Achter de schermen

Chapter 5

Chapter 53,727 wordsPublic domain

Nog lastiger lag het geval bij violist Jan Kubelik, daar bij het vioolspelen niet alle vingers juist evenveel noodig zijn als bij het klavierspelen. Men moest het dus eerst eens worden over de betrekkelijke waarde van iederen vinger afzonderlijk, en zoo werd er een geheel tarief opgemaakt volgens hetwelk aan Kubelik's linkerhand drie vingers ieder op 272,000 francs geschat werden, de ringvinger op 220,000 francs, de pink op 25,000 francs, de duim aan de rechterhand op 272,000 francs en de wijsvinger op 210,000 francs. Een hevig meeninggeschil ontstond over de pink der rechterhand; men kende haar in 't geheel geen beteekenis toe bij het vioolspel--en zoo taxeerde men haar ten slotte op 47,000 francs.

De verzekeringmaatschappij heeft overigens met Kubelik een goede zaak gedaan, want zijn vingers behielden tijdens zijn Amerikaansche tournée al hun bewonderenswaardige lenigheid en bewegelijkheid.

Jan Kubelik.

Zelden heb ik een viool virtuoos zulke ovaties zien brengen als aan #Jan Kubelik#, den jeugdigen Czech. Hij, #Rubinstein# en #Paderewski# zijn door het publiek op de handen gedragen en door hen is mij niet alleen veel roem maar ook een groot financieel succès te beurt gevallen.

Hoewel Frankrijk niet voor een bij uitstek muzikaal land doorgaat en men daar in het bijzonder voor piano of viool virtuozen zich weinig druk maakt, heb ik in de voornaamste steden steeds volle zalen met hen gehad en zijn zij om strijd toegejuicht.

Jan Kubelik verdiende in den beginne bij mij een niet buitengewoon bedrag, doch langzamerhand klom hij op tot 3500 francs per concert. Eerst toen hij vier, ja zelfs vijf duizend francs begon te vragen, bleef ik niet langer zijn impresario, doch wèl zijn vriend en trouw bewonderaar.

Toen wij in 1904 te Genève concerten gaven, ontving ik bezoek van den intendant van barones Rothschild, die een kasteel in de omgeving bewoonde.

Hij vroeg mij wat ik voor een concert ten huize van zijn meesteres berekende. Ik deelde hem mede, dat ik voor Kubelik en zijn accompagnateur zes duizend francs vroeg.

Na verloop van eenige uren, kwam hij mij meedeelen, dat de barones dezen prijs wel wat te hoog vond.

--Het spijt mij, doch dit is het bedrag.

--Kom, meneer Schürmann, het is geen soirée, de barones houdt er van onder het hooren van goede muziek een sigaret te rooken en dat kan zij in het publiek niet doen, anders zou zij uw concerten in de Victoria-Hall wel komen bijwonen. Er komen hoogstens vier of vijf personen bij haar op bezoek.

--Zij kan zooveel gasten inviteeren, als zij zelf verkiest, dat doet aan den prijs niets af.

--Ik zal het de barones overbrengen.

--Doet U dat.

Wij waren aan tafel gegaan, toen de intendant zich wederom aanmeldde.

--De barones biedt U 3500 francs, want het is maar voor een klein gehoor, zoo intiem mogelijk.

--Dat hebt U me reeds verteld. Wees U daarom zoo vriendelijk de barones te zeggen, dat wij geen afgedragen kleeren verkoopen en dat er bij ons niet af te dingen valt.

Ik heb den intendant nooit terug gezien.

* * * * *

Mijn zoontje was vijf jaar oud. Kubelik die met zijn vrouw in het Grand-Hôtel zijn intrek had genomen, had mij verzocht hem elken dag mijn zoontje met de gouvernante een uurtje op bezoek te zenden.

Nieuwsgierig te weten, wat hij daar uitvoerde, begaf ik mij onverwacht naar hun salon. Mevrouw Kubelik zat in een leuningstoel naar haar echtgenoot en mijn zoontje al lachend te kijken, want terwijl de jonge Gérard bezig was de cakewalk te dansen, liep Kubelik met zijn stradivarius achter hem aan. Zijn grootste genoegen was met hem te spelen en zijn liedjes op zijn viool te accompagneeren.

Eindelijk kwam Kubelik's vurige wensch in vervulling. Op zijn beurt werd hij vader, nog wel van een tweeling. In December 1904 waren zijn dochtertjes juist een half jaar.

