Achter Den Sluier In Perzie En Turksch Arabie De Aarde En Haar

Chapter 6

Chapter 64,067 wordsPublic domain

Rivieren zonder bruggen zijn een ware beproeving voor het geduld, als men op reis is. Het duurt zoo lang, eer alles overgezet is en de overvaart heeft meestal plaats aan het eind van een etappe, als men al vermoeid is en, ik moet het maar bekennen, niet in zijn beste humeur. Het wachten in de brandende zon, terwijl de booten worden gehaald, het vermoeiende marchandeeren en alle andere geduldsbeproevingen worden honderdmaal moeilijker te dragen, doordat men weet, dat daar aan den overkant de rustplaats is voor den verderen dag en den nacht, zóó dichtbij en toch zoo veraf! Als ge zoo zit aan den verkeerden kant van de rivier, is het moeilijk, kalm te blijven en in vrede met alle menschen. Wat wou ik graag net als de dieren maar naar de overzij zwemmen! Een klein bedrag moet men geven voor het transport van ieder dier, en dus geeft de muildierdrijver er vaak de voorkeur aan, zelf over te zwemmen en zijn dier mee te nemen. In den regel is er maar één veerboot; dus men moet zijn beurt afwachten, en daar ieder overtocht zoowat een uur duurt, wordt er soms veel van het geduld gevergd.

De veerboot is een groote platboomde schuit, anti-diluviaansch van voorkomen, en men verbaast zich erover, hoe ze het gewicht kan dragen, dat erop wordt geladen. Als een rijtuig moet worden overgezet, worden de paarden eerst uitgespannen; dan wordt het voertuig op de pont getild, en passagiers en paarden moeten maar staan, waar er ruimte is.

Zijt ge eenmaal aan den overkant, dan is 't leed nog niet geleden, want als de tent zal worden opgeslagen, blijkt het, dat een van de palen achtergebleven is. Dus maar weer wachten. Of je denkt, dat een kopje thee den tijd zou kunnen verdrijven, en je bemerkt, dat de houtskool nog aan den overkant is. Er is niets te doen dan te wachten, tot alles er is, om te beginnen met toebereidselen voor de welverdiende rust.

Er is wel eens gezegd, dat er niet zoo heel veel schoonheid te zien is achter den sluier in Turksch-Arabië. Daar ben ik het niet mee eens, want ik heb heel mooie gezichten gezien onder de vrouwen uit Mosoel. Er zijn schoonheden voor elken smaak; de bekoorlijke blondine met lichtblauwe oogen en blond haar treft men aan, zoowel als de opvallende brunette, die met lachende, bruine oogen u van achter haar sluier aankijkt, oogen soms vol pathos als van een trouwen collie, die zijn meester heeft verloren.

Ik vind de grootste aantrekkelijkheid van de oostersche vrouwen haar oogen. Ik zie in mijn gedachten onder het schrijven typen vóór mij van gezichten, niet eens mooi in den gewonen zin van het woord, maar met oogen als wonderen, openbarend een ziel vol droefenis uit verlangen naar iets onbereikbaars, oogen, die u aan het schreien zouden kunnen brengen, zulk een verlangen naar liefde spreekt eruit. Een ander type is dat van de levendige, vroolijke soort, gewoonlijk te vinden onder jonge, ongetrouwde vrouwen. Het huwelijk heeft in het Oosten gewoonlijk de uitwerking, dat het alle opgewektheid van het gezicht en uit het leven verbant. Aardige, vriendelijke gezichtjes zijn er ook genoeg in Mosoel; ze zouden misschien niet mooi kunnen worden genoemd, maar lief zijn ze. Jammer, dat de schoonheid in het Oosten gewoonlijk zoo kort duurt; een vrouw van dertig is er totaal passée; maar toch ziet men wel oude dames in Mosoel, die er goed uitzien. Grijs en wit haar ontdekt men haast niet, want als dat begint te komen, gaan de vrouwen over tot henna en verven de haren ermee.

