Brieven uit en over Amerika

Chapter 5

Chapter 53,749 wordsPublic domain

Van den tegen-candidaat weet men weinig meer dan dat hij een bekwaam en eerlijk rechter is; of hij tevens een goed hoofd van den Staat zou zijn kon men hopen, niet weten.

Alle deze redenen droegen er toe bij om met madame Angot te zeggen:

Il ne faut pas la peine, assurément, de changer de gouvernement.

CALIFORNIË.

Hierboven zeide ik, dat ik reeds langer dan een maand in Californië vertoef, wat heel lang mag heeten wanneer men bedenkt hoe ontzaglijk uitgebreid Amerika is en men 4 jaren zou noodig hebben om het te zien als men in ieder der 45 Staten zich langer dan een maand ophield. Er is echter een zeer overwegende reden voor dit langdurig oponthoud. Ten eerste een persoonlijke, het klimaat. Zoo heerlijk droog is hier de lucht en zoo zuiver, dat men niet besluiten kan weg te gaan, als het niet hoog noodig moet.

Heeft men, van Oostelijk-Amerika komende, de lange, breede en zeer hooge bergketen gepasseerd: Rocky Mountains en Sierra Nevada, dan komt men eerst in een vallei en vervolgens heeft men nog een lagere bergreeks, de zoogenaamde "Kust-reeks".

Die vallei, van 4 1/2 millioen Hectaren, wordt gevormd door de Sierra Nevada en door de reeks kustbergen, die noordelijk en zuidelijk in Californië elkander naderen en zich vereenigen.

Naarmate men de kust van den Stillen Oceaan nadert, wordt het klimaat zachter en droger en over de geheele lengte van meer dan 1600 kilometer der kust vindt men in groei zijnde badplaatsen, waarheen het geheele jaar door, de oostelijke bewoners van Amerika zich begeven, wanneer kou en regen of sneeuw het verblijf in eigen woonplaats ondragelijk maken.

De houten villa's worden overal vlak aan de zee gebouwd. Badkoetsen ziet men nergens. Wie baden wil, gaat in badkostuum van z'n woning in de zee. Een prachtig zand-strand over bijna de geheele lijn der kust maakt, dat men dit veilig kan doen. De zee was gisteren 65 graden, onder 60 graden kwam zij, naar mij verzekerd wordt, nooit.

Over de geheele vlakte aan de zee gelegen, van midden Californië (San-Francisco) tot zuidelijk Californië (San Diégo) heeft men dit heerlijk droge opwekkende klimaat; warmer naarmate men zuidelijker komt. In zuidelijk Californië zóó warm, dat de thermometer op den dag nimmer onder 65 graden komt. Thans wijst hij op 80.

Aan of dicht bij de kust vindt men in de mooiste omgevingen van bergen, vruchtentuinen enz. prachtige wegen aangelegd, met groote mooie palmboomen aan den kant; de wegen besproeid met petroleum (ongezuiverde) tot wering van stof en op sommige plaatsen door de zon zoo hard geblakerd dat zij asphalt-wegen gelijken. Voor fietsers een waar genot. Op die mooiste punten verrijzen door directe of indirecte medewerking van de groote Californische Spoorweg-maatschappij: de Southern Pacific prachtige hotels, die in omvang en weelderige inrichting voor de paleis-hotels der Société des Waggons Lits aan de Riviera enz. niet onderdoen en ook niet wat de prijzen van logies aangaat. Deze zijn vrijwel gelijk aan die van Europa en Afrika.

Op 200 kilometer van San Francisco, te Del Monte, vertoefde ik in een dier groote hotels, en kostte het mij waarlijk moeite om te vertrekken. Een ideaal-tuin van tropische planten, meer dan vijftig hectaren groot, is om het hotel aangelegd, terwijl een aangrenzend park tot aan den Stillen Oceaan reikt--een afstand van meer dan 10 kilometer. Hier kent men geen winter- en zomerseizoen; het geheele jaar door bevinden er zich gasten die met sport in de open lucht zich versterken. Gaat men zuidelijker, dan treft men zulk een model-inrichting te Riverside, een meer binnenwaarts gelegen welvarend stadje, met uitgebreide velden sinaasappelen en citroenen.

