Part 2
Eene zeer opmerkenswaardige omstandigheid heeft mij te San Francisco getroffen, namelijk de populariteit, welke zij genieten, die gelegenheid gehad hebben om burgermoed aan den dag te leggen. Zoo leefde er, toen ik Californië bezocht, nabij den Sacramento een alcade, wiens district in den aanvang de algemeene verzamelplaats was geweest van alle van buiten afgekomen bandieten. De misdaden waren aan de orde van den dag, de overtredingen waren in het geheel niet te tellen. De koene alcade had voor dezen zoowel als voor genen slechts één zelfde huismiddeltje. "Hang maar op!" was onveranderlijk zijn kort maar krachtig vonnis, wanneer een beschuldigde voor zijne balie gebragt werd. Het volk, dat de functien van policieagenten waarnam, liet zich dit geen tweemaal zeggen; het hing den delinquent op en ging dan bedaard aan zijne gewone bezigheden. Was de zaak een moord, een diefstal van een zakdoek of een pijp, het vonnis luidde altijd zonder de minste variatie: "Hang maar op!" en werd ook steeds ongenadig en naar de letter uitgevoerd. Zoo soms iemand de aanmerking maakte dat de beschuldigde misschien wel onschuldig was en dat men in allen gevalle zijne verdediging kon hooren, dan antwoordde de alcade: "Kom! kom! gij weet wel, vrienden, dat er geen onschuldige onder u is; heeft hij de misdaad niet bedreven waarvoor hij teregt staat, dan heeft hij er toch andere gedaan, hier of elders; dus, hang maar op!" De omstanders glimlachten dan eens en knoopten den patient op.
Toenmaals was het oude Spaansche stelsel nog in zwang, waarbij de alcade alle magt bezat en er van jury geen sprake was. Later kwam hier verandering in, want de Amerikanen konden zich niet ontdoen van hunne liefde voor eene instelling, die zulk een krachtigen dam tegen despotismus is. Echter moet het gezegd worden dat de bijvoeging van de jury onder de toenmalige omstandigheden de regtspleging slechts grotesker maakte. Hoevele malen is niet eene jury van twaalf beschonkenen bijeengekomen, om eenen dertienden dronkaard te vonnissen! Het bijna onveranderlijke verdikt van "schuldig" werd gevolgd door des alcades geliefkoosd formulier: "Hang maar op!" Dan aanschouwde men het wonderbaarlijkste tooneel, dat zich denken laat. De president der jury, met een krachtigen roes aan, haalde een bijbel uit den zak en las den rampzaligen veroordeelde een kapittel voor. Vervolgens werd hij door ieder gezworene omhelsd, die hem verzekerde dat alleen zijn geweten hem het gevelde verdict had voorgeschreven. "Kom, kameraad, moed gevat!" voegden zij er bij; "gij hebt nog een kwartier over, onderwijl de strop wordt klaar gemaakt. Hoe wilt gij dat doorbrengen? Wilt ge een pijp en tabak? dat kunt ge krijgen. Wilt ge brandewijn? daar is hij." En dan gingen jury, veroordeelde en toeschouwers aan het drinken, tot dat zij niet meer op hunne beenen konden staan.
Een jong Parijzenaar van goede familie had in dat district eene brandewijnnering opgezet en maakte snel fortuin. Hij had slechts met ééne moeijelijkheid te kampen. Onder zijne klanten telde hij een Amerikaansch matroos, die gedeserteerd was en die telkens met de pistool in de hand een mondvol brandewijn kwam vragen, maar zelden of nooit betaalde. Mijn jonge landgenoot, ongeduldig wordende, nam zijn toevlugt tot den alcade. De manhafte magistraat schreef juist een doodvonnis, dat hij zoo even had uitgesproken. Op de klagt die hem gedaan werd, gaf hij geen antwoord; doch toen de bijzonderheden waren uiteengezet, strekte hij de hand uit, nam van de tafel aan zijne regterzijde een paar pistolen en reikte die den klager over en dat alles zonder van het papier op te zien. "Maar wat beduidt dat? mijnheer de Alcade," vroeg de andere. "Pak maar aan," antwoorde de alcade, zeer lakoniek, "gij hebt u laten beleedigen; derhalve hadt gij blijkbaar geene pistolen. Neem ze dus maar, later zal ik ze wel van u terug krijgen." Mijn landgenoot keerde naar zijne tent terug, pakte zijnen boedel bij elkander, en verliet het land, om er nimmer weder terug te keeren. "Ik heb 60,000 francs," zeide hij nog later, toen hij mij dit geval vertelde, "en gelukkiglijk staat mijn hoofd nog vast op mijn romp. Laat de alcade naar den henker loopen! Met de eerste de beste gelegenheid keer ik naar Frankrijk terug."
