Bedenkingen Tegen De Leer Van Darwin Gevolgd Door Beschouwingen

Chapter 27

Chapter 273,609 wordsPublic domain

Men dient wel het goede van het harmonische te onderscheiden. Het kan bijv. gebeuren, dat iets goeds, in zamenwerking met andere oorzaken, een gevolg verwekt dat het vernietigt, doch daar zie blz. 351 het harmonische iets is, dat uit zich zelf geene aanleiding tot verandering er van geeft, kan het een dergelijk gevolg niet verwekken. Goede zaken kunnen, zie blz. 338, bestendigd worden door de uitwerking van er door opgewekte gevolgen, terwijl daarentegen harmonische zaken, door de werking der traagheid in stand gehouden wordende, zoo zij geene storing door er niet uit voortspruitende zaken ondervinden, dergelijke gevolgen niet kunnen opwekken.

Bij het harmonisch maken van met elkander in verband zijnde zaken, kan er slechts sprake zijn van hetgeen die harmonie verstoort te vernietigen, en zoo nu die storing bestaat in gemis aan iets, zal dit gemis, als oorzaak werkende, een gevolg opwekken, dat het vernietigt en aldus aanvult. Zoo nu dit gemis opwekt een gevolg dat deszelfs oorzaak niet vernietigt, zal dit gevolg niet tevens door de afwijkingen van den harmonischen toestand bij zoo even gemelde zaken geboren worden.

Het schoone, dat wij op blz. 97 gezegd hebben te zijn de innerlijke harmonie bij zaken, moet meer uit zich zelf geene aanleiding geven tot veranderingen er bij dan het goede, of de geschiktheid van iets voor hetgeen waarmede het in verband komt, zie blz. 271. In ons werk getiteld: "Over de werking der Natuurwetten op zedelijk gebied enz.", blz. 501, hebben wij de stelling ontwikkeld, dat het schoone bij den gemiddelden toestanden van zaken bestaat, en nu zijn het juist de afwijkingen van zulke gemiddelde toestanden, zooals die der juist geproportioneerde menschelijke gestalte, die uit zich zelf natuur en kunst nopen om hen te doen verdwijnen.

Geschiktheid van iets voor verschillende, bijv. zie blz. 231, ten gevolge van ongelijke verandering, op verschillende hoogten gekomen, en aldus met betrekking tot elkander onharmonische zaken, kan binnen eene in tijd en ruimte veranderlijke wereld slechts onvolkomen zijn, en uit dien hoofde zullen de toestanden, waarbij dergelijke geschiktheid bestaat, uit zich zelve aanleiding tot verandering er van geven. Wetten kunnen bijv. gewijzigd worden, ten einde er dan deze en dan gene belangen mede te bevredigen, al zijn zij zoo goed mogelijk. Moet het wetboek verbeterd worden, zoo wijst het zich niet van zelf aan hoe slechts de afwijkingen van dit wetboek van een dat goed is, behoeven vernietigd te worden, en leemten er in wijzen niet even bepaald de aanvulling aan, als bij eenig menschenligchaam het gemis der neus aanwijst, dat er eene neus bij zou behooren, om het op het door geene afwijkingen mismaakte menschelijke ligchaam te doen gelijken. Zulk eene leemte in een wetboek kan zeer wel, als oorzaak werkende, als gevolg handelingen bij wetgevers hebben, welke, na vergelijking der voor- en nadeelen er van, haar laten bestaan en zelfs versterken. Om aan reeds bestaande eischen bij het oude wetboek, aldus, zonder dat de behoeften der maatschappij veranderd zijn, te voldoen, kan men oude wetten in zekeren zin beginnen te wijzigen, en het gevolg of de bearbeiding dier wetten leiden tot versterking der wijziging.

Veranderen de eischen der omstandigheden, zoo verandert ook het goede, terwijl het harmonische zulks blijft, al verliest het ook zijn objectief bestaan. In dit laatste geval verkeert bijv. eene despotieke regeering met een tal van verspieders, een huurleger, geheime regtspleging enz. in de beschaafde wereld, alwaar vooral de middelpartijen, ten koste van harmonie en consequentie, goede regeringen wenschen daar te stellen.

