Achter Den Sluier In Perzie En Turksch Arabie De Aarde En Haar
Chapter 2
De kinderen worden al heel jong aangenomen, soms op vijf- of zesjarigen leeftijd. Hun werkuren zijn van zonsopgang tot zonsondergang in den zomer en tot twee of drie uur na zonsondergang in den winter, en in den leertijd en lang daarna krijgen ze geen hooger loon dan een stuiver per dag. Het gevolg van dit afschuwelijke sweating systeem is dat er tegenwoordig honderden kinderen zijn in Kerman, van acht tot negen jaar oud, die al door het verblijf in de donkere, vochtige kelders lijders zijn aan rheumatiek en andere kwalen. Door het zoo lang in één houding zitten, op zoo jeugdigen leeftijd in die vochtige atmosfeer, worden ze ziek; hun handen en voeten worden misvormd en als ze niet langer kunnen verdienen, vermeerderen ze het groote aantal bedelaars, dat de straten en bazars van Kerman bevolkt.
Ik zag eens een klein meisje van omstreeks zeven jaar aan den weg zitten dichtbij ons huis. Toen ik haar vroeg, waarom ze daar heel alleen zat, antwoordde ze: "Moeder zond mij naar het werk in de weverij; maar mijn voeten doen mij zoo'n pijn, dat ik niet loopen kan." Zij wachtte daar, terwijl een lotgenoote in werk en leed iemand opzocht, om haar vriendinnetje naar de werkzaal te dragen.
Als wij aan het lijden denken van die honderden arme, onschuldige kinderen, breekt ons hart bijna van droefheid. De "Kreet van de kinderen" uit Kerman moet toch wel tot God doordringen, en Hij zal medelijden hebben. En omdat de menschen goedkoope perzische kleedjes willen hebben, moeten deze kleine martelaars bereid zijn, de gelukkige jeugd, hun gezondheid en vaak het leven zelf ten offer te brengen op het altaar der goedkoopheid.
Majoor, nu kolonel Phillott, toen britsch consul te Kerman, was zoo getroffen, toen hij die arme stumpertjes zag, dat hij besloot, zelf een weverij te openen met enkel mannen voor het weven. Hij deed natuurlijk de ervaring op, dat de kosten enorm waren, daar de loonen zooveel meer bedroegen dan voor de kinderen, en dat de mannen ook weigerden, zulke lange werktijden te maken. Zoolang kinderen te krijgen zijn voor haast geen geld, zoolang zullen de wevers hen gebruiken, zich niet bekommerend om hun leed, alleen om geld te maken, dat in Perzië als een god wordt aangebeden.
Een zachte soort van viltkarpetten worden ook in Perzië gemaakt, vooral in Ispahan en Yezd. Ze heeten namaden en worden van allerlei wol vervaardigd, vooral van kameelhaar. De kleur is lichtbruin en soms is er in het midden een patroon geweven van andere, meestal roode kleur. Enkele van die namaden zijn wel een inch dik en heerlijk zacht, om op te loopen. Ze zijn prachtige onderleggers voor een mooi tapijt. Ook shawlfabrieken heeft Kerman; maar die gaan in aantal hard achteruit. Vijftig toemans of tien pond sterling is er een gewone prijs voor een shawl, die veel gelijkt op de beroemde indische shawls uit Kaschmir. Die doeken worden door den gouverneur als eeregeschenk uitgereikt en worden door iedereen op hoogen prijs gesteld. Zij worden op dezelfde manier geweven als de tapijten en worden vervaardigd van het onderhaar van een witte geit, die alleen in de buurt van Kerman voorkomt.
In Ispahan zagen wij het katoendrukken voor gordijnen, tafelkleeden e. d., die niet duur zijn. De inboorlingen gebruiken de stof ook, om hun dooden in te wikkelen, en voor dat doel worden bepaalde doeken gemaakt met toepasselijke Koranspreuken erop. In den zomer, als de rivierbedding droog is, kan men in Kerman die weefsels in de zon zien liggen drogen, nadat ze geverfd zijn.
De ruimte laat niet toe, nog andere industrieën te bespreken, als het koperwerk van Ispahan, het zilver van Ispahan en Sjiras en het mozaïekwerk, ook uit Sjiras. Maar er is genoeg gezegd, om aan te toonen dat de Perzen een knap en artistiek volk zijn, en dat, in aanmerking genomen de primitiefheid van hun methode en hun gereedschap, de resultaten verrassend mooi en aantrekkelijk zijn.