Te midden van een prachtig landschap en van bergen, die gemakkelijk te voet te bestijgen zijn en dan een schitterend panorama bieden, geniet men hier van het zachte, zuidelijk klimaat, volgens velen het heerlijkste klimaat van de geheele wereld. Men heeft hier zelden regen; de landen moeten alle door irrigatie vruchtbaar gemaakt worden. Nimmer daalt de thermometer er op 65 graden en nu reeds komt men van het oosten van Amerika om hier voor den winter zijn tenten op te slaan. En dat doet men dan gewoonlijk in het keurig ingerichte "Glenwood"-hotel. Dit is geheel gebouwd in den mission-stijl, den stijl waarin de kerken door de Spanjaarden werden gebouwd in Californië in de 18e eeuw. En die stijl is ook gevolgd bij de inrichting en meubileering, wat aan het geheel een zeer karakteristiek aanzien geeft. Streng doorgevoerd met de groote eetzaal geeft deze ruimte, met haar hoog in den muur aangebrachte lage ramen en haar zware, in 't oog loopende vierkante balken een eigenaardig aanzien. Met de meubileering in denzelfden stijl, die aan de oud-Duitsche meubelen doet denken, doch zonder dat zware en drukkende, vormt het te zamen, een kalm, rustig geheel. Er valt hier, voor den bouw en inrichting van hotels, voor Europeesche architecten heel wat te leeren. Want niet alleen in aanzien, doch ook in comfort, overtreft menig hotel in Amerika en speciaal de "Glenwood" te Riverside, wat Europa op dit gebied bezit. Ook de wijze waarop zoo'n hotel als dit beheerd wordt, wijkt geheel af van de gebruikelijke in Amerika. Krijgt men elders nooit den eigenaar te zien, hier, niettegenstaande hij een manager heeft, bewegen hij en zijne vrouw zich dagelijks onder de gasten, zich uitslovende om dezen het verblijf zoo aangenaam mogelijk te maken. Het schijnt mij toe dat Californië met z'n heerlijk klimaat, zijn prachtige natuur en zijn uitstekende niet te dure hotels, een aangewezen verblijf biedt niet alleen voor de bewoners van oostelijk Amerika, maar ook voor de Europeanen, die een zacht, gelijkmatig, warm, droog klimaat behoeven en niet tegen de reis opzien. Voor Europeanen uit Oost-Indië, China en Japan die hun weg nemen over San Francisco--en dat zijn er tegenwoordig niet weinigen--zal Californië op den duur worden wat nu Italië en de Riviera zijn voor hen, die de reis door de Roode Zee maken, namelijk het dorado waar men als overgang naar de koudere landen, eerst eenigen tijd zich ophoudt. Het land heeft alles en meer nog, dan de zuidelijk Europeesche landen kunnen bieden. Het heeft zelfs zijn Aix-les-Bains, maar zonder de drukkende hitte, die dáár in den zomer kan heerschen en zonder de koude van den winter. Want het geheele jaar door is te Paso Robles met z'n prachtige omgeving, gelegenheid voor menschen die aan rheumatiek, huidziekten enz. lijden om gebruik te maken van de bekende heete zwavel- en modderbaden. Een geheel nieuwe inrichting voor massage en behandeling met electriciteit was in aanbouw, toen ik er een bezoek bracht.

Al de persoonlijke overwegingen zouden mij zeker niet zoo lang in Californië gehouden hebben, ware het niet dat er eene van algemeenen aard bijkwam, die in deze den doorslag gaf. Op mijn tocht namelijk door Californië legde ik de reis van Sacramento, de hoofdstad van Californië, naar San Francisco af per stoomboot en wat ik toen zag gebeuren op de oevers dier rivier, deed mij besluiten tot een onderzoek, dat wegens de belangrijkheid der inlichtingen die ik ontving, mij steeds meer in beslag nam. Men was daar aan het maken van dijken. De kapitein der boot vertelde mij dat in het voorjaar de lage dijkjes der Sacramento-rivier geen weerstand hebben kunnen bieden aan den fellen stroom, die door de vele regens in het bovenland ontstond, en dientengevolge al die laag gelegen landen waren ondergeloopen. Groote schade werd door de eigenaars geleden. De oogst was geheel of bijna geheel vernield. Men verhoogde nu de dijken met uit de rivier gedregd zand, en wel zoodanig, dat overloopen van water menschelijkerwijze gesproken, niet meer kan voorkomen.

Bij navraag bleek mij van hoe groot belang dit vraagstuk der inpoldering is voor de verdere ontwikkeling van het land en welke belangen van ons volk daarbij gemoeid kunnen zijn.

In een volgend artikel daarover nader.