Mooie kinderen ziet men in Mosoel, donkere en blonde met blauwe oogen en krullend haar. Maar die laatste stijl van schoonheid wordt niet algemeen bewonderd. Als een kind krulhaar heeft, trachten de vrouwen op alle manieren de krul eruit te krijgen en vragen soms wel om medicijnen met dat doel. In den harem hooren de kinderen, helaas, veel verkeerde dingen, en jongens en meisjes groeien er op in een omgeving, die de onschuld der jeugd spoedig verjaagt en bederft. Wat heb ik vaak in een harem een gesprek trachten af te breken over dingen, waar men niet over spreekt, door de vrouwen attent te maken op jongens of meisjes, die met open ooren zaten te luisteren. Soms zwegen ze dan, maar vaak ook lachten ze en zeiden: "Wat kan dat schelen; ze weten er alles van!" Is het te verwonderen, dat die kinderen opgroeien met een verhard gemoed en een kranke ziel?

Voor de kinderen der Mohammedanen is er geen hoop, als niet de moeders iets hebben leeren begrijpen van een reiner levensopvatting, en voor de vrouwen is er geen hoop, als de mannen blijven, zooals ze zijn. De sluier houdt de vrouwen gevangen voor het leven. Als wij enkele harems in Mosoel gaan zien, breng ik u niet naar plaatsen, waar gij over de gesprekken zoudt moeten blozen, maar daar, waar wij niets aanstootelijks zullen zien of hooren. Bij een naasten buurman van ons, een man, die in een groot huis woont en een hooge maatschappelijke positie in de stad bekleedt, treden we binnen door een poort en gaan naar een groote ontvangkamer, waar de heer des huizes ontvangt, maar waar wij met streng gesloten sluier doorheen stappen naar de deur van den harem. Die deur is altijd gesloten; als men klopt, wordt ze geopend door een vrouw of meisje, die dadelijk ons de hand of het kleed kust en ons dan brengt in tegenwoordigheid van de khatoen, de vrouw des huizes. In dit geval is de dame in het zwart gekleed, omdat ze nog niet zoo lang geleden weduwe was. Ze staat op van haar plaats tusschen de kussens op den grond en groet diep bij ons binnentreden; daarna heet ze ons welkom in haar huis en wijst ons plaatsen naast zich aan. Wij gaan zoo gemakkelijk mogelijk zitten met de beenen gekruist onder ons naar echt arabischen trant. Dan komt de schoondochter binnen, een zwak vrouwtje, en met haar een klein meisje, haar eenig kind. Ze is bedroefd, omdat ze geen jongen heeft en vreest, dat haar man daarom van haar zal willen scheiden. Na mijn vertrek uit Mosoel vernam ik, dat er voor die vrees reden bestond, want haar man heeft haar weggezonden en een andere vrouw in haar plaats genomen. De koffie werd door een der vele vrouwelijke bedienden gepresenteerd, en onze gastvrouw is er zeer verbaasd over, dat wij niet met haar een sigaret willen rooken. In denzelfden harem wonen vaak een dozijn vrouwen of meer, en dan is het wel eens moeilijk, de dames, vrouwen van broeders dikwijls, uit elkaâr te houden. De betrekkingen kunnen ingewikkeld zijn, en er waren verscheiden huizen, waar ik dikwijls kwam en toch nog niet de verschillende connecties van tantes en nichten enz. wist te onderscheiden.

Hier is weer een heel ander soort van harem. Mijn speciale vriendinnen in dit huis zijn twee jonge, nog niet getrouwde meisjes. Het zijn vroolijke, aardige wezentjes, die bij mijn binnentreden mij hartelijk omhelzen en mij demonstratief welkom heeten. Als ze mij verwachten, is er altijd een maaltijd voor mij gereed en als mijn bezoek niet vooraf is aangekondigd, moet er altijd een vrouw naar de naastbij gelegen soek of markt gaan, om wat lekkers te halen. Ze zijn niet rijk, en ik zeg altijd, dat ze 't niet moeten doen, maar dat helpt niet. Ook hier zijn veel vrouwen, alle min of meer met elkaâr verwant. Als ik ze verwar, wat soms gebeurt, en de namen vergeten blijk te zijn, spijt ze dat en ze roepen uit: "Wat, heeft u mij vergeten?"--"Was ik de vorige week niet nog in het hospitaal?"--"Heb ik Die en Die niet bij u gebracht?" en zoo meer en zoo meer. Als ze mij eenmaal hebben ontmoet, meenen ze, dat ik alles van ze heb onthouden en dikwijls moet ik tot list mijn toevlucht nemen, om hun namen te hooren, zonder mijn eigen vergeetachtigheid te verraden.

