Beknopte Geschiedenis van Friesland in Hoofdtrekken

Part 43

Chapter 432,636 wordsPublic domain

geboren den 2 Junij 1789, was Grietman van Idaarderadeel, Lid van de Staten en daarna van de Tweede Kamer der Staten Generaal en Staatsraad, toen hij den 12 October 1840 zijne benoeming ontving tot Gouverneur. Slechts bijna acht jaren behartigde hij in die betrekking de belangen dezer provincie, daar hij reeds den 15 Julij 1848 overleed en te Friens werd begraven.

Jhr. Mr. JAN ERNST VAN PANHUIJS,

geboren te Groningen den 12 Julij 1808, was van 1838 tot 1848 Lid van de Arrondissements Regtbank te Winschoten en sedert 1840 Lid van de Tweede Kamer der Staten Generaal, toen hij bij Kon. besluit van den 3 November 1848 benoemd werd tot Gouverneur van dit gewest, dat thans zijn ijver en zorg voor deszelfs belang op hoogen prijs stelt.

INHOUD EN VERDEELING.

Inleiding bl. 1. Verdeeling en orde van behandeling 5.

EERSTE TIJDVAK.

~Het Oude Friesland.~

_Van de vroegste tijden tot Keizer Karel den groote._

Van het jaar 11 voor- tot omstreeks 800 na Chr.

1. De Afkomst der Friezen, bl. 6. 2. De omvang en toestand van het Oude Friesland 9. 3. De Oude Friezen 12. 4. Der Friezen verbond met- en opstand tegen de Romeinen, 11 j. voor en 28 j. na Chr. 14. 5. De Gevolgen van der Friezen verkeer met de Romeinen 17. 6. Der Friezen Afgezanten te Rome, 59 19. 7. Uitbreiding van Friesland, 240-455 20. 8. Der Friezen togt naar Brittanië, 449 23. 9. De strijd der Friezen tegen de Franken 25. 10. De pogingen der Franken ter invoering van de Christel. Godsdienst, 630-800 26.

TWEEDE TIJDVAK.

~Het Vrije Friesland.~

_Van Keizer Karel den groote tot Hertog Albert van Saksen._

Van omstreeks 800 tot 1498.

11. De Friezen tijdens Karel den groote bl. 35. 12. Invloed der Franken en der vestiging van het Christendom 38. 13. De invallen der Denen en Noormannen, 520-1010 43. 14. Het Verbond der Zeven Vrije Friesche Zeelanden 49. 15. Veranderingen in den toestand des bodems. Watervloeden, de Zuiderzee, de Middelzee enz. 56. 16. Der Friezen aandeel in de Kruistogten naar het Heilige land, 1096-1270 65. 17. Veranderingen in den toestand des volks, en de vestiging van Gemeenten en Steden gedurende en na de Kruistogten 75. 18. De Friesche Geestelijkheid, Kerken en Kloosters in de middeleeuwen 84. 19. De Partijschappen tusschen de Schieringers en Vetkoopers, 1300-1498 93. 20. Aanvallen der Bisschoppen van Utrecht en der Graven van Holland op der Friezen vrijheid 99. 21. Oorzaken van het verlies der onafhankelijkheid 123.

DERDE TIJDVAK.

~Friesland bestuurd namens vreemde Vorsten.~

_Van Albert van Saksen tot de Hervorming._

1498-1580.

22. Friesland onder het bestuur der Hertogen van Saksen, 1498-1515 bl. 129. 23. De Gelderschen in Friesland, 1514-1523 135. 24. Krijgsbedrijven van Groote Pier, 1515-1520, 138. 25. Frieslands voorspoed onder de regering der Stadhouders van Keizer Karel V 147. 26. Schets van den toestand van Friesland omstreeks 1530 151. 27. Schets van de zeden der Friezen omstreeks 1530 152. 28. Merkwaardige Personen, uit het midden der 16e eeuw 155. 29. De Regering van Koning Filips van Spanje, 1555-1580 160. 30. Beginselen der Kerkhervorming; Geloofsvervolgingen; de Doopsgezinden. 1520-1560 162. 31. De Hervorming een tijdlang ingevoerd, maar weder onderdrukt, 1566 174. 32. Aandeel van den Frieschen Adel in het Verbond der Nederlandsche Edelen, 1565 179. 33. Herstelling van de Friesche Zeeweringen onder Caspar de Robles, 1574 184. 34. Strijd en Zegepraal der Vrijheid en der Hervorming, 1568-1580 190.

