Chapter 3
#Victorien Sardou# kwam spoedig daarop La Duse verzoeken, haar medewerking te willen verleenen aan een gala-voorstelling, ten bate van het op te richten standbeeld van #Alex. Dumas fils#. Zij stemde terstond toe, niet alleen uit bewondering voor den grooten meester doch ook uit dankbaarheid voor het Parijsche publiek, dat haar zoo allercharmantst ontvangen had. Er werd tusschen hen overeengekomen, om het vierde bedrijf van "Marguérite Gautier" te geven. Toen Sarah Bernhardt dit evenwel hoorde, maakte zij bezwaar, die eer kwam haar toe, en La Duse was zoo verstandig, dit in te zien. Zij zag, hoewel 't haar natuurlijk ontzettend speet, dan maar liever van haar voornemen af en schonk het comité een duizend francs. Ik dacht er anders over. Ik wist mijn ster te overreden, in een ander stuk van Dumas op te treden en noemde "La Moglie di Claude". Nu had dit drama te Parijs nooit veel opgang gemaakt en bij een reprise van "La Femme de Claude" zelfs échec geleden. La Duse was dan ook bezorgd, of zij haar uitbeelding van Césarine voor het Parijsche publiek aannemelijk zou weten te maken. Ik hield voet bij stuk en liet het tweede bedrijf in de "Figaro" aankondigen. De opvoering had plaats, het pleit werd gewonnen, een daverend applaus viel La Duse te beurt en het standbeeld van Dumas fils was verzekerd. De opbrengst van dien kunstavond beliep niet minder dan 31,488 francs.
Na haar succes te Parijs werd de groote actrice in haar eigen land natuurlijk op de handen gedragen. In Triëst, Milaan, Turijn, Genua, Napels, Rome en Florence geeft zij series voorstellingen, die alle 't maximum opbrengen. In deze laatste stad krijg ik een brief van #Suzanne Reichemberg#, de "doyenne" van de Comédie Française, om La Duse uit te noodigen, aan haar afscheidsvoorstelling te willen medewerken. La Duse neemt dit verzoek met geestdrift aan en besluit het laatste bedrijf van "Adrienne Lecouvreur" te spelen.
Daar dit uitstapje naar Parijs midden in haar tournée de reisroute dreigt in de war te sturen, neemt La Duse op zich, de kosten voor haar en haar gezelschap zelf te dragen, zoozeer stelt zij op prijs in het "Huis van Molière" op te kunnen treden. Den 7en Maart 1898 had deze gebeurtenis plaats met een recette van frs. 44,502, nog grooter dus dan de kunstavond voor Dumas. Na afloop der voorstelling kwam president #Félix Faure# op het tooneel de Italiaansche gast complimenteeren.
Van Parijs vertrekt het gezelschap wederom naar Monte-Carlo en vandaar naar Cannes, waar koning #Edward VII# verblijf hield. De "Prince de Galles" was een bekend tooneelvriend, geen wonder dus, dat hij niet één der voorstellingen van La Duse oversloeg. Over Marseille en Bordeaux gaat de tournée naar Portugal. 12 April debuteert zij in den Amelia-schouwburg te Lissabon met de "Dame aux Camélias". Hier worden een negental opvoeringen gegeven, waarvan de gemiddelde recette 15,400 francs oplevert. De vicomte #San Luiz de Braga#, eigenaar van den schouwburg, is in de wolken over deze artistieke gebeurtenis. Zulk een unaniem succes heeft zijn theater nog nooit meegemaakt. Hij besluit dan ook door een duurzame herinnering dit feit te vereeuwigen. Op een marmeren plaat laat hij met gouden letters de data van La Duse's optreden griffen en noodigt hierbij uit al wat Portugal aan artiesten en letterkundigen bezit. Koningin #Amelie#, die alle voorstellingen met groote ingenomenheid had bijgewoond, liet zich eveneens vertegenwoordigen en wonder boven wonder, La Duse is bij het plaatsen der plaat zelf aanwezig en neemt glimlachend de gelukwenschen van den vicomte-directeur en der vele aanwezigen in ontvangst.
