Part 3
Anders gaat het toe op de plaatsen waar de grond droog is. Daar moet de gouddelver eene meestal vier voet diepe laag aarde op zijde werken, om daarna den rotsachtigen grond met een houweel of scherp gepunten ijzeren staaf te vermorselen. Hier zijn de voordeelen minder zeker als bij de goudwassching, maar ook bij goed geluk aanzienlijker. Men ziet soms gouddelvers geheele dagen arbeiden zonder een enkel brokje goud te vinden en plotseling, wanneer zij er het minst aan denken, een kloofje ontdekken, waarin voor eene waarde van 3000, 4000 francs of ook wel meer aan goud ligt opeengestapeld. De tijding van een dergelijken vondst, is in een oogenblik door het geheele land verspreid. Honderden zijn spoedig op de plek bijeen; zij begeven zich aan den arbeid en dit met zooveel vuur, dat zij in één uur meer grond opdelven, dan anders in een halven dag. Doch meestal vergeefs, want--en het is opmerkingswaardig--de zoogenaamde goud_nestjes_ bevatten wel veel van het edele metaal, doch zij staan volstrekt met geene andere dergelijke in verband en men vindt bijna nimmer in hunne onmiddelijke nabijheid andere goudmassas. Men zoude zeggen, dat het goud, na door zware regens van de toppen der bergachtige verhevenheden te zijn gedreven, op een tijdstip, waarop deze nog door geene laag aarde waren overdekt, in de kloven en gaten van den vulcanischen grond zijn gespoeld. Al de goudklompjes hebben daarbij in meer of mindere mate een ronden vorm, als hadden zij door lang rollen, dien vorm verkregen.
Kort geleden heeft men verschillende wijzen uitgevonden om het goud van aarde en zand te zuiveren. Vele der nieuwe uitvindingen hebben reeds aan de uitvinders aanzienlijke voordeelen opgeleverd, niettegenstaande thans aan den Sacramento naar goud wordt gezocht op plaatsen, die vroeger reeds door anderen werden omgewoeld. Velen leiden echter de rivier van hare natuurlijke bedding af, door middel van dijken, en wasschen dan het slijk, waarmede de bodem bedekt is, waardoor zij soms vrij wat goud bijeenzamelen. Een gezelschap goudzoekers, dat uitsluitend uit advocaten en geneesheeren uit Newyork bestaat, werkt op deze wijze in de nabijheid van _Mormon Island_, op de plaats zelve waar het goud het eerst ontdekt werd. Dat gezelschap levert het eenige voorbeeld op eener vereeniging van menschen op Californie, welke zich weet staande te houden en in welker boezem geene tweedragt heerscht. Al de vereenigingen of maatschappijen van gouddelvers, die zich met zoo veel ophef in de Vereenigde Staten, Frankrijk of Engeland organiseerden, waren reeds op denzelfden dag ontbonden, toen zij te San Francisco aankwamen en zoo zal het ook met alle andere maatschappijen gaan, die nog komen zullen. De handwerksman denkt: "De maatschappij rekent op mijne armen om fortuin te maken; maar nu ik eenmaal hier ben, heb ik de maatschappij niet meer noodig. Waarom zal ik zonder noodzakelijkheid het werktuig in de hand van een ander zijn? Waarom zal ik in eene betrekking blijven, die mij belet om te doen wat ik wil en die mij verbiedt voor mij zelven op die plaatsen goud te gaan delven, waar iedereen schatten vindt?"--En op den dag waarop die handwerksman zoo redeneert, verlaat hij San Francisco, trekt naar de mijnen en de arme directeuren der maatschappijen blijven geheel alleen achter met de machinen, die zij uit Europa medebragten en ook met een aantal bewijzen en geschriften, die wel is waar behoorlijk in orde zijn, doch waarmede zij niets kunnen uitrigten, daar de plaatselijke overheid--de laatste toevlugt die hun overblijft--niet bij magte is om de arbeiders, die vlugtende hunne contracten verbraken, tot het vervullen hunner verbintenissen te dwingen. Ik schrijf hier niet de geschiedenis van ééne, maar van bijna honderd maatschappijen. De eenige wijze van vereeniging die in Californie stand houdt, is die van bloedverwanten. Eene familie van zes jongens of meisjes, die goed kunnen werken en eensgezind leven, zoude in San Francisco, binnen zes maanden, 20 à 30,000 francs kunnen winnen.--Het leven is er overigens niet buitengewoon duur voor den man uit het volk. Scheepsbeschuit en spek koopt men er bijna tot denzelfden prijs als in de Vereenigde Staten. De huishuur is, wel is waar, voorbeeldeloos hoog opgedreven, maar men kan eene voldoende slaapplaats vinden in de tenten, die in onafzienbare reijen om en langs San Francisco zijn opgeslagen, en als het ware de faubourgs dier stad vormen. Op het terrein der gouddelving zelf was het leven gedurende langen tijd buitengemeen duur. Voor een flesch brandewijn betaalde men o. a. 100 francs, voor eene kleine doos met sprot 85 francs, enz. Thans zijn echter alle levensmiddelen tot zeer billijken prijs te bekomen, dank zij de stoombootdienst, die tot het aanvoeren derzelve werd ingerigt.
