Achter de schermen

Chapter 6

Chapter 63,856 wordsPublic domain

Ontmoedigd toont Frohmann zich thans een volbloed Yankee. "It is a failure, I made a mistake," dus stop gezet met verdere reclame, de zaak is nu eenmaal toch verloren. Elken avond wordt het aantal orkestleden ingekort. Per contract had ik recht op twee en dertig, weldra blijven er slechts vijftien over en of ik al reclameer, het helpt geen zier. Mr. Frohmann blijft onzichtbaar en zijn "manager" Mr. #Hayman# mompelt bij elke nieuwe reclamatie kort af: "Go to hell!" .... Wanneer hij goed geluimd is, geeft hij mij den raad het contract eenvoudig te verbreken en naar Europa terug te keeren. Eindelijk komen we te Buffalo aan. In het geheel zijn er nu nog maar zeven orkestleden aanwezig. Om de orkestruimte aan te vullen, had men notabene! wat kerels van de straat genomen, die van hun leven misschien nog geen instrument in handen hadden gehad. Op zoo'n manier moest ik het bijltje er wel bij neer leggen om de reputatie van Miss Duncan er niet verder aan te wagen en haar voor een eventueel echec te vrijwaren. Dies zocht ik voor de zooveelste maal Mr. Hayman op en verklaarde de tournée verder op te zullen geven, op voorwaarde, dat de terugreis naar Europa van Miss Duncan en mijn personeel op kosten van Charles Frohmann zou geschieden, hetgeen hij aannam.

Te New-York teruggekeerd besloot ik met het symphonie orkest van #Walter Damrosch# één enkele buitengewone matinée in het "Metropolitan-Opera-House" te geven. Nauwelijks zijn de affiches aangeplakt of het bespreekbureau wordt bestormd, het deftige publiek is inmiddels van hun buitenverblijven teruggekeerd en ik was de eerste die daar nu partij van trok. In plaats van een schamele duizend dollar, die wij onder leiding van den ondervoorzitter der Amerikaansche tooneeltrust hadden geind, maakte deze matinée wel zeven maal zooveel en Miss Duncan heeft bovendien een overweldigend succès.

Deze eerste matinée wordt dan ook door zes andere gevolgd en de ontvangsten wisselen tusschen de 35 à 40 duizend francs. Opnieuw bezoek ik nu Boston, Chicago, Philadelphia. Overal waar wij eerst zoo'n financieelen pech hadden, stroomt nu het geld binnen, zoodat Miss Duncan aan het einde van haar kunstreis niet minder dan vier honderd duizend francs overhield.

Groote ergernis van Frohmann, die zich zoozeer in zijn "flair" bedrogen had. Hij was echter nog niet van mij af, daar hij geweigerd had de kosten van de terugreis te dragen en ik een ander contract voor een aantal voorstellingen door #Mimi Aguglia# en haar Siciliaansch gezelschap te New-York met Frohmann loopende had. Ik telegrafeer aan mijn secretaris, dat hij voorloopig maar niet op het betwiste bedrag moet aandringen en dat ik zelf bij mijn komst te New-York het wel zal komen regelen.

Ik had echter al even weinig succes als mijn secretaris en daar ik niet van plan was Frohmann ongeveer vijf duizend francs te schenken, besloot ik een advocaat te raadplegen, die mij een procès ten zeerste afried. Primo zou mij dit een schep geld kosten en secundo zou het zeer twijfelachtig zijn of ik op den langen duur iets van Frohmann los kreeg. Toen kwam ik plotseling op het volgend denkbeeld. Frohmann logeerde in het zelfde hotel Astor. Ik verzocht hem om een onderhoud, dat hij mij terstond verleende, daar hij op 't punt stond naar Chicago te reizen.

--Waarde Vriend, neem me niet kwalijk, dat ik je kom derangeeren, maar ik reken er op, dat je me uit de verlegenheid redt. Ik heb mijn gezelschap te betalen en ben op 't oogenblik zonder voldoende contanten.