IX.

13 Nov. 1904.

Californië is bij de groote massa in Europa alleen nog bekend als land waar goud wordt gevonden; waar in de jaren 1848 tot 1880 ieder heentrok die wilde "goudzoeken".

Er wordt ook nu nog altijd goud gevonden, maar de grond en daardoor de mijnen zijn in handen gekomen van groote maatschappijen. Het vinden van goud is nu niet meer een fortuintje voor den delver maar voor de Maatschappij in wier dienst hij arbeidt. Vandaar dat de goudmijnen van Californië haar aantrekkingskracht voor fortuin-zoekende Europeanen sedert lang hebben verloren.

In dat mijnwerk vond de kleine bevolking van Californië langen tijd bijna uitsluitend een middel van bestaan. Totdat in de zeventiger jaren zich hier en daar immigranten vestigden, die zich toelegden op vruchtenteelt, door het klimaat daartoe als aangewezen. De gebrekkige middelen tot irrigatie van den bodem, maakten dat bedrijf in den aanvang weinig loonend. Toen evenwel de wijze van irrigeeren verbeterd en minder kostbaar werd, bleek spoedig de groote geschiktheid van den bodem voor vruchtenteelt, sinaasappelen, citroenen, pruimen, perziken, peren, appelen, walnoten enz. en worden thans, met buitengewoon gunstigen uitslag, velden met vruchtboomen in midden- en zuid-Californië aangelegd.

In sommige streken probeert men ook al de bloementeelt en reeds wordt in den omtrek van Los Angeles op groote schaal een proef genomen met het kweeken van rozenstammen, waarvoor de navraag bestaat in Oostelijk Amerika, aan welke navraag thans hoofdzakelijk door Europa, ook door de bloemenkweekers van Nederland, wordt voldaan. Naar mij werd medegedeeld, zijn de kosten van kweeken der rozenstammen in dit zonnig gedeelte van Californië zoo goedkoop, dat Europa een zeer ernstige concurrent ook voor dit artikel krijgt, indien de proefneming, op groote schaal begonnen, mocht slagen.

Hier in Zuid-Californië vindt men prachtige boomgaarden van sinaasappelen, duizenden hectaren groot, waar nog slechts 3 jaren geleden wildernis was en waarvan men reeds over 2 jaren een oogst verwacht, die alle kosten van aanleg, irrigatie en vruchtbaarmaking van den grond ruimschoots vergoedt. Die verwachting is gebaseerd op de ervaring met aangrenzende velden opgedaan, waar boomen staan van 20 tot 30 jaar oud.

Een aardig voorbeeld van de wijze waarop een ieder in zuidelijk Californië zijn voordeel weet te doen met de nieuwe industrie, levert een paar onderwijzeressen te Riverside, waarover ik in mijn vorig artikel schreef. Zij kochten een halve acre (nog geen kwart bunder) grond en bouwden daarop voor hun beiden de woning. Het voor dien koop en bouw benoodigde geld werd opgenomen. De grond, niet voor de woning noodig, werd bebouwd met sinaasappelboomen, waarvan de opbrengst, thans na 7 jaren, voldoende is geweest om het opgenomen geld af te betalen, zoodat zij thans niet alleen vrij wonen, maar bovendien een flinke jaarlijksche inkomst uit hun boomgaard genieten.

Engelschen hebben zich hier gevestigd en met Engelsch kapitaal zijn tienduizenden hectaren woestenij in boomgaarden omgezet, tot niet gering voordeel der ondernemers.

Maar tevens ten voordeele van allen, die bij deze industrie zijn betrokken, want overal heerscht een welvaart, als waarvan wij in ons land geen begrip hebben. Deze industrie roept nederzettingen in het leven, die in de streek gevestigd blijven en daarom voor Californië een zegen zijn. De vlottende bevolking, niet aan het land gehecht, ziet men hier liever niet. Men bevordert daarentegen zooveel mogelijk de vestiging van hen, die door land- of tuinbouw en vruchtenteelt uit te oefenen een vaste, blijvende bevolking uitmaken. De behoefte aan zulk eene bevolking wordt over geheel Californië sterk gevoeld, omdat men meer en meer overtuigd wordt, dat groote schatten aan den vruchtbaren grond, in verband met het warme klimaat, zijn te onttrekken, indien daaraan slechts de zorgvuldige arbeid besteed wordt, die alleen een geduldige land- en tuinbouwbevolking in zoo hooge mate bezit. Wanneer men bedenkt dat Californië zoo groot is als Italië en ternauwernood twee millioen inwoners telt, waarvan een groot deel zich bezig houdt met mijnwerk of zich ophoudt in de groote steden--San Francisco met de voorsteden telt alleen 700.000 inwoners--dan kan men zoo ongeveer nagaan hoe weinig het landbouwbedrijf hier op dezen daarvoor zoo geëigenden bodem tot zijn recht komt.

