Avonturen van drie Russen en drie Engelschen, Gevolgd door 'De Blokkadebrekers'
Part 22
»Flink vooruit, vrienden!" riep James. »Die vuurpijlen hebben me mijn weg verlicht. De Dolfijn is geen honderd el meer van ons af. Hoor! daar luidt de bel aan boord."
»Vooruit! vooruit! Twintig pond voor jelui als we er over vijf minuten zijn!"
De giek vloog sneller dan ooit. Alle harten klopten. Daar bulderde een kanonschot in de richting der stad, op twintig vamen van de giek. Crockston hoorde meer een snel voorbijgaand lichaam dat veel op een kogel geleek, dan dat hij het zag.
Op dat oogenblik luidde de bel uit alle macht aan boord; men naderde, nog eenige riemslagen en de giek stiet aan; nog eenige seconden en Jenny viel in de armen van haren vader.
Onmiddellijk werd de giek opgeheschen en James snelde naar de kampanje.
»Stuurman, hebben we stoom genoeg op?"
»Ja kapitein."
»Laat het ankertouw kappen en dan zoo schielijk mogelijk vooruit!"
Een oogenblik later stuwden de beide machines de boot naar het hoofdkanaal en verwijderden haar van het fort Sumter.
»Stuurman," sprak de kapitein, »we kunnen er niet aan denken het kanaal van Sullivan door te gaan; want we zouden aanstonds onder het vuur der Geconfedereerden raken; laat ons zoo veel mogelijk den rechterkant der reede houden, en ons met de kogels der Noordelijke vernoegen. Heb je een vertrouwd man aan 't roer?"
»Ja, kapitein."
»Laat de lantaarns en de vuren uitdooven, het licht dat van de machines weerkaatst is al te veel, veel te veel; maar daar is niets aan te doen."
Gedurende dat gesprek was de Dolfijn snel vooruit gegaan; maar toen hij zwenken moest om aan den rechterkant van de reede te komen, moest hij eene engte door die hem een oogenblik in de nabijheid van het fort Sumter bracht, en hij was er ruim vijf minuten van verwijderd, toen op eens al de schietgaten van het fort in lichten gloed stonden en een zee van vuur met eene vreeselijke ontploffing voor den Dolfijn heenging.
»Te vroeg, lomperds!" riep James Playfair, schaterend van lachen. »Stoken, stoken, machinist; we moeten tusschen twee ladingen door komen."
De stokers zetten nieuwen gloed aan de vuren bij en de Dolfijn sidderde over al zijne leden onder de kracht der machine, alsof hij op het punt was van uit elkander te springen.
Op dat oogenblik deed zich eene tweede ontploffing hooren en een nieuwe hagel van kogels floot achter de boot.
»Te laat! domooren!" riep de kapitein, nu brullend lachende.
»Dat is er een voorbij. Nog eenige minuten en we zijn van de Geconfedereerden af," zei Crockston die op de kampanje gekomen was.
»Dus denk je dat we niets meer van het fort Sumter te vreezen hebben?" vroeg James.
»Neen, niets; maar zoo veel te meer van het fort Moultrie, maar dat kan ons maar een half uur in de knijp houden. Laat ze dus goed hun tijd waarnemen en goed mikken, als ze ons raken willen."
»Mooi! De ligging van het fort Moultrie zal ons dus vergunnen recht op het Hoofdkanaal af te gaan. Vuur dan! vuur!"
Op hetzelfde oogenblik, als of James Playfair inderdaad dat »vuur" bevolen had, werd het fort door eene driedubbele lijn van vuur verlicht; een vreeselijk geraas deed zich hooren, waarna er aan boord een onrustbarend gekraak ontstond.
»Ze hebben geraakt," zei Crockston.
»Wat is er gebeurd, stuurman?" riep de kapitein.
»De spaak van de boegspriet ligt in zee."
»Hebben we gekwetsten?"
»Neen, kapitein."
»Nu dan, laat die spaak naar den duivel gaan. Recht het kanaal door en op het eiland af."
»Afgedaan met die Zuidelijken!" riep Crockston; »als we toch een kogel door het lijf moeten hebben, heb ik nog liever met de kogels der Noordelijken te doen; die kan ik beter verteren!"