Om geld te laten overkomen, zelfs per telegram gaan minstens drie dagen heen, kun je me niet een zes duizend francs leenen?

--"All right" en meteen teekende hij een cheque van twaalf honderd dollar. Den volgenden dag ontving hij onderstaanden aangeteekenden brief.

Waarde Vriend. Je hebt me gisteren zes duizend francs geleend. Daar ik evenwel een vijf duizend te vorderen heb voor de onkosten der terugreis van Miss Duncan, zal ik het resteerende tot je beschikking houden en daarmee zijn we dan quitte. Met handdruk,

_Jos. J. Schürmann._

De beroemde manager mag bij zich zelf gevloekt hebben. Ik was op de "Provence" toen hij mijn brief ontving en goed en wel met zijn cheque op weg naar Frankrijk. Hij hield zich evenwel niet voor geslagen en eischte bij mijn terugkeer te Parijs het geld op. Dit was juist wat ik op het oog had. Onze kwestie te laten uitvechten voor het Fransche gerecht. Het procès kwam voor het "Tribunal de commerce" en Frohmann werd voor het verschuldigde bedrag veroordeeld plus de kosten. Het bedrag van zijn cheque was hiermee terugbetaald en ik had over mijn machtigen tegenstander gezegevierd.

"Tournées" door Amerika zijn voor impresario's steeds een gevaarlijke onderneming, vooral tooneelvoorstellingen in een vreemde taal. Men kan de dwaaste stukken met de onbeteekenendste artisten in het Engelsch vertoonen en geld maken, doch komt er een Fransch of Italiaansch gezelschap met aan het hoofd een ster van den eersten rang naar de Vereenigde Staten, dan heeft men veel kans niet eens de kosten goed te maken.

#Réjane#, #Mounet-Sully#, #Novelli#, #Mimi Aguglia# speelden daar vaak voor stoelen en banken, alleen #Sarah Bernhardt# en #Eleonora Duse#, de eerste nog meer dan de tweede, hebben er steeds het grootste succès gehad. Men kwam niet om te oordeelen of om haar spel, doch alleen en uitsluitend om te kunnen zeggen: "We hebben haar gezien!"

Niettegenstaande de opwekkende kranten artikelen en een uitstekend geschreven kroniek van #Allan Dale#, den #Sarcey# van New-York, een uitgebreide publiciteit in de "New York Herald", die meer dan vijftien portretten van #Mimi Aguglia# in verschillende rollen opnam, maakten we ternauwernood een half volle zaal, terwijl ik bovendien een groot electrisch reclamebord boven den Broadway Schouwburg had laten plaatsen: "De beroemde Mimi en haar Siciliaansche artisten." Toch telt New York meer dan vier honderd duizend Italianen, waaronder een honderd duizend Siciliërs.

#Réjane# deelde in het zelfde lot. Bij #Mounet-Sully# was het nog slimmer. Men weigerde zelfs van de vrijbilletten gebruik te maken.

Iemand, die mij een dienst had bewezen en wien ik een entrée aanbood, was er niet het minst op gesteld.

--Ik versta hem niet. Ik neem best aan, dat hij één der eerste artiesten is, dat vertellen mij reeds de kranten, maar om den geheelen avond klanken te hooren, die ik niet versta, dank je wel!

Er viel niets tegen in te brengen..... Met uitzondering van opera's maakt men in Amerika gewoonlijk geen recettes, tenzij in de taal van het land.

English for ever!

Suzanne Desprès.

Een groote, zeer groote tooneelspeelster, met begrip van haar kunst. Zij weet zich in elke rol geheel in te leven en beschikt behalve over vele natuurlijke gaven over een zeer persoonlijk talent.

