Achter Den Sluier In Perzie En Turksch Arabie De Aarde En Haar

Chapter 5

Chapter 53,987 wordsPublic domain

Koeyunjik is nu een geliefde plek voor picnics van Mosoel uit, en in het vroege voorjaar is zoo'n dag te midden van de ruïnen van Nineveh een waar genoegen. In den zomer is het er te warm, en schaduw vindt men er niet. Van den top der hoogten heeft men een mooi gezicht op Mosoel met de Tigris op den voorgrond en de bergen aan weerszijden.

Mosoel is met Nineveh verbonden door een oude schipbrug; twee-en-twintig ouderwetsche schepen, door zware kettingen aan elkander bevestigd, dragen een houten dek, dat met aarde bedekt is. Dit is het bewegelijke deel van de brug, die aan één kant met den wal in verband staat door een vaste steenen brug van 33 bogen. In de lente, als de aandrang van het water heel sterk is, door het smelten van de sneeuw op de bergen, wordt het losse gedeelte aan één zij losgemaakt en beweegt met den stroom mee. Maar soms stijgt de rivier plotseling en beschadigt brug en oevers. Dan is soms voor weken de handel tot stilliggen gedoemd of heeft plaats met kleine bootjes, waar de veerlieden profijt van hebben. De bruggelden worden geïnd door een man, die ze pacht van de regeering. Hij moet een der rijkste menschen uit Mosoel zijn. Voetgangers mogen vrij over de brug gaan; maar alle viervoetige dieren moeten tol betalen, en rijtuigen zelfs een medjidieh, dat is bijna een gulden. Daar er massa's kameelen, muildieren en ezels over trekken, is 't geen wonder, dat de brugwachter rijk wordt.

Ik vind het niet aangenaam over de brug te rijden. Ze is niet breed en kameelen stooten tegen u aan met hun zware lasten, terwijl muilen en ezels elkaâr trachten voorbij te gaan, vergetend, dat er geen ruimte is en de rivier onder u met bruisend geweld voortstroomt. Er ontsnapt mij altijd een zucht van verlichting, als ik den tegenoverliggenden oever heb bereikt. Het klimaat van Mosoel is zeer verschillend in zomer en winter, die uitersten van temperatuur aanwijzen. In de warme maanden slapen alle inwoners op hun daken. Dat begint al op den eersten Juni en duurt voort vijf maanden lang, of tot den val van de eerste regens. Veel van de woningen hebben "sirdabs" of vertrekken onder den grond, om te gebruiken op het midden van den dag. Het marmer, waar de meeste huizen van gebouwd zijn, houdt de hitte lang vast, zoodat ze niet afkoelen in den avond en op het eind van de warmteperiode ondragelijk heet zijn geworden. Daarom trachten wij in Augustus of September eens een maand vacantie te nemen. Er zijn geen koele plaatsen in de buurt, en men moet wel drie of vier dagen reizen, om een dragelijk zomerverblijf te vinden. Wij gingen een paar jaren naar een groot huis ongeveer drie mijlen van Mosoel, ons afgestaan door een patiënt van mijn man. De hitte was er overdag ook geweldig, maar in den regel waren de avonden heerlijk koel, en de rivier liep er langs het benedeneind van den tuin.

De winters zijn vaak in Mosoel gruwelijk koud. Twee jaar geleden was de Tigris bijna geheel bevroren, en drie dagen lang konden we geen ander water krijgen dan van gesmolten sneeuw. De kou was zoo hevig, dat de mannen stierven onder hun werk. Wij konden bij die kou de patiënten niet in het hospitaal houden, en daar we geen kachels in de zalen hadden, konden we niet verwarmen. Maar het was een recordwinter, en in honderd-vijftig jaren had men zoo'n vorst niet gehad.

Lente en herfst zijn aangename seizoenen in Mosoel, vooral de eerste. In Maart, April en een deel van Mei staat het land vele mijlen ver rondom Mosoel vol wuivend koren, een verkwikkend gezicht voor vermoeide oogen. Als het gras gegroeid is tot zoowat een voet hoogte, slaan alle stedelingen tenten op buiten de stad en brengen daar hun dagen door. Wie paarden hebben, maken ze vóór hun tenten vast en laten ze naar hartelust gras eten. Een vriend leende ons verleden jaar een tent, en zes weken lang genoten we de weelde van een verblijf in het groen! Van onze congregatie gingen elken dag enkele leden mee naar buiten, en om beurten zorgden we voor afternoon tea. Het was een genot buiten het bereik van de hitte der stadsmuren te zijn en, hoe kort dan ook, den heerlijken geur van de korenvelden te ruiken.

