Part 2
Zonder te hooren wat haar moeder antwoordde vlinderde ze naar beneden de trap af.
Balmoedertje zag nu onrustiger en gejaagder toe naar de dansers, die zich weer schikten tot paren.
Nu zag ze weer Elly's mooie gezichtje doorgloeid van verrukking en opwinding. Nu zag ze scherper en klaarder dan ooit.
Ze zag de blikken van verliefden elkaar kruisen. Ze zag het kleurengewemel en ze hoorde het voetengeschuif en overal om haar heen een gezwier en gezwirrel onder het gloeiend licht en de damp van bloemengeuren, die haar weer in een zachte verdooving en een zwijmelende versuffing brachten. Weer sloot ze de oogen.
Nu brandde en gloeide er iets in haar ziel, verspringend door haar heele lichaam, als wentelde een vonkenrad in haar. Ze voelde het bloed kloppen in haar slapen; koorts rillen in haar wangen.
Nu omsloop haar een eindelooze weemoed, een droefenis die haar een sterfgevoel gaf.
Plotseling verstomde de muziek, hoorde ze roepen: "eerste extra".
In kramp omklemde haar vuist haar kanten zakdoekje. Nu zou het gebeuren drong het klaar in haar op, nu zou hij komen, de man tot haar dochter, zooals hij ook eens gekomen was tot haar zelve.
Ze kreeg een stikkend gevoel in de keel; ze wou opstaan en roepen, roepen haar kind. Ze wou zeggen wie die man was en haar onder den brandenden adem van zijn hartstochtmond wegrukken.
Maar ze zat verlamd, zonder kracht, zonder wil en zonder stem.
Daar wiegde aan een streelend rythme van een wals.
Elly, verrukt, zag ze in zijn armen, 't teere slanke lijf zacht tegen hem aan, in een innige overgave van liefde....
Toen beefde een sluier neer voor haar oogen, voelde ze een wilde vlammende verbijstering, een kou in de hersenen, 'n hitte in de hand, 'n angstige koorts in 't gansche lamme bevende lijf, zag ze voor haar dichtgekrampte oogen niets dan een wilde horde van dansende paren, omvlamd door een groenen gloed, vreemd en geheimzinnig voor haar dichte oogen.
En nog even in haar sidderende hoofd zong het geluid van streelende violen....
VI.
Dagen waren na den feestavond voorbij gegaan.
Elly, bewust van haar succes, had genoten.
En onder de genoodigden maakte men elkaar opmerkzaam op haar gracieuse verschijning.
--Dat meisje van Weelen is aardig opgegroeid, zij lijkt veel op haar moeder.... alleen nog een beetje te slank, critiseerde een oude dame, die haar gestadig, den face à mains tegen de oogen gedrukt, had gadegeslagen.
De Varennes, tot wien ze sprak, op Elly zijn aandacht vestigend, volgde de richting waarheen de oude dame haar glinsterende oogglazen wendde.
--Ze is inderdaad een aardige verschijning, mooier dan haar moeder.... en er zit meer temperament in ook, antwoordde hij, wat nerveus draaiend aan zijn klein Engelsch snorretje; en zich wat tot de dame overbuigend, zag hij even op naar boven, waar hij meende Emilie te zien, die met strakken kijk zijn blik doorstond, en een opkomenden blos onderdrukte.
Aan de Varennes was dat niet ontgaan.
Het had hem even gegeven sensatie van gêne, nu hij zich plots den lang vervlogen tijd te binnen haalde, en hij nam zich voor de kleine van Weelen dien avond uit den weg te gaan. Het toeval bracht hem in Elly's nabijheid, toen zij zich, terwijl hij in gesprek was met een andere dame, aan deze liet voorstellen.
En spontaan, zonder zich rekenschap te geven van zijn voornemens, vroeg hij haar om een dans. Had iets in den argeloozen blik Elly's bewondering verraden, dat hem, den Lebemann streelde?.... hij wist het niet, hij dacht er ook niet lang over na.
