Beknopte Geschiedenis van Friesland in Hoofdtrekken

Part 41

Chapter 413,449 wordsPublic domain

Van omstreeks 800-1498.

804. Verbond van Karel den groote met de door hem onderworpene Saksers en Friezen beoosten de Eems, te Salza.

806 en later. Herhaalde Watervloeden.

808 en vervolgens. Vernieuwde invallen van de Denen en Noormannen op de Friesche kusten.

809. Togt der Friezen naar Rome ter hulpe van Keizer Karel.

814. Keizer Karel sterft en wordt opgevolgd door zijn zoon Lodewijk den vrome, die tot 840 regeert.

1004. De Hollandsche Graven zoeken hun gebied uit te breiden door West-Friesland (Noord-Holland) te veroveren, waarbij Graaf Arnoud sneuvelt.

1096. Begin van de Kruistogten naar het Heilige land, waaraan vervolgens vele Friezen deelnemen.

1169. Nederlaag van Graaf Floris III, bij een nieuwen inval in West-Friesland.

1170. Begin der wegscheuring van de landen bewesten de tegenwoordige Friesche Kust, waardoor in de volgende eeuw de Zuiderzee ontstaat.

Omstreeks 1200. Opkomst van de Friesche Steden, als Steden.

1218. Heldendaden der Friezen bij de verovering van de Egyptische stad Damiate.

1248. De Friezen helpen Graaf Willem II, Roomsch Koning, de stad Aken winnen, en ontvangen van hem de bevestiging van hunne vrijheden en voorregten.

1255. Graaf Willem II sneuvelt op een togt ter verovering van de West Friezen.

1260. Omstreeks dezen tijd is de verdeeling Van Oostergoo en Westergoo in Grietenijen ingevoerd, en de Middelzee van lieverlede opgeslijkt, tijdens de vergrooting van de Zuiderzee.

1282. Graaf Floris V brengt de West-Friezen onder het gezag der Hollandsche Graven, en weet in

1292 zich ook te vestigen in Stavoren, welke stad hij met vele voorregten begunstigt.

Omstreeks 1300. Begin der partijschappen tusschen de Schieringers en Vetkoopers, welke ongeveer twee eeuwen hebben gewoed.

1310. Graaf Willem III door Westergoo, in naam, als Heer erkend.

1345. Graaf Willem IV valt Friesland met eene aanzienlijke vloot en leger bij Stavoren aan, doch wordt met vele edelen verslagen.

1396 en 1398. Groote togten van Hertog Albrecht van Beijeren tegen de Friezen. Slag bij Schoterzijl en Takozijl. Korte vestiging van het Hollandsche gezag in Friesland.

1400 en 1401. Nieuwe heirvaarten van Albrecht ter verovering van Friesland, zonder zijn oogmerk te bereiken.

1417. De Roomsch Koning Sigismund bevestigt de vrijheden en voorregten der Friezen; evenzoo in

1457 Keizer Frederik III.

1435. Leeuwarden vergroot door de vereeniging van de stad met de naburige dorpen Oldehove en Hoek.

1470. Vergeefsche pogingen van Graaf Karel den stoute, om Heer van Friesland te worden.

1487. Bier-oproer te Leeuwarden, hetwelk door de Schieringers wordt aangevallen en ingenomen.

1491. Verbond van Oostergoo en Westergoo met de stad Groningen.

1493. 's Keizers gezant, Otto van Langen, komt in Friesland ter bemiddeling van de partijen.

1495. De Schieringers nemen vreemde benden uit Holland en elders ter hulp aan.

1498. De Keizer draagt aan Hertog Albert van Saksen, als Erf-Potestaat, het bestuur over Friesland op.

DERDE TIJDVAK.

FRIESLAND BESTUURD NAMENS VREEMDE VORSTEN.

_Van Albert van Saksen tot de Hervorming._

1498-1580.

_A. De Saksische Regering._

1498. Hertog Alberts Stedehouder, Willebrord van Schaumburg, trekt met 2,000 man in Westergoo, neemt Leeuwarden in, en verovert Oostergoo en Zevenwouden.