Niettegenstaande haar talrijke successen, zoowel in de "Comédie Française", het "Odéon", de "Vaudeville" als in het "Théâtre Antoine" is het haar toch nooit mogen gelukken de ster van een vast gezelschap te worden of een duurzame plaats in het hart der Parijzenaars in te nemen. Met evenveel aanleg als Mmes #Bartet#, #Segond-Wéber# en #Réjane# wordt #Suzanne Desprès# te Parijs slechts voor bepaalde rollen geëngageerd.

Ook in haar vertolking van #Racine's# "Phèdre" heeft zij bewijs gegeven van haar goed begrip en van een persoonlijke opvatting, toch mist zij zoo goed als alles voor een klassieke stijlvolle uitbeelding.

Overtuigd dat haar talent in Duitschland gewaardeerd zou worden, engageerde ik haar voor één mijner tournées door de Bondstaten. Ik vergiste mij niet, want haar succes nam toe, waar zij ook optrad. In het eerst waren de Duitschers eenigszins verbaasd een Parijsche actrice te zien spelen, met zoo weinig "mondaine elegance". Daarna verheugden zij zich, dat haar spel zoo frappant op dat van hun eigen geliefde tooneelspeelsters geleek. Een bekend kritikus van één der Berlijnsche bladen schreef: Deze Parisienne had even goed aan de Spree geboren kunnen zijn!

Wat vooràl in Suzanne Desprès aantrekt, is haar vroolijk humeur, niettegenstaande haar uiterlijk iets melankolieks over zich heeft. Zij is bovendien een onderhoudende reismakker, die niet spoedig tegen vermoeienis opziet. Bevriend met en bezorgd voor haar reisgenooten, leeft zij met hen op voet van gelijkheid zonder zich op haar "étoile en vedette" ook maar het minst te laten voorstaan. Dochter van een treinmachinist van den Oosterspoorweg is zij een echte Parijsche "gamine" gebleven, voelt zich daarbij in elke omgeving thuis en op haar gemak. Haar aangeboren "esprit" van kind uit het volk zonder school en opleiding verlaat haar nooit, terwijl zij haar kennis door energie en eigen studie verworven heeft. Openhartig en zonder omwegen komt zij steeds voor haar meening uit en wie haar heeft leeren kennen zooals ik, weet dat er steeds staat op haar te maken valt. Vandaar dat ik aan Suzanne Desprès mijn beste herinneringen bewaar.

Nadat mijn bewerking van #Björnson's# "Faillissement" in het Théâter-Antoine was opgevoerd, wist ik haar ook voor #Ibsen# te winnen.

Door haar vertolking van "Nora" heeft zij veel tot de bekendheid met de Scandinavische tooneel-literatuur te Parijs bijgedragen. Haar vertolking van "Nora" toont over het geheel overeenkomst met die van #Eleonora Duse# en staat dan ook zeer hoog.

Met de "Roode Toga" van #Brieux# begonnen wij onze tournée in het Schauspielhaus te Dresden. Haar Yanetta werd om strijd geprezen.

Den volgenden avond had zij een even groot succès met "Le Détour" van #Bernstein# (hier te lande bekend onder de titel "Langs een Omweg"), hoewel de zaal toen minder goed bezet was.

Van Dresden begaven wij ons naar Praag, waar wij oorspronkelijk "Nora" zouden geven. De vrouw van den directeur van het Stadt-theater had deze rol hier reeds verscheidene malen gespeeld en verzette zich tegen de opvoering. Daarom waren wij genoodzaakt "Le Détour" aan te kondigen. Van Praag reisden wij naar Dresden, waar Suzanne Desprès in het Opernhaus optrad om vervolgens te Hamburg een serie voorstellingen te geven in het Thalia Théâter van "La Robe Rouge", "Nora", "La Fille Elise", "Poil de Carotte" en "Denise".