VIERDE TIJDVAK.

~Friesland onder het bestuur der Staten en der Stadhouders uit het Huis van Nassau.~

_Van de Hervorming tot de Staats-omwenteling._

1580-1795.

35. De vestiging van den nieuwen Staat, 1580-1648, bl. 197. 36. De Regeringsvorm van Friesland, tijdens de Republiek 222. 37. Strijd tegen buitenlandsche gevaren bij binnenlandsche welvaart, tusschen den Munsterschen en Utrechtschen vrede, 1648-1713 245. De Engelsche Oorlogen 247. De Oorlogen met Frankrijk 264. 38. Aanwas en Verbeteringen in den toestand van Frieslands bodem. Waterstaat, Openbare werken, Nijverheid enz. 309. _a._ Aanwas. Bedijkingen 311. _b._ Bedijkingen van Meren 319. _c._ Polders 321. _d._ Groote Veenkanalen, Ontginningen enz. 323. _e._ Vergraving van de lage Veenen 330. _f._ Nieuwe Vaarten en Wegen 332. _g._ Landbouw, Handel, Scheepvaart en Nijverheid 335. 39. De Kerkelijke Belangen van Friesland 339. _a._ De Hervormde Kerk 339. _b._ De Doopsgezinden 360. _c._ De Lutherschen 374. _d._ De Roomsch Katholijk. 379. _e._ De Joden 385. 40. Frieslands Roem in Kunsten en Wetenschappen 387. _a._ De Hoogeschool te Franeker 388. _b._ Godgeleerden 393. _c._ Regtsgeleerden 395. _d._ Genees-, Heel- en Verloskundigen 397. _e._ Wis- en Natuurkundig. 397. _f._ Geschiedschrijvers 399. _g._ Letterkundigen 400. _h._ Dichters 401. _i._ Schilders, Teekenaars en Graveurs 405. 41. Vrede en Voorspoed verheffen--Zorgeloosheid en Partijschappen ontbinden den Staat. Van den Utrechtschen Vrede tot de Staats-omwenteling, 1713-1795 407.

VIJFDE TIJDVAK.

~Friesland tijdens de volksregering en de Fransche overheersching.~

_Van de Omwenteling tot de herstelling van Nederland._

1795-1813.

42. De Staats-omwenteling en hare gevolgen, 1795-1798 bl. 427. 43. De val der Republiek en vernietiging van ons volksbestaan, 1799-1813 435.

ZESDE TIJDVAK.

~Het Nieuwe Friesland, onder de Koninklijke Regering.~

_Van de herstelling van Nederland tot op de nieuwe regeling van het Gemeentewezen._

1813-1851.

44. Bevrijding en Vestiging van den Nederlandschen Staat, 1813-1816 bl. 440. 45. De jongste lotgevallen van Friesland, 1816-1851 443. Besluit 447.

AANTEEKENINGEN, OPHELDERINGEN EN BIJVOEGSELS.

1. De Oude Toestand van Friesland bl. 451. 2. Oudste Bronnen 452. 3. Oude Handels-geschieden. 452. 4. De Oude Grenzen van Friesland 453. 5. De verovering van Brittannië 453. 6. Der Friezen strijd tegen de Franken 454. 7. Handels-verkeer 455. 8. Aard der Friesche Vrijheid 455. 9. Het Verbond der Zeeland. 457. 10. Veranderde toestand des lands, Zuiderzee 457. 11. De Friezen in de Kruistogten 458. 12. De Schieringers en de Vetkoopers 458. 13. De Aanvallen der Hollandsche Graven 460. 14. De toestand van Friesland in de 15e eeuw 461. 15. De Saksische Regering 462. 16. Groote Pier 462. 17. Worp van Thabor's Kronyk 463. 18. Beroemde Friezen uit de 16e eeuw, 464. 19. De Geschiedenis der Kerkhervorming 464. 20. De Verbondene Edelen 465. 21. De Friesche Staatstwisten 466. 22. De Regeringsvorm 467. 23. De Friesche Zeehelden 469. 24. De Friezen aan den Rijn in 1672 472. 25. De Burgerwapening in 1672 en 1673 473. 26. De toestand der Kerk en des Volks 474. 27. Besluit 475.