1499. Albert komt met zijn zoon Hendrik in Friesland, wordt gehuldigd en stelt een Provincialen Raad in.

1500. Hertog Hendrik verbittert de Friezen, die hem in Franeker belegeren, doch aftrekken, zoodra Albert tot ontzet nadert.

1504. Hertog Georg van Saksen komt in Friesland, plaatst te Leeuwarden een Geregtshof en voert vele verbeteringen in, zoodat de rust en welvaart hersteld worden.

1505-8. Het Bildt verpacht en bedijkt.

1509. Graaf Hendrik van Stolberg, de edele Stadhouder, overleden.

1512. Jemme Herjuwsma en Gerbrand Mokkema te Leeuwarden onthoofd, wegens verstandhouding met den Graaf van Oost-Friesland.

1514. De Geldersche benden van Karel van Egmond bezetten een groot deel van Friesland, belovende herstel der vrijheid.

_B. De Bourgondische Regering._

1515. Hertog Georg draagt Friesland over aan Karel van Oostenrijk, Graaf van Holland enz.--Bestendige strijd van dezen tegen de Gelderschen om het gebied.

1516. Leeuwarden door de Gelderschen belegerd en door Bourgondische benden ontzet.

1517. Groote Pier maakt de Zuiderzee onveilig, om de Hollanders, die zijne woonplaats verbrand hadden, afbreuk te doen.

1522. De Gelderschen verlaten Sneek, 1523 Dokkum, Bolsward enz., zoodat in 1524 geheel Friesland Keizer Karel V als Heer aanneemt.

Begin van een langdurig tijdperk van vrede, welvaart en vooruitgang.

1531. Begin der geloofsvervolgingen. Martelaren.

1535. Ongeveer 300 der Munstersche Wederdoopers nemen Oldeklooster in, doch worden belegerd, gevangen genomen en meerendeels omgebragt.

1536. Gellius Faber de Bouma en Menno Simons verlaten het pausdom en ondersteunen de zaak der hervorming.

1550. Invoering van de Inquisitie.

1551. De omstreken van Heerenveen ontgonnen en vaarten derwaarts gegraven.

_C. De Spaansche Regering._

1555. Karel V draagt de regering over aan zijn zoon Filips II.

1560. Invoering van nieuwe Aarts-Bisdommen en Bisdommen in Nederland.

1565. 108 Friezen nemen deel aan het verbond der Nederlandsche Edelen tegen Spanje.

1566. De Hervormde leer te Leeuwarden en elders ingevoerd, doch weder onderdrukt.

1567. Herstelling van de Roomsche eeredienst. Komst van den Hertog van Alva. Vlugt van vele Edelen en Geestelijken.

1568. Begin van den tachtigjarigen oorlog tegen Spanje. De Stadhouder Aremberg sneuvelt bij Heiligerlee.

1570. Komst van Cunerus Petri, als Bisschop van Leeuwarden. Groote schade en nood door den Allerheiligenvloed.

1572. De pogingen der Bondgenooten, om eenige steden op de Spanjaarden te veroveren, door Robles verijdeld.

1574. Verbetering van de Zeeweringen onder Caspar de Robles.

1576. De Pacificatie van Gent.

1578. Afkondiging van den Religions-vrede.

1579. De Unie van Utrecht gesloten.

1580. De Blokhuizen van Leeuwarden, Harlingen en Stavoren veroverd; de Hervorming van Staat en Kerk doorgezet.

VIERDE TIJDVAK.

FRIESLAND ONDER DE STATEN EN STADHOUDERS.

_Van de Hervorming tot de Staats-omwenteling._

1580-1795.

1580. De Roomsche eeredienst verboden en de Kloosters afgeschaft. Invoering van de Hervormde leer.

De Spaansche benden stroopen langs de zuidkust van Friesland.

1580 en 90. Nieuw-Dongeradeel of de Holwerder- en Ternaarder-Polders bedijkt.

1581. Afzwering van Koning Filips II van Spanje.

Prins Willem I komt in Friesland, om orde op de regering te stellen.

Twisten tusschen de Staatsleden, de Gedeputeerden en het Hof.