Dank zij mijn persoonlijke relaties gelukte het mij om bij de eerste voorstelling te Berlijn in het "Neues Theater" het bezoek van den Keizer te kunnen aankondigen. De affiches werden met den keizerlijken adelaar bedrukt, benevens de speciale vermelding: Auf allerhöchstes Befehl. Tegen mijn verwachting had de keizer te kennen gegeven een klassieke voorstelling te willen bijwonen en daartoe werd Racine's "Phèdre" uitgekozen.

Zooals ik dat voorzien had, was deze vertooning lang niet vlekkeloos.

De Keizer ontbood mij in zijn loge, onderhield zich een tijdlang met mij over de vertolking van dit meesterwerk, waarop hij slechts tegen had: het vulgaire, weinig waardige van het gegeven.

Ik verzocht toen Zijn Majesteit een andere voorstelling bij te wonen van een modern stuk om zich een definitieve meening aangaande Suzanne Desprès en haar gezelschap te vormen. De keizer besloot "La Robe rouge", dat vijf dagen later vertoond zou worden te komen zien, waarin volgens mijn meening Suzanne zich van haar beste zijde deed kennen. Niettegenstaande het geringe succès van "Phèdre", maakten we volle zalen met "Nora," "Le Détour" en met "L'Ainée" van #Jules Lemaître#. Met "La Gioconda" van #d'Annunzio# werd slechts twee duizend francs gemaakt. Iedereen wilde de herinnering aan Eleonora Duse onaangetast laten, die in deze rol te Berlijn haar grootste triumphen had gevierd. Overigens was de tegenwoordigheid van den Keizer bij de eerste voorstelling voldoende geweest om den schouwburg te vullen. Evenals te Londen beschouwt men te Berlijn het als een hulde aan het vorstenhuis om zich bij zulk een vertooning te gaan amuseeren of ... vervelen, wanneer het hoofd van Staat den schouwburg met zijn bezoek vereert.

Den zesden dag van ons verblijf te Berlijn gaven wij "La Robe Rouge" wederom op "hoog bevel." De keizer verscheen op de minuut van het aangegeven uur af, vergezeld van de keizerin, de kroonprins en -prinses, prins Eitel-Friedrich en de geheele hofhouding in gala. Ditmaal viel er op de voorstelling niets te zeggen. Suzanne Desprès overtrof zich zelf en speelde met een vuur, een bezieling, die iedereen onder haar suggestie bracht. De keizer was er zeer over voldaan en verzocht mij Suzanne Desprès aan hem voor te stellen. Ik ging haar terstond opzoeken.

--Suzanne, de keizer ontbiedt je om je te complimenteeren. Ik kom je op zijn verzoek halen. Ga vlug mee.

--De keizer? Moet ik gaan?

--Natuurlijk, vraag je dat nog?

--Ja wel, maar ik heb nog nooit met een vorst gesproken. Ik weet niet hoe ik mij voor moet stellen, hem begroeten, noch wat ik zeggen moet.

--Toon je gewoon zooals je altijd bent en antwoordt hem, zooals je een gewoon sterveling zoudt antwoorden. Wees je zelf, dat lukt steeds het best.

Niet weinig ontroerd neemt zij mijn arm en ik begeleid haar naar de keizerlijke loge.

De keizer wacht haar op, loopt haar tegemoet en zegt haar, terwijl hij haar de hand reikt.

--Mevrouw, U hebt uw rol verrukkelijk gespeeld, als een groot artiest. Ik mocht haar reeds van Mme Réjane eenmaal bijwonen. Ook de keizerin is sterk onder den indruk en verheugt zich over het succes, dat u zoo waardig verdiend hebt.

Daarop onderhield zich de keizer nog een tijdlang over de verschillende groote Parijsche artiesten, die hij reeds gezien had en die hij zeer bewondert, over litteratuur en over tooneel, waarbij hij het betreurde, dat in den laatsten tijd de stukken zoo vulgair werden.