Weinige weken voor dat ik naar San Francisco vertrok, moesten er algemeene verkiezingen plaats hebben tot het zenden van afgevaardigden naar eene conventie, welke te Monterey zitting zou houden. De strijd tusschen de verschillende partijen was zeer levendig. De eenige die met bijna algemeene stemmen verkozen werd, was de alcade van den Sacramento, vermits hij bekend was als een man die een vasten wil bezat en steeds bereid was om niet met ijdele woorden, maar door daden de goede zaak voor te staan. Dat bij de Amerikanen overigens stoutmoedigheid en beradenheid met liefde voor de orde gepaard gaan, bewijst de volgende gebeurtenis waarvan Californië het schouwtooneel was:
In de eerste dagen na het ontdekken der mijnen had zich eene bende gevormd, waarvan de leden--Amerikanen, Franschen en Engelschen--den naam van _honden_ aangenomen hadden. Het erkende doel dezer vereeniging was, om door middel van vrijwillige inschrijvingen die leden der bende te ondersteunen, die, zonder goed gevolg in de mijnen gewerkt hebbende en buiten staat zijnde dien arbeid voort te zetten, naar hun vaderland wenschten terug te keeren. Ieder droeg als onderscheidingsteeken, een streep op den linkerarm. Gedurende eenigen tijd had men zich niet over de _honden_ te beklagen, die buitendien de orde te San Francisco handhaafden en de overheden telkenmale ter hulpe snelden, wanneer dezelve dreigde verstoord te worden. Van lieverlede rezen er echter geschillen tusschen hen en de Chilianen, die, zeer geoefend in het gouddelven en bij benden werkende, met weinig moeite schoone resultaten verkregen. De _honden_, met welke het tegenovergestelde het geval was, lieten daarop de Chilianen weten, dat zij onverwijld de terreinen moesten verlaten, waar zij aan het delven waren en dat zij naar hun land moesten terugkeeren. De Chilianen weigerden natuurlijk hieraan te voldoen, hetwelk een algemeenen strijd tusschen de beide partijen ten gevolge had. De Chilianen werden op alle punten geslagen en vlugtten gezamenlijk naar San Francisco. De _honden_, hiermede niet te vreden, trokken mede naar San Francisco; dagelijks hadden er toen bloedige gevechten plaats; noch orde, noch veiligheid heerschten meer in de stad, daar boosdoeners van alle landen van de gegevene omstandigheden tot hun eigen voordeel partij trokken. Geheel straffeloos werden de huizen vernield, magazijnen verbrand en vooral de bewaarplaatsen van wijn en sterke dranken geplunderd. De inwoners van San Francisco stoorden zich in het minst niet aan dezen staat van regeringloosheid; zij gingen en kwamen en regelden hunne zaken, even als of zij niets met de strijders gemeen of eenig belang bij de twist hadden. Alleen de Engelschen, gewoon aan de krachtige bescherming van hun gouvernement, vóór alles vrienden van goede tucht, waren diep verontwaardigd en protesteerden tegen de strafwaardige onverschilligheid van het Amerikaansche gouvernement. Zoo was de stand van zaken, toen zich in San Francisco het gerucht verspreidde, dat de _honden_ eene legerplaats der Chilianen waren binnengedrongen, de mannen hadden verslagen, de vrouwen onteerd en vermoord en de lijken en tenten hadden verbrand. Het was des avonds, dat de tijding dezer gruweldaden zich in San Francisco verbreidde. Den volgenden morgen zeer vroegtijdig begaf zich zekere Brennan, chef van de secte der Mormonieten, naar de groote markt, terwijl hij met groot geweld een schel luidde, die hij in de hand hield. De inwoners