Ook in den landbouw geschiedt er veel, en de aanvoer van water is daarbij een mild vloeiende bron van krakeel en oneenigheid, waar soms wel eens moorden uit voortvloeien. De arbeiders, die voor de besproeiing van het te veld staande moeten zorgen, hebben lange spaden, om groeven te graven, die het water een weg banen. Bij een twist zijn die spaden een geducht wapen, waar al menig schedel mee is gekloofd.
Als wij door de woestijn reden, zagen we menigmaal een troep van die mannen, die van hun werk kwamen met het lange wapen over den schouder, en in het halfdonker geleken ze een afdeeling soldaten op marsch. Het water wordt dikwijls naar een stad of dorp geleid vanaf de bergen door kanats, dat zijn lange, ondergrondsche kanalen. Kuilen worden gegraven op afstanden van vijf-en-twintig voet, die met elkander worden verbonden door een onderaardsche gang, steeds verder loopend tot de plek is bereikt, waar het water noodig is. Soms zijn die tunnels mijlen lang en daar de opening van elken put omringd is door hoopen aarde, lijkt het, of men een opeenvolging ziet van groote molshoopen, over het land verspreid. Er gaan vaak levens verloren met het maken van die gangen, daar de wanden niet zelden instorten. De loonen zijn bij dit werk zeer hoog, als vergoeding voor het levensgevaar.
Een van de hoofdproducten rondom Ispahan is de papaver. Het is een mooi gezicht, veld naast veld te zien van die prachtige, witte bloemen, soms mijlen en mijlen ver. Hoe treurig te denken, dat zooveel schoonheid tot ellende en zonde en verlaging moet leiden! Als de papavervrucht rijp is, wordt de bol tegen zonsondergang met een soort van kam op drie plaatsen gekerfd, en uit de openingen vloeit de opium. Die wordt dan des morgens vóór zonsopgang ingezameld, wordt gedroogd en uitgerold tot koeken, die klaar zijn voor het gebruik in het land of voor den uitvoer. Men heeft berekend, dat omstreeks 8000 kisten opium, elk met ongeveer tweehonderd koeken, jaarlijks uit Perzië worden uitgevoerd.
Ofschoon het verbouwen van opium diegenen verrijkt, die er onmiddellijk bij betrokken zijn, toch maakt het de streek armer, want de grond, die anders met koren bebouwd zou zijn geworden, wordt nu in gebruik genomen voor de papavers, zoodat het graan duurder wordt.
Er wordt ook veel tabak verbouwd in Perzië, die gebruikt wordt in de "kilian" of waterpijp en voor het rooken van sigaretten. De beste soort groeit in de buurt van Sjiras. De grond is vruchtbaar en met weinig moeite verkrijgt men goede oogsten, als er maar watertoevoer is. Sprekend over het klimaat van Perzië, moet Cyrus hebben gezegd: "De menschen komen om van koude op één punt en stikken van hitte op een ander", en dit is nog volkomen toepasselijk op het Perzië van heden, want iedere plaats heeft weer een ander klimaat, naarmate van de ligging boven de oppervlakte der zee. Als we aan de Kaspische Zee op perzisch grondgebied komen, zijn we eenige voeten lager dan het zeeniveau, en bij gevolg is het klimaat er vochtig en de plantengroei weelderig. De regenval is in Resjt zoo overvloedig, dat de bronnen vaak overloopen; het regent er dan ook bijna twee derde deelen van het jaar. Daar wij altijd aan Perzië hadden gedacht als aan een zeer droog, verschrompeld land, was onze verbazing groot bij het bereiken van Resjt, de haven aan de Kaspische Zee, waar wij zulke mooie bosschen zagen en bloemen in overvloed, zoowel wilde als gekweekte. Primula's, anemonen, maagdepalm, cyclamen en veel andere soorten van bloemen, alle bloeiden, toen wij door Resjt reden op onzen weg naar Ispahan. De varens waren ook heel mooi, vooral maidenhair en pteris. Met al die gewone bloemen en planten om ons heen, drong het maar half tot ons door, dat wij niet door een laan in Devonshire reden in Engeland.