BIJLAGEN.

I. Tijdrekenkundig Overzigt van de voornaamste Gebeurtenissen der Friesche Geschiedenis 477. II. Tijdrekenkundig Overzigt van de Friesche Vorsten, Opperhoofden, Koningen, Stadhouders enz. van de vroegste tijden tot 1851 486. Inhoud en Verdeeling 501. Alphabetisch Register 504.

ALPHABETISCH REGISTER VAN DE VOORNAAMSTE GEBEURTENISSEN, ZAKEN EN PERSONEN.

A. Aanwas van gronden, 311. Achtkarspelen, 91, 330. Adel (De Friesche), 65, 77, 97, 126, 155, 178, 465, 466. Adgild I (Koning), 28, 489. Adgild II (Koning), 30, 489. Admiraliteit (De Friesche), 232, 248, 472. Afkomst der Friezen, 6. Aken door de Friezen gewonnen, 72. Albertine Agnes (Prinses), 217, 263, 278, 299, 497. Albert van Saksen (Hertog), 125, 129, 462, 492. Albrecht van Beijeren (Togten van) naar Friesland, 111-121, 461. Anna (Prinses), 409, 418, 494. Appelschaster vaart en veenen, 326-29. Aremberg (Graaf van), 177, 180, 190, 494. Athenæum te Franeker, 443, 446. Aylva (Hans Willem Baron van) Generaal, 258-297, 471, 472. Aylva (Hobbe van), Generaal, 412.

B. Baduhenna (het woud), 15, 452. Bedijkingen. Zie Dijken. Beeldenstorm (De), 175. Bekker (Balthazar), 279, 351. Beroemde Mannen, 157, 388, 464, 469. Bevolking van Friesland, 468, 475. Bildt (Het), 62, 132, 312. Binckes (Jacob), zeeheld, 259, 296, 471. Binckes (Jan), Kapitein, 472. Bisdom (Het) Leeuwarden opgerigt, 175, 190. Bisschoppen van Utrecht, 41, 49, 91, 99. Blokzijl door de Friezen veroverd, 275. Bolsward, 62, 80, 148, 191. Bonifacius, Geloofsverkondiger, 31. Bouma (Gellius Faber de), 165. Bourgondische (De) Regering, 135-150, 493. Boxumer-slag (De), 206. Brittannië met hulp der Friezen veroverd, 23, 453. Brunsveldt, (Hendrik), Kapitein, 253, 256, 470.

C. Charterboek (Het Vriesch), 400, 467. Christendom (Invoering van het), 26-42, 75, 84. Coehoorn (Menno Baron van), 296, 297. Compagnons-vaarten, 150, 324 env.

D. Damiate door de Friezen veroverd, 67. Dekama (Juw), Potestaat, 125, 491. Denen en Noormannen, 43. Dichters (Beroemde Friesche), 401. Dokkum, 32, 35, 68, 79, 120, 148, 232, 248, 346. Dokkumerdiep en Nieuwe Zijlen, 312. Doopsgezinden (De), 167-174, 354, 360-373. Dorestad, 29, 35. Douwe Aukes, zeeheld, 250. Dragten uitgebreid, 324. Dijken, 18, 56, 61, 132, 184-189, 238, 311, 319. Dijksgeregten, 238.

E. Edelen (De Friesche Verbondene), 178, 465. Eise Eisinga, 399, 425. Engelsche Oorlogen, 247, 263, 266, 469. Ernst Casimir (Graaf) van Nassau, 211, 496.