Wij gaven die maand een serie concerten in Spanje en Portugal.

In het Amelia-Theater te Lissabon had hij zoo'n kolossalen toeloop, dat met zijn vier concerten meer dan 50000 francs recette werden gemaakt.

Oporto deed voor de hoofdstad niet onder, ook hier oogstte hij het grootste succès, evenals te Madrid in het Apollo-théater. Den avond vóór het vierde en laatste concert zoekt Kubelik mijn administrateur op.

--Ik heb den spoorgids er op na geslagen. Om den avond vóór Kerstmis in mijn kasteel te Kolin in Boheme te zijn, moet ik van avond reeds den trein nemen.

--Wat wilt U doen! Ons plotseling in den steek laten! Dat gaat immers niet! Er is voor 11000 francs reeds besproken en dan komt Barcelona nog aan de beurt, waar de twee aangekondigde concerten ook reeds uitverkocht zijn. Vóór dien tijd kunt U onmogelijk op reis gaan.

--Toch doe ik dat. Ik wil het Kerstfeest bij mijn kinderen vieren.

--Zij zijn eerst een half jaar oud!

--Doet er niet toe, het Kerstfeest is een familiefeest en daarom wil ik het te midden der mijnen gaan vieren.

--En de uitverkochte zalen, het ontevreden publiek, uw contract met den heer Schürmann?

--Dat beteekent allemaal niets. U betaalt den directeur de schadevergoeding. U belooft het publiek, dat ik binnenkort terug kom en wat Schürmann betreft, hij zal niets zeggen. Onze vriend heeft reeds genoeg geld met mij verdiend, zoodat hij deze kleine opoffering zich wel zal getroosten.

Hierop vertrok Kubelik naar Boheme zonder zich verder aan iets te storen.

Christine Nilson.

Een zeer groot artieste, de beste Marguérite die ik in #Gounod's# meesterwerk ooit gehoord heb. Een kristalheldere stem, met aangenaam "timbre". Vandaar dat zij langen tijd alle liefhebbers van opera muziek in den zevenden hemel meevoerde. Door haar huwelijk met graaf #Angel del Casa Miranda#, den vriend en metgezel van den overleden koning van Spanje #Alphons XII# heeft zij het tooneel te vroeg den rug toegekeerd.

#Christine Nilson#, de Zweedsche nachtegaal heeft de wereld rondgereisd onder geleide van #Maurice Strakosch#, den zwager en leeraar van #Adelina Patti#, den onovertrefbaren impresario voor zangeressen. Hij en #Ullman#, de groote organisator van concerten over de heele wereld, zijn de eenige impresarii van naam geweest, die de vorige eeuw gekend heeft en wier opvolger nog steeds geboren moet worden; kortom zeer bijzondere menschen in hun vak.

Ik toefde juist te Hamburg, waar Christine Nilson dien avond een groot concert zou geven na een succesvolle tournée door Scandinavië, toen ik Maurice Strakosch op straat tegenkwam, die mij meenam naar één van de fijnste zilverwinkels uit de buurt. Wij gaan het magazijn binnen, waar Strakosch een prachtig gedreven massief zilveren fruitschaal van nabij beziet, die hij in de étalage had opgemerkt.

--Wat is de prijs van dit kunstwerk?

--Acht duizend vijf honderd mark.

--Dat is geen kleinigheid.... Het bevalt me echter.... Ik wil het wel hebben.

--Waar moet ik het dan laten bezorgen?

--Wacht even, zoover zijn we nog niet. Ik ben Maurice Strakosch, de impresario van de groote, onvergelijkelijke zangeres Christine Nilson, wier naam u natuurlijk wel eens gehoord zult hebben.

--Zooals iedereen.

--Over twee dagen geven wij hier een groot concert, waarvoor de entree-billetten overal te koop zijn. Als de zaal uitverkocht is, waaraan ik trouwens in andere steden gewoon ben geraakt, dan neem ik die schaal en u kunt haar den volgenden dag met de quitantie bij mij laten bezorgen in Hôtel Hamburgerhof. Mochten er echter toch nog plaatsen onbezet blijven, dan zie ik van den koop af.

Hierop verlieten wij den winkel om eenige straten verder een nieuwe zaak binnen te loopen.

--Wat gaat u nu beginnen?

