Algemeene Geschiedenis in Verhalen: Oudheid

Part 8

Chapter 82,102 wordsPublic domain

2. Alarik trok -- omstreeks 400 -- aan het hoofd zijner Gothen verwoestend door Griekenland en van daar naar Italië. In dezen algemeenen nood vermanden zich de Romeinen onder leiding van +Stilico+ tot een ernstigen tegenstand. Alarik trok zich naar Illyrië terug. Zijn inval in 't Romeinsche rijk had echter in geheel Europa het grootste opzien gebaard en andere volken tot dergelijke tochten aangemoedigd. De dappere Stilico beschermde nog het rijk. Maar toen hij door zijn wantrouwenden keizer, met wiens dochter hij gehuwd was, ter dood gebracht werd, verscheen Alarik weêr en sloeg zijne legerplaats op in 't gezicht van Rome. De groote stad, die sedert Hannibals tijden geen vijand voor hare poorten gezien had, sidderde voor de Duitsche legerscharen en vroeg om vredesonderhandelingen. Alarik eischte eerst al het goud en zilver der stad; maar later liet hij zich met 5000 pond goud en 30000 pond zilver tevreden stellen.

Keizer Honorius, die gevlucht was, wilde het verdrag, dat de Romeinen met Alarik gesloten hadden, niet laten gelden. Toen keerde deze naar Rome terug en stelde een anderen keizer aan. Maar later onderhandelde Alarik weêr met Honorius, en eischte bijzonder, dat zijn volk vaste woonplaatsen zouden worden ingeruimd. Toen dit vergeefsch was, trok Alarik ten derden male tegen Rome op. Hij nam de stad stormenderhand en liet haar zijn volk ter plundering over. Het was in het jaar 410, ongeveer 800 jaar na de eerste verwoesting van Rome door de Galliërs, en de trotsche stad, waar sedert 1000 jaar ongehoorde schatten samengebracht waren, viel nu als buit in de macht van een "barbaarsch" volk. Maar gedurende hunne driedaagsche plundering gingen de Gothen zeer verschoonend te werk, zoodat zij zich zeer gunstig onderscheidden van de Romeinen, die eenmaal in Karthago zoo vreeselijk huisgehouden hadden.

Alarik bleef maar weinige dagen in Rome. Zijn plan was, eerst Sicilië te veroveren en dan naar Afrika te gaan. Toen overviel hem plotseling de dood te Cosenza in beneden-Italië. De treurende Gothen hielden een zeer plechtige begrafenis. Zij leidden de rivier Busento af, begroeven in haar bedding Alarik met groote eerbewijzen, en lieten toen het water zijn vorigen loop weêr, opdat niemand de plaats zou vinden, waar de groote held der Gothen zijne rust gevonden had.

3. Tot opvolger van Alarik werd zijn zwager, +Athaulf+ of +Adolf+, gekozen. Deze verzoende zich met keizer Honorius, huwde diens zuster en verliet met de Gothen het verwoeste Italië, om naar Frankrijk en Spanje te trekken. In beide landen aan deze en gene zijde der Pyrenaeën ontstond een west-Gothisch rijk, dat tot groote macht geraakte.

De oorlogen in Italië hadden de Romeinen gedwongen, hunne troepen uit de provinciën terug te roepen. Daardoor ging het eene land na het andere verloren en wel meestal aan Duitsche volkeren. De +Vandalen+ trokken van het Reuzengebergte door Duitschland en Gallië naar Spanje, en eindelijk onder hun koning Geiserik naar Afrika, waar zij een groot rijk met de hoofdstad Karthago stichtten, 429. De Bourgondiërs hadden zich intusschen aan den boven-Rijn neêrgezet en bezaten een tijd lang de stad Worms. Het noordwestelijk Gallië werd door de +Franken+ ingenomen en naar hen +Frankrijk+ genoemd. Reeds ten tijde van Julianus den afvallige hadden zij zich aan den beneden-Rijn gevestigd, nu breidden zij zich van daar uit tot aan de Loire en vestigden een aantal kleine rijken. Doornik was een hunner hoofdzetels, later ook Soissons. Ook +Brittannië+ werd door Duitsche volken, de +Angelen+, +Saksen+, en +Jutten+, in bezit genomen. Het veroverde land kreeg den naam +Angelland+ of +Engeland+.