F. Fabrijken en handwerken, 35, 338. Feest (Het) der Een- en Ondeelbaarheid, 433. Filips (Koning) van Spanje, 160, 174, 195, 494. Flie (Het), 10, 58, 62. Floreenschatting (Oorsprong der), 133. Franeker, 80, 82, 131, 147, 177, 201, 338, 388, 398, 423, 473. Franken (De), 21-41, 454. Frankrijk (Oorlogen met), 264-308, 472, 473. Franschen (Komst en bestuur der), 429-40. Friso (De), heldendicht van van Haren, 8. Friso (Prins), Stamvader, 8, 487. Friso (Prins Jan Willem), 300-305, 497.

G. Geestelijkheid (De Friesche), 84-93, 163, 194, 340. Gelder (Hertog Karel van), 135. Gemeentebesturen in Friesland, 81, 235, 435, 436, 441, 442, 447. Genees-, Heel- en Verloskundigen (Beroemde Friesche), 397. Generaliteit (Frieslands betrekking tot de), 230. Genootschap (Het Friesch), 445. Georg van Saksen (Hertog), 132, 492. Geschiedschrijvers (Beroemde Friesche), 399. Geuzen (De), 179, 414, 465. Godgeleerden (Beroemde Friesche), 393. Gorredijk aangelegd en versterkt, 273, 282, 326, 474. Graven van Holland (Aanvallen der), 40, 49, 54, 99-122, 460. Grenzen van Friesland, 9, 22, 50, 453. Groningen, 50, 54, 99, 124, 127, 130, 135, 195, 208, 210, 274, 277. Groote Pier, 138-146, 462. Grovestins (Togt van Frederik), 307. Gijsbert Jacobsz, 403.

H. Handel, 17, 35, 76, 149, 151, 335, 452, 455. Harens (De van), Staatsmannen en Dichters, 296, 396, 403, 410, 414, 465. Harlingen, 62, 80, 147, 187, 193, 194, 232, 248, 338. Heerenveen, 150, 273, 275, 281, 294, 324, 474. Hendrik Casimir I (Graaf), 213, 496. Hendrik Casimir II (Prins), 280-299, 497. Hendrik van Saksen (Hertog), 130, 492. Hendrik van Stolberg (Graaf), 183, 493. Herstelling van Nederland, 440. Hervormde (De) Kerk, 175, 194, 219, 339-360, 361. Hervorming (Doorbreken van de), 165, 176, 194, 339. Hindeloopen, 62, 80, 115, 118, 143. Hof van Friesland (Het), 132, 156, 192, 200, 227. Hoogeschool te Franeker (De), 201, 205, 219, 233, 340, 353, 388, 438. Humalda (Jhr. I. Æbinga van), Gouverneur, 442, 500. Hunebedden, 7, 64.

J. Joden (De), 385. Juw Juwinga, Potestaat, 113, 491.

K. Kadaster ingevoerd, 443. Karel de groote, 33-41, 85, 456, 490. Karel (Graaf) van Oostenrijk, 135-151, 160, 493. Karel (Hertog) van Gelder, 135-145. Keizers (De Duitsche), 33, 36, 42, 49, 54, 73, 83, 99, 104, 122, 124, 125. Kerkbestuur van Friesland, 240. Kerkelijke belangen van Friesland, 339-386, 474. Kerken (Stichting van), 84-93, 127. Kerkhervorming (De), 162, 194. Kinhem (De) of Reker, rivier, 9, 10, 32, 49. Kloosters (Stichting van), 84-93, 194, 340. Kollumer Oproer, 433. Kollumerland aangewonnen, 314. Kruistogten (De), 65, 75, 458.

L. Labadisten (De) in Friesland, 352. Lage Veenen vergraven, 330. Landbouw, 13, 18, 34, 77, 88, 149, 151, 218, 335. Langen (Otto van), Keizerlijk gezant, 125. Leenstelsel, 36, 101, 119, 133. Leeuwarden, 62, 79, 126, 130, 132, 137, 147, 175, 179, 190, 193, 194, 199, 201, 271, 278, 234, 416, 429, 433, 441. Lemmer (De), 334. Letterkundigen (Beroemde Friesche), 400. Lodewijk Napoleon, Koning van Holland, 436. Lutherschen (De Evang.), 374.