1582. De Hertog van Anjou tot Landvoogd aangenomen.

1583. Inval der Spanjaarden. Proces tusschen de Landen en Steden.

1584. Graaf Willem Lodewijk eerst tot Luit.-Gouverneur, daarna tot Stadhouder aangenomen. Verdeeldheid onder de Regeringsleden.

1585. 's Lands Akademie te Franeker opgerigt.

Voortdurende gevaarlijke toestand des lands.

1586. Inval der Spaanschen. Slag bij Boxum.

Handelingen met den Engelschen Landvoogd Leicester.

1588. Vergaan der Onoverwinnelijke Vloot.

1591. Pogingen om den vijand uit Groningen en de andere vestingen te verdrijven.

1592. Steenwijk, Koevorden enz. gewonnen.

1593. Verdugo's laatste strooptogt in Friesland.

Verschillen tusschen Carel Roorda en Graaf Willem Lodewijk.

1594. Groningen belegerd, gewonnen en met de Ommelanden tot de Unie gebragt.

Aftogt der Spaansche benden uit deze noordelijke streken.

1596. Het Collegie ter Admiraliteit te Dokkum opgerigt.

Verschillen over de inwilliging van de belastingen.

1598. Bewegingen ten gevolge der handelingen van den Ontvanger-Generaal Taco van Dijxtra.

1600. In den slag van Nieuwpoort nemen de Friezen den Admirant van Arragon gevangen.

Hevige staatstwisten over de zware schattingen. Scheuring tusschen de Regeringsleden. Gezanten der Algemeene Staten herwaarts gezonden.

1600. Het Nieuwe Bildt bedijkt.

1601. Amnestie tot herstel van 's lands rust.

1602. De Lands-ordonnantie uitgevaardigd.

1609. Twaalfjarig Bestand met Spanje.

1609-15. Hevige verschillen tusschen de Stedelijke Regering en de ingezetenen van Leeuwarden.

Toenemende welvaart tijdens het Bestand.

1613. Begin der bedijking van het Stavorensche Noorder- en Zuidermeer.

1619. Uitbreiding en versterking van Leeuwarden.

De leer, doch niet de Kerken-orde der Dordsche Synode in Friesland aangenomen.

1620. Graaf Willem Lodewijk sterft en wordt opgevolgd door Graaf Ernst Casimir van Nassau.

1622. Inval der Spanjaarden in de Zevenwouden.

Verschillen over de Raadsbestelling der Steden.

1624. Het Workumer-Nieuwland bedijkt.

1626. Hevige bewegingen tegen de invoering van gelijke belastingen als in Holland.

Reformatie van de misbruiken in de regering.

1631-37. Voortdurende onlusten over de verpachting van 's lands middelen, de wijze van verdeeling, de inning der quota enz.

Volksberoeringen.

Gezanten der Algemeene Staten met krijgsvolk herwaarts gezonden.

Groote verdeeldheid onder de Regering en het volk.

1632. Dood van Graaf Ernst Casimir, die door Graaf Hendrik Casimir I wordt opgevolgd.

1633. Het Warregaster en andere Meren bedijkt en drooggemaakt.

1640. Graaf Hendrik Casimir I sneuvelt en wordt door zijn broeder, Graaf Willem Frederik van Nassau, als Stadhouder opgevolgd.

1641. De Dragster-Compagnons-Veenvaart begonnen.

1645. Het Friesche Collegie ter Admiraliteit van Dokkum naar Harlingen overgebragt.

1647. De eerste Trekweg, tusschen Leeuwarden en Harlingen, aangelegd en door vele andere gevolgd.

1648. De Vrede met Spanje te Munster gesloten.

* * * * *

1651 env. Verschillen van de Friesche Staten met die van Holland.

1653. Eerste Engelsche Oorlog.

1657. Onlusten te Leeuwarden, Franeker en elders jegens de Regeringsleden.

1662. Klagten en bewegingen over het verkoopen van de lands Ambten enz.

1663. De Post van Leeuwarden op Zwolle ingevoerd.

1664. Eerste aanvallen van den Bisschop van Munster.

Dood van den Stadhouder Prins Willem Frederik.

1665. Tweede Engelsche Oorlog. Frieslands Luitenant-Admiraal Auke Stellingwerf sneuvelt.

Schade door storm en watervloed.