Ook de herfst is wel prettig; maar in den regel duurt dat seizoen te kort. De zomers duren, tot de regendagen beginnen, en dan wordt het ook bijna dadelijk koud. De grootste beproeving komt tegen het eind van den zomer, als de wolken komen opdagen. Het is wonderlijk, hoe knap de inboorlingen kunnen voorspellen, wanneer de eerste wolken kunnen worden verwacht. Ze duren veelal van tien tot twaalf dagen, en het is een verlichting, als ze aftrekken of zich in regen oplossen. Over 't geheel is het klimaat van Mosoel niet ongezond. In het koelste deel van ons huis noteerden wij als hoogste temperatuur 110° Fahrenheit; maar de gemiddelde hitte van de warmste maanden ligt tusschen 98° en 105°! Drie of vier maanden van die warmte is inderdaad te veel!

Het land rondom Mosoel is goed bebouwd, en koren is het hoofdproduct. Het succes van den graanoogst is totaal afhankelijk van de winter- en voorjaarsregens. Als het veel regent, is de oogst overvloedig; maar als het een droog seizoen is, ziet het er slecht uit. Er zijn een paar primitieve installaties aan de Tigris voor het ophalen van water voor irrigatie met schepraderen, maar daar ze hoog zijn belast door de regeering, zijn het er niet veel. Die eenvoudige manier, om water te krijgen, wordt ook nog duur, omdat men er de werkkracht van twee mannen bij noodig heeft en ten minste twee ossen of muildieren.

Tuinen bij de stad worden op die wijze besproeid met water uit de rivier of uit diepe putten; maar de groote uitgestrektheid met graan bezaaide grond is afhankelijk van den regenval. Ook katoen wordt verbouwd en uitgevoerd. Meloenen, komkommers en tomaten, kweekt men algemeen, en daar de rivier in den zomer terugtreedt, wordt de vochtige bedding gebruikt voor watermeloenzaad, dat daar prachtige oogsten levert.

In de bergen worden veel vruchten gekweekt, die op ezels naar beneden worden gebracht. Abrikozen zijn er in overvloed; kersen, pruimen, perziken in geringer hoeveelheid. De beste appels worden van Damascus aangevoerd. Ze zien er mooi uit, maar hebben weinig geur. Druiven worden veel gekweekt en zijn zeer lekker, vooral de groote, blauwe soort; ook is er een witte druif, die heel geurig is. In de tuinen bij Mosoel vindt men allerlei groenten, erwten, spinazie, wortels, bieten, uien, artisjokken en nog veel meer. Aardappels komen uit Perzië en hebben soms zooveel van de lange reis te lijden, dat ze alleen geschikt zijn, om weggegooid te worden, als ze Mosoel bereiken. Den vorigen winter werden veel honderden zakken aardappelen in de rivier geworpen, daar ze bedorven waren op de reis naar Mosoel en dus oneetbaar waren geworden.

Spinnen en weven zijn de voornaamste industrieën van Mosoel. Heel sterk katoen wordt er gemaakt en ook wel wollen goed. Jaren geleden bloeide die industrie meer dan nu, en de naam mousseline moet van Mosoel afkomstig zijn uit den tijd, toen de Franschen lang geleden de stof uit die stad uitvoerden. Het weven is het werk der mannen, terwijl de vrouwen spinnen en katoen en wol verven. Ook wordt er bont uit Mosoel uitgevoerd. Vossenvellen worden er veel aangeboden, en een jas, met dat bont gevoerd, kost 50 pond sterling.

Die drie groote quaesties omtrent Mesopotamië zullen veel invloed hebben op de toekomst van Mosoel. De eerste vraag betreft de scheepvaart op de Tigris van Bagdad tot Mosoel. Als die eens goed geregeld is, zal het met invoer en uitvoer in Moesel beter gaan. Ook de Bagdadspoorweg zal de beteekenis van Mosoel doen toenemen, want het Oosten zal erdoor in nauwere aanraking komen met het nabije Westen. En het belangrijkste punt in verband met de toekomst van Mosoel is de irrigatie van Mesopotamië, waardoor die heele uitgestrekte woestijn in een tuin zal kunnen worden veranderd. Men behoeft daartoe maar eenvoudig de oude, assyrische manier van besproeiing te doen herleven. Die methode bestond in het graven van kanalen door het land tusschen de rivieren Euphraat en Tigris. Kaarten van die kanalen kan men nog zien in het Britsch Museum en andere plaatsen. Die groote vaarten, gegraven in den bloeitijd van het Assyrische rijk, zijn nu dichtgeslibd, nadat ze vele eeuwen lang door de bewoners zijn gebruikt.