Het tijdperk uit zijn leven was door andere voorvallen zoozeer naar den achtergrond geschoven en verbleekt, dat hij al spoedig over zijn oogenblikkelijke verlegenheid heen kwam.
En toen hij later Elly voor den dans zijn arm bood, was hij weer zich zelven zoozeer meester, dat hij haar verzocht hem aan haar moeder te willen voorstellen, met zich zelven overleggend dat dit correct was, waar hij de dochter ten dans geleidde.
Emilie's koele strakke houding, waarachter hij haar emotie speurde prikkelde zijn ijdelheid meer dan hij zich bekennen wilde, en pogend een opgewekt en eenvoudigen toon aan te slaan, vroeg hij Elly voor een volgenden dans....
VII.
Nu zat Emilie in haar stille huiskamer.
Ze wachtte op de terugkomst van Elly, die met een vriendinnetje een wandeling deed om te zien, of met den invallenden vorst, de ijsbaan al geopend was.
En nu in haar eenzaamheid doorleefde Emilie nog eens die oogenblikken van felle smart, die haar niet meer los liet, sedert ze den man, dien ze eens zoo hartstochtelijk had liefgehad, weer terug zag.
Ze overwoog of het niet goed zou zijn met haar kind den Haag te verlaten, en in het buitenland te gaan wonen.
Een stem binnenin haar liet haar niet met rust.
Nu weer de Varennes in haar levenslijn was getreden, was het of daarmee al haar invloed op Elly was gebroken.
Ze kon er zich om haten.... om die dwaze angsten, die haar vervolgden, zoovaak Elly onder haar oogen uit was.
Wat kon ze doen om haar kind te behoeden tegen een nadere kennismaking nu hij weer in hun nabijheid was.... nu hij zich bewoog in de kringen waarin ze Elly had ingeleid....
Het kind berooven van elken omgang met vriendinnetjes van haar eigen leeftijd, het dwingen tot thuis blijven; of haar slechts veroorloven uit te gaan in gezelschap van haar zelve....?
Dat gaf haar een aspect van zoo een groote troosteloosheid, dat ze de gedachte daaraan dadelijk van zich afzette.
In haar leven van stille berusting was slechts één lichtpunt geweest, dat er waarde aan gaf; het bezit van het kind. Elly was van háár.... geheel van haar; en nooit had ze anderer inmenging gedoogd bij de opvoeding.
Heel bewust voelde ze elke nuance in Elly's karakter, het was of ze den harteklop van haar kind beluisterde.
Nu opeens scheen het haar anders geworden.
Nu was het of, wat ze met zooveel zorg en opoffering had opgekweekt, stuurloos in den maalstroom van het hedendaagsche leven werd gestooten.
En dat maakte haar bang.
Maar was Elly dan niet haar kind?.... Was Elly niet toegerust met alles wat haar moederlijke zorg in een volmaakte opvoeding had kunnen leggen?....
Zou Elly niet blijven wie ze was, al zou een ander haar liefde winnen? Zou zij de moeder, daardoor den invloed op haar kind verliezen?....
Zij voelde een beklemming om haar hart, een smart, die haar in de keel kropte, en zich schamend voor haar egoïsme, wischte ze snel een traan uit haar oogen.
Het was al te gek....
Toch wist ze heel zeker, dat in Elly's en haar eigen leven een nieuw tijdperk was ingetreden. Zij zou zich nu niet langer kunnen laten gaan in het gelukkige bezit van het kind. Ze zou nu wáken.... waarvóór.... dát wist ze zelf niet.
Maar het was of iets haar Elly bedreigde, dat had zich in haar denken vastgezet, van den eersten dag af, dat ze Elly als volwassen meisje, de wereld inleidde.
Een lichte schok doorvoer haar toen de electrische schel klaterend de stilte scheurde.