Terwijl zoo het eene deel na het andere van het Romeinsche rijk afgescheurd werd, kwamen de Hunnen, die middelerwijl tusschen Wolga en Donau gehuisd hadden, met de oude en nieuwe bewoners der Romeinsche provinciën in altijd nadere beroering en brachten een groot gevaar voor allen.

4. De Hunnen waren omstreeks het jaar 450 door hun stouten aanvoerder +Attila+ of Etzel tot een groot geheel vereenigd en daardoor tot een machtig krijgsvolk verheven. Attila was klein van gestalte, maar ijzervast in lichaams- en wilskracht. Als hij de kleine fonkelende oogen rolde, overviel ook den dappersten een siddering. Zijn hoofdlegerplaats was in Hongarijë, waar hij in een houten tent de vreemde gezanten ontving.

Hij werd niet anders genoemd dan +Godegisel+, d. i. geesel Gods tot tuchtiging der wereld. Voor dezen geesel beefden de volkeren allerwege. Eerst keerde Attila zijn zwaard tegen de oostelijke provinciën en plunderde ze op schrikkelijke wijze. De keizer te Constantinopel sidderde en verbond zich, hem eene jaarlijksche schatting van 2000 pond goud te betalen. Nu keerde Attila zijn zwaard tegen het westen. In den winter van het jaar 450 brak de Hunnenheld aan het hoofd van een half millioen strijders uit zijne legerplaats in Hongarije op en trok, alles verwoestend, naar den Rijn. Hier traden hem de Bourgondiërs te gemoet; zij bezweken echter voor de talrijke horden. Even weinig vermochten de Franken en andere Duitsche volken een grooten tegenstand te bieden. De schoonste steden, die reeds door de Romeinen gesticht waren, als Spiers, Worms, Mainz, Straatsburg, werden met den grond gelijk gemaakt. Het sterke Metz viel na een korten tegenstand in handen der ruwe overwinnaars. Trier werd voor de vijfde maal verwoest. Reeds stonden de Hunnen voor Orleans. Toen kwam er hulp.

De Romeinsche veldheer +Aëtius+ had zich met +Theodorik+, koning der Westgothen, verbonden en verscheidene Duitsche volkeren te hulp geroepen. Dit vereenigde leger trad Attila stout te gemoet. Op de +Catalaunische velden+ aan de Marne, bij het tegenwoordige +Chalons+, begon de volkenslag, waarin Attila voor het eerst geslagen werd. Omtrent 200000 menschen waren gevallen. De vorst der Hunnen trok naar Hongarijë terug.

Reeds in het volgende jaar had Attila evenwel een nieuw leger bijeen. Daardoor stout gemaakt, eischte hij herhaaldelijk de hand van Honoria, de zuster van keizer Valentinianus III. Toen deze hem geweigerd werd, viel hij in Italië. Hij veroverde en verwoestte de belangrijke handelsstad Aquileja aan de Adriatische golf. Hare bewoners vluchtten, gelijk de Tyriërs, op de vele kleine eilanden der zee en stichtten daar het later zoo beroemde +Venetië+. Intusschen verwoestte Attila de steden Verona, Milaan en vele andere, en trok naar Rome. De beangste hoofdstad vroeg een wapenstilstand, terwijl zij een gezantschap met den bisschop +Leo+ aan het hoofd naar Attila zond. Deze liet zich door de betaling eener geldsom tot den aftocht bewegen, en keerde met zijne horden naar Hongarijë terug. Het was zijn laatste legertocht, want hij stierf reeds in 't jaar 453.

De dood van Attila bevrijdde de wereld van een vreeselijken geesel. De zonen van den stouten hoofdman konden de macht der Hunnen niet staande houden. De onderworpene volken maakten zich onafhankelijk en tastten ook hunne oude onderdrukkers aan, die zich eindelijk aan de Wolga terugtrokken en onder andere volken verloren. In hunne plaats zetten zich in Hongarijë de Oostgothen en Langobarden neêr, die echter spoedig naar Italië opbraken en hier nieuwe rijken stichtten. Daarmeê had de volksverhuizing haar einde bereikt.