Layard zegt in zijn "Ontdekking van Nineveh": "Herodotus beschrijft de buitengewone vruchtbaarheid van Assyrië en de overvloedige graanoogsten, waarbij het zaad twee- en driehonderdvoudig vrucht voortbracht en voegt erbij, dat in dien tijd de Assyriërs even afhankelijk waren van kunstmatige besproeiing als van de winterregens. "Zij maakten machines voor het ophalen van het water en hun stelsel van kanalen was even merkwaardig om de vindingrijkheid als om de hydraulische kennis, die eruit sprak". Als het resultaat der besproeiing in die oude dagen twee- en driehonderdvoudige oogsten waren, zullen, als men er nu toe overgaat met de vermeerderde kennis van natuurwetenschap en de ruimere ervaring, de oogsten nog veel overvloediger zijn.

Men heeft berekend, dat acht millioen pond sterling voldoende zouden zijn, om alle oude kanalen van Mesopotamië te heropenen met de zekerheid, dat de aldus besproeide landen eindelooze voordeelen zouden opleveren.

Zoo God het wil, "ensha' allah," zal dit veelbesproken plan spoedig worden uitgevoerd, en Mesopotamië zal dan weer het land van koren en wijn worden, van brood en vruchten, olijfolie en honing.

Als men het heele vilayet Mosoel neemt, bedraagt de bevolking wel haast anderhalf millioen inwoners, en de stad Mosoel alleen moet een kleine zeventig duizend inwoners hebben. Er wonen allerlei nationaliteiten en stammen, die vaak hun eigenaardigheden hebben behouden en ook hun eigen taal spreken. In de stad zijn het meest Arabieren, van wie verreweg het grootste deel Mohammedanen zijn. Zij vormen natuurlijk het godsdienstig element van het volk en zijn tevens de veroveraars, wat ze nooit schijnen te vergeten. Op de markt, in de moskee en op straat laat de Mohammedaan altijd merken, dat hij de heer en meester is. Een Christen komt er altijd slecht af op de markt, want als hij bij een Mohammedaan koopt, mag hij de waren niet aanraken en moet altijd op goed vertrouwen handelen.

In alle moskeeën, die eenmaal christenkerken waren, preekt de mollah met ontbloot zwaard in de hand, opdat het volk zich herinnere, dat de mohammedaansche leer door het zwaard werd verbreid en, zoo noodig, op dezelfde manier moet worden gehandhaafd. Christenen en Joden doen op straat, alsof zij zich wel voor den Mohammedaan onzichtbaar wilden maken. De Mohammedanen doen hun macht gevoelen; maar toch hebben ze graag christenbedienden in huis, en in vele harems zijn de slavinnen, dat zijn de meisjes, die voor haar leven verkocht zijn, kinderen van christelijke ouders, die voor enkele ponden hun dochters hebben verkocht. En het tegenovergestelde is ook waar, namelijk dat christengezinnen dikwijls de voorkeur geven aan een mohammedaansch bediende.

Er zijn vijftien á twintig duizend Christenen in Mosoel, die hun bekeering al dateeren vanaf Sint Thomas; anderen kwamen uit Bagdad naar Mosoel ten tijde van het Kalifaat. Die Christenen zijn het geloof hunner vaderen trouw gebleven, vervolging en beproevingen ten spijt. Er zijn tegenwoordig in Mosoel veel verschillende secten van Christenen, Chaldeërs, Syriërs, Nestorianen, Jacobieten, Armeniërs en Grieken.

Een uitspanning, waar alle inwoners van Mosoel genoegen in vinden, is een jaarlijksch bezoek aan een warme zwavelbron. Die bron is zoowat twaalf mijlen van Mosoel verwijderd op den weg naar Bagdad en heet Hammam Ali. Een dorpje is om de bron heen ontstaan, maar kan in 't minst niet voorzien in wat de duizenden bezoekers, die er in den vroegen zomer komen, noodig hebben. Om aan hun behoeften te gemoet te komen, heeft men er kramen of tenten neergezet, met droog gras gedekt, die door een familie gehuurd kunnen worden voor den tijd van haar bezoek. Twee jaar geleden had men uitgerekend, dat tien duizend menschen uit Mosoel daar tegelijkertijd logeerden, huizend in ruimten zonder eenig gerief en zonder eenige hygiënische voorziening, zoodat het niet behoefde te verwonderen, dat er veel ziekte heerschte en dat menigeen, die er genezing kwam zoeken, er den dood vond.