M. Mantels (Friesche), 36. Maria Louisa (Prinses), 303, 306, 419. Martena (Duco), 182, 191, 198. Meren bedijkt, 319. Merode (Bernard van), 199, 202, 495. Middelzee (De), 10, 50, 58, 61. Munster (Oorlog met den Bisschop van), 263-295. Munstersche Vrede (De), 217, 245.

N. Napoléon (Keizer), 436-39. Nedergeregten, 235, 435. Nieuwpoort (De Friezen in den slag van), 209. Noormannen (Invallen der), 45.

O. Omwenteling van 1795, 427. Onderwijs. Zie Scholen. Ontginningen, 150, 323, 335. Oost-Friezen, 34, 51, 54, 135, 177. Opstalsboom (De), 51. Oranjewoud (Het), 424.

P. Paalworm (De), 317, 408. Panhuijs (Jhr. J. E. van), Gouverneur, 446, 500. Pier (Groote), 138-146, 462. Pieter van Leeuwarden, 140. Polders aangelegd, 321, 337. Potestaten, 82, 490. Predikanten (Friesche), 204, 241, 279, 341.

Q. Quota (Frieslands) in de Generaliteits lasten, 222, 231, 289.

R. Radboud I (Koning), 28, 489. Radboud II (Koning), 31, 489. Regeringsvorm (Frieslands), 81, 222-244, 467. Regtsgeleerden en Staatsmannen (Beroemde Friesche), 157, 296, 395. Reker (De) of Kinhem, rivier, 9, 10, 32, 49. Remonstranten in Friesland, 344, 346, 363. Rennenberg (De Graaf van), 193, 198, 339, 495. Robles (Caspar de), Stadhouder, 186-189, 192, 495. Romeinen (De) in Friesland, 14. Roomsch Katholijken (De), 379. Roorda van Genum, 69.

S. Saksers (De Oude), 22, 34, 46. Saksische (De) Vorsten en Regering, 125-135, 462, 492. Schansen opgeworpen, 201, 273, 282. Scheepvaart der Friezen, 18, 23, 35, 45, 67, 76, 79, 110, 149, 335, 468. Schieringers en Vetkoopers (De partijschappen der), 93-99, 123-128, 458. Schilders, Teekenaars en Graveurs (Beroemde Friesche), 405. Scholen, 38, 40, 156, 159, 204, 242, 351, 436, 475. Schoterzijl, 114, 316. Simons (Menno), 165, 167. Sincfal (Het) of Zwin, 22. Slaperdijken aangelegd, 317. Slooten, 194, 198. Sneek, 62, 80, 125, 136, 148, 177, 194, 287. Staatstwisten, 204, 221, 260, 283-290, 415, 466. Stadhouders (de Nassausche), 202, 215, 217, 225, 246. Starter (Jan Janszoon), 402. Staten (De Friesche), 180, 195, 199, 200, 222, 285, 424, 442. Stavoren, 35, 37, 60, 63, 79, 105, 120, 193. Steden (Ontstaan der), 77, 99. Steden (Regeringsvorm der), 236, 261, 436, 441. Stellingwerf (Auke), Lt.-Admiraal, 253, 254, 469. Stellingwerven (De), 55. Straatwegen aangelegd, 445. Stijl (Oude en Nieuwe), 474. Successie-Oorlog (Oostenrijksche), 410. ---- (Spaansche), 301. Synode (Invloed der Dordsche), 346, 354. Sytzama (M. P. D. Baron van), Gouverneur, 446, 500.

T. Taal (Friesche), 25, 403, 453. Tentoonstelling van voorwerpen van Friesche Nijverheid, 446. Terpen (De), 13, 64. Thabor (Peter en Worp van), Kronykschrijvers, 145, 156, 159, 465. Toestand (Oude) van Friesland, 9, 56, 451, 457. Trekwegen aangelegd, 332. Turfgraverijen, 150, 323-332, 336.

