Bedenkingen Tegen De Leer Van Darwin Gevolgd Door Beschouwingen
Chapter 29
[98] De door de wet der veranderlijkheid opgewekte gevolgen bij dergelijke verschijnsels, welke, even als in de Noot van blz. 300 gezegd is, werken, kunnen die verschijnsels echter uitputten. De beweging van zulk een vaartuig, heeft bijv. tot gevolg het loopen er van tegen den een of anderen oever.
[99] Dit is het geval omdat, zoo het gevolg eenparig kon toenemen, de werking der wet van geschiktmaking, trachtende de vergrooting der oorzaak tegen te gaan, versnellende zou toenemen, en aldus eenmaal die tegenstand veel grooter dan de opwekkende werking van het gevolg zou worden. Bij den aanvang van zulk eene wederkeerige versterking, bezit de oorzaak zekere grootte, en neemt het gevolg van af nul toe. Wil dit aldus de oorzaak vergrooten, zoo dient hierbij de tegenstand der werking der wet van geschiktmaking in het eerst trager dan de die oorzaak vergrootende werking van het gevolg toe te nemen.
[100] Zoo kan bij het voorbeeld van blz. 258 opgelegde straf somtijds geene uitwerking doen, of wel zie noot blz. 300 de straf verminderd worden, naarmate de gestrafte het peil van gemiddelde zedelijkheid nadert, en zij, wanneer dit peil bereikt is, ophouden.
[101] Die uitputting werkt als gevolg van den strijd, zooals in noot blz. 300 gezegd is.
[102] Zie verder hierover ons werk, get. Vervolg op het werk, get. Over de werking der Natuurwetten op zedelijk gebied enz., zie blz. 152. De werking der wet van geschiktmaking bij de gloeijing der brandstof bestaat in de afkoeling hiervan, zooals deze in het luchtledige zou plaats hebben, en neemt, zie 2e Noot blz. 337, meer versnellende, dat is, eerst minder en later sterker dan de chemische verbinding en uitbranding toe.
[103] Dit verschijnsel na verzwakking nul en daarna negatief wordende, zoo zal alsdan die steeds positief blijvende oorzaak weder grooter worden, en de wederkeerige verzwakking overgaan in wederkeerige versterking. Even als bij het geval van blz. 258 verkrijgt men aldus ook hierbij schommelingen.
[104] Vandaar dat naar ons inzien de hemelruimte geene eigene temperatuur bezit, maar allerhande temperaturen op de stralen, tusschen de ligchamen gelegen, er aan gegeven, zoodat een etherdeel, op verscheidene van zulke stralen gelegen, ook verschillende temperaturen bezit, zie ons werk get.: Over den aard en de toekomst der beweegkracht, zie blz. 18.
[105] De kristallisatie toont dit ook aan.
[106] Hoe kleiner de zwaartekracht bij het oppervlak van eenigen hemelbol, en hoe grooter de temperatuur hiervan is, hoe eerder eenige anorganische stof er op in den gasvorm en niet chemisch met andere stoffen verbonden, zal voorkomen.
[107] Men zij hierbij indachtig dat, voor zoo verre de afwijkingen van den harmonischen toestand niet vernietigd worden in reden der sterkte dier afwijkingen, de op blz. 259 en 300 gemelde werking der wet der veranderlijkheid zich aan die der wet van geschiktmaking paart.
[108] Op hooge noorderbreedte zou die constante benedenwind, zie Noot blz. 165, zuidwest zijn, zie hierover ons werk, het "Vervolg op het werk get.: Over de werkingen der Natuurwetten op zedelijk gebied" enz. blz. 104.
[109] Voor zooverre bij het harmonische ongeschiktheid bestaat voor hetgeen waarmede het in verband komt, bestaat er een drang om het te wijzigen ten bate van het goede, zie blz. 353, edoch er bestaat tevens een drang om dit verband zoodanig te wijzigen, dat het goede harmonisch wordt.
[110] Het toeval kan, zie blz. 334, wel regelmatigheid, maar geene harmonie teweeg brengen. De assimilatie der stoffen met de bestanddeelen der aarde is bijv. niet het product van het toeval, zie Noot blz. 169. Ook kan dit onregelmatigheid voortbrengen, doch het behoeft het niet steeds te doen, zooals de werking van blz. 321.
[111] Slechts op die voorwaarde kunnen toch die indrukken geschiktheid baren in den tijd bij een individu, of in de ruimte bij vele zamenlevende individuen. Vandaar dat, wanneer die indrukken valsch worden, zooals bij het ijlen, er een ongeschikten toestand ontstaat.