--De zelfde geschiedenis van zooeven. Aldoende heb ik reeds twee winkeliers gevonden, die kosteloos reclame voor mij maken. Ga je nog verder mee?

Het vooruitzicht op een bezoek bij de voornaamste zilver- en goudmagazijnen van Hamburg trok mij weinig aan. Ik nam dus afscheid, terwijl Strakosch kalm met "winkelen" voortging.

Den avond van de voorstelling verdrong men zich letterlijk voor den schouwburg. Verschillende winkeliers hadden bij hun klanten voor het concert van Christine Nilson zulk een reclame gemaakt, dat de billetten reeds uren te voren alle uitverkocht waren. Maurice Strakosch wreef zich de handen van genoegen, dat zijn "truc" zoo wonderwel geslaagd was.

--Dat marcheert prachtig, waren mijn eerste woorden, toen ik hem bij de contrôle zag staan.

--Inderdaad.

--Mevrouw Strakosch zal ook in haar schik zijn.

--Hoezoo?

--Over al die cadeaux voor haar zilverkast.

--Meen je dat werkelijk?

--Dacht je dan dat ze zouden vergeten morgen de uitgezochte voorwerpen aan het hôtel te zenden?

--Dat niet, maar ik zal er niet op blijven wachten. Ik heb hier een afschrift van een brief bij me, waarvan ik er ongeveer zeven en twintig heb laten schrijven en die ik zoo straks in de bus ga werpen.

De heeren ontvangen ze dan morgen vroeg met de eerste post.

Ik zal je het even voorlezen.

Meneer.

"Ik heb u gezegd, dat ik het uitgezochte voorwerp bij u zou koopen, op voorwaarde dat het concert van Mme Nilson geheel uitverkocht is. Tot mijn grooten spijt zijn er echter een dertig tal plaatsen overgebleven en hierdoor zie ik mij genoodzaakt van den koop af te zien. In de hoop een volgend maal voorspoediger te zijn, verblijf ik. enz. enz."

Als je wilt, kan je dezen truc later eens voor je zelf toepassen, alleen raad ik je dan aan hem niet al te vlug in Hamburg te herhalen.

Felia Litvinne.

Een door en door edel karakter, spreekt nooit kwaad van haar collega's en is er altijd op uit hen behulpzaam te zijn of met raad te dienen. Het eenige wat ik op haar weet af te dingen; zij kent geen waarde van geld. Wat zij met haar verrukkelijke stem verdient, geeft zij op ruime schaal weer uit. Even kwistig als #Paderewski# liet zij zich door behoeftige landgenooten exploiteeren en hierin lieten de Russen zich evenmin als de Polen onbetuigd.

#Felia Litvinne# beschikt over een heerlijk geluid, dat steeds even frisch en krachtig klonk. Haar glansrollen waarmee zij te Parijs het grootste succes genoot, waren die van #Richard Wagner#, in de eerste plaats haar onovertrefbare Brünhilde.

Russin van geboorte, was zij in hart en nieren een Française. Vandaar dat men te Parijs zoo zeer met haar op had. Afgaande op het doorslaand succes, dat zij met haar Wagner-rollen genoot, sloeg ik haar voor met mij een groote tournée door Duitschland te ondernemen, overtuigd veel geld met haar te verdienen en overal den zelfden bijval te verwerven, dien zij te Parijs oogstte.

Helaas, ik had mij ditmaal sterk vergist en ben bedrogen uitgekomen. Niettegenstaande het publiek telkens in geestdrift geraakte en de kranten haar overal lof toezwaaiden, bleven de recettes vrijwel onvoldoende en maakte ik ternauwernood de kosten goed. Niet weinig onthutst door dien tegenslag, informeerde ik naar alle kanten, wat daarvan toch wel de reden kon zijn.

Aldus werd mij het geval verklaard.

Ik had haar natuurlijk aangekondigd als één der eerste sterren van de Parijsche Opera. Het publiek in de veronderstelling een elegante Parisienne met een zoo niet omvangrijke dan toch lieve stem te hooren, zag zich in hun verwachting teleurgesteld. #Litvinne's# stem was én geschoold én krachtig. Zij toonde daarbij een volleerde actrice te zijn, doch haar lichaamsomvang stond haar in den weg. Het Duitsche publiek is dit van hun eigen zangeressen gewoon. Het wil van een Parijsche zangeres iets anders zien en hooren, meer in overeenstemming met de illusie, die opera-heldinnen bij den tenor of baryton moeten opwekken.