Inderdaad alle gevaar was nog niet geweken--en de kapitein bereidde zich niet ten onrechte op een aanval in de kanalen van het eiland Morris voor; want na verloop van een kwartier uurs werd de duisternis afgewisseld door herhaalde flikkeringen van licht. Het regende kleine bommen om den Dolfijn heen, die het water tot aan de verschansing deden opspringen; sommige van die bommen raakten zelfs het schip, doch veroorzaakten weinig letsel, en door de fel aangestookte vuren voortgestuwd, ging de Dolfijn steeds vooruit.
Op dat oogenblik, kwamen de heer Halliburtt en Jenny, tegen de bevelen des kapiteins in, op de kampanje; James wilde hen dwingen naar beneden te gaan, maar Jenny verklaarde dat zij bij den kapitein wilde blijven.
De heer Halliburtt, die nu het edele gedrag zijns redders vernomen had, drukte hem zonder een woord te spreken de hand.
De Dolfijn naderde nu met groote snelheid het ruime sop; hij had nog slechts een uur te varen om in den Oceaan te zijn; mocht de ingang van het kanaal vrij zijn, dan was hij gered. James Playfair kende al de geheimen der wateren van Charlestown en hij stuurde zijn schip met onvergelijkelijke zekerheid; reeds meende hij alle reden te hebben om aan het wel gelukken van zijn waagstuk te gelooven, toen de matroos op uitkijk riep:
»Een schip!"
»Een schip!" riep James.
»Ja, aan bakboordszij."
De mist die opgetrokken was, vergunde hun toen een groot fregat te onderscheiden dat manoeuvreerde om den Dolfijn den weg af te snijden. James Playfair moest het tot elken prijs in snelheid zien te overtreffen en nogmaals eene vermeerdering van stoomkracht van zijne machine vergen, of alles zou verloren zijn.
»Het roer aan stuurboordszij!" riep de kapitein.
Daarop snelde hij op de loopplank die over de machine geworpen was.
Op zijn bevel werd een der schroeven vastgezet en met de nu overblijvende, beschreef de Dolfijn den kortst mogelijken cirkel alsof hij om zich zelven draaide. Op die wijze had hij eene ontmoeting met het federale fregat vermeden en hij naderde even als dat den ingang der baai, het was nu eene quaestie van snelheid geworden.
James Playfair begreep, dat dáárin alleen het behoud gelegen was. Het fregat was den Dolfijn een heel eind vooruit; men zag het aan den zwarten rook die uit zijne schoorsteenen opsteeg dat het al zijne stoomkracht gebruikte. Maar James Playfair was de man niet om achter te blijven.
»Wij hebben het maximum van drukking bereikt," antwoordde de machinist op eene vraag van den kapitein; »de stoom vliegt uit alle veiligheidskleppen."
»Stop de kleppen," beval de kapitein.
En zijne bevelen werden ten uitvoer gebracht, ofschoon het schip er bij werd gewaagd.
En altoos sneller ging de Dolfijn vooruit; de slagen van den zuiger volgden elkander met eene ontzettende snelheid op, de platen beefden onder die herhaalde slagen; en het was een schouwspel dat zelfs de moedigste harten deed sidderen.
»Zet aan de vuren! zet aan!" riep James.
»Onmogelijk," antwoordde de machinist; »de kleppen zijn hermetisch gesloten; onze ovens zijn tot aan den rand toe vol."
»Het doet er niet toe! Stop er dan katoen in, in brandewijn gedoopt, wij moeten er door en dat vervloekte fregat vooruit."
Op die woorden keken de onverschrokkenste matrozen elkander aan, doch men aarzelde niet. Er werden eenige balen katoen in de stookkamer geworpen. De bodem werd uit een vat brandewijn geslagen en dat ontbrandbare vocht werd niet zonder gevaar in de gloeiende ovens geworpen. De stokers konden elkander wegens het brullen der vlammen niet verstaan. Weldra werden de platen der fornuizen wit gloeiend; de zuigers gingen op en neer als die eener locomotief; de luchtmeters wezen eene vreeselijke uitzetting aan, de boot vloog over de golven; hare voegen kraakten; hare schoorsteenen braakten vlammen en rook uit; de Dolfijn voer met eene ontzettende, eene dolle snelheid, maar hij won op het fregat, hij stoomde het voorbij, hij bracht het op een afstand en na verloop van tien minuten was hij het kanaal uit.
