Balmoedertje

Part 3

Chapter 34,022 wordsPublic domain

Ze hield even op, dan nadenkend zei Elly heel beslist.--Als ik ooit trouw blijft u altijd bij me.... he moes?

Het ontging Elly, dat haar moeder nog bleeker werd, en ze vervolgde:

--Ik zou nooit willen trouwen als u niet bij me bleef.... wij hooren nu eenmaal bij elkaar.... ik zou het niet over me kunnen verkrijgen u alleen te laten....

--Dat zou toch moeten.... lieveling.... jonggetrouwden behooren aan hun lot over gelaten te worden.... Het is niet goed als derden er bij gaan inwonen.

--He!.... maar u toch wel....? U bent zoo heel anders als alle andere moeders.... en wij zijn eenmaal onafscheidelijk van elkaar.... u zou die Dritte im Bunde zijn.... Als u niet bij me bleef zou ik nooit willen trouwen....

Een heel ernstig trekje plooide zich om Elly's mondje.

Mevrouw van Weelen voelde weer die stekende pijn onder haar borst. Vreemd, dat Elly juist vandaag haar gesprek in die richting voerde....

--Als het zoover is dan komt dat allemaal wel terecht Elly.... Een meisje, dat trouwt, behoort heelemaal aan haar man, dan heeft ze zooveel nieuwe verplichtingen, dat ze haar moeder gewoonlijk wel missen kan.

Onwillens lag eenige bitterheid in den toon waarop mevrouw van Weelen tot haar dochtertje sprak.

Maar Elly, teveel vervuld van eigen gedachten, ontging die nuance.

Haar denken spitste zich op het eene vreeselijke.... zich te moeten scheiden van haar moeder en dat leek haar onmogelijk.

Met vrouwelijke intuitie en het uiterst fijne doorschouwen, stond plots het toekomstbeeld als een voldongen feit in den gedachtengang van mevrouw van Weelen.

Ze wilde nu zelve van Elly een verklaring uitlokken.

De bange twijfel die tot bijna zekerheid was gegroeid, liet nog altijd een kans....

En ze wilde weten.

Maar hoe zou ze Elly tot een volledige bekentenis brengen....?

Daarvoor moest ze een intiem oogenblikje afwachten....

Het dienstmeisje tikte aan om te dekken.

--Neen, nu ging het niet.

Ze zou telkens onderbroken worden in haar gesprek, en ze wilde Elly's aandacht onverdeeld bezitten.

Ze moest aan allerlei buitenliggende factoren, aan de geringste buiging in Elly's stem de waarheid toetsen.... want voor het eerst in haar leven leek het haar of Elly iets verheimelijkte.

In de jarenlange afzondering van droeve levensvereenzaming, had ze zich gehouden buiten elke aanraking met de mondaine wereld, was het voor haar geworden of die niet bestond, niet essentieeler dan een sprookje, dat haar nog wel eens vluchtig inviel, en weer dadelijk vervaagde, soms toch wel even haar aandacht gevangen hield.

Dan was het of zij toefde in een wereld, die lag buiten haar eigen levenssfeer, die voor haar geen geheimen verborgen hield, die evenwel nooit haar innigste innerlijk beroerde.

Nu werd dat plots anders.

Nu drong verbeelden weer innige momenten op, levensstoeten van jeugd, liefde, en geluk.

En ze besefte heel klaar, dat in die jaren aan den algemeenen toestand niets veranderde, dat haar Elly een meisje was als alle andere, zij zelve een vrouw als alle andere. Hoe had ze zich kunnen laten gaan in zelfbedrog.... die vele vele jaren lang.... dat ze zich waande losgescheurd van wat aan het leven bond, opgaand in het bestaan van het kind, waarin ze zag louter voortbestaan van haar zelve.

En thans drong zich het leven aan haar op in felle kleuren.

Was het niet ontzettend een rivale te zien in haar eigen kind....?