Ik begreep toen voor het eerst, dat wilde ik een volgend maal met een Fransche zangeres over den Rijn succes hebben, ik in de eerste plaats op de élégance en op het uiterlijk mijner zangeressen had te letten.

Charles Lamoureux.

Een van de zwaarste en moeilijkst te arrangeeren tournées zijn die van het orkest #Lamoureux# geweest.

Door Europa te trekken met een gezelschap van honderd-tien musici, plus de zorg voor twee wagonladingen instrumenten en requisieten is geen alledaagsch werk. Toch is het mij mogen gelukken het beroemde orkest Lamoureux door Holland, België, Zwitserland, Duitschland, Spanje en Portugal rond te leiden en overal is mijn moeite met succès beloond geworden. Dit bewonderenswaardig ensemble van eerste musici, zooals wellicht geen enkel orkest kan aanwijzen, zelfs niet het Amsterdamsch orkest van #Willem Mengelberg# heeft onder aanvoering van #Charles Lamoureux# en later onder zijn schoonzoon #Camille Chevillard# overal een enthousiast onthaal gehad.

Bij één onzer concerten in het Concertgebouw te Amsterdam, bezocht ik met Charles Lamoureux het Rijksmuseum. In één der zalen troffen wij twee orkest-leden aan, die zoo zeer onder den indruk schenen van #Rembrandt's# "Nachtwacht", dat zij ons niet opmerkten.

--Laten wij hen niet storen, fluisterde Lamoureux mij in.

Den volgenden dag bij de repetitie hield de dirigent vóór den aanvang een kleinen speech.

--Gisteren trof ik twee van uw collega's in het Museum geheel verdiept in het aanschouwen der meesterwerken van de Hollandsche school. Dit heeft mij sterk getroffen en verblijd, want het bewees me, dat er enkelen onder U zijn, die op reis hun tijd besteden met zich te ontwikkelen en niet tevreden zijn met door de straten te flaneeren of naar een koffiehuis te gaan. Zulk een daad van goeden smaak wensch ik aan te moedigen en ik heb derhalve hun een gratificatie van honderd francs geschonken in de hoop, dat zij er mee zullen voortgaan.

Den dag daarop gaven we een uitvoering in den Haag. Terstond na afloop van de repetitie spoedden verscheidene orkestleden zich naar het museum, doch Lamoureux verscheen er dien dag niet.

De beroemde dirigent hield van lekker eten en was gewoon nog al lang te "tafelen". Wij logeerden in het Doelen-hotel en ons diner was juist ten einde, toen ik op mijn horloge zag en bemerkte dat het al over zeven was.

Ik stond haastig op en zei tot Lamoureux:

--Het is reeds zeven uur en het concert begint hier precies om acht. Daar het Concertgebouw nog al ver afligt, per rijtuig minstens een kwartier, moeten we ons gereed gaan maken.

--Waartoe. Ik wil eerst nog een pijp rooken.

--Dan wordt het beslist te laat!

--Onmogelijk, ik heb een bewijs om direkt door te rijden.

--Daar zou ik maar niet te zeer op vertrouwen.

--Ga gerust maar vooruit, ik heb nog wel den tijd. Ik ben gekleed en kan terstond den dirigeerstoel beklimmen. Tot straks.

Om geen verderen tijd te verliezen, vertrok ik met Camille Chevillard. Weldra kon ons rijtuig niet verder en vóór ons zagen wij een onafzienbare rij coupé's, als of de geheele stad leeg gestroomd was. Bevreesd dat Lamoureux ook zijn beurt zou moeten afwachten, wilde ik hem gaan waarschuwen, doch wij moesten in de rij blijven.

Eindelijk voor den ingang gekomen, zie ik, dat het reeds vijf minuten over acht is en wij hebben bijna veertig minuten voor onzen rit noodig gehad.

Het slaat acht uur, doch natuurlijk geen Lamoureux. Tien minuten over achten is hij er nog niet, terwijl de zaal reeds geheel gevuld is. Eindelijk komt hij buiten adem met slik bespet, aanloopen, ruim een kwartier over den tijd.

Wat was er gebeurd?