--Wat een volk noodig heeft zijn edele en verheven gevoelens. Het dagelijksch leven is reeds genoegzaam plat en weinig verheffend om dat nog eens opnieuw op de planken gade te slaan. Ik houd dààrom zoo van uw klassieken, omdat zij verheven gevoelens bij ons opwekken, omdat zij den goeden smaak bevorderen en tot daden van zelfopoffering en moed prikkelen. Het is mij steeds zeer aangenaam, wanneer uw artiesten mijn hoofdstad bezoeken en mijn volk met die werken in kennis brengen, die uw litteratuur tot eer strekken. Men zal hier nooit genoeg #Corneille# en #Racine# bewonderen en ik voel mij gelukkig tot hun succes door mijn tegenwoordigheid en belangstelling bij te dragen.

Na deze voor Frankrijk vleiende bekentenis sprak de keizer nog enkele minuten over eenige boulevard-artiesten, die hij had zien spelen en schepte veel vermaak in de antwoorden van Suzanne, die zonder op de etikette acht te slaan, meedeelde hoe zij over hen dacht.

Om de pauze niet langer te rekken, stak de keizer haar opnieuw de hand toe, waarna Suzanne boog en heen ging.

Bij dit onderhoud viel er bij den keizer weinig te bemerken van de militaire stramheid, waaraan de talrijke photo's doen denken. Integendeel, hij lijkt dan veel meer op een vriendelijk, gemoedelijk heer, die zich vroolijk en toeschietelijk toont. Zijn doordringende blauwe oogen lachen u toe, terwijl hij bovendien vloeiend Fransch spreekt zonder accent, hetgeen van het meerendeel zijner landgenooten nu juist niet gezegd kan worden.

De Fransche artiesten hebben steeds bij hem een streepje voor gehad. #Sarah Bernhardt#, #Coquelin#, #Aîné# en #Cadet# en ook #Réjane# kunnen hier trouwens over mee spreken.

Na de voorstelling van "Nora" en "Poil de Carotte", bij ons onder den titel "Peenhaar" vertoond, werd Suzanne Desprès te Berlijn uitbundig toegejuicht en in haar loge door verschillende bewonderaars gecomplimenteerd. Onder hen bevond zich een dame, die haar geestdrift nauwelijks bedwingen kon, waarvoor Suzanne Desprès, als elke artiest, zeer gevoelig bleek en haar geroerd bedankte.

Deze dame nam haar een oogenblik terzijde en vroeg toen zacht:

--Nu wij toch eenmaal kennis gemaakt hebben en u mijn bewondering voor uw talent weet, moet u mij eens verklaren, waarom u u in het laatste bedrijf van "Nora" als jongen verkleedt en nog wel één met peenhaar?

De kunstzinnige dame had namelijk "Poil de Carotte" als het vierde bedrijf van "Nora" opgevat.

De désillusie van Suzanne Desprès laat zich na zoo'n vraag begrijpen, hoewel zij er bij zich zelf toch om lachen moest.

Elena Sanz.

In het voorjaar van 1890 kreeg ik op een goeden dag bezoek van #Elena Sanz#, de beroemde Spaansche zangeres, die na langen tijd de aangebeden ster van den Koninklijken Schouwburg te Madrid te zijn geweest, het tooneel van haar triumphen had vaarwel gezegd, om zich geheel aan het geluk van haar koninklijken minnaar Alphonse XII te wijden.

Twee kinderen, Alphonso en Fernando, die sprekend op hun vader geleken, waren het gevolg van deze intieme verhouding en Elena had zich jaren lang met volle liefde aan de opvoeding dezer prinsjes gegeven, tot zij tot flinke jongens waren opgegroeid. Iedereen meende dan ook dat zij voor goed van het tooneel afscheid had genomen, doch plotseling kreeg het verlangen naar de planken weer de overhand; zij meende dat zij zich slechts opnieuw in het publiek te vertoonen had, om haar vroegere successen wederom deelachtig te worden. Zij zag niet in of wilde niet begrijpen, dat deze jaren van rust, haar lichaamsomvang hadden doen toenemen. Van haar vroegere schoonheid had zij alleen haar mooie, uitdrukkingsvolle oogen behouden en wat haar stem betrof, de bekoring was grootendeels verdwenen, al klonk ze nog zuiver.