Als ze zich eventjes deze waarheid indacht, een oogenblik het masker van zelfbedrog aflegde, stroomden haar de tranen langs de wangen, en hulde ze zich weer in haar schijn van niet weten, die haar het veiligste leek.

Ze wilde sterk zijn en overwinnen.

Elly zou nooit mogen weten.

Dien nacht sliep ze niet, de slaap ontvlood haar oogen.

En in die oogenblikken van alomme stilte, beluisterde ze de rustige ademhaling van haar kind,

O.... als Elly eens vermoedde hoe groot een smart thans haar ziel vervulde ....! Ze zou wie weet afstand doen.... om wille van haar moeder.

Even gloorde een glimp van hoop in haar duistere ziel.

Maar dadelijk vertrok haar mond in smart.

Nooit zou Elly mogen weten wat er eens bestaan had tusschen de Varennes en haar.

Zij voelde, dat dit een schaduw zou werpen, die niet meer wijken kon, zelfs niet voor de teederste toewijdingen der liefde.

En ze keerde tot zich zelve in met het vaste voornemen--er mocht gebeuren wat er wilde--getrouw te blijven aan haar genomen besluit.

Als er een offer geeischt werd, zou zij dit zijn, mits.... de Varennes haar Elly waarlijk liefhad.

X.

De winter trok voorbij met vlagen van hagel en sneeuw, en daartusschenin enkele mooie dagen van heldere vrieslucht; een dartel zonnetje, dat het al overschaterde, brak soms vriendelijk door.

Op een van die zonnige winterdagen, dat drommen zich voortspoeden naar de ijsbaan, en een voortdurend getinkel van overvolle trams in de ijle lucht weerklinkt, dat te allen kant een juichklank opschatert van vreugde en jolijt, bewoog Elly zich te midden der kleurige en fleurige figuurtjes, die daar voortgleden over het spiegelgladde ijsvlak.

De muziek van de jagerskapel blies de vroolijkste wijsjes, waarop het goed was zich te laten gaan, méé, in den rythmischen zwier, waarop ze wel allen leken voort te zweven, met sierlijke streek.

Op een van die middagen dáár leek het Elly, al vroeg van huis weggegaan, of er, heel onbestemd nog, een vreugdetuimel in haar viel, dien ze zich niet verklaren kon.

Met verschillende kennissen had ze een baantje gereden, toen ook de Varennes op haar toetrad en haar vroeg met hem te rijden.

Ze zag òp gansch niet verrast, doch wel met iets van die groote verrukking in haar blik, die haar weer verraadde.

En toen zij haar hand lei op zijn arm had ook hij een diepen blos.

Ze merkte het; een onuitsprekelijk gevoel van blijheid doorvoer haar.

Dien verderen middag bleven ze samen, en het ontging hun niet, dat zijdelingsche blikken wel van hier en daar op hen gericht werden, en dat ook een enkele, met zeker welbegrijpen haar, in het voorbijgaan, wat langer aanstaarde dan hoffelijkheid toeliet.

Maar in stede van haar te ergeren, aanvaarde dit Elly als een triomf.

Zij genoot en voelde zich gelukkig, en een zaligheid zwol in haar, die haar duizelen deed, zoovaak, bij de een of andere oneffenheid, zijn hand zich wat vaster sloot om de hare, of hij in een zich aangewende gemaniereerdheid, zijn arm om haar middel boog.

En nu wel wat moe noodigde hij haar uit in het tentje uit te rusten.

Ze vond het dol, zooals ze opgetogen antwoordde, en samen in een hoekje gescholen, slurpten ze de warme thee, die hij voor hen beiden besteld had.

--De Varennes maakt dat meisje van Weelen wel ernstig het hof,.... zeiden enkelen, die in stillen afgunst hun veel samenzijn dien middag hadden opgemerkt.