Verleden jaar waren weer zulk een groot aantal menschen te Hammam Ali bijeen, toen op een avond een half afgebrande lucifer achteloos werd weggeworpen met het gevolg, dat binnen weinige minuten een groot deel van de kramen in brand stonden. Er kwamen veel kinderen om en ook twee vrouwen. Den volgenden dag trokken velen weg uit het oord van de ramp. Wij waren toen in een huis, dat halfweg tusschen Mosoel en Hammam Ali lag, en zagen den optocht van vertrekkende bezoekers, een aanhoudenden stroom, die bleef vloeien van den morgen tot den avond. Maar na eenige dagen was de treurigheid vergeten, en de bezoekers begonnen weer terug te komen.

Op een keer zagen wij de beroemde badplaats. Het was laat in den avond, toen wij er kwamen, en we hadden geen tent. De dorpelingen boden ons vriendelijk het gebruik van het bad, de Hammam, aan voor den nacht; maar toen wij eens inspectie hadden gehouden, bedankten we voor het vriendelijk aanbod. De plaats was vochtig en vuil, en het rook er heel onaangenaam. Wij gaven er de voorkeur aan, den nacht door te brengen in een stal, ofschoon daar rattengaten te zien waren! Des morgens bracht ik een bezoek aan het bad, daar het een dag van vrouwenbaden was, en ik vond alles dicht bezet door vrouwen en kinderen. Het water was zeer warm, en ik verbaasde mij erover, hoe ze het konden uithouden, er zoo lang in te blijven. Enkelen zagen er dan ook uit, of ze gekookt waren. Gezonde vrouwen en kinderen baadden er in hetzelfde water als anderen, die aan allerlei kwalen en huidziekten leden. Maar ze waren allen gelukkig en tevreden, en ik kon de arme schepsels niet anders dan gelukkig achten om die afleiding in haar treurig en eentonig leven daar aan de oevers van de Tigris.

Dat is een breede rivier, die wedijveren kan met de Euphraat, waar zij in lengte voor moet onderdoen, maar niet in oudheid en historischen roem. Zij hebben beide het voorrecht, dat aan haar oevers de romantische plek moet hebben gelegen van het Paradijs van Adam en Eva. De tuin van Eden lag, volgens de overlevering in die streek, dichtbij de plaats, waar Tigris en Euphraat samenkomen. Wij gingen er voorbij op onze reis van Basra naar Bagdad; maar het land was overstroomd door de voorjaarsregens, dus kregen wij de Paradijsschoonheid niet te zien.

De Tigris kan, evenals de Euphraat, bogen op belangwekkende betrekkingen tot enkele van de oude koninkrijken onzer aarde. In de buurt bouwde het Assyrische rijk zijn prachtige, versterkte steden. Daniël verhaalt van vizioenen, die hij had aan hun oevers, Cyrus moet met zijn troepen erlangs zijn getrokken, Alexander versloeg de Meden en de Perzen in deze omgeving, terwijl in de vlakte van Nineveh de dynastie der Omayaden-khaliefen ten onder werd gebracht, om plaats te maken voor die der Abassiden.

Ten allen tijde is de Tigris een snelstroomende rivier; maar de snelheid wisselt af met de seizoenen. De grootste vaart heeft het water in het voorjaar, als de sneeuw op al de omringende bergen smelt en naar de rivier vloeit, zoodat de oevers onder water komen te staan en de snelheid groot is. In dien tijd is het mogelijk, over de rivier van Mosoel naar Bagdad te reizen in acht-en-veertig uren, terwijl het in den nazomer en herfst minstens tien of twaalf dagen duurt, eer die reis voltooid is. De loop heeft veel bochten en kronkelingen en is 1040 mijlen lang. De breedte is zeer ongelijk. Te Mosoel is ze even beneden de vierhonderd voet, te Bagdad omstreeks zeshonderd, en op een plek, waar een zijtak zich met den stroom vereenigt, is de breedte meer dan duizend voet.

