Part 6
Annie, intuitief, besefte, dat zij iets kwaads gedaan had, keek schuw naar papa.... bedacht, dat het stout van haar was geweest over Ma-Annie te spreken. In haar onwetendheid begreep het kind niet wat voor kwaad er in stak, dat zij haar moeder had opgezocht. Ze was er al meer malen naar toe geweest, en werd er onthaald op Inlandsche koekjes, daar het kind dol op was, en die zij van Dina, een afkeer als die had voor al dat vreemde Indische goed, nooit kreeg.
De kazerne, die aan den achterkant van het kampement lag, was zoo dicht bij, dat zij gemakkelijk den weg erheen had gevonden, om haar moeder op te zoeken.
--Je mag nou niet meer naar Ma-Annie gaan, barschte Paul tegen het kind.
Hij zag er zoo ontsteld uit, dat Annie in elkaar kromp van angst, haar lipjes beefden.
--Huil nou maar niet, anders maak je mama ook nog wakker, zei hij met een poging om wat zachtheid in zijn stem te leggen.
--Is papa dan niet meer boos?
--Neen, als je niet meer huilt....
Het was vier uur. De eerste hoornsignalen overschetterden het exercitieveld bij de kazerne. De soldaten begonnen hun middagdienst.
Paul pakte zijn papieren bij elkaar en deed ze in een portefeuille. De tijd alweer verstreken en nog was hij tot geen resultaat gekomen.
--Ga nu maar baden, gebood hij Annie. Een bediende kwam de thee klaar zetten, en de tuinjongen liep met sproeiemmers de planten te begieten.
Zwoele aardlucht sloeg op uit den pas gedrenkten bodem, vermengde zich met de geuren van rozen en begonia's, die buiten bloeiden; in de witte potten voor het huis.
Dina, verkwikt door haar middagslaapje, zette zich bij Paul in de voorgalerij, schonk hem zijn thee in.
In de doorschijnende kabaja, het weelderige haar los neerhangend over haar schouders, leek ze nog slanker.... Kwam het door zijn opwinding, hij vond dat ze er bleeker uit zag dan aan tafel....
Een baboe droeg het kleintje, frisch gewasschen en gepoederd, op een draagkussen naar buiten.
--Niet verder dan voor het huis, gebood Paul, die zag, dat ze er mee uit wou gaan.
--Ik had juist beloofd, dat mevrouw de Wilde hem eens mocht zien. Ik heb hem expres er voor gekleed, zei Dina teleurgesteld.
--Doe dat later liever eens.... ontweek Paul.--Kijk, daar heb je den dokter....
De jonge medicus liep met vlugge passen de marmeren trappen op, keek even naar het kleintje, en zette zich dan vriendelijk groetend tegenover Dina, haar pols nemend en haar nauwlettend gade slaande.--Ik geloof, dat u weer niet gedaan hebt, wat ik voorgeschreven heb. Goed melk gedronken?....
Dina lachte witjes.--Het is te veel dokter, heusch, ik kan zoo veel niet drinken.
--Te veel? Vindt u twee flesschen te veel? U komt zoo nooit op krachten, en.... het eind wordt, dat ik u naar Holland moet sturen.
Maar Dina liet hem niet uitspreken.--Dat doe ik nooit dokter.... zei ze beslist.
Paul kreeg een schok. Het was een idee, misschien wel de eenige oplossing....
Even flitste door zijn denken het vooruitzicht van treurige eenzaamheid, na dien korten droom van geluk. Maar het was billijk, dat hìj, niet zìj leed, om wat zijn schuld was. En alles was beter dan dit. Dina's tegenstand zou hij wel overwinnen.... dat leed geen twijfel.
Hij zou er den dokter eens onder vier oogen over spreken, en als die het raadzaam vond, dan maar hoe eer hoe beter. Dina kon het kleintje mee naar Holland nemen, en Annie ging dan maar weer terug naar de zusters....
's Avonds liep hij even bij den kolonel op, die hem in zijn kantoor ontving.