Men make voorts onderscheid tusschen disharmonie, wegens door accidentele oorzaken ontstane afwijkingen bij eene zaak, terwijl deze overigens gelijksoortig blijft met die zaak, zoo die afwijkingen niet bestaan, en disharmonie, wegens het met elkander in verband zijn van ongelijksoortige zaken. De eerste soort van disharmonie wordt bijv. voortgebragt door de ongelijkheden van de aardkorst, door de ongelijke verdeeling der warmte, de ongelijkheid in rijkdom der menschen, enz. De tweede soort van disharmonie bestaat bijv. bij het verband tusschen de planten en de onbewerktuigde aarde, bij dat tusschen ziel en ligchaam, en verschilt hierin met de eerste, dat, terwijl hierbij de vernietiging der afwijkingen, ter vorming van een geschikten toestand, slechts van eene zijde geschiedt, zij bij die tweede soort van twee zijden en alsware zie blz. 348 tegen elkander in plaats heeft. De planten, waarbij er, tusschen derzelver contact met andere zaken als oorzaak en derzelver grootte als gevolg, wederkeerige versterking plaats heeft, trachten, ten bate van haren toestand, de onbewerktuigde stof organisch te maken, terwijl de aarde, ter bevordering van derzelver harmonischen toestand, het tegenovergestelde poogt te doen, en hierdoor onder anderen de vergrooting der planten, zie blz. 336, limiteert. Nu moge bij beide die met elkander in strijd zijnde geschiktmakende werkingen gedeeltelijk uit dezelfde soorten van veropenbaring der zelfstandigheid door beweging, zooals aantrekking, warmte, electriciteit enz. bestaan, ofschoon er wel bij de organische werkingen zullen bestaan, die bij de onbewerktuigde aarde gemist worden, het blijft niettemin waar, dat men hier niet met eene de planten voortbrengende aarde te doen heeft, omdat alsdan dier planten bestaan in den harmonischen toestand dier aarde in derzelver betrekking tot de zon alsware bevat zou zijn.

Wel is waar schikken de planten zich hiernaar, maar slechts ten bate van haar eigen toestand, even als vijanden zich naar elkander schikken, ten einde elk voor zich op de doeltreffendste wijze voordeel te verschaffen. [109], zie blz. 339. In wereld der verscheidenheid gaat dit een en ander ook door voor andere met elkander in verband zijnde zaken, elk strevende naar een eigen harmonischen toestand, doch die wereld der verscheidenheid moet tevens die der veranderlijkheid zijn, zoodat de streving naar al die verschillende harmonische toestanden van meer of minder algemeenen aard gedurig tegengewerkt wordt. Onder die veranderingen, en wel zie blz. 69, als gevolg van de accidentele veranderingen in het algemeen beschouwd, bevindt zich nu ook die, waarbij de ontwikkeling van het op blz. 194 gemelde eigenlijke wezen, dier naar eene eigene harmonie strevende zaken, vergroot wordt, totdat die kernen, wanneer derzelver ontwikkeling de palen der eindigheid bereikt heeft, volkomen zamensmelten en harmonisch worden met de onveranderlijke veropenbaring der zelfstandigheid door beweging en door denking.

Wanneer de handelingen van wezens een doel hebben, strekken zij om bij het een of ander geschiktheid te weeg te brengen, al zij het dat hierdoor bij andere zaken, zelfs die van meer verheven aard, de ongeschiktheid vergroot wordt, en daar de wezens die doelen, zie blz. 267 niet op de meest directe wijze trachten te bereiken, kan het gebeuren, dat zij daarvoor niet den juisten weg inslaan. De rest hunner handelingen zijn, of zooals men zegt toevallig, of wel gedwongen, waarin men hen alsware als verbonden aan de handelingen van anderen kan rekenen. Voor de handelingen, niet uit de denking der eindige wezens voortvloeijende, geldt hetzelfde, uitgezonderd het bereiken van doelen op niet volstrekt directe wijze, en aldus de mogelijkheid om niet op den juisten weg te zijn om die doelen te bereiken. [110] Zoowel de handelingen, die niet, als die wel voortvloeijen uit de denking der zie blz. 144 afgescheidene wezens, zijn aldus deels toevallig, en ware dit het geval niet, zoo zou de verscheidenheid, het gedurig ontstaan van nieuwe toestanden, waarvoor geschiktheid moet gevormd worden en de hierdoor ontstaande ontwikkeling der wezens gemist worden. Op blz. 299 hebben wij gezegd, dat de verschijnsels bevatten bijzonderheden, deze bijzonderheden andere nog sterker dan de voorgaande van het algemeene afwijkende enz. Elk dezer verschijnsels bestaat nu uit met elkander in contact zijnde, elkander wijzigende en gevolgen opwekkende handelingen van de afgescheiden eindige wezens, of wel van het Oerwezen, voor zoo verre dit zie blz. 170 eene veranderlijke natuur bezit. Elke oorzaak is een verschijnsel, elk gevolg insgelijks, elke werking der wet van geschiktmaking vormt, hetzij afzonderlijk, hetzij, zooals bij het geval van blz. 259, vereenigt met derzelver oorzaken uitputtende gevolgen, verschijnsels, het in stand blijven van zaken, ten gevolge der wet der traagheid, doet dit insgelijks. Elk dier verschijnsels bevat nu meer bijzondere verschijnsels, in elk dier gevallen kunnende vormen oorzaken, gevolgen werkingen der wet van geschiktmaking en werkingen der wet der traagheid, hiervoor gaat weder hetzelfde door enz., totdat men komt tot de meest bijzondere verschijnsels op blz. 300 aangegeven.