De bronnen van de Tigris bevinden zich op een hoogte van ongeveer vijfduizend voet boven het zeeniveau, maar het grootste deel van het verval komt voor in den bovenloop, en als de rivier Mosoel heeft bereikt, is de hoogte boven de oppervlakte der zee nog maar 353 voet, en de verdere loop heeft een geleidelijke daling. Met heel weinig moeite zou de Tigris goed bevaarbaar kunnen worden gemaakt tot Mosoel, want de ergste bezwaren zijn rotsen in de rivier, die men wel met dynamiet of een andere springstof kan doen verdwijnen.

In den zomer en den herfst is het water zeer ondiep, en stoombooten zouden groote moeite hebben, om naar Mosoel te komen, doch eenig kundig ingenieurswerk zou de rivier bevaarbaar kunnen maken in alle jaargetijden. Toen een paar malen stoombooten Mosoel hebben aangedaan, wekte dat groote verbazing onder de bevolking. De laatste dertig jaren wordt er nu al in de stad over stoombooten gepraat, maar het blijft bij praten. Wij hoorden een jaar geleden, dat twee stoombooten gecharterd waren, om tusschen Mosoel en Bagdad dienst te doen, en er werd enkel gewacht op een firman van den Sultan, maar wij hebben ze tot nog toe niet zien verschijnen.

In afwachting van de stoombooten inwijding volgen de inboorlingen nog op de rivier dezelfde methoden, die al gangbaar waren in Abrahams tijd. Ze gebruiken een soort van vlot, dat voor passagiers en voor goederen dienst kan doen. Het bestaat uit een aantal geiten- of schapen vellen, opgeblazen en stevig aan elkaâr bevestigd, waar dwarse houten balken over zijn gelegd en stevig vastgebonden zijn. De huiden worden iederen dag nagezien en, zoo noodig, opgeblazen; er moet groote zorg worden gedragen, dat ze nat blijven, want als ze droog worden, barsten ze licht. Zoo'n vlot heeft als bemanning één of twee inboorlingen, die niets anders te doen hebben dan de "kelek" te besturen, dat het vlot in het midden van den stroom blijft, ver van gevaarlijke rotsen en banken. Voor dat doel wordt een ruwe roeiriem gebruikt, gemaakt van een boomtak, met palmbladen aan het eind, waar de riem breeder moet zijn. De kelek drijft met den stroom mee, en de passagiers amuseeren zich vaak met zingen en verhalen vertellen.

Als er een Europeaan mee reist, wordt er nog al eens voor hem een hutje opgezet. Een lichte opstelling latwerk, juist groot genoeg, dat er een reisbed en stoel kunnen staan, wordt met vilt bedekt of met waterdicht doek op het vlot gezet. Bij aankomst in Bagdad wordt het geheel verkocht voor zoowat de helft van den oorspronkelijken prijs. De eigenaar van de kelek verkoopt het houtwerk van zijn vlot, pakt zeer zorgvuldig zijn huiden in en gaat over land naar Mosoel terug, daar de stroom te sterk is, dan dat hij denzelfden weg, dien hij heen is gegaan, ook terug zou kunnen afleggen. Hij is nu klaar, om weer voor een nieuwen tocht een overeenkomst te sluiten. Bij goed weêr is zoo'n reis met een kelek een alleraangenaamste manier van verplaatsing, veel prettiger dan een karavaanreis te land. Men heeft niet die vervelende voorbereiding 's avonds en 's morgens. De eigenaar legt eenvoudig het vlot des avonds ergens vast, en zoodra het licht wordt, maakt hij zijn touwen los, en weg glijdt het vaartuig, terwijl de passagier rustig doorslaapt, onbewust van eenige beweging.

Maar, helaas, in den zomer is de rivier de speelplaats van eindelooze massa's vliegen en muggen, zoodat men haast niet tot rust komt, bij dag noch bij nacht. En natuurlijk is bij een storm een kelek geen heel veilig schip.

De kooplieden uit Mosoel gebruiken deze vlotten, om hun waren naar Bagdad te vervoeren en naar andere plaatsen stroomaf. Na den oogst kan men dagelijks veel keleks uit Mosoel zien vertrekken, zwaar beladen met graan. Alle goederen, voor zuidelijker plaatsen bestemd, worden aldus vervoerd. Voor die groote handelsvlotten gebruikt men drie- à vierhonderd schapen- of geitenvellen, terwijl andere van vijftig tot tweehonderd zijn gemaakt, al naar gelang van de eischen van 't vervoer. Een Europeaan, die alleen ging reizen, zou zoowat tusschen de honderdvijftig en tweehonderd huiden noodig hebben, om een tamelijk geriefelijk vlot te krijgen.

