Achter de schermen

Chapter 8

Chapter 83,809 wordsPublic domain

Te Washington--het Versailles van de Vereenigde Staten--maakte ik voor het eerst kennis met den president #Grover Cleveland#, die Mme Duse en mij uitgenoodigd had, hem in "La Maison Blanche" te komen bezoeken.

Zijn residentie staat trouwens voor iedereen open, zooals het onder een waar democratisch bestuur betaamt. Geen schildwacht, geen consigne, die U den toegang beletten. Wil men den president over de een of andere zaak persoonlijk spreken, men heeft zich slechts met zijn particulieren secretaris te verstaan en het onderhoud wordt verleend. Buiten deze privé audiëntie is de president driemaal per week gedurende een uur voor iedereen te spreken. Hij staat elkeen zonder onderscheid te woord en bij het afscheid nemen, reikt hij U de hand.

Groot liefhebber van tooneel had hij met zijn echtgenoote de vijf voorstellingen van Mme Duse te Washington alle bijgewoond en telkens het teeken tot applaus gegeven. Bovendien was hij zoo attent geweest, de loge van onze ster met chrysantemums en witte rozen te laten versieren. Bij het afscheid nemen bood hij Mme Duse zijn portret met opschrift aan en bedankte ook mij voor de genotvolle oogenblikken, die haar kunst hem en zijn eega hadden verschaft.

Een tweede kennismaking, waarop ik niet weinig trotsch ben, was die met #Thomas Alva Edison#.

Hoewel stokdoof bezocht de geniale uitvinder trouw alle voorstellingen van Mme Duse en tusschen de koulissen zag ik hoe deze "naieve reus" geheel in haar spel opging, terwijl zijn droomerige blauwe oogen elk van haar bewegingen met gespannen aandacht volgden.

Na afloop der voorstelling zond ik hem een portret van La Duse en reeds den volgenden morgen ontving ik onderstaand schrijven.

Orange, N. Y. March 20, 1896.

Dear Sir.

I beg to advise you that the Photograph of Madame Duse came safely to hand for which I am very thankful. I enclose you herewith my photograph for your self and will be very glad to have you come out and see me. I am very glad to hear that Mme Duse is going to visit my laboratory.

Yours truly, _Thos. A. Edison._

Orange Park ligt aan de overzijde van den Hudson. Daar te midden van de eeuwenoude boomen, die zijn groote werkplaats beschaduwen, zijn die wonderen gewrocht, die ons dagelijksch leven als het ware hebben herschapen.

Edison ontving ons hartelijk, eenvoudig. Hij liet ons zijn instrumenten zien, als gold het de kennismaking met een simpel stuk speelgoed, zonder den minsten ophef of vertoon. Als groote gunst verzocht hij Mme Duse haar verliefde smartkreten uit het vijfde bedrijf van "la Dame aux Camélias" aan één zijner phonograafplaten toe te vertrouwen.

Een handdruk vóór zij heenging, aldus namen die twee geniale kunstenaars voor goed afscheid van elkander om zich met nieuwen moed te wijden aan de verheffing van het menschdom.

* * * * *

Niettegenstaande de onderlinge naijver tusschen New-York, Boston en Philadelphia zijn deze steden het eens in haar verachting voor Chicago. Een klassieke anecdote is hier het bewijs van.

--Eigenaardig toch, merkte een inwoner van Chicago op. Bij ons worden de kamers der hoogste verdiepingen steeds het eerst verhuurd.

--Verwondert U dat, luidde het antwoord van iemand uit New-York. Mij niet, want het is bekend genoeg, dat jullie altijd zoover mogelijk van elkaar verwijderd trachten te blijven.

Daar elke groote stad in de Vereenigde Staten haar eigenaardig cachet draagt, valt het den bezoeker van Boston steeds op, hoe vormelijk en correct de inwoners van Boston zich gedragen. Boston is dan ook de meest aristocratische stad van het vaste land, het middelpunt van kunsten en wetenschappen. De inwoners gaan prat er op af te stammen van de helden der onafhankelijkheid. Zag #Benjamin Franklin# in dit Athene van het Noorden niet het levenslicht? Toch zijn de straten van Boston verre van fraai, en twee vergeten begraafplaatsen ontsieren de voornaamste wijk, de Fremont Street.