Maar naarmate wij al hooger en hooger kwamen in het Elboersgebergte, verloren wij dat engelsche type van het landschap. Het klimaat werd droog en warm, en toen we in Teheran waren, was de beschutting van het koele huis onzer amerikaansche vrienden ons zeer welkom. In Teheran is het best uit te houden; de winters zijn prettig koud, en de zomerhitte is niet zóó overweldigend als in andere steden. Daarbij zijn er mooie tuinen in de buurt en parken, en de inwoners brengen dikwijls den zomer buiten door. Voor wie de bergen liefheeft, is er de Demavend, die tot 19400 voet omhoog rijst. Hij draagt niet weinig bij tot de schoonheid van Teheran en is met de eeuwige sneeuw op zijn top een wonder van heerlijkheid in de stralen eener laagstaande zon. Ook als zomertoevlucht is de berg gezocht door wie de hitte wil ontvlieden. Dit is de hoogste berg in Perzië; maar er zijn veel andere van tien tot dertien duizend voet, zoodat men in alle tijden van het jaar wel een koel klimaat kan opzoeken. Als men eenmaal over het Elboersgebergte is gekomen, ligt heel Perzië als een hoog plateau daar, tot we weer kunnen afdalen naar de oevers van de Perzische Golf.
In Ispahan zijn de winters helder en koud, en in den zonneschijn kan men in de meeste wintermaanden buiten zitten; alleen des morgens en des avonds is het er te koud voor. De atmosfeer is hier, als overal in Perzië, heel droog, en de huid splijt soms, niet van de kou, maar van de droogte der lucht. Zij werkt ook op de zenuwen der Europeanen, vooral bij de vrouwen. In den winter verwarmen de inboorlingen zich en hun vertrekken met een "korsi", dat is letterlijk een stoel. Die korsi geeft warmte met een minimum van kosten. Er wordt een opening gemaakt in den vloer van het vertrek, waar de heele familie woont. In dat gat wordt een steenen of ijzeren vuurpan gezet, vol aangestoken houtskool. Daaroverheen wordt de korsi, een houten geraamte, in grootte afwisselend naar het aantal familieleden, geplaatst en over alles wordt een groote "lahaf" of gewatteerde deken uitgespreid. Rondom de korsi legt men zachte matrassen en kussens, en hier brengt het gezin den tijd door met eten, slapen en praten. De korsi dient als tafel en de lahaf als bedekking bij dag en nacht. Het is een zeer ongezonde methode; maar men is er eenmaal aan gewend, en hoe meer vrienden en betrekkingen ze om de korsi kunnen vereenigen, des te gelukkiger gevoelen de menschen zich.
De zomers zijn warm in Ispahan, maar er zijn veel plaatsen dichtbij, die koel en aangenaam zijn en binnen het bereik van wie door zijn werk in het warme jaargetij in de stad wordt teruggehouden. IJs kan men altijd in overvloed krijgen, al is het niet steeds volmaakt helder. Het kan toch dienen voor het afkoelen van vruchten en dranken. De inlandsche methode om ijs te maken, is nogal knap. Een "yakh khaneh" of ijshuis ligt meestal buiten de stad of bij een stroomend water. Een greppel van een paar voet diep wordt gegraven en een muur van twintig tot veertig voet hoog wordt aan den noord- en den zuidkant opgetrokken, zoodat de greppel voor alle zonnestralen beschut ligt. Zoodra het gaat vriezen, wordt een paar inches water in den greppel gelaten, welk water 's nachts bevriest, en den volgenden dag laat men meer water binnen, bovenop het ijs. Dit wordt veel dagen achtereen herhaald, tot een ijsmassa van een voet of meer dikte zich heeft gevormd. Die wordt dan opgebroken en weggeborgen in diepe kelders ten gebruike in den zomer. Het werk wordt volgehouden zoolang de vorst aanhoudt, en meestal krijgt men genoeg voor de behoefte der stad in den tijd van de groote hitte. Rijke Perzen hebben hun eigen ijskelders, en er zijn anderen die er hun levensonderhoud mee verdienen. Als er gebrek komt, voordat de hitte voorbij is, wordt er bevroren sneeuw van de bergen gehaald; maar die is zeer duur, omdat ze van zoo ver moet komen.
Yezd heeft een veel warmer "heet jaargetij" dan Ispahan; de warmte duurt daarbij langer en is lastiger te verdragen. De huizen zijn echte zomerhuizen. Daar de winters korter zijn en minder streng, wordt er weinig aandacht geschonken aan het gerief dat men in koud weêr niet kan ontberen, en alles is erop aangelegd, de huizen koel en luchtig te houden.
