Part 14
[88] Dit voorbeeld is uit de Connoissance des temps getrokken; en omdat het maar een voorbeeld is, heb ik het onnoodig geoordeeld, de tijden tot den meridiaan en de breedte van Franeker over te brengen. Het zij genoeg, aan te merken, dat de verschillen bij ons nog iets grooter zijn dan te Parijs.
[89] Dr. Desaguliers, en na hem Wright, verbeelden de eclipsen met een daartoe geschikt lantaarntje in de plaats der Zon te plaatsen, opdat de Maan in de schaduw der Aarde zoude kunnen komen, of hare schaduw, wanneer zij nieuw is, op de Aarde werpen, en dus eene Maan- of Zon-eclips te weeg brengen; doch, zoo als Dr. Desaguliers te regt aanmerkt (p. 479): «Schoon deze gesteldheid van het planetarium toont, wat eene Zon- en Maan-eclips zij, vertoont zij echter niet, wat er waarlijk geschiedt in opzigt van den tijd der eclipsen: want zij vertoont eene eclips elke nieuwe en volle Maan enz.» Om de zaak op die wijze naar waarheid te verbeelden, moeten de betrekkelijke grootte van de Aarde, de Maan, den afstand der Maan van de Aarde, en van de schaduw der Aarde, de zelfde onderlinge evenredigheid hebben als in de natuur, hetwelk op een planetarium niet wel mogelijk is te vertoonen. Waaruit blijkt, hoe veel naauwkeuriger en voldoender de wijze is, welke door Eisinga gebruikt is; te meer, daar hier de ware ongelijkvormige beweging der Maan plaats heeft, en in het andere geval alleen de middelbare; hetwelk, al ware al het overige ingerigt, zoo als wij gezegd hebben, nog eene afwijking van de waarheid te weeg zoude brengen. Mijn bestek laat niet toe, dat ik hier over werktuigen handelen zoude, welke men, om den tijd en omstandigheden der eclipsen na te gaan of uit te leggen, gemaakt heeft. De hoogleeraar Segner heeft er een van dien aard voor de Zon-eclipsen uitgevonden, en beschreven in de Phil. Trans. No. 461, vol. XLI, p. 781. Ferguson heeft ook een soortgelijk werktuig, voor de Zon-eclipsen, uitgevonden en beschreven in dat werk, vol. XLVIII, p. 520, en naderhand, onder den naam van eclipsareon, in zijne Astronomy explained, § 442. Om nu van het schoone werktuig, reeds in den jare 1680 door Roemer vervaardigd (zie Machines approuvées par l'Académie, t. I, p. 85), en van dat van La Hire, hetwelk men in de uitlegging zijner astronomische tafels beschreven vindt, te zwijgen.
[90] Want die halve middellijn der schaduw is gelijk aan het verschil, dat er is, tusschen de halve middellijn der Zon (die op het minst 15 3/4 m. bedraagt) en de som van de verschilzigten der Zon en der Maan, die op het hoogst 61 3/4 m. uitmaakt; dit verschil is dan 46 m., waarbij nog 46 s. voor de schaduw des dampkrings moeten gevoegd worden; men heeft dan ongeveer 47 m. op het hoogst.
[91] Het verschilzigt is de hoek, welke twee lijnen, uit het middelpunt der planeet, de eene naar het middelpunt der Aarde, de andere naar de plaats van hare oppervlakte, waar de waarnemer zich bevindt, getrokken, tusschen haar beide bevatten. Het horizontaal verschilzigt heeft plaats, wanneer de planeet in de kimmen is.
[92] Histor. Natur. lib. II, sect. XIII.
[93] Alleen heeft er eene geringe verschikking plaats gehad in de nummers der §§. In den eersten druk vindt men de § 76, 80 en 110 tweemaal, en door een teeken (*) onderscheiden; in dezen herdruk zijn de nummers geregeld vervolgd. Omtrent die §§, welke in dit bijvoegsel voorkomen, en van dezen herdruk verschillen, wordt dit verschil aangewezen.
[94] De buitenste rand van deze wijzerplaat, alsmede die op de linker pilaster, die den afstand der Maan van het verste punt aanwijst, is in 30 graden verdeeld; welke graden, wegens de kleinheid dier wijzerplaten, niet duidelijk konden worden afgeteekend op de plaat No. 2.
[95] Nadat de vermoedelijke plaats van het onbekend hemelligchaam door Leverrier was aangewezen. De loopbaan dezer planeet was ook reeds door Adams berekend geworden.
[96] De hier aangenomene eenheid, te weten: de gemiddelde afstand der Aarde van de Zon, heeft eene lengte van 20682440 geogr. mijlen.
[97] Onder excentriciteit verstaat men hier, het verschil van den grootsten en kleinsten afstand, gedeeld door het dubbelde van den gemiddelden afstand.
[98] Deze tweede kolom geeft de verandering te kennen, die de bovenstaande grootheid in één jaar ondergaat.