De goudzoekers, meestal lieden uit de lagere klassen, hebben groote behoefte aan sterke dranken. Ook gebeurt het niet zelden, zoodra zij eenige duizende francs bezitten, dat zij gedurende vele dagen niet werken om op hun gemak aan die neiging, den Anglo-Sakser zoo eigen, den vrijen teugel te kunnen vieren.
Meestal hebben zij den dag na hunne dronkenschap de, aan dit land eigenaardige, koortsen. Die koortsen dus zijn eer het gevolg van de ongebonden levenswijze der landverhuizers, dan van de eigenaardige luchtstreek dezer gewesten. Het land is in het geheel niet ongezond; te San-Francisco is de lucht zoo scherp, dat men er nagenoeg slechts wollen kleederen kan dragen. De bijna algemeene kleeding der goudzoekers bestaat in een rood of blaauw flanellen vest en een broek van grof laken of linnen.
Na de Amerikanen maken de Franschen het grootste gedeelte der tegenwoordige bevolking van Californië uit. Men vindt er meer dan 10,000 zoo te San-Francisco als in de mijnen, en bijna allen slagen in hunne ondernemingen. Overigens is het hier zoo als elders: die het minste verteert, en niet die het meeste wint, wordt rijk. Dagelijks zie ik kooplieden,--die, zoo als men zegt, goede zaken hebben gedaan--in de grootste armoede, terwijl anderen die in het klein speculeren, na korten tijd met belangrijke winsten naar huis terugkeerden. Voor den Engelschen handelaar even als voor den Amerikaan, is genoegen dan ook onbestaanbaar met het drijven van zaken; zij gaan onvermoeid voort en veroorloven zich noch rust, noch eenige uitspanning en zijn steeds bedacht meer dan een ander te winnen.
Ik heb reeds vroeger aangetoond waarin het werk bestond der goudzoekers van Californië; men heeft reeds kunnen begrijpen, dat het groote voordeel der landverhuizing alleen is voor werklieden, ambachtslieden en stevige knapen. Ik zal hierbij nog eenige weinige aanwijzingen voegen. De prijs van handenarbeid te San Francisco is 150 piasters per maand: dat is het minimum van het salaris en voor dit geld kan iedereen werk verkrijgen. Een kok wint 3 à 400 piasters maandelijks; timmerlieden, smeden en metselaars veel meer. Men moet hierbij echter in aanmerking nemen, dat de regentijd op het einde van December begint en voortduurt tot half Mei en gedurende dien tijd zijn er genoeg lediggangers en ziet men groote armoede.
Zoo men den langsten, alhoewel minst kostbaren, weg om Kaap Hoorn neemt, om naar Californie te gaan, moet men zich met de reeders verstaan en van hen de toestemming erlangen om te San Francisco aan boord te blijven, tot dat men eene behoorlijke betrekking heeft gevonden. Zoodra de maand Mei voorbij is, bestaat er geen de minste hinderpaal tegen de ontscheping en alsdan kan de landverhuizer, bij het gebrek aan werklieden, zelf het loon bepalen dat hij verdienen wil. Men heeft 6 maanden noodig om naar San-Francisco om Kaap Hoorn te komen en dan nog wel als er geen oponthoud plaats heeft. Over de landengte van Panama is de reis wel korter maar tevens veel kostbaarder.
Zoo men dien weg neemt, moet men zich naar New-York begeven, om er eene plaats te bespreken aan boord der Amerikaansche stoombooten naar de landengte. Zonder die voorzorg loopt men groot gevaar soms maanden lang te Panama te moeten vertoeven, bij gebrek aan gelegenheid om naar San Francisco te kunnen vertrekken. Van Havre naar New-York is de prijs van overtogt op de beste plaatsen ongeveer 450 francs, van New-York naar Chagres 1000 francs en van Panama naar San Francisco 1500 francs. Hierbij moet men nog voegen eene uitgaaf van 500 francs voor de kosten van muilezels enz. om over de landengte van Panama te gaan.