Van Lissabon trok zij als eindpunt harer tournée naar Oporto, waar een echt Zuidelijke ovatie haar tebeurt valt met een opbrengst der twee voorstellingen van niet minder dan 27,200 francs. Zij besloot nu een welverdiende rust te Florence te gaan nemen, na ongeveer een millioen francs verdiend te hebben.
André Antoine.
Gedurende mijn gansche impresariaat heb ik nimmer een artiest leeren kennen, die meer in zijn kunst opging, vasthoudender zijn weg vervolgde en eigenzinniger was dan #André Antoine#.
Uit eerbied voor zijn pogen heb ik vanaf de oprichting van zijn "Théâtre Libre" jaren lang zijn artistieke carrière gevolgd en me steeds de grootste opofferingen getroost om hem in staat te stellen zijn eerzuchtige plannen, zijn belangrijke hervormingen ten uitvoer brengen.
Buiten mijn oprechte bewondering, gevoel ik nog steeds voor dit "groote kind", zoo vol idealen, een warme sympathie, want men mòet van hem houden ondanks zijn gebreken, men kàn hem geen kwaad hart toedragen.
Onvermoeid, door niets van zijn ideëen af te brengen, herrijst hij telkens als een phenix uit zijn asch. Tegenspoed schijnt op hem geen vat te hebben. Tien jaar lang heb ik met hem saamgewerkt, vanaf den tijd dat hij als baanbreker der Fransche tooneelspeelkunst, zich vrijmaakte van de ingewortelde traditie, tot aan zijn officieele erkenning van één der eerste Parijsche tooneel leiders.
23 Maart 1892 begonnen wij onze eerste tournée in het Grand-Théâtre te Luik. Waar wij ook optraden, was het publiek op onze hand. De naam van "Théâtre Libre" heeft in het buitenland niemand afgeschrikt. Te Amsterdam, waar wij daarna speelden, was de zaal van het Grand-Théâtre uitverkocht. Onder de twaalfhonderd personen bevonden zich echter maar drie dames. De heeren #Van Lier#, directeuren van dien schouwburg, verbaasden zich hierover en waren niet weinig verontwaardigd. Het publiek meende zeker een pornografisch schouwspel uit dat verdorven Parijs te wachten te zijn, waarbij de tegenwoordigheid van het zwakke geslacht nu eenmaal niet zou passen. Toch hadden we tijdig den naam van het stuk en van den schrijver geannonceerd: "Blanchette" van #Brieux#.
Bij het eerste bedrijf bleef de zaal tamelijk koel, men verbaasde zich over den inhoud, bij het tweede hadden wij echter gewonnen spel. Nu men geen onbehoorlijk gegeven te zien kreeg, waarop de meesten gerekend hadden, zonder het waarschijnlijk te willen bekennen, boeide weldra de ernstige uiteenzetting van het drama, dat overigens door Antoine en de zijnen meesterlijk gespeeld werd. Den volgenden avond werd "L'Ecole des Veufs" opgevoerd, een satyriek tooneelspel van #Georges Ancey#, dat niet minder insloeg. Onze grootste triumf werd behaald met "La Dupe", van den zelfden auteur, die terecht één der meest gevierde schrijvers van het "Théâtre Libre" is geweest. De scène, waarin Antoine zijn vrouw een paar oorvijgen uitdeelt, sloeg wel 't meest in. Antoine verwonderde zich hierover en zei me:
"Het schijnt hier in 't Noorden gewoonte te zijn, een lastige vrouw hardhandig haar ongelijk aan het verstand te brengen. In Parijs hebben wij deze scène nooit kunnen spelen dan onder luid protest."
Het vervolg van onze tournée stelde hem echter in 't ongelijk. Overal, zoowel in Zuid- als Midden-Frankrijk, Zwitserland en Italië hadden we met dit tooneel een even groot succés als in Holland, Duitschland en Oostenrijk.