ontwaakten, verlieten hunne huizen en gingen naar dezelfde plaats, uit nieuwsgierigheid om te weten wat geschieden zoude. Brennan sprong toen op eene verhevenheid en sprak de talrijke volksmenigte aan. Hij was een man des volks; zijne taal was ruw, openhartig en krachtig. "Wij zijn lafaards, ellendelingen en schelmen!" riep hij uit. "Wij staan hier met over elkander geslagen armen en met opgerigte hoofden, tijdens eene bende roovers onder onze oogen gewelddadigheden bedrijft, die om wraak schreeuwen! Zullen wij zoo blijven wachten, tot dat zij onze eigene vrouwen en kinderen komen beleedigen? Heden vermoorden die bandieten de vreemdelingen--morgen zullen zij het ons doen. Amerikanen! uw gedrag doet mij blozen! Gij zijt zelfzuchtigen en lafaards! Wat mij betreft, ik zal mijn huisgezin en hetgeen ik bezit weten te verdedigen. Ik snel onmiddelijk naar mijn huis terug ten einde mij met mijne pistolen te wapenen en ik zweer het bij den hemel, dat ik den eersten den besten _hond_, dien ik ontmoeten mogt, de hersens verbrijzelen zal. Zijn er onder u, wier hart op de regte plaats zit, dan volgen zij mijn voorbeeld."--Het volk beantwoordde dien roep. _Te wapen!_ klonk het van de eene zijde der stad naar de andere. Franschen, Engelschen, Duitschers en Amerikanen lieten zich inschrijven, om aan den kruistogt deel te nemen. Den avond van dienzelfden dag bevonden zich al de opperhoofden der _honden_ in hechtenis, en dienzelfden avond ook werden zij allen opgehangen, op last van meergemelden alcade van den Sacramento.
Na dien tijd bleef steeds de volmaaktste orde niet alleen te San Francisco maar ook in de omstreken dier stad heerschen. Overigens is er sedert de maand September jl. eene geregelde policie te San Francisco tot stand gekomen: zij bestaat slechts uit 15 man, maar deze zijn ook tot alles besloten en kwijten zich op eene zeer voldoende wijze van hunne taak.
Men kan het getal der personen, die dagelijks over zee in Californie aankomen, op twee duizend begrooten. Iedere Europesche staat is ruimschoots in deze soort van landverhuizing vertegenwoordigd. De Amerikaansche schepen worden al dadelijk herkend aan drie donderende hoeras, die van de passagiers en het scheepsvolk opgaan, zoodra zij de haven van het Eldorado binnenloopen. Een eenvoudig handwerksman wordt thans tegen 150 piasters iedere maand in dienst genomen; een kok bedingt ligtelijk 300 piasters per maand, en het werkvolk, de timmerlieden, smidsgezellen enz., worden nog hooger betaald. Dien ten gevolge is schier ieder zijn eigen knecht, en menschen die millioenen bezitten, bevinden zich in de noodzakelijkheid hunne laarzen zelven te poetsen en huisselijk werk te verrigten.
Voor den arbeider is het leven overigens niet uitermate duur. Het vooreerst nog overvloedige vleesch wordt à 2,50 fr. per kilo verkocht. Van gezouten vleesch en scheepsbeschuit is de markt overvoerd en is de prijs daarvan niet hooger dan in Europa. Even zoo is het met de sterke dranken gesteld, die slechts moeijelijk te plaatsen zijn. Bordeaux wijn was in zulk eene groote massa aanwezig, dat men hem overal vond en niemand dien bijna meer koopen wilde; doch plotseling kochten de mijnwerkers al wat van Bordeaux wijn aanwezig was van de markt. Zij deden dit, vermits eenige belanghebbenden hun hadden diets gemaakt, dat het gebruik van sterke dranken den mijnwerker koortsen en kwalen op den hals haalde, terwijl de Bordeaux wijn daartegen een voorbehoedmiddel was.