* * * * *

Niettegenstaande de grootste artiesten, aangelokt door de hooge "cachets" den Amerikanen van hun kunst hebben laten genieten, ondanks het feit, dat de Vereenigde Staten zeer groote kunstenaars hebben voortgebracht, staat de vertolking der diverse kunstwerken daar steeds op een zeer laag peil.

New-York heeft twee vaste gezelschappen, waarvan die van #Daly# de bekendste is, welke troep te Parijs in den Vaudeville-Schouwburg eenige voorstellingen van #Shakespeare's# "Getemde Feeks" is komen geven. De overige tooneel-, opera- en concert-combinaties missen elke homogeniteit. Geen spoor van een duurzaam ensemble, van een hecht samenspel valt er, in welke hoofdstad ook, aan te wijzen. Alles is gebaseerd op het z.g. "stersysteem", het donkere punt in het tooneel- en muziekleven van de Vereenigde Staten.

De grootste instelling te New-York, het "Metropolitan Opera House", dat terecht een wereldreputatie geniet en waar men voor een stalles plaats minstens een pond te betalen heeft, geeft tweemaal per week een gala voorstelling met een "ster", waarbij het entree dan verdubbeld wordt. Zoo'n "ster", hoe schitterend ook bij stem, kan moeilijk alleen een voorstelling dragen. Steeds heeft men met hetzelfde euvel te kampen. Er is geen éénheid. Of de andere solisten zijn minderwaardig, òf de koren zijn te zwak en zingen valsch. De "mise en scène" lijkt eenvoudig op niets. (Dit is tegenwoordig heel wat verbeterd) en wat het orkest betreft, men merkt aan het spel der solisten dat zij hun vak verstaan, doch zelden wordt er voldoende gerepeteerd en de totaal indruk is al even bedroevend.

Wie en wat men in Amerika mist? Een man van smaak, één met een ijzeren wil, een regisseur, die van "wanten" weet, in het kort: een artistieke leiding.

Louis Bouwmeester.

Mijn vriend #Boucher#, de bekende "sociétaire" der Comédie Française voelde zich na een 15-jarigen tooneeldienst te vermoeid om langer aan het Huis van Molière verbonden te blijven. Reeds lang te voren had hij met mij over zijn afscheidsvoorstelling zitten spreken en naar een nummer, "clou" gezocht, die aan het programma een bijzonder "cachet" zou geven.

Daar ik bij een vorig bezoek te Amsterdam in gesprek met Holland's grootsten tooneelspeler te weten was gekomen, hoe begeerig #Louis Bouwmeester# was het oordeel van een Parijsch publiek over zijn machtige kunst te vernemen, viel mij op eens in, dat dit een schitterende gelegenheid zou zijn om mijn grooten landgenoot een dienst te bewijzen en tegelijkertijd Boucher aan een trekpleister te helpen, zooals nog nimmer te Parijs vertoond was. Een Hollandsch acteur in het "Théâter Français", optredende in zijn eigen taal.

Boucher, geheel meester over het programma, hoewel zelden buitenlandsche elementen bij zoo'n gelegenheid hun medewerking verleenen, had daar eerst wel ooren naar. Hij kende Bouwmeester persoonlijk niet, had van #Got-# en #Mounet-Sully# echter met grooten lof over hem hooren spreken, doch oordeelde het optreden van een Hollandsch acteur, hoe beroemd in eigen land, van weinig aantrekkingskracht voor het Parijsche publiek, vooral wanneer hij een of ander dramatisch gedicht of monoloog in een vreemde taal zou voordragen.