Terwijl we zitten te praten, zijn de meisjes druk bezig met het haken van mutsjes, die in de soeks verkocht worden voor zoowat een shilling het dozijn, katoen inbegrepen. In andere wijken van de stad zal men de vrouwen bezig zien met het breien van sokken, en weer elders is het maken van sigaretten in de mode. Elke wijk schijnt zoowat haar eigen stijl van vrouwelijken huisarbeid te hebben en blijft daaraan vasthouden.

Ik bezoek niet alleen de harems in de steden; maar de harems brengen mij dikwijls een bezoek in ons huis. De armere vrouwen komen vrij binnen en weten, dat ze altijd welkom zijn. Wij hebben een aparte kamer voor vrouwelijke bezoekers, dat ze zich volkomen vrij zullen voelen van mannelijke bedienden, die mochten komen opdagen. De dames uit de hoogere standen komen niet zoo dikwijls, want het heet, dat hoe strenger ze zich bepalen tot den eigen harem, des te deftiger en gewichtiger zijn ze in de oogen van hun omgeving. Er woont een familie te Mosoel, die er trotsch op is, dat haar harem nooit in eenig huis een bezoek heeft gebracht. De dames waren er zoo streng in afzondering gehouden, dat ze nog maar pas in den laatsten tijd verlof hebben gekregen, om naar het bad, den hammam te gaan. Nadat ik kennis had gemaakt met de dames van dien harem, stelde ik er een eer in, de toestemming voor haar te erlangen, mij te mogen bezoeken. Ze hadden er niet veel hoop op, dat haar heeren en meesters zoo iets ongehoords zouden goedkeuren. Op een goeden dag echter vertelde mijn man aan den eigenaar van het huis, dat ik er grooten prijs op zou stellen als de dames van den harem mij een bezoek wilden brengen. Tot groote verbazing van iedereen gaf hij zijn toestemming, enkel verzoekend, dat het bezoek zoo stil mogelijk zou worden gehouden. De dames waren in één opwinding, en dagen van te voren spraken ze over den voorgenomen uitgang en maakten er toebereidselen voor. Op den vastgestelden dag moesten alle mannen zich uit de voeten maken. De dokter werd uit het huis verbannen voor den heelen namiddag; de mannelijke bedienden kregen vacantie, en alle deuren, waar toevallig een man door zou hebben kunnen binnenkomen, werden zorgvuldig gegrendeld.

Toen de tijd daar was, verscheen eerst een vrouwelijke bediende, om te hooren, of alles gereed was. Toen ze zich overtuigd had, dat er geen man in de nabijheid was of onverwacht zou hebben kunnen verschijnen, ging ze terug, om de dames te halen. Ze kwamen in alle glorie van zwart zijden mantels, die Judy, toen onze vrouwelijke hulp, zorgvuldig opvouwde. De beide oudere dames waren zeer eenvoudig gekleed in katoenen of stoffen japonnen; maar de jonge vrouw had zich laten dossen in een van haar bruidscostumes en zag er zeer bekoorlijk uit. Ze was toen nog maar zestien jaar en had al twee mooie kinderen, een jongen en een meisje. Ze vonden het allen zoo prettig, eens uit te gaan voor de eerste maal in haar leven. We aten eerst, als gebruikelijk, komkommers en watermeloenen, gevolgd door thee en koffie, engelsche biscuits en eigen gebakken koek. Dien laatste vonden ze lekker en ze vroegen, of ze er een stukje van mee mochten nemen, om de andere bewoonsters van den harem te laten proeven. Natuurlijk wilden ze graag het huis zien, en 't was aardig, onder het gaan van kamer tot kamer haar opmerkingen te hooren.

Ons klein harmonium trok zeer de aandacht, en ze luisterden met de grootste attentie, toen ik een paar van onze oud-engelsche liederen speelde en zong, die ik in 't Arabisch had vertaald. Een van de dames, die probeerde te spelen, begreep niet, waarom er geen geluid kwam voor haar, en toen ik de pedalen in beweging bracht, was ze dolblij, dat zij ook "muziek kon maken". Hun vreugde leek heel veel op die van kleine kinderen, als ze een nieuw stuk speelgoed vinden. Ze bleven ongeveer drie uren en bij 't weggaan beloofden ze, gauw terug te komen. Deze harem is een bijzonder gelukkige, ook al doordien er maar één getrouwde vrouw is; daar de beide oudere dames ongetrouwde zusters zijn van den man. Ze leven samen in vrede en eensgezindheid. Jammer, dat zoo iets uitzondering is, en dat in bijna alle harems haat en jaloezie een hoofdrol spelen.