Het is moeijelijk, zoo niet onmogelijk, om de handelaren juist in te lichten over de soort van artikelen die zij met goed gevolg naar San Francisco zouden kunnen zenden. De afstanden zijn zoo groot dat de markt sedert verscheidene weken met een bepaald artikel kan overvoerd zijn, alvorens de afgezonden lading op de plaats der bestemming aankomt. Ofschoon de consumtie van sommige artikelen onberekenbaar is, worden er zoo ontzagchelijke massas en langs zoo verschillende wegen van aangevoerd, dat er langen tijd zal moeten verloopen alvorens men op de behoeften der plaats min of meer juiste berekeningen zal kunnen gronden. Californië ontvangt niet alleen uit de Vereenigde Staten en Europa zijne bewerkte artikelen; maar ook China levert die op en wel in aanzienlijke hoeveelheden, even als Manilla en Sydney. Van den anderen kant bestaat er geene nabijzijnde markt waarop men het te San Francisco overvoerde kan overbrengen. De Sandwichseilanden, Oregon en de Russische provinciën van Noord-Amerika, de eenige plaatsen van verbruik welke men in dat gedeelte der Stille of Zuidzee aantreft, kunnen in eene dergelijke crisis slechts geringe afleiding verschaffen. Alles is kansspel, en de Europeesche koopman die bezendingen goederen derwaarts expedieert, heeft evenveel kans om 500 pCt. te winnen als te verliezen.
Zoodra de pakhuizen en entrepôts die men thans te San Francisco bouwt, voltooid zullen zijn, zullen de zaken geheel van aanzien veranderen. Dan zullen de goederen die in een oogenblik komen, wanneer er reeds veel zoodanige aanwezig zijn, in entrepôt kunnen opgeslagen worden om een gunstiger tijdstip af te wachten. Het is den kooplieden aan te raden om de goederen die zij derwaarts zenden, zoodanig in te pakken, dat zij op de plaats der bestemming zoo weinig mogelijk handen-arbeid vereischen. Want menig artikel dat aanzienlijke winsten zou opleveren wanneer het in een handelbaren vorm werd aangevoerd, geeft bij verzuim van die voorzorg slechts verlies. Ik zal als voorbeeld slechts de wijnen en brandewijnen aanhalen, die veel voordeeliger geplaatst worden bij kisten, dan bij okshoofden. De vereischte handenarbeid is natuurlijk een punt van gewigt in een land, waar hij zoo buitensporig duur is.
Thans heerscht de diepste rust in de mijnstreken; Franschen, Amerikanen, Engelschen, arbeiden er naast elkander, zonder dat er de minste verdeeldheid ontstaat. Eene spade of houweel bij een gat in den grond, strekt ten bewijze dat deze groef een eigenaar heeft. Op dit teeken gaan de gravers voorbij en zoeken elders eenen nog onbezetten grond. Dikwijls verspreidt zich het gerucht, dat op een of ander bepaald punt heerlijke resultaten verkregen zijn; terstond stroomen de liefhebbers er heen; maar ieder eerbiedigt verkregen regten en neemt slechts eene plaats in, nabij hen die de ontdekking gedaan hebben.