Natuurlijk gaf ik mijn plan niet terstond op en daar ik in ieder geval moest weten of Bouwmeester midden in het seizoen van het "Nederlandsch Tooneel" vrijaf zou kunnen krijgen, de afscheidsvoorstelling zou nl. kort na de Kerstdagen van 1900 plaats vinden, stelde ik mij schriftelijk in verbinding met den directeur-gérant van den Stadsschouwburg, den heer #van Korlaar#. Plotseling kwam ik op het idée Bouwmeester in z'n schitterrol "Shylock" bij de Parijzenaars te introduceeren, omgeven door de artiesten van zijn eigen troep, die in brokstukken van #Shakespeare's# meesterwerk dus als 't ware een afgesloten geheel konden vertoonen.

Dit denkbeeld liet mij niet meer los. Boucher wist ik thans geheel voor mijn plan te winnen, vooral toen ik hem meedeelde, dat de geheele Hollandsche kolonie te Parijs zou kunnen opdagen en daar het Nederl. Tooneel het praedicaat "Koninklijk" voert, zouden wij aan de pers volgend "communiqué" kunnen zenden:

"Les comédiens de la Reine de Hollande prêteront leurs secours dans "Shylock, le Marchand de Venise", tragédie de W. Shakespeare," en dan "en vedette" de naam van Louis Bouwmeester!...

Toen ik daarop naar Amsterdam kon seinen, dat de Nederl. gezant te Parijs, Jhr. Ridder #de Stuers# zich eveneens voor dit kunstevenement interesseerde en den Raad van Beheer met de Hollandsche artiesten in zijn salon aan de Fransche collega's hoopte te kunnen voorstellen, waren alle bezwaren als met een tooverslag uit den weg geruimd en begaven zich de Hollandsche tooneelspelers op Vrijdag 27 Dec. op reis. Reeds hadden de Parijzenaars kennis kunnen maken met den "Shylock" van #Novelli#, den grooten Italiaanschen acteur, geen wonder dat de belangstelling hoog gespannen was en er voor niet minder dan 22.000 francs aan plaatsen waren genomen.

De voorstelling, die schitterend slaagde werd bijgewoond door den Minister van Schoone Kunsten, den heer #Leygues#, die na afloop den Nederlandschen gezant verzocht Louis Bouwmeester mee te deelen, dat hij hem de palmen van "Officier d'Académie" verleende. Voorwaar een onderscheiding op het slagveld gewonnen!

Reisherinnering aan Havana.

Niets is interessanter dan een groote sigarenfabriek te Havana te bezoeken.

In Europa meent men algemeen dat elk bekend merk het eigendom is van den fabrikant. Toch is dat niet zoo. "Henry Clay", "Bock", "Corona", "Cubanas" en een twintigtal andere merken behooren aan één groote Amerikaansche tabaktrust. De benaming en hun handelswaarde verschillen, de tabak is echter steeds dezelfde. Alleen de firma's #Upmann# en #Rodriguez Arguêlles# ("Romeo y Julietta") en nog drie of vier andere maken geen deel van deze trust uit, werken voor eigen rekening en hebben een eigen plantage.

Het salaris der werklieden dat door de trust uitbetaald wordt, varieert tusschen de 10 à 200 dollar per 1000 sigaren, dit verschil zit hem voornamelijk in vorm, grootte en kwaliteit der sigaren. De trust levert dagelijksch 4 à 5 honderd duizend sigaren, waarvan zij jaarlijks niet minder dan 120 à 150 millioen exporteert.

De minimale verkoopprijs is 180, de maximale 7500 frs. per mil. Het huis Rodriguez Arguêlles alleen exporteert reeds 20 à 24 millioen sigaren, merk "Romeo y Julietta". Het exportcijfer van Upmann stemt daarmee overeen.

Het fabriceeren dezer sigaren is een ongezond bedrijf en de tuberculose is dan ook epidemisch zoowel onder de arbeiders als arbeidsters. De vrouwen doen niets dan de bladen bereiden, sorteeren en emballeeren, de mannen maken uitsluitend de sigaren. Zij zitten per 200, soms wel 300 in groote ruime lokalen, waar lucht en licht vrij binnenstroomen. Midden in elke zaal staat hoog verheven een leuningstoel voor den voorlezer. Deze wordt door de kameraden hiervoor betaald en leest hardop 's morgens de kranten, 's middags één of anderen roman of novelle.