--Wat heb je voor bezwaren van Weede?.... vroeg de kolonel toen Paul plaats had genomen op den hem aangeboden stoel.
In korte trekken vertelde Paul waarvoor hij gekomen was.
--Een lastig geval.... daar kan je nog onaangename dingen van beleven.... Weet je of de meid inderdaad met den korporaal getrouwd is?.... De vraag is of ze mee zou gaan, als ik hem overplaats. Als ze met bedoelingen hier is gekomen, doet ze het zeker niet.
Paul wist niet anders dan wat hij van Annie gehoord had.... En hij zei; dat hem geen anderen weg open bleef dan Dina naar Holland te laten terugkeeren.
--Maar dat zou toch verschrikkelijk zijn voor jullie allebei; in dit klimaat kan je vrouw gemakkelijk genezen. Moet je nou dat alles ondernemen ter wille van die meid? Ik acht je vrouw verstandig genoeg om alles kalm onder de oogen te zien, of... ben je soms bang, dat er bij die meid gedachten aan wraak voorzitten? Je hebt haar toch niet met leege handen weggezonden?....
Paul vertelde onder welke condities zij van hem weg was gegaan, en wat hij haar had gegeven.
--Dan bestaat er mijnsinziens van dien kant niet het minste gevaar.... Vertel je vrouw eenvoudig wat de zaak is, de rest komt wel van zelf.... Ik zal in elk geval probeeren, wat ik voor je doen kan. Een overplaatsing zou het radikaalste zijn; lukt dit niet, dan kan je alleen door samenwerking met je vrouw haar onschadelijk maken....
Paul ging wat verlicht heen. Hij was blij, dat hij er met den kolonel over gesproken had. Het was, of, nu deze het wist de last hem minder zwaar lag. In ieder geval kon hij op diens medewerking rekenen. Voorloopig zou hij den bedienden zeggen niet met de kinderen uit te gaan, voorgevend, dat er een paar gevallen van mazelen op de plaats waren voorgekomen. Daarna zou hij verder zien. In dien tusschentijd had de kolonel alle gelegenheid zijn maatregelen te nemen.
Dina zat in de binnengalerij met ongeduld op Paul te wachten. Het bevreemdde haar, dat hij na diensttijd nog uit was gemoeten. En het gesprek van dien middag met den dokter bezwaarde haar. Nooit, nooit, zou ze Paul alleen laten....
Maar als het toch eens moest....? Ze nam zich voor, alles wat de dokter haar voorgeschreven had stipt na te komen....
--Ben ik lang weggeweest? vroeg Paul, inkomend, met opzettelijke poging een vroolijken toon aan te slaan.
--Ja, ik heb je erg gemist. Wat was er voor bizonders? Ik maakte me doodelijk ongerust;.... toch geen expeditie op til?....
Paul zag haar smalle gezichtje betrekken.--Er zijn nog ergere dingen, dan een expeditie kind.... En hij sloot haar mond met een kus.
--Mag je er niet over spreken?.... Ze dwong hem haar aan te zien, vleide haar gezichtje vlak tegen hem aan.
Paul weifelde een oogenblik. Zou hij den raad van den kolonel opvolgen, en haar nu maar alles zeggen?....
Maar de moed ontbrak hem haar blije stemming te verstoren. Dit oogenblik van gelukkig samenzijn, was hem zoo een zaligheid, dat hij besloot er nog mee te wachten.
--Later mag je alles weten, zei hij ontwijkend.
Dina was tevreden met dit bescheid, drong niet langer aan. Officieren hadden altijd dienstgeheimen. Als er maar geen expeditie kwam, die Paul van haar weghaalde, kon de rest haar niet schelen.
Annie kwam goedennacht zeggen, keek nog wat schuw naar Paul, en zag met een blik van wel begrijpen weer dadelijk voor zich, toen Paul er niet meer op terugkwam.
--Je moet de kinderen voorloopig maar niet uitsturen, zei hij.--Er zijn eenige gevallen van mazelen......
IV.