Sommigen wisten zich te herinneren van vroeger.... vertelden elkander, dat heel lang geleden.... hij zijn hof aan de moeder gemaakt had....

En in hun diepst doorschouwen van wat daar bloeide in die ontluikende meisjesziel, geloofden ze, dat het nu wel ernst zou worden.... hij kon toch niet na de moeder ook weer de dochter compromitteeren.

Hij had vele groote en kleine zonden op zijn kerfstok, maar het werd hem, den wereldman, te gaarne vergeven.

In de Residentie bleef hij een geziene figuur, hij behoorde tot de uitgaande wereld, en hoewel zijn verblijf in den Haag een gaping vertoonde van vele jaren, scheen het wel, sedert hij er in terug keerde, of hij altijd met zijn innemenden glimlach en de bekoring van zijn fluweelen oogen de uitgaande wereld begunstigde.

XI.

Onder het intiem samenzijn bij het theedrinken vroeg de Varennes Elly of hij haar moeder een bezoek mocht komen brengen.

Schoon zij deze vraag had verwacht gaf het haar een schok.

--Ja, mama zal u zeker met genoegen ontvangen.... aarzelde ze, omdat haar plots inviel, dat Emilie zich steeds zoo van anderen afgezonderd hield.

Maar zou het niet enkel zijn voor dezen éénen keer, overwoog ze. Slechts eens kon hij belet vragen, en als hij later zijn bezoek nog eens herhaalde konden ze wel niet thuis geven.

Een pijn vlijmde bij deze overweging even door haar ziel. Waarom had mama zich toch zoo teruggetrokken....? Hoe heerlijk zou het zijn als de Varennes nu eens bij hen zooals bij alle andere families, na het eerste officieele bezoek, kon inloopen of 's avonds eens thee kwam drinken.

En het vooruitzicht daarvan joeg Elly al een blos naar de wangen.

Toch, zooals zij leefden leek het haar een onmogelijkheid.

Soms overviel het jonge meisje een stille gedruktheid als ze die dingen overwoog. Was het niet of er iets in mama's leven bestond waarom ze zich zoo van allen terugtrok....?

Als Elly daaraan dacht kromp ze van smart in elkaar, dan leek het of ze haar moeder door die gedachte alleen groot onrecht aandeed. Neen.... neen.... dat kon niet.... er moest iets anders zijn, een groote smart, die haar moeder voor haar, Elly, verborgen hield.... en ze nam zich voor er Emilie naar te vragen.

Nu, terwijl ze met de Varennes keuvelde, zij zich gevleid voelde door zijn voorkeur boven die vele andere meisjes, die hij zelfs met geen blik verwaardigde, drong dat zonderlinge gevoel weer in haar op, verdofte even het geluk van het heerlijke oogenblik, dat zij zich liet gaan in zijn bijzijn, maar zijn aanwezigheid verhelderde alles weer.

Het bleef van een onuitsprekelijke zaligheid voor Elly en telkens, opnieuw zonder dat zij het wilde, rustten haar oogen op de Varennes, ontmoetten hun blikken elkander.

Er groeide dan een gloeiende blos, die heel den verderen middag op haar wangen bleef.

Aangemoedigd door die verlegenheid, die de Varennes aanbiddelijk vond, rekte hij het uurtje totdat de avond viel.

En in dat plotse licht, dat in tooverschijn heel de spiegelende baan overdekte, zag hij Elly als iets bovenzinnelijks, dat hem gevangen hield, hem bekoorde.

Hij gaf zich geen rekenschap van de feiten.... controleerde niet zijn gevoelens.... liet zich slechts gáán in de betoovering van haar aanwezigheid.

Hij liet het gebeuren, dat de menigte zich terugtrok van de baan, de drommen ebden in den fantastischen schijn van het electrische licht.... terwijl hij daar nog altijd zat, in stille beschouwing van Elly, daar tegen hem over.