Toen ik de fabriek van Upmann bezocht, was men bezig den roman van #Pierre Decourcelle# "Les deux Gosses" voor te lezen.

Deze manier van hardop voorlezen belet het spreken onderling, waardoor de werklieden hun geheele aandacht aan hun bezigheden kunnen wijden.

De misvormde sigaren, dat zijn de slecht gerolde, de te groote of te kleine worden onder de werklui verdeeld, die ze voor een kleinigheid aan de bezoekers afstaan. Ook de patroons zijn zeer scheutig met het schenken van de uitstekende "puros" aan iedereen, die hun magazijnen komt bezoeken, alleen de inboorlingen worden terecht geweerd. Zoo worden jaarlijks aan de vreemdelingen gratis in elke fabriek duizenden rondgedeeld, natuurlijk met het oog op de reclame van het merk.

Toen mijn vrouw, mijn zoontje en ik met de Albingia van de "Nord Deutsche Lloyd" van Cuba weer naar Europa stoomden, waren wij de eenige passagiers, die te Hâvre aan wal stapten, alle anderen gingen door naar Hamburg.

Men bracht onze koffers in de douaneloods, waar zij ingeklaard moesten worden. Dit vooruitzicht bezorgde mij een angstig oogenblik, want ik had niet minder dan duizend Havanna's meegebracht.

Het beste was nog maar ze openlijk aan te geven, toen mij het volgende inviel.

Op de vraag van den chef of ik sigaren bij mij had, antwoordde ik kalm: Jawel en dat is heel dom van mij.

--Hoezoo?

--Ze zijn niet voor mij, want ik rook niet.

Ze zijn bestemd als geschenk voor den minister en nu had ik veel beter gedaan Zijn Excellentie ze direkt van uit Havana aan het Ministerie te zenden.

--Zeker, want dat zou u niets gekost hebben.

--Daarom juist.

--Kent u den minister goed?

--Heel goed. Hij is een vriend van me.

De chef aarzelt een oogenblik, dan haalt hij zijn naamkaartje te voorschijn, geeft het mij en zegt:

--Hier is mijn kaartje. U wilt wel bij gelegenheid aan mij denken. Wat uw sigaren betreft, u kunt beschouwen, dat u ze inderdaad direkt langs den diplomatieken weg verzonden hebt.

Zonder mijn koffers te openen, teekende de chef ze met een kruis en ik kon ongemoeid de reis naar Parijs voortzetten.

Nog steeds denk ik aan dezen goedgeloovigen chef, maar of het hem baten zal, betwijfel ik sterk.

Charles Lebargy.

Van dezen beroemden ex-sociétaire van de Comédie Française te Parijs, wel het meest bekend om de steeds wisselende keur en vorm van zijn fraaie dassen, die hij gewoon was te lanceeren, wordt de volgende anecdote verteld.

Op een goeden dag komt een acteur uit de provincie, voorzien van de beste aanbevelingen zich aan het woonhuis van Lebargy in de Rue du Cirque aanmelden, met het verzoek om zijn voorspraak voor een engagement aan het Theater Français.

--Reken niet op mij, waarde vriend, want ik zou je al terstond moeten teleurstellen. Er is bij ons zelfs geen plaats voor de "premiers prix" van het Conservatoire, wier engagement verplicht is. Er zijn er bij ons te veel. U hebt eerste rollen in de provincie gespeeld en nu wilt U daarmee ook te Parijs succes hebben, dat zou bij ons, gesteld dat u aangenomen werd, immers niet gaan.

Probeert u het liever eens bij #Sarah Bernhardt#, bij #Hertz# en #Coquelin# met aanbeveling van den schrijver, in wiens stukken u in de provincies met succes optrad, dat is het eenige wat ik er op weet.

--Dan rest mij niets anders dan afscheid te nemen!

--Inderdaad, doch à propos, wat draagt u daar voor een vreemd soort das!