Als een reiziger Yezd nadert, moet hij wel worden getroffen door de vele groote "schoorsteenen", die uit de stad omhoog rijzen, en hij moet haast denken, dat hij in een drukke fabrieksstad komt en zich afvragen, welke nijverheid wel zou worden beoefend in zulk een zandstad der woestijn. Als hij nauwkeurig toeziet, bespeurt hij echter, dat er geen rook komt uit die schoorsteenen, en dus besluit hij, dat ze voor iets anders dan voor industriëele doeleinden dienen. Wat is dan de bedoeling van al die groote, vierkante, schoorsteenachtige torens, die op de daken van zooveel huizen in Yezd staan? Het zijn luchtkokers, gebouwd in de hoop, dat ze wat koelte zullen aanvoeren in de huizen in den zomer, als de atmosfeer zoo verstikkend is, dat het ademen haast onmogelijk wordt. Windvangers zijn het dus. Er was een hooge op het huis waarin wij in Yezd woonden, en zelfs op de heetste dagen voelde men nog wat lucht van boven komen. Het was zoo ingericht in ons huis, dat, als de luchtstroom naar beneden geleid was door den toren, hij over een waterreservoir streek en dus afgekoeld werd, eer hij door de woning streek. Een andere poging, om de hitte in Yezd te doorstaan, is de gewoonte om het midden van den dag te slijten in kelders onder den grond.
Enkele van die kelders zijn prachtig ingericht, met muren van het beroemde marmer uit Yezd, dat veel op albast gelijkt. Ik herinner mij een van die verblijven van veertig bij dertig voet, heel hoog en van boven verlicht door ramen, gelijkvloersch met den grond. In het midden van het vertrek was een waterbak, waar de Perzen zoo op gesteld zijn, en uit het water rees een fontein, die tot een hoogte van dertig voet kon spuiten. Een groote halve bol was aan de zoldering bevestigd, om het schuim te vangen. Hier hielden de bewoners van het huis hun middagsiësta, en het was er behoorlijk koel, vergeleken bij de bovenwereld. Maar sommige kelders zijn ver van gezond, en als men er overdag slaapt, doet men maar al te licht malaria op of een andere koorts. Als ze droog zijn en goed worden geventileerd, schijnt het geen kwaad te doen, en zeker is een goede kelder een zegen voor Europeanen, als de thermometer boven 110° in de schaduw wijst, terwijl hij in den kelder zelden boven 86 of 90 graden komt.
Schorpioenen, duizendpooten en groote spinnen hebben een best leven in Yezd. Het klimaat doet ze goed, zoodat ze zeer welvarend zijn en het leven in onrustbarende mate genieten. Op een dag doodde mijn man drie schorpioenen binnen het uur, waarvan twee van de vergiftige zwarte soort. Tarantula's, de groote spinnen, waren er veel in en buiten het huis, en ze schenen het er altijd op gemunt te hebben, bij mij te komen onder het gebed. Het is ver van prettig, een van die schepsels langs je heen te zien glijden met de duidelijke bedoeling, zich onder je rokken te verbergen! Onze kat sprong er dadelijk op toe, als ze een van die tarantula's zag, alsof ze er onze aandacht op wou vestigen, maar ze hapte ze nooit op.
Van het leven in den kelder gaan we nu over naar het leven op het dak. Dat was vaak het prettigste deel van den dag. Het is aangenaam, als de hitte van den dag voorbij is, daar te liggen kijken naar de sterren, wetend dat diezelfde sterren neerzagen op onze dierbaren in het vaderland. Op het dak te slapen heeft zoowel zijn voor- als zijn nadeelen. Een groot nadeel is, dat de zon je zoo vroeg wakker maakt, en een tweede, dat het zingen en praten op de naburige daken het dikwijls moeilijk maken, rust te vinden. En dan is er nog het zeer ernstige bezwaar, dat de jakhalzen vaak in den nacht op de daken komen, zoekend naar iets, om hun honger te stillen, en als ze niets anders kunnen vinden, wil het wel gebeuren, dat ze slapende kinderen aanvallen. Bij verscheiden gelegenheden werden kleintjes naar ons hospitaal gebracht, gewond en verminkt door de jakhalzen, soms tot onherkenbaar wordens toe. Ik herinner mij een zeer droevig geval van een moeder, die razend was van smart, omdat haar kindje van enkele weken door zoo'n dier bijna was opgegeten.