--Ik geloof, dat het toch wel tijd wordt om naar huis te gaan.... mama zal ongerust worden over me.... als het zoo laat wordt.... verbrak Elly de stilte, die al een poosje hing tusschen hen in. En ze zag op haar horloge.

Willen we afspreken voor den volgenden dag....?

--Ja zei ze verheugd.

En in weerwil van zijn overwegingen, vroeg hij haar spontaan, of hij haar thuis mocht brengen.

Een troep meisjes, in uitbundig gelach, stortte plots het zaaltje binnen en verbrak hun gesprek.

--Nee.... maar Elly.... riep er een.--Heb je wel gezien hoe laat het is....? Ga je mee....?

Iets verlegens kwam er in Elly's houding, toen ze daar bij de Varennes stond, en nu die vriendinnetjes in juichpret om zich heen.

Ze wilde eerst nog zeggen, dat meneer de Varennes haar thuis zou brengen.... maar haar vriendinnetje, een donkeroogig bij de handje, hield aan.

--Kom.... je gaat nou toch mee....? samen uit.... samen thuis....

De Varennes overwoog, dat hij moeielijk Elly van die anderen zou kunnen afzonderen, en met haar alleen mee te gaan, leek hem ook een weinig ongepast.

Dan.... als onder een onuitgesproken overeenkomst, stak hij Elly zijn hand toe, zag haar aan, streelde haar met den blik van zijn fluweelzwarte oogen, die haar even duizelen deed. En onder zijn suggestie gaf ze hem zijn groet terug met een stille gelofte voor den volgenden dag.

XII.

Nog enkele dagen van ijsvreugde volgden op den bewusten avond, deden Elly leven in een roes van genieten.

't Scheen wel of er nooit een einde zou komen aan den heerlijken tijd.

Zoodra zij zich de schaatsen onder gebonden had, kwam de Varennes op haar toe, het was of iets binnenin haar versprong als ze hem hoorde naderen. En heel den langen dag of avond bleven ze samen.

Elly voelde het als een weelde, dien lichten druk van zijn arm om haar middel en 's nachts dróómde ze er van.... leek het haar een voortzetting--in haar zonnig verbeelden--van den gelukszwijmel des daags, waarin ze leefde ver weg van de werkelijkheid,.... zich latend gaan in dien vreugdetuimel, die geheel haar denkleven beheerschte.

Met opgewonden kleur, de oogen tintelend van genot, vertelde ze Emilie van haar triomfen.... Een avond had zij met de Varennes, bij een wedstrijd, een tweeden prijs gewonnen: een zilveren damescigarettenkoker.

Emilie, door een zware bronchitus aan huis gebonden, zag slechts noode Elly, onder geleide van kennissen, die avondfeesten meemaken.

Ze wilde het kind deze genietingen van enkele dagen niet ontzeggen.

En toch....

Toch begon haar hart luide te kloppen als ze het geschal van de auto hoorde, die haar Elly weer terugbracht.

En heimelijk verlangde ze naar het slot van al die ijsvermaken, waaraan dezen winter geen einde scheen te komen: elken dag weer hetzelfde.

's Morgens kwijnde een dikke mist door het bladerlooze geboomte van het bosch; maar wat verder op den dag zeefde de zon haar heldere stralen er doorheen, tooverend de afgevallen bladeren op den grond tot een tapijt van louter goud en brons.

De wind, in den ochtend nog wat koud en scherp, legde zich bij het avondvallen.

Enkele graden vorst, gedurenden den nacht, deden telkens het ijs weer aanvriezen.

Toen.... op een dag, las Emilie, die ijverig de weerberichten in de dagbladen volgde, dat de wind naar het Zuiden keerde.

De dooi zou invallen....

Een jubel doortintelde haar arme gefolterde hart bij het lezen.

Zou ze nu eindelijk uit dien argwanenden twijfel verlost worden....?

Leek het niet of Elly haar altoos meer en meer ontglipte?

XIII.