Inboorlingen bezigen vaak één enkele opgeblazen huid, om de rivier af te reizen en komen er wel eens mee tot Bagdad zelfs. Dat heeft onlangs een man in vier-en-twintig uren volbracht. Het is lang zoo gemakkelijk niet, als het lijkt, om op zoo'n huid in evenwicht te blijven; wij hebben het bij 't baden vaak geprobeerd, maar vonden het verschrikkelijk moeilijk. De Arabieren gebruiken ze ook als veerbooten; ze nemen dan hun kleêren op het hoofd in een bundel bijeen en houden die zoo droog.

In een dorp bij Mosoel heb ik ook vrouwen zoo over de rivier zien gaan, soms met een kind op den rug en een grooten bundel waschgoed. De Arabieren, mannen, vrouwen en kinderen, zijn heelemaal thuis in de rivier; ze zwemmen als eenden en doen allerlei spelletjes in het water, alleraardigst, om uit de verte naar te kijken. Het lange, losse kleed houden de vrouwen dan wel aan en nemen den zoom van den rok in den mond, om er geen last van te hebben bij 't zwemmen. Verleden jaar waren wij een poos gelogeerd in een kasteel dichtbij de rivier, zoowat een uur rijden van Mosoel. Toen we daar vertoefden, baadden wij bijna iederen dag, en een klein boschje, dat tot aan den oever van den stroom liep, was onze kleedkamer. Bovendien gaf de eigenaar van het kasteel aan de dorpelingen bericht, dat het boschje iederen middag vrouwenverblijf was, zoodat wij er volkomen vrij waren. Ik nam een arabische vrouw in dienst, om mij te leeren zwemmen, als mijn man verhinderd was. Zij kon zelf zwemmen als een visch, maar ze had er geen idee van, het aan iemand anders te leeren. Toch was ik de kunst meester geworden lang vóór het eind van onze vacantie. Ze liet mij een hand op haar schouder leggen en riep dan: "Sla nu uit!" daaruit bestond haar heele onderwijs uit dat eene woord: "Sla uit!"

Als men erop let, wat er al zoo in de rivier drijft, is het geen aangename gedachte, dat de stroom onzen eenigen watervoorraad levert voor drinken en de huishouding en alles. Gaan we naar de plek waar de waterdragers ons water halen, dan wordt het er niet aangenamer op. Op die plaats wasschen honderden vrouwen de kleederen; mannen en jongens zijn er aan het zwemmen; paarden, muildieren en ezels genieten in het slib, terwijl er hoogstwaarschijnlijk een paar doode katten of honden ronddrijven. Alles verzamelt zich op die bevoorrechte plek. Het is dus zoo vreemd niet, dat ons water vaak op modder lijkt. Natuurlijk filtreeren wij ons drinkwater en koken het altijd ook nog vóór het gebruik. Het wordt van de rivier ons thuisgebracht in huiden op den rug van muildieren of ezels voor een bedrag van drie shillings en vier pence (twee gulden holl.) voor honderd huiden. Het lijkt gek, op die manier voor water te betalen, dat tegen betrekkelijk weinig onkosten gemakkelijk naar ieder huis kan worden aangevoerd door buizen uit de rivier, die zoo dicht in de buurt is. Een energiek wali in Damascus heeft dat gedaan weten te krijgen met benijdbaar goed resultaat.

De vischverkoopers zitten gewoonlijk te visschen op de brug. Meestal gebruiken ze een hengel, met als aas stukjes vleesch of brokjes meloen. Ook wordt er wel vergif gestrooid, om de visschen te dooden, die dan boven komen drijven en gemakkelijk kunnen worden gevangen. In den zomer is het gewaagd, om visch in den bazar te koopen en als ik er zeker van wil zijn, dat ik versche visch krijg, stuur ik een bediende naar de brug, en hij ziet de visch vangen, die hij mij thuis brengt. Natuurlijk vindt hij het niet prettig, in de zon te zitten wachten en gaat liever naar het koffiehuis vlak bij de rivier, om, als er een paar uur verloopen zijn, met leêge handen terug te komen met de boodschap: "Er was vandaag geen visch in de rivier."