--Dat is een gloednieuwe, die ik te Montpellier gekocht heb, vóór ik op reis ging.

--Dacht ik het niet! U moet die das zoo spoedig mogelijk afdoen, daarmee zult u nergens hier slagen.

Metéén opent Lebargy een kast, haalt er een doos uit en na eenig zoeken toont hij den verbaasden acteur een felkleurige bonte das.

--La cravate c'est l'homme, le noeud c'est l'artiste! Aan mijn dassen dank ik een groot deel van mijn succes. De keuze van een das is het criterium van den goeden smaak hier te Parijs, denk daar wèl om.

Hierop knoopt Lebargy hem de das om, trekt en plooit net zoo lang, tot hij over zijn werk tevreden is en houdt hem tenslotte een spiegel voor.

De overgelukkige acteur weet niet hoe hij Lebargy bedanken moet.

--U bent me volstrekt geen dank schuldig, onder confraters zijn we dat niet gewoon, maar wel twaalf francs vijftig, want dat is de prijs.

Niettegenstaande onze vriend met zijn das van drie francs vijftig wel zoo ingenomen was, dorst hij uit vrees Lebargy te beleedigen niets tegen zeggen en betaalde gelaten voor een oude das het vierdubbele van wat hij te Montpellier voor een gloednieuwe had moeten besteden.

* * * * *

Als bewijs dat Lebargy zijn waren aard niet verloochende, dient volgende anecdote.

Mijn secretaris #Simonot# maakte in den winter van 1896 met Lebargy en Mlle #Dorziat# een tournée door Oostenrijk en Roemenië. Ik zelf kon het gezelschap van Mme #Duse# niet in den steek laten, zoodat de leiding geheel op Simonet berustte. Telkens moest ik van hem hooren, dat hij niet uitkwam en dat de kosten door hem beraamd niet toereikend waren. Wat was het geval.

Elken avond na afloop der voorstelling riep Lebargy mijn secretaris bij zich en noodigde hem dan uit plaats in zijn rijtuig te nemen, doch zoodra het op betalen aankwam, scheen hij niet voldoende bij zich te hebben en was Simonot genoodzaakt met den koetsier af te rekenen. Ook gebeurde het vaak dat Simonot vroegtijdig bij de kassa aanwezig moest zijn vóór het openen van den schouwburg en geen tijd had te dineeren. Hij haalde zijn schade dan na afloop der voorstelling in en gewoonlijk vergezelde Lebargy hem naar het restaurant.

Met de noodige variaties speelden zich dan de volgende tooneeltjes af.

Nadat de "ober" de spijskaart had gebracht en zijn boekje te voorschijn haalde om de "plats" te noteeren, antwoordde Lebargy geregeld:

--Ik houd meneer maar wat gezelschap, want ik ben niet gewoon 's avonds laat zooveel te eten.

Een omelet wordt opgebracht. Nauwelijks heeft Simonot zijn mes er in gezet of Lebargy roept den kelner.

--Zeg, vriend, breng me eens vlug een couvert.

--Wenscht meneer dan toch te soupeeren?

--Dank je, doe echter wat ik je vraag.

Zoodra hij zijn bord en servies ontvangen heeft.

--Je permitteert, die omelet ziet er zoo smakelijk uit, ik wil er wel een stukje van mee eten.

Na de omelet komt de beurt aan de lamscôtelet met gebakken aardappeltjes.

--Het is gek, honger heb ik niet, maar die côtelet ruikt zoo lekker....

Bij elk gerecht, de zelfde geschiedenis. Zelfs van de kaas en de vruchten ligt weldra de helft op Lebargy's bord.

Zeg, Simonot, nu we zoo heerlijk gegeten hebben, kan je me wel een sigaar en een kop koffie offreeren. Ik heb je nu al zoo lang gezelschap gehouden!... Je weet, zoodra ik een avond vrij ben, inviteer ik je te dineeren.

Dat dit diner lang op zich liet wachten, behoeft na het bovenstaande wel geen betoog.