Te Marseille gaven we "Seul", een stuk in drie bedrijven, van #Guinon#. In het tweede bedrijf komt een kind voor, dat ter gelegenheid van den jaardag van zijn grootvader een fabel moet opzeggen. Om overal een kind van zes à acht jaar met den troep mee te nemen, ging natuurlijk niet aan. Ik had dus aan alle schouwburgdirecties, waar wij dit stuk hoopten op te voeren, vooruit geschreven om een kind ter plaatse de fabel "Les deux Pigeons" van #La-fontaine# te laten instudeeren. Tot nog toe was dit overal goed gegaan.
Te Marseille toont men ons vóór het scherm opgaat een allerliefst kereltje.
--Ken je de fabel van buiten, vraagt Antoine hem.
--Ja, meneer.
--Goed zoo. Ga dan maar in den foyer zoolang wat spelen tot het je beurt is, dan laat ik je wel halen.
Het tweede bedrijf is begonnen, het kind komt op en begint.
--Ach, pécaïre!
Nog nooit had men in de omgeving der Canebière zoo'n echt Marseillaansch accent op de planken gehoord. Bij de eerste woorden begint men in de fauteuils te lachen, weldra brult de geheele zaal.
"Deux pigeons s'aimaient d'amour tendre.... Antoine omhelst het kind en zegt:
--Genoeg, ik ben tevreden.
De knaap kijkt zijn grootvader verbaasd aan en begint opnieuw:
"Deux pigeons...."
Antoine hem snel in de rede vallend.
--Het was mooi, houd nu maar op.
Het kind is daarover zeer ontstemd en gaat bedaard voort. De zaal giert het uit.
Dat is te erg!
Antoine ten einde raad, knijpt hem in de arm en fluistert:
--Als je nu niet gauw je mond houdt, kwajongen!
--Nee, ik hou m'n mond niet, pruilt de kleine. Ik heb de fabel geleerd, ik zal haar ook opzeggen.
Er viel niets aan te doen! De fabel werd nogmaals tot het eind voorgedragen tot groot vermaak van het publiek, tot ergernis van grootvader Antoine.
* * * * *
In de maand Maart 1904 keerden wij naar Marseille terug om daar een zestal voorstellingen in het "Théâtre des Variétés" te geven. Evenals twee jaren te voren is alles vooruit besproken.
Nadat wij ons répertoire met "La Fille Elise" en "Boubourouche" vermeerderd en daarvoor #Lérand#, die nu al jaren een eerste plaats aan den "Vaudeville"-schouwburg inneemt--geëngageerd hadden, begaven wij ons naar Brussel om vandaar uit een nieuwe tournée te beginnen.
Den dag voor ons vertrek was de arme #Jeanne Dulac#, die bij een petroleumlamp haar handschoenen gewasschen had, te dicht bij 't vuur gekomen. De benzine had vlam gevat en zij bracht het er nauwelijks levend af. Vreeselijke brandwonden bedekten haar lichaam. Zij moest maanden lang te bed blijven.
Het was bij twaalven, toen wij 't ongeval vernamen en wij moesten den volgenden dag om zeven uur verder. Terstond werden maatregelen genomen, haar plaats door een ander te doen innemen. Het gelukte ons #Eugénie Nau#, zij, die de rol van "La Fille Elise" gecreëerd had, te bewegen haar ongelukkige kameraad bij deze tournée te vervangen.
Van de tien verschillende stukken, die wij te spelen hadden, kende zij slechts die ééne rol. Gedurende de geheele reis moesten wij dus overal repeteeren, zonder oponthoud. Zoodra wij ons in een trein geïnstalleerd hadden, begon men in één der wagons met Mlle Nau de rollen door te nemen. Bij elke halte zocht #Gémier#, die toen regisseur bij den troep was, van wagen tot wagen de artisten bijeen, die de "wachten" hadden te geven en zoo wisselden zij elkaar af. Overal werd dus vlijtig gestudeerd, in hotels, in wachtkamers, in de tusschenbedrijven, in den foyer en 's avonds na de voorstelling. Geen minuut rust tijdens de twee weken, die wij in Holland doorbrachten. De tien stukken werden dan ook gekend. Antoine en zijn artisten konden met welgevallen op hun reuzenarbeid terugzien, maar aangenaam reizen was het nu direct niet.