Iemands goed gedrag, eene oorzaak het beloonen tot gevolg hebbende, kan bijv. beschouwd worden als een verschijnsel bevattende bijzondere daden, zijnde oorzaken of gevolgen van andere daden, of wel, even als op blz. 342 gezegd is, wijzigingen voortbrengende contacten tusschen toestanden, of het wennen dan aan deze dan aan gene toestanden, of het gedurende eenigen tijd blijven in toestanden, niet alleen wegens geschiktheid er voor, maar tevens omdat men er verkeert.

Het zich voegen van een landverhuizer naar een vreemd klimaat en een vreemden maatschappelijken toestand, kan ook beschouwd worden als een verschijnsel, een menigte meer bijzondere verschijnsels bevattende, en hierbij weder al de gevallen bij de bijzondere verschijnsels van het voorgaande geval voorkomen. Het volhouden bij eenmaal aangenomen meeningen, waardoor nieuwe en grootere wetenschappelijke gehalte bezittende denkbeelden, vaak zoo traag bij het publiek ingang vinden, zie blz. 212, deels eene werking der traagheid, kan alsmede aangemerkt worden als een verschijnsel bevattende vele bijzondere verschijnsels zijnde oorzaken of gevolgen van andere dergelijke verschijnsels, benevens werkingen der wet der geschiktmaking en der traagheid.

De werkingen der anorganische aarde, der levende organische natuur en der kunst oefenen invloeden op elkander uit, even als dit bijv. doen de daden der verschillende soorten van werklieden, zooals smeden, metselaars en timmerlieden. Evenzeer als nu deze allen bijv. een last kunnen ophalen, en nogthans elkanders werk niet kunnen doen, evenzeer kunnen de anorganische aarde, de organische natuur en de kunst, eene zelfde werking verrigten, (bijv. eene van osmotischen aard) en desniettemin niet dezelfde producten leveren. Zoo kan bijv. de kunst evenmin een boomblad daarstellen, als de levende organische natuur een uurwerk kan maken zie blz. 195.

De werking der wet der traagheid, benevens de standvastigheid te weeg brengende werking der wet van geschiktmaking moeten de indrukken van dezelfde zaken bij de wezens dezelfde houden, tenzij zie blz. 333 oorzaken, van den aard als die men kan leeren kennen, die indrukken veranderen, zooals bijv. het anders zien der voorwerpen bij het scheel zien enz. [111]

De werking der wet van geschiktmaking leidt de wezens om door opmerking en oordeel met juistheid te leeren kennen wat waar, schoon, goed en verheven is, omdat zij zie blz. 178 het vooruitloopen der controlerende aanschouwing en der kritiek door de meeningen der menschen tracht te verminderen, en de beoordeeling van veranderde of nieuwe toestanden van zaken van lieverlede juist tracht te doen worden.

Die werking overwint van lieverlede de traagheid, zoowel bij gewoonten als bij meeningen, die geen grond van bestaan meer bezitten, zoodat haar bestaan het sceptieke gezegde, dat de menschen geene gronden voor hunne handelingen kunnen bezitten, en veroordeeld zijn om de gewoonten te volgen, valsch maakt.