De goudzoeker is geen communist, maar echter van harte een democraat. Zoo hij u veroorlooft het door u gegraven gat te behouden, zal hij er zich echter krachtdadig tegen verzetten, zoo gij u van zekere uitgestrektheid of van een geheel veld wilt meester maken. Voornamelijk omdat de Chilianen en Mexicanen in dienst van maatschappijen getreden waren en niet regtstreeks voor zich zelven werkten, verzetteden de Amerikanen zich tegen hen en verjoegen hen van de mijnen. Ten slotte veranderde deze twist van karakter en werd een volkshaat. Zelfs wilden eenige benden Amerikanen, die van den Oregon gekomen waren, allen wegjagen die geen Engelsch spraken. Er was een oogenblik dat de talrijke Franschen werkelijk in gevaar geraakten en op zelfverdediging bedacht moesten zijn. Er woonde toen onder de Fransche landverhuizers een jong Vendeeër, die eerst onlangs van Otaheite was gekomen, waar hij als luitenant bij de mariniers diende. Op de eerste tijding der Februarij-omwenteling had hij zich gehaast een verlof te vragen, als reden opgevende dat zijn geweten hem niet veroorloofde onder eene regering te dienen, wier beginsel in strijd was met zijne familie-overleveringen en met zijne eigene begrippen. De gouverneur Lavaud, die zijne openhartigheid prees en zijn verdiensten op prijs stelde, had hem een verlof van eenige maanden toegestaan. De jonge Vendeeër maakte er gebruik van om zich naar San Francisco en van daar naar de mijnen te begeven waar hij begon te graven te midden van 500 à 600 Franschen met vooral deserteurs van walvischvaarders en Fransche oorlogsschepen. Allen waren zeer ontroerd over het plan der mannen uit de Oregon; en dewijl men vernomen had, dat zij voornemens waren op den zeer nabijzijnden verjaardag der Amerikaansche onafhankelijkheid hun plan ten uitvoer te leggen, grepen de Franschen terstond naar de wapens en schaarden zich onder de bevelen van den jongen luitenant. Men zond eenen parlementair naar de Amerikanen om hen te waarschuwen, dat men voorbereid was en dat, ingeval zij van bedreigingen tot dadelijkheden overgingen, men hen met karabijnschoten ontvangen zou.
Deze laatsten nu hielden terstond eene vergadering om te beraadslagen over het gedrag dat zij tegen de Franschen zouden moeten voeren. Eenige heethoofden wilden slag leveren, maar de overgroote meerderheid verklaarde zich voor den vrede. "Waarom," riep een redenaar uit, "zouden wij met de Franschen vechten? Onze vaderen waren de vrienden der hunnen. Zij hebben te zamen voor dezelfde zaak gestreden, voor de onafhankelijkheid, van hun vaderland, en tegen dezelfde vijanden, de Engelsen. Rochambeau was een Franschman, Lafayette ook; hunne gedachtenis leeft bij iederen waren Amerikaan naast die van Washington. Het is heden de verjaardag onzer onafhankelijkheid; wij houden eenen maaltijd ter herinnering; daar moeten de Franschen ook plaats aan hebben; laat ons eene deputatie zenden om hen uit te noodigen." Dat voorstel werd bij acclamatie aangenomen en denzelfden avond schaarden beide volken zich om denzelfden disch en verbroederden er zich op luidruchtige wijze. Van toen af hebben de Franschen en de Amerikanen in de mijnen in ongestoorde eendragt geleefd.
Hoe vreemd het leven in Californie ook moge zijn, wordt de aandacht der vreemdelingen spoedig op andere onderwerpen gevestigd. Wat immers is er waar--denken zij--van al het ongelooflijke, dat over de goudmijnen in Californie verhaald is? Worden zulke ontzagchelijke massa's goud op zoo eene gemakkelijke wijze uit dezelve opgedolven, als men zulks voorgeeft? Vinden eindelijk de talrijke emigranten die uit Frankrijk, Duitschland en Engeland, die van heinde en ver naar Californie stroomen, daar den zoo lang gehoopten voorspoed, de zoo lang gewenschte schatten, of zien zij zich genoodzaakt, na alle droombeelden van toekomstig geluk verloren te hebben, ziek naar ligchaam en geest, hunne toevlugt tot hunne respectieve consuls te nemen, ten einde hun vaderland weder te kunnen bereiken? Doordrongen van het belang dezer vraagstukken, heb ik handelaren, ingenieurs, burgerlijke en militaire ambtenaars en mijnwerkers die naar de mijnen gingen of van dezelve terugkwamen, ondervraagd; ik heb met eigen oogen willen zien en heb de overtuiging, dat al wat men mij van de voordeelen mededeelde, die de goudzoekers aan den Sacramento behalen, de zuivere waarheid behelst.
Het eerste wat men hierbij in het oog moet houden is, dat er eigenlijk geene mijnen in Californië bestaan en dat men dus, om met vrucht te kunnen delven, geene kostbare ontginningen behoeft te doen. Langs eene uitgestrektheid van meer dan vijfhonderd vierkante mijlen vindt men het goud. Waar men zijne schreden rigt, waar men het oog laat weiden, ziet men den grond van de vele gouddeelen schitteren en wel in zulk eene mate, dat wanneer men b. v. met den hoed een weinig stof van den grond schept, naar de plaats gaat waar zich water bevindt en het stof wascht, men zuiver goud verkregen heeft. Men beschouwe dit niet als overdreven: het is eene daadzaak.