Na zijn pijp gerookt te hebben, liet Lamoureux een rijtuig voorkomen dat weldra als alle anderen stil moest houden. Lamoureux laat het raampje neer, buigt zich naar voren, ziet nog wel dertig koetsen vóór zich, die rustig hun beurt afwachten met doorrijden, terwijl de regen in stroomen neergudst. Lamoureux blijft een tijdlang zitten, dan verliest hij zijn geduld en wenkt met druk gebaar een politie agent, die de orde staat te bewaren.

--Wat is er van uw verlangen?

--Ik ben Charles Lamoureux, ik moet het orkest dirigeeren. Kunt u mij niet even laten doorrijden?

De agent verstaat natuurlijk geen woord en haalt zijn schouders op.

Woedend herhaalt Lamoureux zijn vraag met de volgende gebaren.

--Ik ... Lamoureux ... maat slaan ... doorrijden, ... ja ... Lamoureux!

--Begrepen, meneer... U moet naar Lamoureux, net als alle anderen. Wacht U dan maar kalm tot er ruimte komt.

Toen duwde Lamoureux het portier open en snelde te voet onder den stortregen naar den ingang, zoodat hij--slechts een kwartier over den tijd--kon beginnen.

Isadora Duncan.

Haar eerste optreden te Parijs in de groote zaal van het "Trocadero" genoot niet die geestdriftige ontvangst, waarop de blootvoetige danseres meende te mogen rekenen. Alleen een klein groepje artiesten, schilders, beeldhouwers en enkele verlichte kunstliefhebbers hadden het belang van deze hervorming der danskunst ingezien en begrepen. De kritiek bleef zich sceptisch, onverschillig toonen, terwijl het publiek schitterde door afwezigheid.

Vol vertrouwen en bewust van haar artistieke waarde keerde de Amerikaansche danseres naar Duitschland terug, waar zij reeds eerder een trouwe schaar bewonderaars zich had verworven. Zij vond hier steun bij enkele rijke kunstbeschermers, die haar in staat stelden in de nabijheid van Berlijn in het Grünewald een school voor jonge meisjes op te richten, die zij volgens haar voorschriften zou opleiden. Een twintigtal leerlingen werden haar door ouders, waarvan de meesten onbemiddeld waren, toevertrouwd, op voorwaarde, dat zij hun dochters tot haar achttiende jaar geheel op eigen kosten zou onderhouden en voor haar artistieke en moreele opvoeding zorg zou dragen. Onder leiding van haar zuster en van door haar gekozen leeraren maakten deze meisjes zulke snelle vorderingen, dat zij na afloop van één studiejaar zich reeds in het publiek konden vertoonen en #Isadora Duncan# bij haar antieke dansen behulpzaam waren.

Tijdens de voorstellingen te Berlijn ontving miss #Duncan# een brief van één harer landgenooten, miss #Maud Allan#, waarin zij vol bewondering voor de groote danseres haar verzocht de uitvoeringen van nabij te mogen bijwonen. Niet genoegzaam bij kas telkens een fauteuil te bekostigen, wilde zij gaarne elken avond de voorstelling tusschen de coulissen volgen. #Isadora Duncan# stond haar dit gaarne toe en van nu af woonde de jeugdige Amerikaansche de artistieke evolutiën van miss #Duncan# en haar klasse geregeld achter de schermen bij.

Het succes dezer voorstellingen tart elke beschrijving. Men was hier letterlijk verzot op deze nieuwe kunst. Litteratoren van naam, de beroemdste kritici schreven over haar danskunst artikelen vol bewondering en het publiek bleef toestroomen, terwijl men recettes maakte van tien à twaalf duizend francs. De directie van de keizerlijke schouwburgen in Rusland verzocht miss #Duncan# en haar leerlingen naar Petersburg en Moskou te komen. De geestdrift der Slaven overtrof zelfs die der Duitschers, overal trad zij voor uitverkochte zalen op. Om het publiek van andere steden tevreden te stellen bezocht men eveneens Kiew, Charkow, Odessa en Warschau.