Wie hier met beleid en deskundig te werk gaat, 't zij met de vruchtenteelt, 't zij met den landbouw of de veehouderij, kan verzekerd zijn binnen weinige jaren een gezeten grondeigenaar te zijn. Hier wordt arbeid, en vooral toewijdenden arbeid verlangd; wie dien geeft, is zeker van een welvarend bestaan; heel wat welvarender en met heel wat beter vooruitzichten dan voor dienzelfden arbeid in Nederland genoten wordt. Hier koopt de landbouwarbeider of tuinder van zijn bespaarde penningen weinige acres (1 acre is 0.4 Hectare) grond. Goed gelegen vruchtbare grond kost van honderd tot vijfhonderd gulden per acre. Drie vierden van den koopprijs behoeft hij eerst te betalen in 3 jaren, jaarlijks een derde. Dat kan hij gewoonlijk doen van de opbrengst van zijn land en is hij zoodoende na drie jaren eigenaar van zijn grond en leeft er al die jaren heel wat beter van dan zijn collega in Nederland.

Hij, die met een klein kapitaaltje van 2500 à 5000 gulden en toegerust met de algemeene kennis omtrent landbouw, veeteelt, vruchtenteelt of boom- en bloemkweekerij zich hier komt vestigen, kan zeker zijn van een welvarend bestaan. Natuurlijk dient de grond met beleid gekozen en daaromtrent overleg gepleegd te worden met de besturen der Kamers van Koophandel of andere vertrouwde lichamen of personen. De Kamers van Koophandel worden nu in den laatsten tijd tot op de kleinste plaatsen opgericht en verrichten met haar deskundige en betrouwbare adviezen aan particulieren en corporatiën een zeer verdienstelijken arbeid. Door coöperatie worden de noodige werktuigen, zaden enz. tot kostenden prijs aangeschaft.

In sommige plaatsen, o.a. te Riverside, worden de irrigatiewerken coöperatief aangelegd en onderhouden. Te Santa Barbara was een groote coöperatieve werkplaats van over de 100 deelnemers voor het drogen, sorteeren en verpakken van eigen verbouwde walnoten. In dit deel van Californië ziet men de walnoot-boomen bij duizenden, keurig onderhouden en zonder een grasje of plantje tusschen de boomen. Elders vindt men de coöperatieve zuivelfabrieken precies als in ons land werkende. De coöperatie moge hier niet zoo algemeen worden toegepast als in sommige landen van Europa, het beginsel wint hier veld en maakt in het landbouw- en vruchtenteelt-bedrijf groote vorderingen.

Overal ontdekte ik de sporen van bekendheid met dezen gunstigen toestand in de oude landen van Europa. Want Zweden, Denen, Russen, Engelschen, Duitschers, Zwitsers, Italianen en natuurlijk ook Amerikanen trof ik hier aan, die na weinige jaren volhardenden arbeid thans zeer gezeten burgers van Californië zijn. Alleen Nederlanders kwam ik op mijn tocht niet tegen. En toch moet onze land- en tuinbouwschool in de laatste jaren een aantal deskundige jongelieden hebben afgeleverd, dat aangewezen was de groote welvaart deelachtig te worden, die in hun vak hier in zoo ruime mate door emigranten van andere natiën wordt genoten.

Waar zitten toch die tientallen, honderden wellicht, die dat weinigje ondernemingsgeest behoeven om met de te Wageningen opgedane kennis hier in weinige jaren hun toekomst te verzekeren?

Toen ik van San Francisco door de Santa Clara Vallei reisde, meer dan 100 kilometer langs de boomgaarden met pruimen, abrikozen, perziken en pereboomen met de daarvoor noodige drogerijen en pakkerijen, hoorde ik gewagen van het Engelsch, Duitsch of Zweedsch kapitaal, waarmede deze of gene plantage was aangelegd en dat daarvan nu groote inkomsten genoot. Van een Nederlandsche kolonie of van Nederlandsch kapitaal dat de rijke vruchten van deze opkomende industrie geniet, hoorde ik nergens.