EEN NIEUWE ONDERNEMING

DE MEULENHOFF-EDITIE WIL EEN GOED BOEK IN EEN GOED KLEED GEVEN VOOR WEINIG GELD

De boeken zijn alle in degelijke, keurige cartonnage met geïllustreerd omslag verkrijgbaar. Tegen zeer geringe prijsverhooging zijn de werken der MEULENHOFF-EDITIE ook verkrijgbaar in smaakvollen prachtband met goudsnede.

Voor een zeer billijken prijs ontvangt men een goed boek, =goed= van inhoud en =goed= van uiterlijk. In de Meulenhoff-Editie worden boeken opgenomen van onze eerste schrijvers op elk gebied. Onze boeken zijn niet ernstig en geleerd; het zijn boeken voor _ieder_, zij vormen een bibliotheek voor

=huiskamer= en =salon=.

Wij laten hier achter de titels volgen, die reeds verschenen zijn.

DE MEULENHOFF-EDITIE

No. 1. DE POLITIE-SPION. Roman uit den tijd van de Revolutie in Rusland, door Maxim Gorki f 0.75 (Uitverkocht).

No. 2. SARAH BERNHARDT. Gedenkschriften door haar zelf geschreven.--Jeugd.--Eerste Tooneeljaren. 2e druk. (6e-10e duizendtal) f 0.75

=Een zeer ter lezing aanbevolen prettig geschreven boek, deze gedenkschriften zijn als de schrijfster zelf, opgewekt, dartel, geestig, vol leven en beweging.=

=J. H. Rössing, in het N. v. d. Dag.=

No. 3. HET HUWELIJK VAN EEFKE BRIËST. Roman door Th. Fontane. 2e druk f 0.75

=Effi Briest is psychologisch stellig zijn beste roman. Het is het verhaal van een huwelijk tusschen een ouderen volkomen gerijpten man en een "blutjunge" vrouw.=

=Elsevier's Maandschrift.=

No. 4. NAPOLEON. Opkomst en Grootheid. Met vele illustratiën, door H. P. Geerke. 2e druk. (6e-10e duizendtal). f 0.75

=Een degelijk, boeiend boek over Napoleon, keurig uitgegeven en rijk geïllustreerd.=

=Utr. Dagblad.=

No. 5. WALLIJ. De Roman van een Kelnerin, door Edw. Stilgebauer 2e druk f 0.75

=De auteur van "Götz Krafft" geeft hier een eenvoudig en treffend verhaal, onopgesmukt en daardoor overtuigend. Het banale geval is niet banaal of eenzijdig behandeld. Een mooi boek.=

=De Avondpost.=

No. 6. DE FRAAIE COMEDIE. Een Haagsch Verhaal, door Henri van Booven f 0.75

=In dit boek vindt men een prachtige zelf-analyse en een leuke bespotting van burgerlijk Den Haag.=

=G. v. Hulzen.=

No. 7. SARAH BERNHARDT. Gedenkschriften door haar zelf geschreven.--Na den oorlog.--Sarah Bernhardt als "Ster" f 0.75

=Heel interessant is dit boek. Men kan dankbaar zijn voor deze uitgaaf. Een boek dat er in zal gaan.=

=Het Vaderland.=

No. 8. LIEFDE, door Björnstjerne Björnson. Uit het Noorsch door Cl. Bienfait f 0.75

=Met vreugde hebben wij dit meesterwerk van den eeuwig-jeugdigen Noor gelezen, met een blij oog voor het vele zonnige, het fijn typeerende, echt dichterlijke en zacht harmonische in dit verhaal van prachtig en sterk uit Noorschen bodem verrezen menschen.=

=De Hofstad.=

No. 9. DE VAL VAN NAPOLEON, door A. Kielland en H. P. Geerke. Geïllustreerd f 0.75

=Een boeiende beschrijving, met vele illustraties, die zeker met genoegen gelezen zal worden.=