Na Rusland kwam Holland aan de beurt. Ook hier te lande werd met de gewoonlijke reserve en nuchterheid gebroken en ontstond er een ware "rage" #Duncan# te zien dansen, hetgeen in een spotlied van den Hollandschen zanger #Speenhoff# vereeuwigd is. Ik vond daarom het oogenblik gunstig een serie voorstellingen te Londen te geven, waar miss #Duncan# eerst weinig lust in scheen te hebben. Zij liet zich evenwel door mij bepraten en na een contract voor dertig voorstellingen te hebben afgesloten, begaven wij ons naar Engelands hoofdstad. Ik stuitte echter terstond op een groote moeilijkheid. Reeds een half jaar lang werd de grootste en fraaiste "music-hall" der metropool, het "Palace-Theâter" druk bezocht om miss Maud Allan als "Salomé" en in andere exotische creaties te zien dansen, die alle door miss #Duncan# reeds waren vertoond. De kleine Amerikaansche, die te Berlijn haar oogen goed de kost had gegeven, had zich te Londen als een eerste ster ontwikkeld en was de lieveling van het publiek geworden.

Voor het Londensch publiek was zij de uitvindster van deze nieuwe dansen en werd zij eveneens als de hervormster der antieke dansen beschouwd. Alle andere groote "music-halls" trachtten nu danseressen met bloote beenen te lanceeren, doch zonder succès, want men ontdekte spoedig, dat dit namaak was. Een oogenblik was ik bang, dat miss #Duncan# hier evenmin in den smaak zou vallen. Niettegenstaande mijn angst sloot ik met #Charles Frohmann# een contract af voor de maanden Mei en Juni, waarbij miss #Duncan# zou optreden in den "Duke of York" schouwburg.

Alles liep in den beginne vlot van stapel. Er was voor veel geld reeds besproken en ik had reden me zelf geluk te wenschen. Onze Berlijnsche gast zou echter weldra roet in het eten werpen, want zij gaf in enkele interviews te kennen, dat miss #Isadora Duncan# haar volkomen onbekend was en zij nog nimmer van haar had hooren spreken; dat de antieke dansen door haar uitgevonden en haar uitsluitend eigendom waren en wanneer er tenslotte toch een miss #Duncan# bestond, zij waarschijnlijk één van die talrijke navolgsters moest zijn, die het publiek wel van de wàre danseressen zou weten te onderscheiden.

Frohmann was gewoon perplex over die brutaliteit, temeer, omdat het publiek aan de woorden van #Maud Allan# geloof sloeg. Gelukkig wist ik nog bijtijds dit gevaar af te wenden, want miss #Duncan# bezat nog altijd een schrijven van haar uit Berlijn, dat ik zoo vrij was in de kranten te laten publiceeren. Dit hielp. Bij de eerste voorstelling "De dansen van Iphigenia" was het gebouw tjokvol en wel met een elite publiek, nieuwsgierig hun oordeel over beide mededingsters te vellen. Miss #Duncan# nam ook hier aller harten stormenderhand in. Gedurende een maand was avond aan avond de zaal zoo goed als uitverkocht. Koning Edward VII vereerde ons driemaal met zijn tegenwoordigheid en droeg mij op miss #Duncan# zijn bewondering voor haar kunst over te brengen. Koningin Alexandra is zelfs zeven maal de voorstelling bij komen wonen. Wegens dit ongeëvenaard succes haastte Frohmann zich met mij een contract te sluiten voor een tournée van twintig weken door Noord-Amerika.

Wij zouden tegen September te New-York onzer voorstellingen aanvangen. Vanaf begin Juli kreeg ik telegram op telegram met dringend verzoek om reeds in Augustus te beginnen. Eerst weigerde ik, maar de belofte van de schitterende recettes, die mij te wachten stonden, deden mij besluiten toe te geven.

Wij kwamen te New-York aan toen het daar snikheet was, vandaar dat iedereen, die het maar eenigszins doen kon de stad ontvlucht was om aan zee wat koelte te zoeken. Onder die omstandigheden trad Miss Duncan voor stoelen en banken op. Frohmann woedend over deze mislukte speculatie wilde niet toegeven, dat hij zelf de schuld hiervan droeg door eigenzinnig in deze hondsdagen met onze tournée te beginnen. Men maakte nauwelijks 1000 dollar gemiddeld per dag, wat gegeven de ontzaglijke onkosten--in Amerika zijn èn de huur, de publiciteit, de orkestleden èn overige employés wel vijf maal zoo duur als in Europa--geen geringe tegenvaller was. Ons "deficit" werd dan ook bij den dag grooter. Wij trekken naar Ontario, bezoeken Philadelphia en Boston, doch de ondragelijke hitte neemt niets af en het resultaat is al even bedroevend, niettegenstaande Miss Duncan, die nu zonder haar leerlingen reist, steeds op een artistiek succès kan bogen.