Het leven op het dak begint even na zonsondergang. Van een hoog punt gezien, is het heel aardig, dat ontwaken van het dakleven te volgen. Vóór en na worden de familiebedden voor den dag gehaald, op het dak uitgespreid of op lage houten banken, en dan gaan de menschen er zitten praten, tot het tijd is voor den avondmaaltijd, die vaak op het dak wordt gebruikt, waarna de familie zich ter ruste begeeft. Een Mohammedaan doet erg zijn best, om te zorgen, dat zijn dak goed beschut is tegen onbescheiden blikken van kijkers, en als hij nog eenig wantrouwen heeft en zich bespied waant, zal hij dadelijk zijn muur laten verhoogen. Daar dat zoo is, zijn de daken meestal omringd door hooge muren, die de lucht beletten, toe te treden en de nachten dus veel minder dragelijk maken.
Het klimaat van Kerman is bijna volmaakt voor wie eraan gewend is. Daar de stad ongeveer 6500 voet boven de zee is gelegen en aan alle kanten door bergen en woestijnen is omgeven, waait er een verfrisschende koelte. Men behoeft in Kerman niet over dag in kelders te kruipen of 's nachts op het dak zijn toevlucht te zoeken. Het kan haast nergens beter zijn uit het oogpunt van lucht en weersgesteldheid. De winters zijn heerlijk, helder en koud, met altijd het gezicht op met sneeuw bekleede bergen. Een paar zomermaanden lang is het er wel warm, als vliegen en muggen iemand haast dol maken; maar het is meestal wel mogelijk, voor een paar weken weg te gaan, en voor 't overige deel van het jaar is het klimaat al wat men wenschen kan. En toch, al lijkt het vreemd, Europeanen vonden het hier altijd moeilijk zich te schikken.
Onze zendingspost had in 't begin allerlei lotswisselingen, door den minder gunstigen gezondheidstoestand van de zendelingen. De eerste, die het werk er opnam, was een Mr. Carless, een dominee uit Engeland. Hij ging erheen als een jonge man in de kracht der jeugd, en na drie jaar, toen hij de liefde en de bewondering had gewonnen, zoowel van Mohammedanen als van Parsi's, legden ze hem in een eenzaam graf in de woestijn in een dal tusschen heuvels. Na korten tijd werd zijn arbeid opgenomen door een Mr. en Mrs. Blankett, maar de laatste kon slechts enkele maanden blijven; toen moest ze naar Engeland terug met geknakte gezondheid. Toen werd mijn man aangewezen voor de opening van een medischen zendingspost daar. Ongelukkig moesten ook wij, vóór een jaar om was, vertrekken, en wel om mijn gezondheid.
Tijdens ons verblijf daar kwam een engelsch ingenieur, om naar artesische putten te boren. Na twee of drie maanden kreeg hij koorts en stierf bij ons in huis. Ook hij rust op dat kalme plekje tusschen de bergen naast den heer Carless. Toen wij vertrokken, werd een andere dokter aangesteld, om de plaats van mijn man in te nemen; maar hij bleef zelfs nog korter in Kerman dan wij. En zoo leek het wel, of het werk daar niet zou lukken. Doch eindelijk is er aan het hoofdstuk van rampen een eind gekomen, want onze zendelingen hebben er nu drie à vier jaar met succes gewerkt. Allen zijn het erover eens, dat het klimaat heel gezond is, als de menschen, die er wonen, maar een gezond hart hebben.
In een klimaat als dat van Perzië is het noodig, dat men een deel van den warmen tijd naar buiten gaat. Er zijn gelukkig geschikte plaatsen in de buurt van alle groote steden, en dus is het niet moeilijk, er voor enkele weken uit te breken. De moeite is maar, die plaatsen te bereiken en je hebben en houden erheen over te brengen, al beperkt men zich daarin tot het strikt noodzakelijke.