1666. Hevige zeegevechten. Lt.-Adm. Tjerk Hiddes de Vries gesneuveld.

1672. Friesland, door de vereenigde Fransche, Munstersche en Keulsche magten bedreigd, wapent en versterkt zich onder Aylva.

Hevig gevecht tusschen het regiment van dien Generaal en de Franschen bij den overtogt van dezen over den Rijn.

Prins Hendrik Casimir II tot Stadhouder verkozen.

De Munstersche benden bij herhaling afgeslagen en Blokzijl met hulp der Friezen veroverd.

Krachtige pogingen van het volk tot verbetering van de misbruiken in de Regering.

Nieuwe Staten gekozen, terwijl eenige oude leden een Landsdag te Sneek houden.

Hooggaande verdeeldheid tusschen de Regeringsleden.

1673. Pogingen der Staten Generaal tot bemiddeling. Invoering van het Reglement-reformatoir. Nieuwe volkswapening en versterking. Vruchtelooze aanval van de bisschoppelijke troepen, die geslagen en verdreven worden.

1675. De Labadisten vestigen zich te Wienwerd.

1677. Heldendood van den Kommandeur Jacob Binckes op Tabago.

1678. Verschillen met Prins Willem III over het afdanken van krijgsvolk, gelijk in 1684 over de werving.

1683. Fransche Hervormde vlugtelingen in bescherming genomen.

1684. Huwelijk van Prins Hendrik Casimir met Prinses Amalia van Anhalt-Dessau.

1689. Dapperheid van dezen Prins, van Aylva en van Coehoorn in den veldslagen van Fleurus enz.

1696. Prins Hendrik Casimir II en zijne moeder Prinses Albertina Agnes overlijden.

1700. Aanvang van den Spaanschen Successie-oorlog.

1701 en 3. Stormen, dijkbreuken en watervloeden.

1702. De Statendijk en Schoterzijl aangelegd.

1704. Voortzetting van het groote Veenkanaal van Lippenhuizen naar Appelscha, van 1781 tot 1819 voltooid.

1707. Prins Jan Willem Friso wordt Stadhouder; betoont in

1708 env. grooten heldenmoed in den Successie-oorlog; huwt in

1709 aan Prinses Maria Louisa van Hessen-Kassel, en komt in

1711, bij het overvaren van het Strijensche sas, ongelukkig om het leven.

Prins Willem Carel Hendrik Friso geboren.

1712. Inval van den Generaal Grovestins in Frankrijk.

1713. De Vrede met Frankrijk te Utrecht gesloten.

* * * * *

1729. De Dokkumer Nieuwe Zijlen aangelegd.

1730-34. Verwoestingen van den Paalworm. Slaperdijken aangelegd.

1731. Prins Willem Carel Hendrik Friso Stadhouder, en in

1734 gehuwd aan Prinses Anna van Engeland.

1740. Aanvang van den Oostenrijkschen Successie-oorlog.

1747. De Prins, als Willem IV, verheven tot Algemeen Stadhouder, verlaat Friesland.

1748. Hevige volksberoeringen. Verbeteringen in het Staatsbestuur.

1751. Dood van den Prins.

1759. Prinses Anna, Gouvernante, sterft, waarna Prinses Maria Louisa Gouvernante wordt in Friesland, tot

1765, toen zij overleed.

1766. Prins Willem V aanvaardt het Stadhouderschap.

1775 en 76. Dijkbreuken en overstroomingen.

1780. Begin der staatkundige onlusten.

1787. Eenige leden der Friesche Staten scheiden zich van de overige af en vestigen zich te Franeker, dat versterkt en door de gewapende Patriotten bezet wordt.

De Pruissische troepen herstellen het stadhouderlijk gezag.

Vervolging en vlugt van de Patriotten.

VIJFDE TIJDVAK.

DE VOLKS- EN FRANSCHE REGERING.

_Van de Omwenteling tot de herstelling van Nederland._

1795-1813.

1795. Prins Willem V vlugt. De Staats-omwenteling.

De Franschen bezetten ons land. Volksregering.