Dat moest Elly zijn....
Nu al?....
Ze zag op de pendule.
Vroeger gaf het haar sensatie van groot geluk, begon haar hart sneller te kloppen, als ze de vlugge pasjes in de gang hoorde, en o die verrukking.... als daarna de deur open ging en Elly naar binnen stortte, in blijden jubel de beide armpjes om haar hals knelde, en haar overdekte met gloeiende kussen.
Nu, om zich een houding te geven verschoof ze de kleinigheden op tafel, en ze nam nerveus het handwerk op, dat voor haar lag, den schijn aannemend dat ze druk er aan werkte.
Elly, met hoogroode kleur, en doortrokken van de frissche winterkoude, die in haar kleeren hing, kwam opgewonden op haar moeder toe, omhelsde haar onstuimig, wierp daarna hoed en mantel op een stoel.
--Hier moes.... een bosje gele margarieten voor u....
--O.... heerlijk!.... dank je wel.
En vluchtig Elly aanziende vroeg ze: --Nu al weer terug?.... was de ijsbaan nog niet geopend.... of had je het te koud?....
Het was of Elly's gedachten vervuld waren van iets anders. Even wachtte ze voor ze antwoordde.
--O.... ja.... moeder.... de ijsbaan is wel geopend.... maar ik had geen lust om langer te blijven ik had mijn schaatsen nog niet bij me.... Zal ik eerst de bloemen in het water zetten?....
Emilie knikte, zag peinzend de stille straat in, waar de lantarens werden opgestoken en kwijnden in den dikken wintermist.
Elly, bedrijvig, schikte de gele bloemen in een vaasje, zette zich toen tegen haar moeder over aan de tafel.
--Het was jammer.... nu heb je niet kunnen rijden.... zei mevrouw het gesprek weer vervolgend.
--O.... ik heb toch nog even de schaatsen van Mies onder gehad.... en een baantje gereden.
Emilie voelde haar handen klam worden, en stroef ging de naald door het ijle gaas.
--Zal ik even thee zetten.... moeder?.... vroeg Elly alweer van haar stoel wippend.
--Ja wil je....? het water kookt.
Het fijne porselein rinkelde zachtjes onder de aanraking van Elly's rappe handjes, verbrak even de spannende stilte.
--Was het druk op het ijs?.... en heb je geen kennissen ontmoet?....
Mevrouw van Weelens stem klonk vreemd heesch, en wat onthutst zag Elly haar aan.
--Ja.... het was er heel vol.... en kennissen vind je er altijd. Het weer was ook bijzonder mooi.
--Met wie heb je gereden....?
Die rechtstreeksche vraag klonk Elly zoo vreemd van ingehouden emotie, dat ze even werkeloos bleef, haar moeder met groote oogen aanstarend. Dan snel op haar toetredend sloeg ze de armen om Emilie's hals, en zag haar vorschend aan.
--Moeder wat is er....? U doet zoo heel anders dan gewoon.... er is iets.... dát weet ik zeker.... toe zeg 't me....
Mevrouw van Weelen gaf Elly haar kussen terug, weerde haar zachtjes af. --Er is niets kindje.... wat zou er zijn....?.... Maar, zie je nu je groot bent.... een volwassen meisje.... een jonge dame.... nu is alles zoo anders geworden. Je bent nu geen kind meer.... en....
--En....? vorschte Elly.
--En nou ben ik bang, dat je me niet alles meer zoo vertelt, als je vroeger deed. Het is nog zoo noodig, dat ik je in veel dingen raad.... een meisje, dat pas uit gaat moet heel voorzichtig zijn. Jij kent de wereld nog niet, en ik maak me wel eens ongerust, dat er verkeerde dingen gebeuren.... dat je bij voorbeeld wat te veel uitgelaten bent, je te veel laat gáán.... dat kan nu niet meer.... het wordt soms door anderen verkeerd uitgelegd.