Overdrijving van deugden bestaat zie blz. 271 in het te veel verzuimen van het eigenbelang in het heden ten bate van toekomstige en vreemde belangen. Verbastering van deugden daarentegen in het tegenovergestelde, of wel in het gemis aan paring van intellectuele ontwikkeling met zedelijke ontwikkeling zie blz. 293. Men bedenke hierbij dat, wegens de invloeden van ligchaam en omgeving op den geest der wezens (bij de menschen kleiner dan bij de dieren) zij in de opvatting van hun genoegen in het heden zeer verschillen; de een doet bijv. dat genoegen in veiligheid en rust, de ander in het begaan van roekelooze daden, de derde in verkwisting, de vierde in doellooze verzameling van goederen bestaan.

Somtijds ontstaan er evenwigtstoestanden, wanneer eene blijvende oorzaak een gevolg opwekt, en dit weder een ander gevolg, dat het vorige tracht te vernietigen en negatief te maken. Is toch dit eerste gevolg nul geworden, zoo zal het tweede niet meer versterkt worden, en het eerste even sterk negatief trachten te doen worden, als de oorzaak het in de positieve rigting tracht te vergrooten.

Zoo zal bijv. de aantrekking der aarde een bij twee punten ondersteunden zwaren balk met toenemende sterkte trachten te vervormen; terwijl de overmaten van moleculaire aantrekking en afstooting binnen dien balk, hiervan de doorbuiging zullen trachten te vernietigen, en ten gevolge der veerkracht negatief te doen worden. Bij zekere sterkte van doorbuiging kan nu de drang tot vergrooting hiervan door deszelfs oorzaak, de aantrekking der aarde, opgewogen worden door den drang tot verkleining er van door het gevolg dier doorbuiging. Bestendig meer vraag naar eenige waar, heeft tot gevolg verhooging van den prijs er van, terwijl deze vergrooting van het bod opwekt. Zijn nu de prijzen weder even hoog als vroeger geworden, zoo zal dan die meerdere vraag hen evenzeer trachten op te voeren, als dit tweede gevolg hen tracht te verlagen.

Bij dergelijke gevallen bestaan er twee in tegengestelde rigting werkende verschijnsels, welke uit zich zelf aanleiding tot verandering zou kunnen geven. Men heeft aldus dan wel zie blz. 12 een toestand van evenwigt, maar niet van harmonie. De steunpunten van bovengemelden balk kunnen bijv. zijn menschen, die zulk een zwaren last slechts gedurende korten tijd kunnen torschen, en zooeven gemelde vraag behoeft niet steeds door een voortdurend grooter verbruik van eene waar te ontstaan.

Wij hebben op blz. 352 gezegd dat, naarmate afwijkingen van harmonische toestanden kleiner worden, de werking der wet van geschiktmaking hen trager zal vernietigen. Dit geschiedt bijv. wanneer al de deelen van brandstoffen tegelijk branden, daar alsdan de omvang van het vuur gaandeweg zal verminderen. Zooals op blz. 358 gezegd is, kan echter zulk eene werking bevatten bijzondere verschijnsels, zijnde werkingen der wet der veranderlijkheid, waarbij de gevolgen de oorzaken versterken of vernietigen. Zoo kan bijv. bij het in het algemeen verbranden van organische stoffen, derzelver reductie tot anorganische stoffen versterkt worden door mededeeling der gloeijing, zie blz. 341, doch ook verzwakt worden door ontstaand gebrek aan nabij gelegen brandstof.

Een zamengesteld doel, zie blz. 257, een gevolg zijnde der verscheidenheid in de ruimte, zoo kan bij zaken, er voor bestemd, zie blz. 306, geene volmaakte geschiktheid ontstaan, doch de geschiktheid bij die zaken kan dan verder gedreven worden, dan zoo het doel veranderlijk is, en die zaken, zie blz. 230, niet voor verandering vatbaar zijn.

Een zamengesteld doel bestaat bijv. bij het zie blz. 305 te gelijk trachten te voldoen aan den welstand der menschen op deze aarde en aan derzelver geestelijke ontwikkeling zie blz. 270. Hoe het eerste geschaad wordt ten bate van het laatste, blijkt bijv. somtijds bij het strijden en niet toegeven ter wille der eer.