»Gered!" riep de kapitein.
»Gered!" riep al het scheepsvolk, in de handen klappende.
Reeds begon de vuurtoren van Charlestown in het zuidwesten te verdwijnen, en men kon zich buiten gevaar achten, toen een bom uit eene kanonneerboot die in den Oceaan kruiste, in de duisternis floot; men kon gemakkelijk haren loop volgen, dank zij den brandenden zwerm die eene streep van vuur achter liet.
Dat was een oogenblik van onbeschrijfelijken angst, en ieder beschouwde met wijd open gespalkte oogen de kromme lijn die de bom beschreef; men kon niets doen om haar te ontwijken en na eene halve minuut viel zij met een vreeselijk geraas op de voorplecht van den Dolfijn neder.
De verschrikte matrozen weken allen achteruit en niemand durfde een stap voorwaarts wagen, terwijl de zwerm al knappend voortbrandde.
Doch één enkele, moedig onder allen, liep op het werktuig der vernieling toe. Het was Crockston; hij nam de bom in zijne krachtige armen, terwijl er duizenden vonken uit den zwerm sprongen, en met eene bovenmenschelijke inspanning wierp hij haar over boord.
De bom had nauwelijks de oppervlakte des waters bereikt, of zij ontplofte met een oorverdoovend geraas.
»Hoera!" riep de geheele equipage, als met ééne stem, terwijl Crockston zich in de handen wreef.
Eenigen tijd daarna doorkliefde de Dolfijn de wateren van den Oceaan; de Amerikaansche kust verloor zich in de verte, en het vuur dat zij op een afstand zagen, bewees dat de aanval tusschen de batterijen van het eiland Morris en de forten van Charlestown algemeen geworden was.
SINT MUNGO.
Den volgenden dag, met het opgaan der zon, was de Amerikaansche kust geheel verdwenen; er was geen schip meer aan den horizon te zien en de Dolfijn, die de vreeselijke snelheid van zijn vaart gematigd had, stoomde nu bedaard naar de Bermudas eilanden voort.
Het was een gewone tocht over den Oceaan, waarbij niets merkwaardigs voorviel en tien dagen na de afreis van Charlestown, zag de bemanning van den Dolfijn de kusten van Ierland.
Wat kon er tusschen den jongen kapitein en het jonge meisje voorvallen dat niet reeds door ieder is vermoed? James Playfair had het Engelsche water niet afgewacht om voor vader en dochter zijn hart uit te storten, en als wij Crockston gelooven mogen, had Jenny die verklaring ontvangen met eene blijdschap, die zij niet trachtte te ontveinzen. En zij had gelijk.
Het geschiedde dan op den 14en Februari van het jaar 1865 dat eene talrijke menigte onder de gewelven der Sint Mungo, de oude hoofdkerk van Glasgow, verzameld was. Er waren daar zeelieden, kooplieden, industriëelen, overheidspersonen, zoo wat van alles. De brave Crockston was als getuige tegenwoordig bij het huwelijk van Jenny Halliburtt, en de wakkere Amerikaan schitterde in een groenen rok met gouden knoopen. Oom Vincent stond fier naast zijn neef, die al het air had van iemand wiens laatste uur als celibatair geslagen had.
De plechtigheid werd met allen mogelijken luister gevierd; ieder kende de geschiedenis van den Dolfijn, en ieder vond dat de jonge kapitein zijne belooning wel verdiend had. Hij alleen achtte zich boven verdienste beloond.
Des avonds was er groot feest bij oom Vincent. Diner en bal en eene milde uitdeeling van shillings onder de menigte op straat. Crockston deed, hoewel hij zich binnen de perken wist te houden, wonderen van eetlust.
Ieder was gelukkig bij dat huwelijk, deze om zijn eigen geluk, gene om het geluk van anderen.
Toen de gasten des avonds vertrokken waren, ging James zijn oom eens hartelijk omhelzen.
»Nu, oom?" vroeg hij.
»Nu, neef?"
»Is u tevreden over de heerlijke lading die ik met den Dolfijn meegebracht heb?" hernam de kapitein, op zijne jonge vrouw wijzende.