Een kilte viel plots over Elly nu ze haar moeder zoo tot haar hoorde spreken; en Emilie zelve speurde iets van het ongerijmde van haar betoog, waarvoor ze woorden koos, die ze eigenlijk niet bedoelde.
Waarom kon ze niet recht op haar doel afgaan.... en Elly zeggen wat haar met zooveel vrees vervulde.
Er was nu iets tusschen haar beiden gerezen, dat de beide vrouwen heel bewust voelden....
--U moest maar altijd met mij meegaan, moes...., u bent veel te jong om zoo teruggetrokken te leven, zei Elly.
Voor het eerst beschouwde Elly haar moeder met den critischen blik van vrouw, en het viel haar op hoe jong haar moeder er uit zag, in het zwart fluweelen kleed, dat haar mooie vormen vast omsloot, en op zijn voordeeligst deed uitkomen, den welgevormden hals en de armen vrijliet. En in het tot vollen bloei gekomen meisje ontwaakte de gedachte, dat haar moeder voor háár zich had teruggetrokken uit de wereld.
Ook zij had nog recht op geluk.... bedacht Elly zich.
Ze had die wondere stemming in den laatsten tijd al vaker opgelet.... En een heel diepe smart vlijmde door Elly's ziel.... Een smart, die wortel schoot naast een tot leven gewekt geluk, waarvan Elly zich nu bewust werd.
Dreigende stilte hing in de kamer.
Mevrouw van Weelen lei haar werk op de tafel, en zoo, de handen over elkander gevouwen, staarde ze voor zich uit naar buiten, in de grijsheid van den winternamiddag.
Een enkele ster twinkelde flauwtjes aan het uitspansel, en de voetstappen van zeldzame voorbijgangers in de stille straat, klonken hol of deden de aanvriezende rijp knerpen onder hun druk. Heel in de verte ronkte een vrachtwagen over den hardbevroren weg.
Het waren vertrouwde geluiden, die haar niets zeiden.... Waarom vandáág, stemden ze haar tot weemoed....?
Ze had Elly in haar armen willen nemen, haar koesteren, als ze in de kinderjaren deed, en haar willen sméken.... maar.... wàt.... ? Hoe moest ze het onder woorden brengen wat haar de keel toekneep van smart....?
Het zwijgen maakte de stemming broeierig.
Emilie voelde de beklemming er van, stond op, wat in de kamer verschikkend, en liep door de breede suitedeuren naar het kleine serretje, waar haar werkmandje stond. Toen ze zich een oogenblik later omwendde, en in de schaduwachtige duisternis van de door een straatlantaren verlichte kamer schouwde, zag ze bij het verglommen theelichtje Elly's figuurtje silhouetteeren en in het vage schijnsel ging Elly's hand naar het vaasje met margarieten.
Vlug, als vreesde ze op heeter daad betrapt te worden, trok Elly een bloem er uit, die ze ontbladerde.--Il m'aime.... un peu,.... beaucoup,.... tendrement,.... passionnément.... par caprice.... par fantaisie.... point du tout.
Het was voor Emilie een openbaring; een even schouwen in het diepst van Elly's ziel.
Ademgespannen volgde ze van uit haar donkere schuilhoek elke beweging van Elly's rappe handen.... en ze zag de margariet van haar kleine lansvormige blaadjes berooven, die nu gouden tipten op het donkere tafelkleed.
En als een orakel suisde het van Elly's lippen, nu nog eens, terwijl heel haar denken zich op den uitslag spitste:--il m'aime.... un peu,.... beaucoup,.... tendrement,.... passionnément.... par caprice.... par fantaisie.... point du tout.
Emilie, zelve tot het uiterste gespannen, de oogen sperrend, de blaadjes tellend die er nog over bleven; liep de uitkomst al vooruit.
--Il m'aime.... un peu,.... beaucoup,.... tendrement.... passionnément!!