Ik gevoelde weinig lust met haar een "tournée" te beginnen, overtuigd, dat wij in plaats van een succes eerder fiasco zouden maken, hetgeen ik haar openlijk meedeelde.

--U wil dus niet? U vergeet, meneer Schürmann, dat behalve mijn stem ik nog een andere attractie op het publiek heb. Ik ben immers een halve koningin.

--Mevrouw, het spijt me, mijn seizoen is zoo goed als bezet en het is te laat om nu nog de noodige schouwburgen te kunnen huren.

--Ook niet, wanneer ik de kosten op mij neem?

--Ik wil u niet gaarne aan een verlies blootstellen.

--Dat gaat mij alleen aan. Ik wil alle uitgaven dragen. Of er winst of verlies wordt gemaakt, behoeft u u niet aan te trekken. U maakt de route voor mij in orde, huurt voor mijn rekening de zalen en zorgt voor de noodige reclame, zooals u dat verstaat en gewoon zijt. Ik reken hier op en geef u voor uw arbeid en tijdverlies tien duizend francs.

Moeilijk kon ik langer bezwaren maken en nam tegen wil en dank haar voorstel aan. Mme Sanz gaf mij bovendien een bedrag van vijf duizend francs om de eerste kosten te dekken. Zij had een uitsluitend Spaansch schouwspel gecombineerd, dat zij "Noches de Espana" noemde. Twee en dertig danseressen van Cadix en Malaga in nationaal costuum van de provincies van Spanje zouden de Malagenas, Peterenas, Habaneras vertoonen, die later door de bekende #Otero# en andere beroemde danseressen over de geheele wereld gedanst zijn, maar toen voor de meesten nog gloednieuw. Zij zelf zou in de "entre acten" liederen uit "Carmen" en "Orpheus" ten beste geven met medewerking van den bariton #Lauwers#, een Belg, die op de Colonne-concerten reeds met groot succes was opgetreden.

Zij bouwde minder op haar vroeger succes dan wel op de bekendheid van haar relatie tot den koning bij het buitenlandsch publiek, dat zeker niet de gelegenheid zou laten voorbijgaan de maitresse van een regeerend vorst van nabij te zien. Zij rekende er verder heimelijk op overal met groote onderscheiding ontvangen te worden en nam daarom ook haar twee jongens mee, die met hun gouverneur elken avond de voorstelling zouden bijwonen.

Al mijn bezwaren hadden op haar geen uitwerking. Zij had zich dit nu eenmaal voorgenomen en ik was niet in staat haar die verwachtingen uit het hoofd te praten. Zij droeg mij zelfs op er voor te willen zorgen, dat de verschillende autoriteiten haar waardig zouden kunnen ontvangen.

Behalve een tiental schouwburgen in Duitschland en Oostenrijk, had ik te Amsterdam, den Haag en Rotterdam eveneens een zaal weten te huren. Om mijn goed betalende zangeres tot vriend te houden had ik mijn broeder te Amsterdam geschreven op de een of andere manier haar een waardige ontvangst te bereiden, na hem haar "idée-fixe" in kleuren en geuren te hebben meegedeeld.

Hij antwoordde mij: Wees gerust, zij zal haar zin hebben, hoe blijft een verrassing.

Onze trein komt in Amsterdam aan. Op het perron staat mijn broeder met een deftig in het zwart gekleed heer, een veelkleurig lintje in zijn knoopsgat, ons op te wachten.