1798. Staatsregeling. Opheffing van de Souvereiniteit der provinciën.

Het Feest der Een- en Ondeelbaarheid te Leeuwarden gevierd.

1801. Nieuwe Staatsregeling.

1805. Gewijzigde Staatsregeling met R. J. Schimmelpenninck als Raad-pensionaris aan het hoofd van 't Bataafsch Gemeenebest.

1806. Lodewijk Napoléon, Koning van Holland.

1810. Nederland bij Frankrijk ingelijfd.

ZESDE TIJDVAK.

DE KONINKLIJKE REGERING.

_Van de herstelling van Nederland tot de invoering van de Gemeentewet._

1813-1851.

1813. Bevrijding van Nederland. Vertrek der Franschen.

Prins Willem Frederik komt terug en wordt

1814 Souverein Vorst der Nederlanden. Eerste Grondwet.

Jhr. Idsert Æbinga van Humalda Gouverneur van Friesland.

1815. De Staten en Grietenij-besturen hersteld.

Nieuwe Grondwet voor het Koningrijk der Nederlanden (met België vereenigd), onder Koning Willem I.

Oprigting van het Athenæum te Franeker.

1825. Dijkbreuken en overstroomingen.

1826. Heerschende ziekte en groote sterfte.

Jan Adriaan Baron van Zuijlen van Nijevelt Gouverneur.

1827. Begin van het aanleggen van Straatwegen.

1830. Afscheiding van België. Algemeene volkswapening.

1830-50. Verbeteringen in Frieslands Waterstaat.

1840. Gewijzigde Grondwet. Willem II Koning.

Maurits Pico Diderik Baron van Sytzama Gouverneur.

1843. Opheffing van het Rijks Athenæum te Franeker.

1844. Tentoonstelling van voorwerpen van Friesche Nijverheid.

1847. Duurte en volksbewegingen ten gevolge der aardappelziekte.

1848. Nieuwe Grondwet. Jhr. Jan Ernst van Panhuijs Gouverneur.

1849, 12 Mei. Willem III tot Koning gehuldigd.

1851, 5 Julij. Invoering van de Gemeentewet.

1852, 19 April. Koning Willem III bezoekt Friesland.

_Tweede Bijlage._

~TIJDREKENKUNDIG OVERZIGT~ VAN DE ~FRIESCHE VORSTEN~, OPPERHOOFDEN, KONINGEN, STADHOUDERS ENZ.

_van de vroegste tijden tot 1851._

Alle volksgeschiedenissen, zonder eenige uitzondering, hebben hare _mythen_, verdichtselen, sagen en overleveringen, waarmede zij aanvangen. Zeldzaam zijn ze geheel verdicht; meestal is de waarheid opgesierd en voorgesteld in een vorm, welke dadelijk verraadt, dat deze verhalen eerst in schrift gesteld zijn in latere eeuwen (de 12e en 13e), wier kenmerken en behoeften op vroegere gebeurtenissen overgebragt of toegepast zijn. Zaken en voorstelling zijn daarin dus zeer moeijelijk te onderscheiden. Langzamerhand vloeijen ook die verhalen met de ware oorkonden zamen, zonder dat iemand in staat is met juistheid aan te wijzen, waar het tijdpunt is, dat volkomene zekerheid geeft. Hoe meer echter de gebeurtenissen, ook in de oude Friesche Landskronyken verhaald, overeenstemmen met de godsdienstoefeningen, zeden, karakter en gewoonten des volks en de omstandigheden der tijden--hoe meer waarde en gezag wij er aan kunnen hechten, vooral, wanneer geschiedschrijvers van andere landen deze berigten bevestigen. Sommigen hebben die verhalen als waarheid aangenomen; anderen hebben ze verworpen: beide zyn te ver gegaan. Waarheid en verdichting ondereengemengd en in het kleed der oudheid gehuld, kunnen door geene magtspreuken vaneen gescheiden worden; en zal het immer aan het verstandig oordeel en de mate der ontwikkeling van ieder lezer blijven overgelaten, wat hij voor waarheid, voor opgesierde waarheid of enkel verdichting, aanvulling of voorstelling meent te moeten houden. Tegen Emmius, die al te veel heeft verworpen, is vooral in den laatsten tijd de waarde der Friesche Kronyk van Scharlensis verdedigd door Mr. J. van Lennep, in Nijhoff's Bijdragen; II 221. Belangrijk is te dezen aanzien ook de inleiding der verhandeling van Mr. F. Binkes, over eene Volkplanting der Friezen in Zwitserland, in de Vrije Fries, I 1, waar de ~ligtgeloovigen~ zoowel als de ~ongeloovigen~ nadeelig voor de beoefening der geschiedenis worden genoemd.[379]