Een mooie dag in Februari was 't....

Een van die dagen dat de zon schijnt en de vogels zingen en het jonge leven uit de knoppen wil.

Emilie, in haar salon, verschikte wat bloemen in de vazen, die ze zoojuist gevuld had.

Door het nerveus beweeg van haar onvaste handen, stootte ze een vaasje om, en het water gudste over een heel fijn kleedje, dat over het onyxen tafeltje gespreid lag.

Ze zuchtte even....

--Ach.... was deze middag ook maar weer voorbij....

Eerst in hevig verzet had ze toch aan Elly's onophoudelijk aandringen toegegeven: de Varennes zou heden zijn aangekondigd bezoek komen brengen....

Ze bracht het tafeltje weer in orde, depte met een zacht doekje het water op, en rangschikte de bloemen: gele narcissen en paarse seringen nog eens, om ze op zijn voordeeligst te doen uitkomen. Dan bekeek zij ze weer, tuurde even in het hoekje waar het tafeltje stond.

Onzeker voelde Emilie zich. Even overgleed een critische blik haar heliotroopkleurig toilet, toen ze langs den spiegel kwam en rond zag in haar salons, waar een heldere zonnestraal doorheen glimpte, en alles een toover gaf van vroolijkheid en levenslust. Op het terugzien en ontvangen van de Varennes, in haar eigen woning, had ze zich al dagen lang voorbereid.

En nu eenmaal het oogenblik aanbrak, dat ze tegen over elkaar zouden staan, na wat eens tusschen hen beiden geweest was, moest ze sterk zijn.... gereed om den slag te pareeren, dien hij haar zou toebrengen.

Want, dat hij kwam om Elly's hand te vragen, leed wel geen twijfel, overwoog ze.

Een beetje teruggetrokken van het raam zette ze zich in een elegant fauteuiltje.

Zoo had ze den blik op straat, kon ze hem, voor hij schelde, zien aankomen.

De pendule wees kwart voor drie.... om drie uur moest zij hem verwachten.

Waar Elly nu bleef....?

Emilie lachte fijntjes bij de veronderstelling, dat het kleintje zich mooi maakte tot een waardige ontvangst van den geliefde.

O.... wat had ze tegen dit oogenblik op gezien....! Wat had het van haar kracht gevergd. Nu was zij met zich zelve uitgestreden, nu leek het haar of zij zich kon objectiveeren, in haar gevoelens tot den man, die eens haar liefde won.

Zoo in gedachten verzonken, had ze bijna Elly's binnenkomen niet bemerkt.

--Mama.... vindt u wel, dat ik er goed uitzie....?

Elly kwam voor haar moeder staan, draaide in het rond om zich van alle kanten te laten bekijken.

--Heel lief hoor.... stelde Emilie gerust en verplooide wat aan het tullen ruche, dat Elly's slanken hals omsloot.

De schel ging over, en beide vrouwen, even geschokt, zagen de straat in.

--'t Is niets.... een koopman, zei Elly nukkig en zette zich tegen haar moeder over.

Emilie vond dat Elly wel een lichter toiletje had kunnen uitkiezen dan het donkere tailleursrokje met de witte blouse,.... maar ze wist dat het nu te laat was om er nog verandering in te brengen.

Hoe bleek en nerveus leek haar haar dochtertje.... en even glimpte door haar denken:.... als de Varennes eens met Elly het zelfde spel speelde als eenmaal met haarzelve....

O.... maar dàn....

Ze maakte een beweging van ongeduld met haar hoofd.... Dàn....

Dit zou het kind niet overleven....

En het zou haar schuld zijn.... háár schuld, omdat ze Elly niet had gewaarschuwd voor den man, die ook eens haar ziel vergiftigde met zijn liefdegepraat.

Er werd gescheld....

De beide vrouwen bogen de hoofden naar dezelfde richting van het raam.