Men heeft vaak beweerd en ook dikwijls terecht, dat de liefde geen rol speelt in het leven eener mohammedaansche vrouw, en toch hebben ze feitelijk veel behoefte aan aanhankelijkheid en zijn zelf ook beminnenswaardig. Als men haar liefde en vertrouwen heeft gewonnen, kan men daar altijd staat op maken. Het is dan wel een weemoedige gedachte, dat deze vrouwen zooveel moeten lijden en ontberen en dikwijls zoo wreed door de mannen worden behandeld. Medelijden en sympathie moet men ze toedragen. Bij de geboorte al zijn ze onwelkom, waar men zooveel liever een jongen heeft; dan blijven ze zonder liefderijke leiding en zonder onderwijs, worden als jong meisje en jonge vrouw achter den sluier verborgen gehouden, worden als echtgenoote niet bemind en als moeder niet geëerd, en als het bezwaarlijke leven voor haar ten einde loopt, zinken ze onbetreurd in het graf. Dit is in groote trekken het leven van een mohammedaansche vrouw.

Wat de huwelijksplechtigheden betreft, die maken een trouwpartij in Mosoel tot een zeer dure geschiedenis, vooral voor ouders, die drie of vier dochters hebben. Er volgt geen huwelijk, als niet de huwelijksgift aanwezig is van het noodige goud en juweelen en een schitterend uitzet. Daarom zal een man, die veel dochters heeft, al vroeg beginnen te sparen voor haar uitzet, en de moeders gaan vaak al vóór de verloving allerlei kleeding aanschaffen, dat ze maar beter aan de eischen van de trouwpartij kunnen voldoen, als die werkelijk plaats vindt.

Dan moet er niet enkel voor het uitzet worden gespaard, maar ook voor het onthaal van eenige honderden personen en gasten gedurende de zeven op het huwelijk volgende dagen. Een man van behoorlijken welstand in Mosoel vertelde mij eens, dat het huwelijk van zijn dochters hem voor ieder tweehonderd pond sterling kostte, en daar hij zeven dochters had, was de vereischte som niet gering. Als die man met een goed inkomen het moeilijk vond, het vereischte bijeen te brengen, hoeveel moeilijker moet het dan niet zijn voor diegenen, die geen vast inkomen hebben en die weinig verdienen. Een inlandsche christen, dien wij hoog waardeerden en van wien we veel hielden, had twee dochters. Beide waren verloofd en stonden op het punt, te gaan trouwen. Hij verdiende drie pond sterling per maand en had een vrouw en zes kinderen te onderhouden; hoe zou hij het geld voor de sieraden van zijn dochters bijeenbrengen? En als hij het niet deed, zouden de meisjes misschien nooit trouwen. Er was maar één manier, om de moeilijkheid op te lossen, dat was, geld te leenen tegen hoogen interest en zoo zichzelf aan banden te leggen voor een langen tijd, mogelijk voor zijn heele leven. Voorbeelden genoeg zijn er van dien aard, om aan te toonen, dat meisjes dure brokjes zijn in Mosoel, als men ze aan den man wil brengen. En dan de voorbereiding voor den gewichtigen dag!

Als een man besluit, een vrouw te nemen, of als zijn ouders voor hem de overtuiging krijgen, dat het hoog tijd wordt voor hun zoon, om te trouwen, worden er allerlei samensprekingen gehouden, en de vrouwen hebben er veel in te zeggen. Ze zijn nooit gelukkiger, dan wanneer ze een huwelijk in elkaâr kunnen zetten en vinden genoegen in het geheimzinnige, dat ermee samenhangt, want het mag nooit gebeuren, dat een liefhebbende moeder de hand van haar dierbaren zoon zou aanbieden aan de moeder van een mogelijke bruid en een weigering zou ontvangen. De schande daarvan zou te groot zijn; dus moeten de moeder en de andere vrouwelijke betrekkingen van den aanstaanden bruidegom zeer voorzichtig te werk gaan in de keus van het meisje en in het doen van het huwelijksaanzoek.

Voor het eigenlijke "vragen" aan de orde is, moet de weg geëffend worden door zijdelingsche wenken en vragen omtrent de gezondheid van het meisje, haar bekwaamheden en haar bruidsschat. Als alles naar wensch is, wordt een formeel aanzoek gedaan. Is men zoo ver, dan volgt zelden een weigering, en komt die toch, dan is het een groote beleediging.