25. Ondergang van het West-Romeinsche rijk. -- 476.

1. Het West-Romeinsche rijk bestond bijna slechts nog uit Italië, en ook dit land ijlde met snelle schreden zijn ondergang te gemoet. De wantrouwende keizer Valentinianus vermoordde den overwinnaar der Hunnen Aëtius, den laatsten steun van 't keizerrijk. Daarop werd Valentinianus op aansporing van den bevelhebber Maximus vermoord, die nu zelf den troon besteeg en de keizerin-weduwe Eudoxia dwong, zijne gemalin te worden. Deze wreekte zich, zoo het heet, daardoor, dat zij heimelijk den Vandalenkoning +Geiserik+ uit Afrika riep. In allerijl verscheen de Karthager met zijne vloot en trok met het gelande leger naar Rome. De vluchtende Maximus werd door het volk gesteenigd en in den Tiber geworpen. Niemand waagde tegen de Vandalen te strijden. Toen deed de bisschop +Leo+ eene bedevaart tot Geiserik en verzocht, de ongelukkige stad voor vuur en zwaard te sparen. De Vandaal beloofde het en hield woord zoo goed hij kon.

Het was op den 25sten Juni 455, dat Geiserik zijn intocht in Rome hield. Hij duldde brand noch moord; maar veertien dagen lang duurde de plundering. Alle kunstschatten en kostbaarheden, die sedert de vernieling door Alarik nog voorhanden waren, werden een buit der ruwe Vandalen. Zij sleepten bovendien nog verscheidene duizenden ongelukkige Romeinen, o. a. de keizerin en hare beide dochters, als gevangenen weg. Karthago had na zes eeuwen zijne wrekers naar de Tiberstad gezonden. Maar zelfs de Vandalen gingen hier minder wreed te werk, dan eens de Romeinen in Karthago.

2. Na deze geduchte nederlaag van Rome heerschten hier in de korte tijdruimte van 20 jaren nog 9 keizers, die door de bevelhebbers der Duitsche troepen aangesteld en afgezet werden. De schepter ging van hand tot hand, tot eindelijk +Odoaker+, een Duitsch legeraanvoerder, aan het oude rijk een einde maakte. Hij voerde de +Herulers+ en +Rugiërs+ aan, die eertijds in Pommeren woonden, en eischte voor de veeljarige diensten zijner troepen een gedeelte van den grondeigendom. Toen dat geweigerd werd, verdreef hij den laatsten Romeinschen keizer +Romulus+ (Augustulus of de kleine Augustus bijgenaamd, omdat hij pas 15 jaar oud was) en noemde zich zelven +koning van Italië+. Den jongen Romulus werd het leven geschonken en een slot met een jaarlijksch inkomen bewilligd. Daarentegen moest de vader van den laatsten keizer, de eergierige veldheer Orestes, het leven laten.

Zoo werd in het jaar 476 na Chr. het Romeinsche rijk vernietigd, dat volgens zijne eigene tijdrekening meer dan 12 eeuwen bestaan had. Het Oost-Romeinsche of Grieksche rijk bestond na den ondergang van het West-Romeinsche nog ongeveer 1000 jaren, tot 1453. In dat jaar werd het, na vele voorafgegane verwarringen inwendig en aanvallen van buiten, door de Turken onderworpen.

Met den val van Rome in het jaar 476 sluit de +oude geschiedenis+. In de plaats der ontaarde Romeinen traden nu de ruwe, maar onbedorvene volksstammen der Germanen of Duitschers, en stichtten op de puinhoopen van 't Romeinsche rijk nieuwe zelfstandige staten met eigene wetten, gebruiken en talen.

INHOUD.