[379] Men vergelijke hiermede ook mijne denkbeelden over dit onderwerp, medegedeeld in de Geschiedkundige Beschrijving van Leeuwarden, I 18-23.

Zoodra de Friezen hier gevestigd waren, zich uitbreidden en vooral sedert zij met de Romeinen in betrekking kwamen, hadden zij behoefte aan Opperhoofden, die met de oudsten en de priesters de weinige algemeene belangen regelden. Maar hoe hunne namen en welke hunne titels waren in die eerste tijden--wie zal dit met zekerheid kunnen zeggen? Op grond van oude volksverhalen, die van een roemrijken stamvader _Friso_, uit het Oosten afkomstig, gewagen, geven de kronyken echter eene aaneengeschakelde lijst van al de Vorsten, die van hem af het gebied over Friesland hebben gevoerd. Zoolang het ons onmogelijk is, waarheid en verdichting te scheiden, hebben wij eerbied voor deze volksverhalen, en als zoodanig geven wij hier een kort overzigt van al de personen, welke de overlevering als vroegere _Bestuurders van Friesland_ opgeeft. Daar echter de schrijfkunst en de jaartelling of onze wijze van tijdrekening eerst na de invoering van het Christendom in deze landen (omstreeks het jaar 800) hier in gebruik gekomen en later meer algemeen geworden zijn, zoo kan men alleen aan dezen maatstaf eenigzins de waarde toetsten van de opgaven onzer kronyken ten aanzien van den tijd en de bijzonderheden der vroegste gebeurtenissen.

EERSTE TIJDVAK.

_Van Prins Friso tot Keizer Karel den groote._

Van het jaar 313 vóór- tot omstr. 800 na Christus.

I. ZEVEN PRINSEN.

FRISO. (313 j. v. C.)

Ten tijde van Alexander den groote zou deze Indische Prins, uit zijn vaderland verdreven, zich met vele anderen op eene vloot begeven hebben, waarmede zij, na vele omzwervingen, landden in Friesland, waar hij aan het Flie eene stad stichtte, naar den God Stavo Stavoren geheeten. Hij wordt gehouden voor den Stamvader der Friezen, voor den eersten bevolker van dit land, hetwelk bij 68 jaren lang regeerde. Zijn zoon

ADEL (245 j. v. C.)

volgde hem op, en zou gedurende zijne 94jarige regering de Noormannen bestreden, wijze verordeningen gemaakt, den Adel ingesteld en de groote gastmalen ingevoerd hebben.

UBBO, (151 j. v. C.)

zijn zoon en opvolger, zou Keulen, gelijk de zonen van dezen Batenburg en Vroonen gesticht hebben. Na 80 jaren geregeerd te hebben, volgde zijn zoon

ASINGA ASKON (71 j. v. C.)

hem op. Deze zou Stavoren vergroot en bemuurd, en onderscheidene oorlogen met naburige volken gevoerd hebben, gedurende zijne 82jarige regering. Op hem volgde

DIOKARUS SEGON, (11 j. n. C.)

zijn neef en veldheer, onder wien de Friezen in het jaar 28 tegen de Romeinen opstonden. Zijn zoon

DIBBALDUS SEGON, (46 j. n. C.)

was zijn opvolger, om zijne krijgshaftige daden, zoowel te land als ter zee, beroemd.

TABBO, (85)

zijn veldheer, zou dapper met de Romeinen tegen de Britten gestreden en ook de Denen bevochten hebben.