=Algemeen Handelsblad.=

No. 10. ALS HET IJZER GESMEED WORDT. Roman door Clara Viebig f 0.75

=Deze roman is als een monumentaal gebouw, dat door zijn grootsche eenheid imponeert en liefde opwekt tot het waarachtig schoone. Het is wel een zeer bizonder talent, dat zulk een kunstwerk heeft gewrocht. Een bizonder mooi boek.=

=N. Arnh. Courant.=

No. 11. RICHARD WAGNER. Zijn leven en werken, door J. Hartog. Rijk geïllustreerd f 0.95

=Een keurig uitgevoerd prachtwerk, met rijken inhoud, dat zich prettig laat lezen, en velen--ook om den zeer lagen prijs--hoogst welkom zal zijn. De schrijver geeft hier een zuiver, onpartijdig oordeel. Een welverdiend succes zal het boek wachten.=

=C. v. d. Linden, (in de Muziekbode).=

No. 12. KIPPEVEER of Het geschaakte Meisje. Roman door Cosinus, 415 bladzijden. Deel I. 5e druk f 0.85

No. 13. KIPPEVEER of Het geschaakte Meisje. Roman door Cosinus, 420 bladzijden. Deel II. 5e druk f 0.85

=Deze beroemd geworden, ALLERVERMAKELIJKSTE roman zal ongetwijfeld in den nieuwen vorm weder vele lezers vinden. Aardige illustraties van Raemaekers.=

=Nieuws v. d. Dag.=

No. 14. GALERIJ van beroemde Fransche Tooneelspelers. Hun intiem leven, anecdotisch beschreven, door J. H. van der Hoeven, met vele illustraties f 0.75

=Een kostelijke bundel, luchtig geschreven kantteekeningen van meer of minder piquante gedenkschriften. Het is een keurige uitgaaf, ook naar het uiterlijk.=

=F. Lapidoth in de Nieuwe Crt.=

No. 15. MONNA VANNA, door M. Maeterlink, vertaling van Frans Mijnssen, met 1 portret. 4e druk f 0.65

=De meesterlijke vertaling van Frans Mijnssen in een nieuw aantrekkelijk gewaad. (De bekende Meulenhoff-Editie).=

=Avondpost.=

No. 16. HET HEKSENLIED, door Von Wildenbruch, op maat overgezet voor de muziek van Max Schillings door Fr. Pauwels f 0.45

=Een handige uitgaaf van het beroemde "Heksenlied" in goede bewerking, en in maat overgezet voor de muziek van Max Schillings.=

=Utr. Dagblad.=

No. 17. EEN VROUWENBIECHT. Oorspronkelijke roman door G. van Hulzen f 0.75

=Het goede in dit boek is de voortreffelijke psychische uitbeelding, en vooral, dat de overgave van deze vrouw zelfsprekend is geworden.=

=De Groene Amsterdammer.=

No. 18. MARIE ANTOINETTE. Jeugd.--Eerste jaren der Revolutie, door Cl. Tschudi. Naar de oorspronkelijke Noorsche uitgaaf door J. Clant van der Mijll Piepers. Met vele illustraties f 0.85

=Een aanbevelenswaardig boek; levendig is hier de geschiedenis van de ongelukkige koningin beschreven; men leest het boek als een diep tragische roman.=

=Opr. Haarl. Courant.=

No. 19. DRIE SPELEN VAN RECHT. De jonggehuwden; Een handschoen; Leonarda door Björnstjerne Björnson. f 0.85

=De bekende, in korten tijd populair geworden Meulenhoff-Editie, brengt een verdienstelijke uitgaaf van Björnson's dramatische werken waarin de gelijkheid van man en vrouw behandeld wordt wat betreft het peil van zedelijkheid, recht en maatschappelijk optreden.=

=Alg. Bibl.=

No. 20. MARIE ANTOINETTE EN DE REVOLUTIE, door Cl. Tschudi. Naar de oorspronkelijke Noorsche uitgaaf door J. Clant van der Mijll Piepers. Met vele illustraties. 469 bladz. f 0.95

=Dit boek toont ons het leven van de arme Koningin op haar lijdenspad naar het treurige einde.