Twintig jaren geleden deed men op een eilandje nabij Curaçao eene ontdekking, waarvan toen veel sprake was. Iemand had in eene negerhut waar hij eenigen tijd moest vertoeven, twee groote stukken metaal bemerkt die men als haardijzers bezigde. Bij een naauwkeurig onderzoek bevond hij dat het goud was en verkreeg de beide staven zeer gemakkelijk voor eenige zakdoeken en een pijp. De plaats onthoudende waar die kostbare voorwerpen gevonden waren, ging hij naar Curaçao en verkocht er zijn goud voor 150,000 francs. De algemeene nieuwsgierigheid werd terstond gaande gemaakt. De autoriteiten begaven er zich heen, lieten die plaats door troepen bewaken en toen ging men voor rekening van het Hollandsch gouvernement aan het werk. Na eenige maanden had men voor 5 of 6 millioenen goud gevonden, maar na dien tijd scheen de bron eensklaps op te houden, want hoewel men van alle kanten groef, vond men niets meer. Doch wat Californie betreft, hierover behoeft men zich niet te verontrusten, want die mijnen zullen zoo spoedig niet uitgeput zijn. De ontdekking der mijnen van Californie is daarenboven slechts eene inleiding tot soortgelijke ontdekkingen die men in Zuid-Amerika kan doen, hetwelk nog te naauwernood door de Spanjaarden is onderzocht.
De afstammelingen der oude Spanjaarden die in Mexico of Peru aankwamen, en die nog thans eene bijzondere en vrij aanmerkelijke klasse uitmaken, zouden de pogingen der arbeiders veel eer begunstigen dan hinderen. Na in het eerst maar wrevelig de Amerikaansche overheersching te hebben geduld, beginnen zij thans een weinig zich naar de tijdsomstandigheden te schikken. Ik heb nooit een schooner ras aangetroffen dan dat der Spanjaarden van Californie. De mannen zijn groot, wel gemaakt en vol energie, de vrouwen hebben, behalve schoon gitzwart haar, behalve eene waardige en lieftallige houding en al de schoonheid der Andalusische, eene huid die met de blankheid en zachtheid der Engelsche vrouwen wedijvert.
De Indianen, vroeger zoo gelukkig en zoo gevorderd in beschaving, staan op het punt van uit de rij der volken te verdwijnen. De lieden die uit de Oregonstreken kwamen, behandelen hen als wilde dieren en dooden hen even ongevoelig als ze wolven of tijgers zouden doen; de Indianen, van natuur reeds zeer wraakzuchtig, wreken zich nu zonder onderscheid op iedereen. De veete is hierdoor algemeen geworden en zoodanig, dat vele lieden die de ongelukkige Indianen beklagen, voor hunne persoonlijke veiligheid hen evenwel moeten bevechten.
In Californië is de invloed der Vereenigde Staten alleen op het punt van den handel zigtbaar, en niet in de politiek. Eene conventie in Opper-Californië, onlangs te Monterey aangekomen, heeft eene constitutie aangenomen, waardoor Californië een zelfstandige staat geworden is; nu zou niets deszelfs aanhechting bij de Vereenigde Staten moeten vertragen. En evenwel schijnt zulks niet het geval te zullen zijn, zonder langdurige en ernstige debatten. De slavenhoudende staten, wier gewigt nagenoeg gelijk staat met dat van die welke de afschaffing der slavernij voorstaan, zullen zich waarschijnlijk er tegen verzetten dat Californië, welks constitutie ook de slavernij verbiedt, de magt van hunne tegenstanders kon vergrooten. Ten einde die moeijelijkheid uit den weg te ruimen, heeft het gouvernement der Unie, eenen specialen gelastigde naar San Francisco gezonden om eene onverwijlde beslissing over dit punt uit te lokken.
De tijd is dus nog niet gekomen om te onderzoeken, welke invloed de aanhechting op de beide landen zou uitoefenen; maar dit alleen is hoogst waarschijnlijk, dat Californie voor de oude en nieuwe wereld nog kostbare bronnen bezit en zal blijven bezitten. Zeker is het dat de Vereenigde Staten er ook partij van zullen trekken, maar ook zeker is het dat zij zulks niet alleen zullen doen. Europa zal ontegenzeggelijk een groot aandeel in die winst hebben.