Accidentele afwijkingen van een bijzonderen harmonischen toestand wekken, terwijl de werking der wet van geschiktmaking hen tracht te vernietigen, als gevolgen, zie blz. 265, afwijkingen van een anderen aard bij dien toestand op; de laatste afwijkingen weder andere enz. Het bijzondere van zulk een toestand maakt namelijk het opwekken van dergelijke gevolgen mogelijk, zoodat, hoe algemeener karakter die toestand bezit, hoe zwakker die reeks van uit elkander volgende afwijkingen zal zijn.

Bestond er geene slijtende werking der wet van geschiktmaking, zoo zouden, wanneer de gevolgen derzelver oorzaken trachten te vernietigen, die vernietiging gemiddeld opwegen tegen de opwekkende werking dier oorzaken bij derzelver gevolgen, en aldus de leden van bovengemelde reeks gemiddeld gelijk aan elkander zijn zie blz. 265. De latere moeten daarentegen grooter worden, zoo de gevolgen derzelver oorzaken onveranderd laten of versterken, zoodat, wanneer het een en het ander plaats heeft, en zooeven gemelde slijtende werking bestaat, de latere leden der reeks noch steeds grooter, noch steeds kleiner dan de vorige zullen worden. Nu bestaan er op elk oogenblik eene menigte van afwijkingen van zulk een bijzonderen harmonischen toestand, en elk dier afwijkingen brengt eene dergelijke reeks voort. Daar echter van elk dezer de leden van invloed zijn op die der andere reeksen, zoo zullen bij de latere leden dier reeksen die invloeden van lieverlede in de plaats treden van de invloeden der eerste leden dier reeksen, en die laatste invloeden aldus zwakker worden, hoe verder de latere leden dier reeksen van de eerste gelegen zijn. De uitwissching dier invloeden kan ook als eene werking der wet van geschiktmaking beschouwd worden.

AANTEEKENINGEN

[1] Wiskundigen zouden zeggen, dat het aantal zuiver blanken bij de nde generatie gemiddeld het 1/(22n)de of 1/(22n)de deel der individuen dier generatie zal bevatten.

[2] Hierbij is eigenlijk verondersteld, dat de voortplanting door hermafroditen geschiedt, want anders zal een toevallig niet slechter dan hare ouders georganiseerd wijfje, meestal paren met een door de werking van het toeval slechter dan zijne ouders georganiseerd mannetje.

[3] Als secundaire verbetering kan aangemerkt worden, het krachtig verdedigen van een privilegie, wanneer vroegere bezitters er van hetzelve uit zwakheid in minachting gebragt hebben; als primaire verbetering het niet beleid opgeven van zulk een privilegie, zoo dit in strijd is met het publieke welzijn.

[4] Zie blz. 64 van het vervolg van het hierboven gemelde werk.

[5] Even als bij het voorbeeld van blz. 15, voor het verstoren der juiste rangschikking, bestaat er hier meer kans dat die accidentele oorzaken het uiteenloopen grooter, dan dat zij het minder zullen doen worden.

[6] Uit het feit, dat uit eene diersoort er vele tamme rassen voortspruiten, kan geen gevolg getrokken worden voor hetgeen in den wilden staat plaats heeft. Wanneer toch eene diersoort getemd wordt, ondergaat zij eene soort van revolutie en hervormen de menschen haar door kunstkeus en entrainement in zooveel verschillende tamme rassen, als zij noodig hebben, om, nadat hun doel bereikt is, hiermede op te houden.

[7] Zoo kunnen bijv. de thans bestaande leeuwen van de grootste en meest ontwikkelde tijgers van het tertiaire tijdvak en de thans bestaande tijgers van wat lager staande katachtige dieren van dit tijdvak afstammen.

[8] Hierop moet vooral gelet worden, wanneer men, om de vruchten van het onderwijs na te gaan, deze bij bewoners van groote steden met die bij bewoners van achterafhoeken vergelijkt.

[9] Hiertoe behooren de nadeelen door de stormen aan de scheepvaart toegebragt, het verwoesten van steenen gebouwen door aardbevingen, het woeden van besmettelijke ziekten in groote steden, de verspreiding der smetstoffen door het verkeer enz.

[10] Dit maakt ook dat middelen, ter eigen bevoordeeling, of ter bereiking van eenig doel, geoorloofd bij lageren stand van beschaving, bij hoogeren stand hiervan onzedelijk worden.