De slotsom van het voorgaande moet echter niet zijn, dat voor ieder die dat beloofde land slechts bereiken kan, rijkdommen zijn weggelegd. Alhoewel men geene mijnen behoeft te ontginnen, alhoewel de bezwaren aan de gouddelving verbonden, oogenschijnlijk niets beteekenend zijn, wordt zoowel hier als elders alleen de rijkdom verkregen: door onnoemelijke ontberingen en harden arbeid. Eene spade in de hand te nemen, den grond op te delven, het goud er uit te zoeken--dit alles schijnt zonder twijfel eene kleinigheid, een vrij aangenaam tijdverdrijf te wezen; maar wanneer het gewigtige oogenblik daar is waarop de taak moet aanvaard worden, waarop men van bloedverwanten, vrienden en bekenden even als van de geneugten des burgerlijken levens moet afscheid nemen, waarop men in wildernissen moet doordringen alleen bewoond door beeren en tijgers en dit in gezelschap van ontvlugte galeiboeven--dan begint die koortsachtige lust om goud uit het Eldorado te gaan halen, een weinig te verflaauwen! Voorts is het een zoo terugstootenden arbeid om de opgedolven aarde in eene mand te laden, die mand op de schouders naar het, soms eene mijl ver gelegen water te dragen en daar persoonlijk de aarde in de open lucht en bij eene bijna onuitstaanbare warmte te wasschen!
Ik heb mannen gezien van een sterk gestel en met den vasten wil om te slagen bezield, welke geheel en al ontmoedigd te San Francisco terug kwamen, en bij de gouddelving niets anders gewonnen hadden dan de koortsen, die ze verteerden; die mannen waren het niet gewend om handenarbeid te verrigten. Het is echter ook waar, dat ik anderen te San Francisco zag terugkomen, die na slechts eenige weken afwezig te zijn geweest, in den geel lederen gordelriem 10, 20, 50 en soms wel 100,000 francs aan goud mede bragten. Dit waren echter meest allen handwerkslieden, gedeserteerde matrozen of stevige boerenknapen. De maatschappelijke stand van zaken in Europa is hier omgekeerd. De eenvoudige arbeider wint daar naauwelijks het dagelijksch brood en wordt hier millionnair, terwijl de letterkundige, de bankier, koopman of kantoorbediende grooten kans heeft hier van honger om te komen, wanneer hij van de opbrengst van zijnen handenarbeid, brood moet koopen.
De beide Californiën (Opper- en Beneden Californie) zijn van vulcanischen oorsprong en schijnen op een betrekkelijk kort geleden tijdstip, door aardbevingen verwoest te zijn. De oevers van den Sacramento uitgezonderd, waar de grond laag en boschrijk is, ontwaardt de reiziger in het geheele land niets dan meer of minder hoog opeengestapelde rotsblokken, welke kleine bergen van elkander zijn gescheiden, door uit den aard der zaak grillig gevormde valijen.
Het is in deze valeijen, waarin de wateren van den Sacramento telken jare doordringen, of anders in de beddingen der stroomen, dat men uit den natten grond het goud delft. De wijze waarop de delvers het zand van het goud scheiden, geschiedt door middel van een werktuig, dat geheel op eene wieg gelijkt en even zoo geschud wordt, of door middel van eenvoudige tinnen spoelvaten. De resultaten, die hierdoor verkregen worden, zijn zeker en bijna onfeilbaar. De gemiddelde waarde van het goud, hetwelk ieder man op voornoemde wijze per dag verkrijgt, is zelden beneden de 60 francs. Men vergete het echter niet, dat men daarvoor arbeiden moet, zoo als op geene plek der aarde meer gearbeid wordt, met een weinig scheepsbeschuit en spek tot spijs, en brak water tot drank! Het is alleen de sterke, aan handenarbeid gewone man, die, gedurende eenigen tijd, tegen zulk eene zware taak bestand is en resultaten, als de opgenoemde, kan verkrijgen.