Mohammedaansche vrouwen hebben mij wel eens gevraagd, haar een geschikt meisje aan te wijzen voor haar broeder of haar zoon. Als ik dan een paar meisjes noemde, die ik kende, waren de antwoorden bij voorbeeld: "O, maar die heeft een wit vlekje op het oog", of "Die is te arm", of "Zij heeft een slecht humeur", of "Ze is niet mooi". Haar begrip van schoonheid is dat van een bleek, vol gezicht zonder een zweem van kleur behalve de door kunst aangebrachte. Natuurlijk krijgt de man het meisje in 't geheel niet te zien vóór den dag der verloving en bij strenge Mohammedanen niet vóór den trouwdag. Men moet soms medelijden hebben met arme bruidjes, die verbonden worden aan mannen, oud genoeg, om haar grootvaders te zijn of zelfs haar overgrootvader!

Als de trouwdag nadert, worden uitnoodigingen gezonden naar alle vrienden en betrekkingen voor bepaalde dagen van de feesten. Eerst komt de dag, waarop de bruid naar het bad gaat, een belangrijk moment, dat gevolgd wordt door een week van opwinding met dansen en zingen en feestvieren. Allen hebben er schik in, zelfs diegenen, die het hardst moeten werken, om alle maaltijden klaar te krijgen. De gasten blijven elken dag van 's morgens tot 's avonds. Drie maaltijden worden elken dag opgedischt. 's Morgens een, die bestaat uit boter en brood, room, vruchten enz.; het middagmaal is stevig en bestaat uit vleesch, op verschillende manieren toebereid, rijst, kip en de groenten van het seizoen. Ook de avondmaaltijd is weer zwaar, en de gasten gaan hoogst voldaan naar huis.

Die heele week lang moet de bruid in de ontvangkamer zitten op een kussen, speciaal voor bruidjes vervaardigd, en neemt geen deel aan de feestelijkheden. Elken dag moet ze weer een andere zijden japon dragen, overladen vaak met goud en juweelen. Zij spreekt niet, als ze niet wordt toegesproken, en de gasten nemen niet veel notitie van haar, als ze den gebruikelijken begroetingskus hebben gegeven. Aan de maaltijden brengen de familieleden haar eten, dat haar moet worden gevoerd, want een bruid is, naar het heet, te aangedaan, om zelf te eten.

Als de feestdagen ten einde zijn, neemt de bruid haar plaats in, eigenlijk als "meid" van haar schoonmoeder. In een mohammedaansch huis wordt de jongste en laatste vrouw het eerste jaar van haar huwelijksleven de meid van allen en blijft dat, tot een jongere in den harem wordt opgenomen. Veel hangt af van het karakter der schoonmoeder, als men vraagt, hoe het lot van de haremvrouwen is. Als zij willen, kunnen ze het leven der jonge vrouwen bepaald ondragelijk maken, doch ook het tegendeel.

Diezelfde gewoonte van dagen achtereen feestvieren treft men ook aan bij begrafenissen. De gasten, die komen klagen, zitten den heelen dag in ernstig zwijgen; maar hun rouw staat hun eetlust niet in den weg, want ze genieten het goede in die dagen van droefheid ten volle. Na den dood komen dadelijk de klaagvrouwen binnen, een ambtelijke groep, die midden tusschen de verwanten en gasten zit en niet anders doet dan zich opwinden tot een nagemaakte smart met een ijver, dat men denkt, ze van uitputting flauw te zullen zien vallen. Ze rukken aan haar kleeding, slaan op haar knieën, trekken zich aan de haren, tot ze half krankzinnig lijken. Het is een weerzinwekkend gezicht.

Maar om van den dood over te gaan tot het leven, als er een kind in Mosoel wordt geboren, is de eerste zorg van de ouders, zoowel in mohammedaansche als in christelijke gezinnen, het kind te beschermen tegen den noodlottigen invloed van het Booze Oog. De gewoonte is, een galnoot aan een draad te rijgen en die den zuigeling om den hals te hangen. Mohammedanen naaien een Koranspreuk in een zakje en bevestigen dat om den arm van het kind of op het mutsje. Het gebruik van het dragen van amuletten, om het Booze Oog te ontwijken komt veel voor en is diep geworteld in de zeden van het volk in Mosoel.