U. Utrecht, 27, 35, 38. Utrechtsche Vrede (De), 307.

V. Vaarten en Kanalen, 17, 132, 150, 323, 332. Veepesten, 336, 337, 408. Vegilin (Philip Frederik en Johan), 322, 334. Venema (Herman), Godgeleerde, 355, 357, 370. Verstolk (J. G.), Prefekt, 438, 441. Verveeningen, 88, 150, 152, 323, 330. Voortbrengselen van Friesland, 17, 149, 151, 337, 468. Vries (Tjerk Hiddes de), Luit. Admiraal, 254-258, 469. Vrijheid (De Friesche), 36, 37, 42, 122, 126, 154, 180, 195, 422, 429, 455. Vijfdeelen (Der) zeedijken, 184.

W. Wartena, 80. Watervloeden, 11, 56, 165, 184, 263, 315, 443. Wederdoopers (Munstersche), 165, 169. Weerstallen of regtsplaatsen, 82. Wegen (Nieuwe) aangelegd, 332-335, 445. West-Friesland, 50, 54, 101, 103. Wetten (Oude Friesche), 37, 53, 81, 91, 455. Wierd (Groote), 139, 144. Willebrord, Geloofsverkondiger, 28. Willem I (Koning), 441, 443, 499. Willem I (Prins) van Oranje, 183, 191, 194, 195, 199, 204, 495. Willem II (Graaf), Roomsch Koning, 53, 72, 102, 460. Willem II (Koning), 446, 499. Willem III (Koning), 447, 500. Willem IV (Graaf) valt Friesland aan, 108, 112. Willem V (Prins), 419-27, 498. Willem Frederik (Graaf), 216, 245-262, 497. Willem Karel Hendrik Friso (Prins), 306, 409, 414-18, 498. Willem Lodewijk (Graaf) van Nassau, 203-211, 343, 496. Willem van Oostervants (Graaf) togten naar Friesland, 111 env. Wis- en Natuurkundigen (Beroemde Friesche), 397. Workum, 62, 80, 142. Workumer-Nieuwland bedijkt, 314. Wijk bij Duurstede, 29, 35.

IJ. IJlst, 62, 80.

Z. Zeden der Friezen, 13, 18, 39, 152, 260, 350, 475. Zeedijken. Zie Dijken. Zeehelden (Friesche), 250-259, 295, 469. Zeelanden (Het verbond der Zeven), 49, 124, 457. Zeemagt (Frieslands), 248-259, 472. Ziekte (Heerschende) van 1826, 444. Zuiderzee (De), 59, 105, 142, 457. Zuijlen (J. A. Baron van) van Nijevelt, Gouverneur, 444, 500. Zwarte Hoop (De), 137. Zwin (Het) of Sincfal, 22.

~VERBETERINGEN.~

Bl. 113, reg. 3 v. b. _staat_: schepen 400 _lees_: schepen en 400 " 159, " 5 " " (_Aanteekening_ 17.) " (_Aant._ 18.) " 181, " 1 v. o. " _Aant._ 30. " (_Aant._ 20.) " 232. Noot. Den 21 Mei 1790 is de _Quota_ van _Friesland_ gesteld op 9 Gld. 7 st. volgens ZILLESEN, _Wijsgeerig onderzoek, wegens Neerlands opkomst, bloei en welvaard enz._ Amst. 1796, bl. 304. " 269, reg. 3 v. o. _staat_: gebeurtenie, _lees_: gebeurtenis, " 304, " 8 " " In April " Den 26 Februarij " 350, " 2 v. b. " goedsdienst " godsdienst " 356, " 5 v. o. " was " wars " 360, " 1 v. b. " onderlingen " onderling en " 409, " 10 v. o. " _Engeland_, " _Groot-Brittanje_,

GEDRUKT BIJ L. SCHIERBEEK, TE LEEUWARDEN.

[Illustratie: _Libera Sacra Deo Geminoque Superba Leone_

_Frisia Roma Tuum Fregit Iberque Iugum._]