Het was met een kreet van geluk, dat Elly bij het laatste woord, waar haar levensgeluk op het oogenblik voor haar van af hing, het bloemblaadje afrukte. In haar hand lag de knop, die zij in extase aanzag en dan hartstochtelijk aan haar lippen drukte.
VIII.
Verlamd aan al haar leden sloop Emilie onhoorbaar weg, de kamer uit.... en als een vernielend wiel, ratelde in haar leeg hoofd rond de vreeselijke waarheid--passionnément.... Het was of zij het leven uit zich voelde wegvloeien....--dus toch....?
Ook dit zou haar niet bespaard blijven....
In de slaapkamer viel ze op een stoel neer.... de oogen verdwaasd voor zich uit.... dan weer zich paaiend met het belachelijke van haar supposities.... gewekt door het onnoozele kinderspel. Moest ze daarnaar haar conclusies, maken....?
Toch weer dadelijk er na vlijmde in haar het bewustzijn, dat er iets was met Elly.... en dat dat iets verband hield met de Varennes.
Het ontzettende voorgevoel kon haar niet bedriegen....
--Teleurgestelden hechten aan voorgevoelens.... schamperde ze.
Had niet dagen lang een vreeselijke onrust, die zij voor Elly verheimelijkte haar vervolgd....? Een gewicht, dat haar dreigde te verpletteren, was nu met een smak op haar neergekomen.
Telkens tusschen haar snikken door, lachte ze overluid, riep ze Elly met haar liefste namen. In haar verbeelden streelde ze haar meisje over de blonde haren, voelde ze zich een oogenblik heel zeker van het kind.--Neen,.... Elly doet het niet.... Elly is nog altijd mammie's kindje.... Elly.... nee hé.... Elly wil niet....?
En tusschen haar tranen door in verteederd lachen, als lichtte voor haar oogen een heerlijk visioen, zag ze Elly weer van háár.... liet ze zich gaan in krankzinnige opwinding de armen tegen haar borst gekneld, als drukte ze daarmede Elly tegen zich aan,.... om dan opnieuw uit te barsten in moedeloos snikken, en zij weer terug viel in den toestand van hopeloosheid.
Want zou niet--waar ze zich even in verkneukeld had--beteekenen het prijsgeven van Elly's levensgeluk....?
En zou ze ten koste van Elly.... het hare willen koopen....?
Ze sloeg in starre wanhoop de handen voor het hoofd.
Dát.... mocht toch niet.... dát.... niet.
O die ontzettende pijn diep in haar waar het schroeide al heviger, waar de adem stokte!
Even klaarde een lichtstraal in de ondoorgrondelijke duisternis van zwarten nacht.... indien.... indien.... ze zich eens vergiste....? Indien het eens een ander gold dan de Varennes....?
Bestond de mogelijkheid niet evengoed, dat Elly gecharmeerd was van een van hun andere kennissen....?
O.... hoe zou dat het aspect veranderen....! Ze zou dan uit die grondelooze diepte van leed worden gevoerd in een oneindigheid van geluk!
Als ze die mogelijkheid overwoog, sperden zich wijd haar oogen, was het of ze waanzinnig zou worden van vreugde om Elly's geluk.
Hoe zou ze dan het kind op haar knieën om vergiffenis smeken voor het gedane onrecht.
Maar dadelijk liet ze die hoop weer varen, in half zeker weten.... en zich opnieuw inlevend, in die afgrijselijke smart, viel ze terug in argwanend denken.
Zou ze ooit den moed hebben haar kind het pas verwonnen geluk te ontrukken....?
Zou ze Elly de giftdruppels één voor een in de ziel kunnen storten....? Haar zeggen.... dat.... de man, dien zij vergoodde.... ook eens in gloeiende taal aan háár.... haar moeder, zijn liefde had beleden....?
Zou ze Elly kunnen zeggen, dat.... ze hem eens zoo grenzeloos had lief gehad.... dat ze nu nóg....