Eer een week verloopen was had de kolonel zijn maatregelen getroffen. Het bleek, dat de Inlandsche korporaal inderdaad met Annie's moeder gehuwd was. En het leed geen twijfel, of ze zou hem volgen naar het andere garnizoen.
Die mededeeling ontlastte Paul van zijn grootste zorgen.
Hij wist zeker, dat Annie geen gelegenheid meer had gehad naar de kazerne te gaan. En ook het kleintje was buiten bereik gebleven van Ma-Annie.
't Liep alles beter dan hij gedacht had. En voor het eerst na dagen van spanning en onrust kon hij weer vrijer ademen.
--Een beste kerel de kolonel, herhaalde hij zich in oprechte dankbaarheid dat die had willen meewerken in zijn belang. Toch maar goed, dat hij er over gesproken had....
Weer kwam er iets van zijn vroegere levenslust in hem opbruisen. Hij liep met veerkrachtigen gang van het bureau naar zijn huis.
De Soembing gloriede in de stralende morgenzon, en wit huifde de zilverige wolkenmuts, die regen spelde, over den rotsberg. Jammer, dat het ging regenen... Hij wou tegen den avond een mylord laten komen, en Dina verrassen met een toertje. Ze was er dol op.
Toch maar even bij den rijtuigverhuurder aanloopen.... Als het weer meewerkte, zouden ze den grooten toer maken om den Tidar, den begroeiden spijkerkop waarmee, volgens de legende, Java aan den aardbol was geklonken.
De jonge solanum boomen langs den kampementsweg, met hun kruinen in kleurovergangen van paars tot zacht lila en wit, stonden in vollen bloei, wierpen lange schaduwen op den weg, waar vluchten kleurige vogeltjes neerstreken om te stoeien in een plas. Het was al van een jubelende blijdschap in de natuur.
Paul haalde diep adem, liet de warme lucht zijn longen binnenstroomen. Een fijne geur van patjar tjina woei hem tegen uit de tuintjes waar hij langs ging. Lage heggen begroeid met klimplanten, gingen schuil onder een overvloed van gentiaanblauwe klokken, fluweelig zacht opgeloken uit het aan alle kanten neerschietend groen. Een enkele slinger kroop tegen het dak op, van een klein woonhuisje, had zich tusschen de pannen vastgehecht, waar nu een kleed van blauw overheen lag, met bloeiende uitloopers te allen kant. Een eind verder groeiden passiebloemen tegen korte pilaren op, en weer verder de trossende bruidstranen, in een val van zachtrose over het groen van generfde blaren. In bloeidrang knopten de kembang sepatoestruiken.
Nog nooit had Paul dien weg zoo schoon gevonden, was de bloemenweelde hem zoo opgevallen. Het was àl licht in hem.
Aan het zijpad, langs de huizen zag hij naar de rozen: geurende La Frances, gouden Maréchal Niels en vuurgestroomde gemskleurige Madame Bérards. En daarboven, in lichte zweving de fijn gewiekte vlinders, in liefde-wellust van een enkelen dag....
Hoog daarbovenuit het zacht geruisch van den waterval, die klaterend den berm overstroomde, zich dan splitste in kleine beekjes, die vloeiden door de bamboe kokers, naar de rijstvelden, al met een groen waas bedekt. De zonnestralen kaatsten er in, doopten zich in de roerlooze klaarte als van gesmolten metaal in smaragden bekers gevat.
Het was Paul een openbaring die heerlijke tropennatuur, die gehevene plechtigheid van sereene rust, die stemde harmonisch met hem, na dagen van uiterste spanning.
Hij liep langs de manége, en sloeg het zijpad in, dat voerde naar zijn huis.
Het ijzeren hek er naast dat toegang gaf tot het erf, stond wijd open, en Paul keek langs perspectief van bloeiende citroenboomen naar achteren, waarvan tot hem doordrongen zacht gedempte stemmen.
Hij liep regelrecht het hek in om Dina te verrassen.
Toen was het plots of het bloed in zijn aderen stolde....
Vlak langs hem heen, met lenig heupgewieg, kwam Ma-Annie het erf af, boog in deemoed voor hem in stameling van haar zangerig: tabé toewan....