Wanneer men het besluit tot op reis gaan heeft genomen, bepaalt men den dag van vertrek. Dat lijkt zoo lastig niet. Ja, ge kunt gemakkelijk zeggen: "Dien en dien dag zullen we gaan," maar dan rekent ge misschien buiten uw muilezeldrijver om. Op den bepaalden morgen gaat ge vroeg opstaan, ziet na, of alles klaar is en wacht erop, dat de lastdieren zullen komen. De tijd verstrijkt; het wordt warm en geen spoor van de ezels of de geleiders is te zien. Dan stuurt ge een bediende op onderzoek uit, en hij brengt den drijver mee, die vriendelijk glimlachend zegt: "Evsha' allah farda (morgen, zoo God wil), zullen wij op reis gaan." Zijn muildieren zijn naar een dorp in de buurt en zullen terug zijn "evsha' allah farda." We kunnen er ons op voorbereiden, dat hetzelfde zich den volgenden dag herhaalt. Het is altijd "farda" met die menschen, dus moeten we onze ziel in lijdzaamheid bezitten en het beste hopen. Perzen hebben nooit haast en kunnen niet begrijpen, waarom het eenig verschil zou maken of we vandaag gaan of morgen. O, die eindelooze farda's! Wat verveelden ze ons, toen we een tijdje in het land waren. Maar het is goed om geduld te leeren en hoe gauwer ge die les goed hebt geleerd, des te gelukkiger zult ge u in het Oosten voelen.
Zich voorbereiden voor een uitstapje, is in Perzië heel wat anders dan thuis zich klaarmaken voor het strand of waar ook. Alles moet worden meegenomen, potten en pannen, tafels, stoelen, bedden en beddegoed, eenvoudig alles, wat noodig is voor een verblijf van vier of vijf weken in een huis, waar niets aanwezig is dan de kale muren. Het is wonderlijk, hoeveel dingen noodig zijn voor een kort verblijf, al legt men het nog zoo eenvoudig aan.
De inboorlingen zijn erg bijgeloovig, als ze op reis gaan. Het is bijvoorbeeld in hun oogen een ramp, als men verder moet gaan, wanneer één van 't gezelschap bij ongeluk niest even vóór het vertrek. Dan willen ze dat liever uitstellen tot een betere gelegenheid, om het kwade voorteeken niet te trotseeren. Ik hoorde van een man, die in zoo'n geval erop aandrong, de reis te vervolgen, met het gevolg, dat hij van zijn muildier viel en zijn been brak! Ook zorgen de Perzen er altijd voor, als ze op reis gaan, een goeden voorraad kleine koperen munt bij zich te hebben, om die aan de bedelaars te geven. Wanneer wij uitgingen, gaven de bedienden altijd gul aan de armen in de buurt, om zegen te krijgen op onzen tocht, en ze vergaten nooit, ons het bedrag in rekening te brengen!
Wij hadden in Perzië prettige vacanties; maar daar ik de hooge lucht niet kon verdragen, konden we niet naar de bergen gaan, waar het verblijf in den zomer het aangenaamst is. Toch vonden wij een paar mooie en vrij koele plaatsen in de vlakte of op geringe hoogte. Onze eerste vacantie brachten we door in het mooie dorpje Natanz. Ik was ziek geworden op onze reis naar Ispahan, en de vrouwelijke dokter, die mij behandelde, ried aan, een poosje naar Natanz te gaan, vóór we in Ispahan ons huis betrokken. Het was al vrij ver in het voorjaar, en het is moeilijk, daar in de hitte op zijn verhaal te komen.
Natanz is een schilderachtig dorpje, niet aan den grooten weg gelegen, zoodat de bewoners nog niet aan Feringhi's of vreemdelingen gewend waren en onze komst heel wat attentie trok. We kwamen er laat op een avond aan en werden naar ons logies begeleid door een bewonderende menigte, die bleef bewonderen al den tijd dat we daar waren. De vensters van onze kamer bestonden enkel uit latjes, zoodat wie er belang in stelde, altijd kon zien, wat wij deden. Als we in den morgen ontwaakten, waren onze trouwe volgelingen er al en drukten hun neuzen plat tegen de tralies, wachtend, om te zien wat we gingen doen. Nu en dan was die belangstelling van de zijde der bewoners wel eens wat lastig; maar hoe vaak de toeschouwers ook weggejaagd werden door onzen bediende, ze kwamen telkens terug, als hij zijn rug had gekeerd. De eerste paar dagen kwam ik de kamer niet uit, maar toen ik sterker werd, ging ik gewoonlijk in een stoel vóór het raam buiten zitten lezen of schrijven.