»Dat geloof ik!" antwoordde de koopman; »'k heb mijn katoen met drie-honderd-vijf-en-zeventig percent winst verkocht."
INHOUD.
AVONTUREN VAN DRIE RUSSEN EN DRIE ENGELSCHEN.
I. De oevers van de Oranjerivier Blz. 1 II. Officieele voorstelling ,, 8 III. Het vervoer ,, 15 IV. Iets over den meter ,, 22 V. Een Hottentotsch dorp ,, 28 VI. Verdere kennismaking ,, 35 VII. Eene basis ,, 43 VIII. De vierentwintigste meridiaan ,, 54 IX. Een kraal ,, 59 X. De snelle strooming ,, 70 XI. Nikolaas Palander teruggevonden ,, 79 XII. Een station naar den smaak van John Murray ,, 90 XIII. Door het vuur ,, 102 XIV. Eene oorlogsverklaring ,, 112 XV. Één graad meer ,, 120 XVI. Verschillende voorvallen ,, 130 XVII. De verdelgers ,, 138 XVIII. De woestijn ,, 148 XIX. Meten of sterven ,, 160 XX. Acht dagen op den top van den Scorzef ,, 170 XXI. Het licht verschijnt ,, 179 XXII. Palanders woede ,, 188 XXIII. De waterval van de Zambese ,, 200
DE BLOKKADEBREKERS.
De Dolfijn ,, 209 De Dolfijn op reis ,, 214 In zee ,, 219 Streken van Crockston ,, 224 Het kanaal van Sullivan ,, 235 Een generaal der geconfedereerden ,, 239 De vlucht ,, 243 Tusschen twee vuren ,, 250 Sint Mungo ,, 256
AANTEKENINGEN
[1] Met geen enkel woord maakt Verne melding van onzen Snellius, die reeds in 1617 den boog bepaalde van den meridiaan over Leiden tusschen de parallelcirkels van Alkmaar en Bergen op Zoom.
[2] Bij het meten van den meridiaan van Frankrijk, welke zich tot Formentera uitstrekte, heeft Arago bij zijn 15en driehoek eene zijde van 160.904 M. gemeten, die zich van de kust van Spanje tot het eiland Iviza uitstrekte.
[3] Om onzen lezers duidelijk te maken wat eene geodesische opname eigenlijk is en hun eenig denkbeeld te geven van de moeielijkheden die haar somtijds in den weg kunnen staan, wordt het onderstaande hier ter verduidelijking bijgevoegd: laat AB het gedeelte van den meridiaan zijn, welker lengte men bepalen moet. Men meet met de grootste nauwkeurigheid eene basis AC, door van het uiteinde A van den meridiaan naar een eerste station C te gaan, daarna kiest men aan weêrszijden van den meridiaan andere stations als D, E, F, G, H, I, enz. van elk van welke men de naastbijgelegen stations zien kan, en men meet met den theodoliet de hoeken der driehoeken ACD, CDE, EDF, enz. Deze eerste bewerking stelt in staat, om die geheele driehoeken te berekenen, want in den eersten kent men AC en de hoeken, en men kan dus de zijde CD berekenen; in den tweeden kent men CD en de hoeken, en men kan de zijde DE berekenen; in den derden kent men DE en de hoeken en men kan EF berekenen, enz. Daarna bepaalt men, in het punt A staande, de richting van den meridiaan op de gewone wijze, en men meet hoek MAC, welke deze richting met de basis vormt; men kent dan door berekening de zijde AC en de aanliggende hoeken van den driehoek ACM, en men kan derhalve het eerste gedeelte AM van den meridiaan vinden. Men berekent tegelijkertijd den hoek M en de zijde CM: men kent dan in den driehoek MDN de zijde DM = CD-CM en de aanliggende hoeken, en daarmede kan men het tweede stuk MN van den meridiaan vinden, verder ook hoek N en de zijde DN. In driehoek NEP kent men dus de zijde EN = DE-DN en de aanliggende hoeken, en men kan het derde stuk NP van den meridiaan berekenen, enz. Men begrijpt, dat men op die wijze stuksgewijze de lengte van den geheelen boog AB bepalen kan.