Nog liggen honderdduizenden hectaren braak; nog vindt de ondernemende Hollander hier een ruim veld om door arbeid en vlijt (niet door geluk, zooals weleer de goudzoekers van dit land) zich een ruim bestaan te verzekeren. Zal hij zoo lang wachten, tot de room van de melk is? Californië's bevolking is geheel onvoldoende om den rijken bodem naar eisch te ontginnen. Het behoeft daarvoor deskundigen arbeid uit de oude landen van Europa. Andere landen doen daarmede hun voordeel. Zal Nederland achter blijven?

Zijn de vooruitzichten van hen die zich in Californië aan de vruchtenteelt wijden, veelbelovend te noemen, niet minder is dat het geval voor hen, die er het landbouwbedrijf en de zuivelbereiding gaan beoefenen.

Gedurende de jaren dat de groote vallei van 4 1/2 millioen hectaren, waarover ik in mijn vorig artikel schreef, spaarzaam bevolkt was, werd de beschikbare vruchtbare grond in cultuur gebracht zonder onderzoek naar andere gronden, die òf voor het vervoer der producten niet gunstig gelegen waren òf onder water stonden. Er zijn in dat dal o.a. twee groote rivieren: de Sacramento en de San Joaquin, die in midden-Californië in velerlei vertakkingen tot elkander komen en een uitgestrekt bezonken land vormen van ongeveer vierhonderd duizend hectaren oppervlakte. Die grond, drooggemaakt en ingepolderd, is gebleken uit zeer vruchtbaren veengrond te bestaan, geschikt voor den graanbouw en de groenteteelt, en nog meer voor veeteelt en zuivelbedrijf: melkerij.

De inpoldering geschiedt nagenoeg als bij ons te lande. Voor het inlaten van water heeft men slechts hier en daar de sluizen open te zetten, voor het uitpompen op den rivierboezem gebruikt men verplaatsbare stoompompen. Het eerste is zelden noodig; het laatste veelvuldig. Dijken van voldoende hoogte beschermen het land tegen overstroomingen.

Toen men voor weinige jaren ontdekte welke groote vruchtbaarheid deze drooggemaakte gronden bezitten, is men aan het droogleggen er van gegaan en gaat men daarmede nog steeds voort. Bovendien versterkt men nu ook de dijken hoogerop gelegen langs genoemde rivieren en beveiligt daardoor het achtergelegen land tegen overstrooming. Tot de energieksten onder hen, die hun land tegen water wisten te beschermen, behoort ditmaal een Nederlander, de heer P. J. van Löben Sels, ex-consul van Nederland te San Francisco. De Sacramento-rivier afvarende, werd mij zijn land, "Vorden" genaamd, ruim 1600 hectaren groot, gewezen. Het behoorde tot de weinige landen, die dit voorjaar door den sterken vloed bergwater niet ondergeloopen waren. Toen ik hem later sprak, vernam ik, dat hij voor eenige jaren geruimen tijd in Nederland vertoefde om de wijze van inpolderen en bedijken te bestudeeren en dat hij nu, door toepassing van hetgeen hij daar leerde, voor groote schade is bewaard gebleven. Het bleek mij trouwens uit een bezoek aan een der grootste inpolderingen die thans onder handen genomen is, die van de "Middle River Company", in de buurt van Stockton, dat ons land, vóór men aldaar tot de inpoldering overging, werd bezocht door de directeuren, de heeren Phillips, waarvan de oudste broer ter bestudeering van het stelsel bij ons toegepast, nog niet van Nederland was teruggekeerd toen ik deze bezitting bezocht [1].

Hier worden ruim vijfduizend hectaren prachtige zwarte veengrond aan het water onttrokken. Een groote uitgestrektheid was reeds bebouwd met aardappelen, uien, boonen en asperges. Een fabriek voor het inmaken van asperges in blikken was op het asperge-land in aanbouw.