Toen.... trokken ze weer terug schielijk, als vreesden ze, dat de Varennes, die op stoep stond, en den anderen kant uitkeek, zich plots tot hen zou omwenden.

Kort er op liet het dienstmeisje hem binnen.

En ongedwongen, als bestond tusschen hen een vriendschap van vele jaren, gedroeg hij zich tegen Emilie, Elly toesprekend op een ietwat beschermenden toon, die haar even onwillens krenkte.

Hoe geheel anders was hij, de held van haar droomen, hier in de salons van haar moeder, dan in de balzaal of op de ijsbaan!

Al spoedig zag Emilie zich wat gerust gesteld, de Varennes hielp haar met fijnen tact over de moeilijkheid van het eerste oogenblik heen.

Elly gispte in stilte de koele houding van haar moeder. Ze schreef die toe aan onhandigheid door haar weinig zich vertoonen in de wereld en ze maakte vergelijkingen met de moeders van haar kennisjes....

Het ergerde Elly even.

In haar omgang met de Varennes met wien ze al zoozeer op intiemen voet stond, voelde ze iets verkillen.

Het leek ook wel of hij zich in hoofdzaak met haar moeder bezighield, haar zoo nu en dan ter loops in het gesprek betrekkend.

Toch hamerde het en klopte het binnenin Elly, nu ze na een scheiding van enkele dagen hem weer terugzag.

Een enkele week was het geleden dat het avondfeest plaats vond, en scheen het al niet of er een oneindigheid lag tusschen toen en nu....?

--Ik betreur het, mevrouw, dat u door een ongesteldheid de gelegenheid miste de genoegen van het wintervermaak mee te vieren.... het zou mij een voorrecht zijn geweest u daar te zien, vleide de Varennes.... En even rustten zijn oogen op Emilie dan dwaalden ze doelloos het vertrek rond.

--Die tijden zijn voorbij.... meneer de Varennes.... zei Emilie hoog.

Hij schudde zijn donker hoofd, zag Elly lachend aan.

--Er is nooit iets voorbij zoolang we nog belang er in stellen, zei hij haar even doordringend aanziende. En ik kan me niet indenken, dat u geen belang meer stelt in het maatschappelijk leven.

Zij wilde wat zeggen, maar hij liet haar niet aan het woord.--Ik wou juist van deze gelegenheid gebruik maken u een invitatie te doen voor een feest, dat ik van plan ben te geven. Wil u mij het genoegen doen daar te komen met Elly....?

De eenvoudige toon, het vrijmoedig noemen van Elly's naam schokte Emilie, en ze zag even naar Elly, die met stralenden blik, angstgespannen haar aanstaarde.

Ja he moes....?

En in eenen, als was er iets, dat plots haar aandacht trok, liep Elly de kamer uit, naar buiten.

In dit pijnlijk oogenblik, dat Emilie met de Varennes alleen bleef, wist hij, de Lebemann, zich spoedig uit de verlegenheid te redden. Of was het opzet, dat Elly de kamer verliet op het onverwachts.

Hulpeloos zag Emilie het raam uit naar buiten, het gesprek nu niet langer onderhoudend, zich niet langer pijnigend in nutteloos zelf bedwang.

En zoo terwijl het tikken van de pendule, nu luidop hoorbaar, het eenige was, dat de stilte sneed, verstreken er oogenblikken, waarin ze sprakeloos tegen elkander over zaten.

De Varennes stond op, en deed een paar passen in de kamer, toen kwam hij bij Emilie staan.

--Laten wij niet langer voor elkaar den schijn aannemen of we het verleden vergeten zijn.... zei hij bewogen.--Ik heb veel goed te maken Emilie.... en je moet me veel vergeven.... Wat ik deed, vroeger, zooveel jaren geleden, gebeurde in jeugdige onbezonnenheid.... en niet heelemaal was ik aansprakelijk voor de gevolgen van mijn handeling. De omstandigheden werkten mee, dat ik toen aan mijn verlangen met je te trouwen geen gevolg kon geven.... ik had geen geld.