Hoofdst. Bladz. 1. Inleiding 3. 2. De Egyptenaren 6. 3. Kores en de Perzen 13. 4. De Phoeniciërs 21. 5. De Grieken 26. 6. De tocht naar Troje -- 1200 v. C. 28. 7. Lycurgus en de Spartanen -- 888 32. 8. Solon en de Atheners 34. 9. De Perzische oorlogen 37. 10. Pericles -- 444 45. 11. Alcibiades 50. 12. Socrates -- 400 52. 13. Epaminondas en Pelopidas 57. 14. Alexander van Macedonië 59. 15. De oude Romeinen 66. 16. Pyrrhus en Fabricius 70. 17. De Punische oorlogen -- 264-146 73. 18. De Gracchen 79. 19. Marius en Sulla 82. 20. Julius Caesar -- 44 84. 21. Octavianus Augustus 89. 22. Verscheidene Keizers van 't Romeinsche rijk 95. 23. Constantijn de Groote -- 323 n. C. 100. 24. De volksverhuizing -- 375 102. 25. Ondergang van 't West-Romeinsche rijk 109.

INHOUD VAN HET TWEEDE DEEL.

=Middeleeuwen.=

De oude Duitschers of Germanen. Herman -- 9. Theoderik -- 500. De Nevelingen. Mohammed -- 622. Bonifacius -- 755. Karel van Franken of de Groote -- 800. Alfred van Engeland -- 900. De eerste Duitsche koningen. Otto I, 936-973. Hendrik IV en Gregorius VII -- 1077. De eerste kruistocht -- 1099. Frederik I Barbarossa -- 1190. Frederik II -- 1250. De ridderstand. De burgerstand. Rudolf van Habsburg -- 1273. Het Zwitsersch bondgenootschap -- 1300. Verscheidene keizers van het Duitsche rijk. Huss -- 1415. De maagd van Orleans -- 1429. Ondergang v. h. Oost-Romeinsche rijk -- 1453. Gutenberg -- 1456. Columbus -- 1492. Einde der middeleeuwen.

[Hand Symbool] Deze Algemeene Geschiedenis zal in 4 deeltjes compleet zijn, +Oudheid+, +Middeleeuwen+, +Nieuwe Tijd+, De jongste Eeuw.

=Prijs f 2,20 voor het geheel.=

Opmerkingen van de bewerker

Voor de txt-versie van dit boek is cursief aangegeven met _cursief_, vet met _vet_ en gespatieerd met +gespatieerd+. Klein kapitaal is veranderd in hoofdletters. De voetnoten zijn verplaatst naar tussen de alinea's.

Op de kaft aan de voorzijde was een woord onleesbaar, hier is "keer"zijde ingevuld (de inhoud van het 2e deeltje (+Middeleeuwen+) op de keerzijde).

Leestekens zijn stilzwijgend gecorrigeerd. Verder zijn de volgende correcties aangebracht, op bladzij

17 "antwoorde" in "antwoordde" (Solon antwoordde) 19 "3." toegevoegd. (3. Kores' veroveringstochten) 30 "verwonderderden" in "verwonderden" (en verwonderden zich niet weinig) 31 "overgebleven" in "overgeblevenen" (dwaalden de overgeblevenen in verwarring) 43 "vehaalt" in "verhaalt" (zoo verhaalt men, gelukte) 47 "meersterwerk" in "meesterwerk" (een uitgelezen meesterwerk der oude bouwkunst) 60 "menscheid" in "menschheid" (is voor de menschheid een groote zegen) 71 "det" in "dat" (en zorgde, dat Fabricius vlak) 75 "3." toegevoegd (3. Na den val der stad) 78 "5." toegevoegd (5. Even vóórdat dit) 88 "met" toegevoegd (den machtigen heerser met een gouden zetel) 97 "onstond" in "ontstond" (Na de aardbeving ontstond een hongersnood) 99 "onstond" in "ontstond" (dezen edelen keizer ontstond echter) 108 "stichten" in "stichtten" (en stichtten daar het latere) achterkant: "Gesehiedenis" in "Geschiedenis" (Deze Algemeene Geschiedenis zal).

Overigens is de originele tekst onveranderd overgenomen, met inbegrip van inconsequente spelling.

End of Project Gutenberg's Algemeene Geschiedenis in Verhalen, by H. Solger