Weer omsloop haar een eindelooze weemoed, een droefenis, die haar sterfgevoel gaf.
En plots werd het klaar in haar, voelde ze het als een plicht, zichzelf te vergeten om het geluk van haar kind.
Indien de Varennes eens werkelijk Elly beminde....?
Die gedachte alleen wondde haar zoo diep, sneed zoo vlijmscherp door haar ziel, dat ze een physieke pijn voelde, die haar ineen deed krimpen.
Zou dat niet de voltrekking zijn van een vonnis, wreeder dan de dood?
Zij, die meende, dat haar leven dor en vreugdeloos was voorbij gegaan, kwam tot het besef, dat zij eerst op dit oogenblik stond voor de poort van bovenmenschelijk lijden, werwaarts het lot haar gevoerd had.
O.... niets.... niets.... was de vereenzaming geweest van haar jeugdleven, vergeleken bij wat ze nu doorstond.
Hoe had ze zich laten gaan in zelfbeklag om die vervlogen jaren, toen ze met Elly weer in de wereld van vermaken terugkeerde....
En het waren jaren van opperste geluk geweest, die zij niet had geteld, die haar lieten in het volle bezit van haar kind.
En in die groote leege wereld niemand te bezitten; aan wien ze haar smart kon uitzeggen.... Ze moest er zelfs voor waken, dat haar geheim ongerept bleef, wilde ze zich niet prijs gegeven zien aan spot en hoon....
De levensschool had haar geleerd zich te beheerschen, nu ook zou ze het noodlot moedig het hoofd bieden.
Haar mond vertrok tot een pijnlijk lachje:--de overwinning in den zielestrijd....
Zij drukte nog eens de handen op het fel kloppend hart, als wilde ze het daarmee het zwijgen op leggen.... De zege was haar.
Daar wielde weer het dreunend rad in haar hoofd....
Ze stond op.... en bleef besluiteloos staan.
Zou het mogelijk zijn, dat ook nog dit van haar gevraagd werd....?
Soms ondanks haar zelve, glimpte nog wel vaag de hoop, dat zij zich vergiste, vluchtig als een lichtende ster voor haar óp.... maar dadelijk schudde ze beslist het hoofd.
Dat was wel niet te denken....
Het lot had haar in niets gespaard.... ook hier zou ze den lijdensbeker wel tot den bodem moeten ledigen.
Geen zegenwenschen waren bij haar eigen huwelijk door een moeder uitgesproken, koud en stug verliet ze het ouderlijk huis, en kil was de tijd geweest van haar verloving.
Daarna die huwelijkstijd met van Weelen....
O.... ze had hem geacht om zijn zuivere genegenheid, en zijn onbaatzuchtigen troost, maar hij de man al ondermijnd door een verheimelijkt borstlijden, had bij haar een groot deel van haar liefde, van haar opbruisende passie latent gelaten.
Dat was geworden binnenin haar als een vulkaan, die op uitbarsten stond.... totdat de tijd die drang in haar had beheerscht.
Daarna was gekomen dat leven van stille berusting, een passief aanstaren van wat om haar heen plaats greep, zich beschouwende als niet meer een deel uitmakende van den in rondedans van weelde opgenomen kennissen en vroegere vrienden.
En heel beslist bekende ze zich, dat haar leven was geweest een mislukking.
Zoovaak ze daaraan terugdacht werd zij met bitterheid vervuld.
Zou ze nu ditzelfde over Elly, háár eenige lieveling, brengen....?
Dat wilde ze niet.
Elly zou ze den weedom van een verongelijkte liefde besparen.
Indien het noodlot het kind een gelukkig huwelijk ontzegde.... het zou niet zijn door haar.... Passionnément.... wees het laatst overgebleven blaadje aan de ontrafelde bloem.... wie weet....
IX.
--Moeder.... u laat me alleen met de thee zitten....!