Zij hoorde hem aan verstard, en zwijgend boog ze haar hoofd in welbegrijpen.

--En jij.... Emilie....? jij hebt je gauw heen gezet over de smart van onze scheiding.... je hebt een ander gevonden, dien je gelukkig maakte, dien je een kind schonk....

Een pijnlijk trekje plooide even om Emilie's mondhoeken.

Het ontging hem niet, en met iets weeks in zijn stem, dat haar de tranen in de oogen riep, vroeg hij haar.--Was je gelukkig Emilie....?

Zou ze nu in dit oogenblik het masker afrukken, en hem zeggen:--Neen, neen ik was niet gelukkig....! mijn ziel smachtte naar jou. Heel mijn leven was een groot verlangen naar jou.... een verlangen alleen onderdrukt door de noodzakelijkheid....!

Even dreigde ze te bezwijken voor die bekoring.

O.... zich daar nu te voelen omarmen.... nu haar moede hoofd te leggen aan zijn borst, en de smart uit te weenen van heel een leven lang....

Was het niet of ze ook bij hem iets speurde van den hartstocht, die haar vroeger onder zijn adem verschroeide....?

Ach.... vergiste ze zich eens niet.... en was het nu werkelijkheid.... niet slechts een vage droom--waaruit ze vaak zoo moedeloos ontwaakte,--hem daar te weten in haar bijzijn.... hem te kunnen beroeren met haar handen.... weg te zwijmen onder den druk van zijn gloeienden mond. Ze liet zich gaan even in die weelde fantasieen, tot plots een vaag bewegen van zijn hand haar tot bezinning bracht.

Ze zag hem aan, en zijn blik, zwart donker, rustte op haar.

En zich oprichtend fier, staarde ze hem aan en haar lippen zeiden woorden, die haar hart ontkende.

--Ja.... zei ze, en haar stem klonk gebroken....--ik ben gelukkig geweest....

Toen stak hij haar zijn hand toe, en iets heel zachts blonk er in zijn oogen.

--Emilie.... dan durf ik je vragen of je me vergeven hebt....

Weer bond ze zich het masker voor en hem aanziende recht in de oogen, zei ze:

--Ik heb je vergeven....

Hij verbleekte en aan de trilling van zijn lippen speurde ze zijn ontroering.

En nemend haar beide handen in de zijne drukte hij er een langen kus op.

--Ik dank je.... zei hij toonloos.

En haar handen nog altijd knellend in een vasten greep, vroeg hij het haar:--Wil je me Elly geven....?

Het was niet onverhoeds, dat zij die vraag hoorde uitspreken, maar toch was het of zij een slag kreeg boven op het hoofd.

Een oogenblik voelde ze zich duizelen.

Daar vloog de deur open en Elly nerveus, met betraand gezichtje, stortte naar binnen.

Emilie had zich weer hersteld, en met een poging om aan haar stem wat vastheid te geven zei ze, even glimlachend haar kind aanziende:--Als je haar gelukkig kunt maken neem haar dan.

In een jubelkreet wierp Elly zich in haar armen.

Toen, onder haar oogen, zag ze áán, dat hij nu haar kind gaf, wat zij eens meende, dat háár toebehoorde....

En toen, niet lang daarna, de Varennes het feest gaf tot de bijwoning waarvan hij Emilie noodigde, was dit een feest waarop hij zijn verloving met Elly publiek maakte.

En zij....?

Ze zag Elly verrukt in zijn armen, het teere slanke lijf zacht tegen hem aan in een innige overgave.

En ze rilde van angst voor haar eigen opstandig gevoel, dat toch weer met smartelijk binnenin gehouden drang, moest sterven in haar eigen ziel.

En in haar sidderend hoofd zong het geluid van streelende violen.

KRUISWEG.

I.