Simancas bewaard, staan nog de titels opgeteekend der latijnsche opstellen, door den prins gemaakt, evenals zijn vorderingen in teekenen en muziek, en de namen der personen, die zijn onmiddellijke omgeving uitmaakten. Dit waren een vijftal volwassen edellieden, en vijf jonge knapen van zijn eigen leeftijd, die dezelfde vakken moesten bestudeeren als hij.

Dit stelsel van opvoeding, door Isabella zelf uitgedacht, getuigt van helder doorzicht; want het hield door de mededinging met zijn kameraden den ijver van den prins gaande; terwijl de tegenwoordigheid zijner oudere vrienden hem steeds gedachtig deed zijn aan zijn hooge waardigheid, en de zware verantwoording, welke op hem rustte. De koningin wenschte zoo vurig, in haar zoon die deugden aan te kweeken, waarin velen van zijn voorvaderen waren te kort geschoten, dat zij geen page liet kiezen onder zijn gevolg, zonder nauwkeurig onderzoek te hebben gedaan naar zijn neigingen en karakter.