[11] Dit is ook het geval, wanneer er bijv. eene gemaalbelasting op de arbeiders gelegd wordt. Hun drang tot loonverhooging zal dan eerst bij een verhoogd loon gelijk zijn aan die tot loonverlaging der werkgevers. Worden nu de belastingen dezer laatste verligt ten bedrage dier gemaalbelasting, zoo zullen zij evenveel werk als vroeger verschaffen en laatstgemelde belasting de arbeiders met kleine huishoudens in een evenveel ruimeren, als die met zware huishoudens in een bekrompener toestand brengen.

[12] Accidentele omstandigheden zooals bijv. het ongelijk aantal kinderen bij elk huisgezin, verstoren gedurig die juiste verdeeling van het kapitaal, doch voor elk der groote klassen der maatschappij moet zij ongeveer de geschikste zijn, tenzij er groote gebeurtenissen op industrieel gebied hebben plaats gehad. Ten gevolge hiervan bezit bijv. thans de handenarbeid verrigtende klasse een wat te klein deel van het maatschappelijke kapitaal, maar haren drang tot loonverhooging is dan ook grooter dan dien tot verlaging der werkgevers. Zij tracht buiten deze om werk te vinden, arbeidersvereenigingen daartestellen enz.

[13] Het kwaad, door zulke kortstondige accidentele veranderingen teweeg gebragt, kan vergeleken worden met de zwarigheden ondervonden door een fabriekant, wiens klandisie onregelmatig toe- en afneemt. Wegens de werking der traagheid, zal hij toch zijne fabriek niet steeds bij tijds daarna kunnen inrigten. Al het kwaad, zoowel het zedelijke als het stoffelijke, heeft nu denzelfden oorsprong als de zwarigheden in tijden van overgang ondervonden wordende.

[14] Zoo kan iemand, ter bevordering zijner gezondheid, veel beweging nemen, zonder dat daarvan elk dier bewegingen met andere zaken in verband, de bevordering der gezondheid tot doel heeft en hierdoor geregtvaardigd wordt.

[15] Gemiddeld zullen (zie blz. 52) de regeringsvormen wat ten achteren zijn met betrekking tot de eischen der maatschappij, en desniettemin de individuen, omdat deze, wegens de werking der traagheid, gebrekkig aan de maatschappelijke eischen voldoen, zelfs aan die hunner regeringsvormen niet geheel voldoen.

[16] Krankzinnigheid is aldus eene zijwaartsche afwijking der gewone geestelijke ontwikkeling; terwijl slechtheid eene achterwaartsche afwijking der zedelijke ontwikkeling is.

[17] Die wijsgeer verklaarde dit echter door ongelijke daling van de verschillende deelen der menschennatuur na Adams val.

[18] Wij ontkennen echter niet, dat daar, wegens de, (zie blz. 72), de geestontwikkeling verlagende werking van het ligchaam, zekere inspanning noodig is, om de geestelijke ontwikkeling niet te doen verminderen, gebrek aan oefening, deels door den toestand van hun ligchaam te weeg gebragt, zulk eene vermindering, ofschoon, minder dan men waant, bij grijsaards te weeg kan brengen.

[19] Daar de directe werking van het ligchaam op den geest de ontwikkeling hiervan tracht te verminderen, zoo kan het zelfs zijn, dat, zelfs bij afnemende eischen der beschaving, die werking van dat ligchaam de geestontwikkeling nog te laag voor die eischen tracht te houden.

[20] Men spreekt veel van onzalige twisten over eenige belangrijke zaak. Is onverschilligheid er voor dan beter? Het kwaad bestaat in de verkeerde wijze waarop men twist, namelijk dat men de ooren sluit voor de argumenten der tegenpartij, en aldus van den strijd weinig partij trekt.

[21] Over de werking dier Natuurwet is in de beide op het titelblad van dit geschrift gemelde werken in het breede gehandeld.

[22] Van daar dat, bij gelijke beschaving en behoeften de productie in vruchtbare, warme landen grooter is dan in koude streken. In deze stijgt de beschaving eerst trager dan in gene, omdat het verspreid zijn der bewoners der koude landen, derzelver zamenwerking tegengaat, doch later heeft het omgekeerde plaats, omdat in die koude landen de behoeften grooter zijn.

[23] Naar gelang de geestontwikkeling grooter is, zal er absoluut meer inspanning gevorderd worden, om haar bij de achtervolgende generatiƫn constant te houden, zie hierover blz. 83.