Op een uur afstand per boot bezocht ik een ander droog gelegd land; daarop was een groote melkerij van over de 200 koeien gevestigd. Het meerendeel uitgelezen melkvee, kort geleden van Nederland geïmporteerd. Aan het hoofd stond een Deen. Van hem vernam ik bijzonderheden omtrent de prijzen die bedongen worden voor zuivelproducten, waaruit ten duidelijkste bleek, hoe winstgevend het bedrijf van veehouder en zuivelbereider hier moet zijn, waar men den vruchtbaren grond, die geen bemesting behoeft, koopt voor zeshonderd tot zestienhonderd gulden per hectare en waar men een klimaat heeft dat zoo goed als geen risico oplevert voor het welslagen van den oogst. Men krijgt hier van alfalfa-velden vier, soms vijf goede oogsten per jaar. Toen ik mij vóór ongeveer een week te Fresno bevond, was men dáár van hetzelfde land, voor de vijfde maal in dit jaar, aan het oogsten van alfalfa.

Deze bouw schijnt inderdaad in het landbouw-bedrijf de grootste voordeelen op te leveren. Fresno en omgeving behoort niet tot de zooeven genoemde ingepolderde landen. Daar is gebrek aan water en moeten dan ook de alfalfa-landen door irrigatie vruchtbaar gemaakt worden, wat heel eenvoudig en goedkoop kan geschieden met water van in de nabijheid gelegen bergen. Ik zag daar gronden te koop voor f 250 de bunder, die bij deskundige bebouwing van vijf bunder met alfalfa, in vier jaren niet alleen ruimschoots het onderhoud van een gezin opbrengen, maar zooveel meer als noodig is om den koopprijs af te betalen.

Hier wordt algemeen aangenomen, dat 5 hectaren noodig zijn om bij zorgvuldige bebouwing--landbouw, melkerij of vruchtenteelt--een gezin te onderhouden en in 4 à 5 jaren den koopprijs af te lossen. Bij den aanvang moet 1/4 van den koopprijs dadelijk betaald worden. Bij verbouwing van sinaasappelen wordt voor de afbetaling ongeveer op 7 jaren gerekend.

Het is opmerkelijk hoe weinig nog het Nederlandsche element ook in het landbouwbedrijf en de veehouderij in midden-Californië wordt waargenomen. Men vindt hier Zwitsersche, Duitsche, Deensche en zelfs Russische kolonies, alle zeer welvarend, maar een Nederlandsche kolonie, waarvoor deze bedrijven zoo bij uitstek geschikt mogen heeten, vindt men hier nog niet. Wel Nederlandsch vee, maar emigranten van andere natiën om de voordeelen te behalen die dat vee op Californischen bodem afwerpt. En van Nederlandsch kapitaal om die inpolderingen en droogmakingen tot stand te brengen, hoorde ik al evenmin.

De buitensporige voordeelen aan die droogmakingen verbonden genieten Amerikanen en Engelschen, die hier met de ervaring in Nederland omtrent inpolderingen opgedaan komen woekeren. En onze geldmannen, die beter dan eenig ander in staat zijn om de voordeelen van dergelijke ondernemingen te beoordeelen, houden zich van verre.

Niet lang geleden had ik gelegenheid eene conferentie bij te wonen, waar een nieuw plan van inpoldering werd besproken en toegelicht. Het betrof het Yolo-bassin, in de Delta der Sacramento en San Joaquin-rivieren gelegen, een oppervlakte van 12000 hectaren. Daarvoor is ongeveer f 2 1/2 millioen noodig en komt dit vruchtbaar land na droogmaking op even f 200 per bunder te staan, terwijl de verkoopprijs reeds dadelijk op het dubbele werd berekend. Hoewel de schattingen mij zeer vertrouwbaar voorkwamen, zou ik daaraan toch geen al te groote waarde hebben gehecht, ware het niet, dat de heer P. J. van Löben Sels, aan wiens oordeel in deze ik groote waarde hecht, mij verzekerde dat de voorgespiegelde cijfers voor deze onderneming eer te ongunstig dan te gunstig gesteld waren.

Met dit kijkje op de voordeelen die dergelijke ondernemingen hier behalen, besluit ik dit opstel over Californië. Veel, tienmaal meer dan ik hier opsomde, zou ik nog zeggen over dit rijke land der toekomst, indien niet de ruimte van een dagblad mij grenzen stelde. Dit ééne wil ik er nog aan toevoegen.

Indien een groep van 25 à 30 gezinnen van kleine landbouwers en veehouders in ons land zich vereenigden om naar Californië te gaan en een vertrouwd deskundig man daarheen zonden om geschikte gronden te koopen en het noodige te regelen voor de vestiging aldaar, dan zou door samenwerking op coöperatieven grondslag voor zulk een groep landgenooten een welvaart ontstaan en genoten worden, als waarvan zij te voren nooit gedroomd hebben.

X.

3 Dec. 1904.