Ik kijk dien heer oplettend aan en herken in hem mijn ouden vriend Canter, eigenaar van een heerenconfectiezaak hier ter stede. Mijn broer wenkt mij niets te laten merken, nadert Elena Sanz, en haar zijn metgezel voorstellend:

--Veroorloof mij, mevrouw u aan Zijn Excellentie, den minister van Schoone Kunsten voor te stellen, die namens onze regeering u komt verwelkomen.

De meneer drukt een kus op Elena's vleezige hand en steekt zijn van buiten geleerde speech af.

Elena, ten zeerste voldaan noodigt hem uit haar naar haar hotel te volgen, terwijl mijn broer en ik ons uit de voeten maken.

--Ben jij van Lotje getikt om zoo iets te durven uithalen. Als zij nu verneemt, dat wij in Holland niet eens een minister van Schoone Kunsten rijk zijn?

Mijn broeder antwoordt doodleuk: Dit plannetje leek mij het eenvoudigst, morgen is zij weer vertrokken en onze vriend Canter zal vandaag wel in zijn rol weten te blijven.

Dat deed onze "minister", alsof het zijn dagelijksch werk was. Den geheelen dag liet hij haar geen oogenblik in den steek en volgde haar als 'r schaduw. Hij nam haar uitnoodiging, om samen te dineeren aan en verliet haar eerst bij den artiesten-ingang onder belofte in de pauze haar nogmaals te komen bezoeken. Tot groote verwondering van Elena Sanz verscheen hij echter niet meer en toen zij naar verschillende kanten vroeg, waar de minister van Schoone Kunsten bleef, keek men haar wel verwonderd aan, doch bleef haar het antwoord schuldig. Canter beangst, dat deze mystificatie zou uitlekken had 'm stil geknepen. Z'n taak was trouwens geeindigd.

Den volgenden dag moesten wij naar den Haag. Wie beschrijft de verbazing van Elena, toen zij de Kalverstraat doorrijdend om zich naar het station te begeven aan de deur van zijn magazijn onzen "minister" herkende, bezig een boertje een jas aan te praten.

Zou zij toen reeds iets vermoed hebben, of zou zij alleen verrast zijn geweest over zoo'n sprekende "gelijkenis"?

* * * * *

Te Weenen was Elena Sanz op het dwaze denkbeeld gekomen om op het oogenblik dat de voorstelling zou aanvangen en iedereen zijn plaats reeds had ingenomen, haar twee jongens in korten broek met zijden kousen, en claque onder den arm, voorafgegaan door twee gepoederde lakeien en gevolgd door hun gouverneur naar de zaal te zenden, die onder groote nieuwsgierigheid en gelach van de toeschouwers hun gereserveerde plaatsen gingen innemen. De verschijning van Elena Sanz lokte eveneens een spottend lachen uit. Men maakte luide aanmerkingen op den smaak van den afwezigen monarch, die eenmaal voor de thans zoo welgedane zangeres gegloeid had en wiens nakomelingsschap thans in het publiek vertoond werd.

Toen werd het Elena Sanz eerst recht duidelijk, dat zij eerder naar mijn raad had moeten luisteren en aan deze dwaze vertooning, die niets artistieks had, een einde te maken. Zij zag van de verdere "tournée" liever af, trok zich terug op haar buitenverblijf te Billancourt, waar zij tot haar dood is voortgegaan met als rouwende vorstin te midden van een hofhouding van gepatenteerde klaploopers te leven, die haar kinderen met "Hoogheid" aanspraken in ruil voor een diner of een goudstuk. De arme vrouw, die overigens een goed karakter had, meende steeds door de wettige koningin van Spanje te kort gedaan te worden en bij het overlijden van Alphonse XII eischte zij voor haar kinderen titel en fortuin op, welke haar bij gerechtelijke uitspraak voor goed geweigerd werden.

SOUVENIRS.

Paul Verlaine.