Het was Elly's klokheldere stemmetje, dat klaterde door het huis.
Vergiste ze zich....! Of klonk er een ongekende jubel, een toon, die opsteeg recht uit het hart, in de stem van het kind....?
--Waar blijft u....? Ik heb al zoo lang voor u ingeschonken.
En in onzekeren tast gingen Elly's handjes zoekend rond, nu ze de deur open deed en in de donkere slaapkamer trad.
--Ik kom lieveling.... ik had het licht al uit gemaakt.... wacht maar even....
Het gas plofte lichtend in de met rose zijde omkapte lamp, boven de tafel, en de vriesbloemen op de ruiten vonkelden geheimzinnig tegen den achtergrond van fluweelen nacht buiten.
--'t Is koud hé....? zei Emilie toen ze zag dat Elly rilde.
--Ja.... en beneden is het zoo lekker warm.... antwoordde Elly terug.
--Ja, ik ga ook met je mee....
En Emilie deed of ze naar iets zocht in haar linnenkast.
Elly keek aandachtig naar het portret van haar vader, dat hing boven de kleine schrijftafel tegen het wit gelakte ledikant over.
--Vader was wel heel jong, he moes.... toen hij met u trouwde....
--Ja heel jong.... nog iets jonger dan ik....
--Onbegrijpelijk.... zei Elly peinzend. --Ik zou nooit met zoo een jongen man willen trouwen, ze zijn dan nog zoo echt een jongen....
--Vind je dat....? Wat zou jij dan willen....?
Emilie schrikte even voor de vraag, die haar ontviel.
--O....ik zou iemand willen hebben, die heel veel ouder is dan ik.... Ik kan me niet indenken, dat ik trouwde met een van de jongens van mijn school vroeger.... stel u voor....!--En Elly barstte uit in een onbedaarlijk gelach.
Mevrouw keek haar even oplettend aan, zag de roode vlekken, die haar wangen schroeiden....
--Je kunt zoo iets nooit te voren zeggen.... Elly.... Het loopt meestal anders dan wij ons voorstellen.... Ga je mee....?
--Ja.
Elly hield het kettinkje, dat hing onder aan de lamp, in haar hand. En zoo met nog een langen blik op het portret van haar vader, vroeg ze....
--Uit doen....?
--Goed, doe maar uit.... er is nu wel licht op de gang....
Ze gingen samen naar beneden, waar koesterende warmte uit de huiskamer hun tegensloeg.
--Drink nu maar gauw uw thee.... dan schenk ik u een warm kopje in.... u bent koud geworden.... u ziet heel bleek.
Emilie lachte geforceerd die zorgen weg.... het zou dadelijk wel over zijn, als ze bij de warme kachel zat.... En meteen zag ze hoe Elly's oogen vluchtigden over de margrieten op tafel. Ze nam het boek waarin ze des avonds voor den eten meestal een uurtje las, en bladerde er wat in.
Elly liet zich met een zucht in een stoel bij de tafel neer. Het was of iets haar drong tot spreken, meende Emilie die haar werkeloos de handen zag vouwen over het handwerk, dat ze juist had opgenomen.
--Het was toch wel vreeselijk voor u, moes.... vader zoo vroeg te verliezen.... verbrak Elly de stilte. Hield u erg veel van hem?....
Mevrouw zag even verwonderd op. --Zou je denken, dat ik anders getrouwd zou zijn....?
--Ja.... natuurlijk.... u zou niet met iemand kunnen trouwen als u niet dolveel van hem hield.... dat weet ik positief. Ik zou het ook niet kunnen--gelukkig, dat u mij toen had hé moes... anders....
Mevrouw lachte witjes....
--Anders.... was het leven nóg eenzamer voor me geweest....lieveling.
--Ja.... ondenkbaar.... u had u niet zoo uit de wereld moeten terug trekken.... en u niet zoo heelemaal wijden aan mij alleen....