Een oogenblik voelde Paul een woede in hem opbruisen, die hem verbijsterde.
Zij hier,.... op zijn erf.... in tegenwoordigheid van zijn vrouw!
Hij had haar kunnen worgen in den greep van zijn hand!
Maar Dina stond naast hem, nam zijn arm....
--Wees niet boos Paul, smeekte ze met bevende lippen.--'t Is mijn schuld....
--Kind, kind,.... waarom heb je dat gedaan?.... verweet hij, hakkelend en met gebroken stem.
Hij zag Annie gauw wegsluipen; en dat bracht zijn woede tot razernij.
Verschrikt schoolden de bedienden te zamen op het achtererf. Hun handen bleven werkeloos.
Het was of alle levenskracht uit Paul wegvlood, hij voelde zich rampzalig.
--Kom mee naar binnen, smeekte Dina,--ik zal je alles vertellen.
Zijn beenen weigerden hem elken dienst, waggelend volgde hij haar naar hun slaapkamer, waar hij zijn pet op het bed gooide, en zijn sabel met luid gerinkel op den grond neerviel.
Dina raapte die op, en trok Paul naast zich op den divan, hem streelend met haar koele handen.--Paul, wil je naar me luisteren?
Haar stem klonk heesch, toonloos.
Hij schudde starend het hoofd.--Wat zou je me vertellen? Die vrouw is hier geweest, op ons erf, in ons huis, ze heeft met jou gesproken, met jou.... Dat is nooit meer goed te maken....
Een verwijt brandde hem op de lippen. Maar hij hield het in.
--Hoe heeft ze het durven wagen....
Hij wrong zijn handen, dat de nagels in zijn palmen drongen.
--Het is zoo erg niet als je denkt Paul.... kalmeerde Dina.--Van ochtend nadat je een poosje weg was, terwijl ik met Annie aan 't rozenplukken was, viel het me op, dat aan den overkant van den weg een vrouw voortdurend naar binnen keek. Ze zat op haar hurken, en ik dacht, dat ze om wat geld wilde vragen. Ik wou Annie erheen sturen, maar de baboe riep haar terug, en Annie....
Annie.... had.... haar moeder herkend....
--En.....? barschte Paul.
--En verder niets; de baboe vertelde mij toen, dat die vrouw weg zou gaan van hier, en nog uit de verte haar kind wilde zien.... en.... en toen heb ik haar.... geroepen....
--Jij zelf....
--Ja Paul,.... ik.... Ik heb haar toegestaan, dat ze afscheid nam van haar kind.... Als je niet juist thuis gekomen was, zou je het misschien nooit te weten zijn gekomen....
Een looden zwaarte zonk neer over Paul, star zag hij voor zich uit. Zijn klamme handen lagen doelloos op zijn knieën. Het was of hij hoorde Dina's stem ver.... ver.... van zich af.
--Arme lieveling, waarom heb je dat toch gedaan? wrong zich schor door zijn keel.
--Omdat ik me in dat verlangen kon indenken.... Paul.
Zij sloeg haar arm om hem heen, en trok hem naar zich toe. Een traan viel op zijn hand.--'t Was zoo bitter, bitter weinig,.... waar ze tevreden mee moest zijn.... Ik had zoo'n medelijden met haar.... en ook.... met Annie.... Paul....
Zij stond op, en liep naar de achtergalerij om het kind te zoeken.
In een hoekje op den grond zat Annie, stil ineen gedoken. De groote droom-oogen in wijde staring. Naast haar haar pop.
--Kom mee; zei Dina haar een hand toestekend.
Maar Annie draalde, zag haar schuw aan.--Zal papa niet boos zijn?.... neen?.... aarzelde ze.
--Neen, wij gaan samen naar papa...
En zij bracht hem zijn kind,.... zag toe, dat Annie zich op zijn schoot nestelde, hem streelde met haar kleine bruine handjes.
Hij kuste Annie en sloot Dina zwijgend in zijn armen.
En hun tranen vermengden zich over het hoofdje van het kind....