Bloemlezing uit Guido Gezelle's Gedichten
Chapter 6
Haalt op, haalt af!... ontbindt mijn aardsche boeien; ontwortelt mij, ontdelft mij!... Henen laat mij,... laat daar 't altijd zomer is en zonnelicht mij spoeien en daar gij, eeuwige, ééne, alschoone blomme, staat.
Laat alles zijn voorbij, gedaan, verleden, dat afscheid tusschen ons en diepe kloven spant; laat morgen, avond, al dat heenmoet, henentreden, laat uw oneindig licht mij zien, in 't Vaderland!
Dan zal ik vóór... o neen, niet vóór uwe oogen, maar naast u, nevens u, maar in u bloeien zaan[1]; zoo gij mij, schepselken, in 't leven wilt gedoogen, zoo in uw eeuwig licht me gij laat binnengaan.
VOETNOOT:
1 Dra.
+------------------------------------------------------+ | | | OPMERKINGEN VAN DE BEWERKER: | | | | De volgende correcties zijn in de tekst aangebracht: | | | | Plaats Bron Correctie | | | | Regel 76 ziele Ziele | | Regel 131 nachten nacht | | Regel 285 Παρα Παρὰ | | Regel 1024 Hoe hoe | | Regel 1210 , . | | Regel 1319 [Niet in bron] , | | Regel 1615 , . | | Regel 2243 , . | | Regel 4168 neergestopen neêrgestopen | | Regel 4189 Ze ze | | Regel 4195 neergedwongen neêrgedwongen | | Regel 4232 Neergebogen Neêrgebogen | | Regel 4353 MEELIJEN MEÊLIJEN | | | +------------------------------------------------------+