II. ZEVEN HERTOGEN.

ASKON, (130)

zou, onder een anderen titel, de opvolger van zijn vader geworden zijn, en tevens de stichter van verscheidene dorpen. Minder vredelievend dan hij was zijn zoon en opvolger

ADELBOLD, (173)

die de Romeinen met hulpbenden ondersteunde en tegen verschillende naburige volken oorloogde. Zijn broeder

TITUS BOJOCALUS (187)

wordt zeer geroemd als een geleerd en dapper vorst, bij den Romeinschen Keizer en den Hertog van Braband, welken hij hulp bood, zeer geacht.

UBBO, (240)

zijns broeders zoon, was zijn opvolger, en zou gedurende zijne vreedzame regering vele gebouwen, sterkten en steden, ook Dokkum, gesticht hebben.

HARON UBBO (299)

zou zich met de Denen verbonden en Diderik, den Koning van West-Friesland, bestreden hebben. In zijn lusthuis bij het Roode Klif, dat toen dikwijls vlammen braakte, zou hij, 97 jaren oud, in 335 gestorven zijn.

ODILBALD (335)

was zijn zoon en opvolger, die door zijne dapperheid het rijk zou uitgebreid hebben, even als zijn zoon

ODOLF HARON, (360)

de laatste der Hertogen, onder wien een groot getal Friezen zich, ten gevolge van overbevolking, aan den Eider zou hebben nedergezet.

III. NEGEN KONINGEN.

RICHOLD UFFO. (392)

Wegens de uitbreiding van Friesland nam deze den titel van Koning aan. Tegen de Denen en Franken zou hij dapper gestreden en te Stavoren en elders lusthuizen gebouwd hebben.

ODILBALD, (435)

zijn zoon en opvolger, wordt geroemd als een goedertieren vorst, beleefd jegens zijn volk en gevreesd door zijne vijanden. Hij trouwde eene dochter des Konings van Denemarken. Zijn zoon

RICHOLD II (470)

verdreef de Franken uit Westfalen en de Denen uit de Eems, en was bij het volk zeer bemind.

BEROALD (533)

volgde hem op, breidde de grenzen des lands uit en sneuvelde in een gevecht tegen de Franken. Zijn zoon

ADGILD I (590)

was een vredelievend vorst, die de prediking van het Evangelie toeliet en de belangen des volks, ook door het opwerpen van terpen en zeedijken, zeer bevorderde.

RADBOUD I, (672)

zijn zoon en opvolger, wederstond even krachtig de invoering van de christelijke godsdienst en de legers der Franken, als zijn vader daaromtrent toegevend en vredelievend was geweest. Hij verwoestte de te Utrecht reeds gestichte St. Thomaskerk, doch werd 12 jaren later door Pepijn bij Dorestad geslagen. Na den dood van dezen versloeg hij het Frankische leger bij Keulen, waarover Karel Martel zich wreekte, door herhaaldelijk met eene vloot in Friesland te vallen.

ADGILD II (723)

was weder het tegengestelde van zijn vader. Hij regeerde in rust en vrede, en liet de prediking van het Evangelie toe, ja zou zelf de christelijke leer hebben aangenomen. Zijn zoon

GONDEBALD (737)

volgde zijn voorbeeld, zoodat het Christendom hier meer ingang vond. Doch zijn broeder,

RADBOUD II, (749)

in het heidensche Denemarken opgevoed, herstelde hier de voorvaderlijke eeredienst, liet Bonifacius ombrengen en mishandelde met wreedheid de Christenen, waartoe hij de hulp inriep van de Saksers. Het hierdoor verbitterde volk klaagde zijn nood aan Karel den groote, die den Frankischen troon had beklommen. Op de komst van dezen, vlugtte Radboud, namen de Friesche Koningen een einde en de Friezen het Christendom aan, waarbij zij zich stelden onder de bescherming van den Frankischen Koning, die eerlang mede Keizer van Duitschland werd.

TWEEDE TIJDVAK.

_Van Karel den groote tot Albert van Saksen._

Van omstreeks het Jaar 800 tot 1498.

~KAREL~ DE ~GROOTE~,

_Koning der Franken, Keizer van Duitschland, Beschermheer der Friezen._

IV. ZEVENTIEN LANDSHEEREN OF POTESTATEN.

MAGNUS FORTEMAN, (809)