Het kussen van de hand is een aantrekkelijke gewoonte. Kinderen leeren dat al, voordat ze kunnen praten of loopen. Bedienden zijn altijd haastig met het kussen van uw handen, nadat ze iets zeer vervelends of ergerlijks hebben gedaan. Ze grijpen uw hand en kussen die, voor je nog recht weet, wat ze gaan doen. Op die manier meenen ze de vergiffenis al te hebben gewonnen, eer de schuld bekend is. Ik ben er nu slimmer op geworden, en wil liever eerst hooren, wat er gebeurd is, eer ik ze in staat stel, mijn hand te kussen. Het is ook een teeken van dankbaarheid.

Wie een bakshisch of een geschenk ontvangt, is altijd bereid, de hand van den gever te kussen. Onder het rijden door de stad is het mij soms gebeurd, dat mijn hand gevat en gekust werd door een voorbijganger, die als patiënt in het ziekenhuis had gelegen en zijn dankbaarheid op die manier wilde toonen. Een man moet al groote genegenheid en innige dankbaarheid voelen, om de hand van een vrouw te kussen; dus als dat eens gebeurde, voelde ik mij inderdaad zeer vereerd.

Een vreemde, maar niet onaangename gewoonte in Mosoel is die, om bladen met een volledigen maaltijd erop, gekookt en netjes voorgediend, te zenden aan vreemdelingen, die pas zijn aangekomen, of aan iemand, die na lange afwezigheid thuis komt. Wij kenden dat gebruik niet, toen wij pas in Mosoel kwamen; dus waren we hoogst verbaasd, toen tegen zonsondergang van onzen tweeden dag twee of drie mannen op het erf kwamen met groote bladen op het hoofd. Ze verklaarden, dat hun meester, een mohammedaansch koopman, dezen maaltijd had gezonden met veel groeten en goede wenschen. Het was een dîner, groot genoeg voor wel twintig menschen. Wij brachten bij ons samen wie we maar konden vinden, assistenten, catechisanten en anderen, die ons vriendelijk met de verhuizing hadden geholpen. Op het binnenplein lieten we een paar perzische tapijten leggen en zaten daar aan, met veel genoegen onzen eersten echt arabischen maaltijd in Mosoel gebruikend.

Als iemand de stad verlaat of op reis gaat, sturen de menschen bladen met lekkernijen, koekjes en snoeperij, die gemakkelijk kan worden meegenomen op reis. Toen wij Mosoel verlieten, kregen we een heele boel van die bladen, zooveel zelfs, dat aan het slot van onze veertiendaagsche woestijnreis, we nog vrijwat van al die goede gaven over hadden. Er waren lekkernijen bij van gestampte amandels, met suiker vermengd, dus een soort van noga en andere van heerlijk deeg met honig ertusschen.

Hier moet ik ook even vertellen van de broodbaksters. Het is onder een groot deel van het volk de gewoonte, eens in de maand maar brood te bakken in voldoende hoeveelheid, om al dien tijd te strekken. De bakdag is een feit van beteekenis en geen pretje in de huishouding. Het begint al kort na middernacht, als de vrouw komt, die het deeg bereidt en klaar zet voor het rijzen. Dien heelen dag moet iedere vrouw van het gezin zich beschikbaar stellen, om hulp te verleenen. De een moet het deeg tot kleine koekjes vormen; een ander begint ze uit te rollen en schuift ze dan naar haar buurvrouw, die een kleinere rol in de hand heeft, tot die het uitgerolde deeg weer aan iemand anders overdraagt voor een laatste rolling.

Als dat gebeurd is, blijkt het deeg bijna zoo dun als postpapier en zoo groot als de houten hoepel van een kind. Dan kan het worden gebakken. De brandstof, gebruikt voor de verhitting van den oven, die gestookt wordt tot de vereischte hitte bereikt is, bestaat uit gehakt stroo en geitenmest. De groote, dunne broodplaten worden dan tegen de wanden van den oven gepleisterd en weggenomen, als ze een keurigen graad van bruinheid hebben gekregen. Het brood is heel lekker, als het versch en bros is; als het oudbakken is, weekt men het gewoonlijk eerst in water, eer het op tafel wordt gebracht.

Wij bakken ons brood niet op die manier. Ik probeerde het een keer voor de inwonende patiënten van het hospitaal, maar vond, dat het veel te veel tijd kostte. Het dagelijks bakken is veel geschikter, als er dagelijks een dertig of veertig menschen gevoed moeten worden.