* * * * *
Van Konstantinopel naar Italië overstekend, werden wij te Milaan door de eerste auteurs en artisten verwelkomd. Annunzio, Bracco, Traversi, Duse, Zacconi, Novelli woonden verschillende voorstellingen bij en beloonden ons met applaus. Natuurlijk dachten we te Rome prachtige zaken te maken. Helaas, het mocht niet zijn!
Den eersten avond is de zaal van den schouwburg "Valle" door een élite-publiek bezet. We geven "Blanchette", het bekende succèsstuk.
Het eerste bedrijf wordt koel ontvangen. Geen nood, dit waren wij reeds van andere steden gewoon. In het tweede komt echter geen hand op elkaar, in het derde is de zaal reeds over de helft leeggeloopen.
We informeeren terstond naar de reden van dit gebrek aan belangstelling.
Een misverstand! Men was in de meening Parijsche toiletten te zien te krijgen en ons stuk speelde in een boerenmilieu. Om bij het publiek te Rome succès te hebben, hadden wij de medewerking van Paquin of Redfern noodig gehad.
Hoewel ik hierna geen tournée met Antoine meer ondernomen heb, kan de oprichter van het "Théâtre Libre" over onze samenwerking tevreden zijn. Onze voorstellingen in het buitenland hadden te samen, na aftrek der onkosten, het aanzienlijk bedrag van 314,500 francs opgeleverd, een som, die Antoine in staat stelde zijn voor het moderne tooneel zoo interessanten strijd met nieuwe kracht voort te zetten.
BEROEMDE TENORS.
Gayarré.
De Spaansche tenor #Gayarré# heeft met #Angelo Massini# de zelfde populariteit gekend, die thans #Caruso# te beurt valt.
Volleerd zanger en bovendien een groot artiest, schuilde er in zijn stem iets, dat de ziel roerde, niettegenstaande hij soms door den neus zong. Hij was de afgod van het publiek in zijn geboorteland, doch heeft ook in de Groote Opera te Parijs en in andere steden van Europa en Amerika triumfen gevierd. Hij verdiende geregeld 5000 francs per voorstelling, bij welk bedrag nog de talrijke kostbare geschenken gevoegd kunnen worden, die hem overal werden aangeboden.
Door mij geëngageerd om tegelijk met Adelina Patti in "Traviata", "De Barbier uit Sevilla" en "Lucie di Lammermoor" op te treden, evenaardde zijn succes vaak het hare, hetgeen heel wat zeggen wil, als men nagaat dat deze onvergelijkelijke nachtegaal een kwart eeuw lang door alle muziekliefhebbers op de handen is gedragen.
Daar wij vier voorstellingen te Barcelona hadden te geven, waren wij in het hotel "Les Quatre Saisons" op de Rambla del Cantra afgestapt. 's Morgens aan ons ontbijt zien wij, dat twee bejaarde mannen zich vlak voor ons open venster posteeren, op wier gezicht hun nijpend gebrek te lezen stond. Terwijl de één met bevende hand de vioolsnaren bestreek, zong de ander met schor geluid de cavatine uit "Faust", doch hoezeer zijn stem ook geleden had, men kon zijn zangtechniek wel degelijk nog onderscheiden. Niemand lette echter op hen en geen enkel geldstuk werd hun gegeven. Toen Gayarré dat zag, trok hij zich hun lot terstond aan. Wie weet wat deze achteruitgegane artiesten al doorgemaakt hebben, zei hij tot mij. Misschien hebben zij van morgen niet eens gegeten. Laten wij hun een gelukkigen dag bezorgen.
--Goed, laten we hun elk een louis geven.
--In orde, doch we moeten met wat anders beginnen.
--Wat bedoel je?
--Ik zal in hun plaats gaan zingen en jij moet met je hoed rondgaan. Ik ben zeker dat we heel wat zullen ophalen.
--Dat meen je toch niet?
--Wis en zeker en wel terstond. Iedereen kent me hier en nog nimmer heeft het publiek me voor zoo'n geringen prijs hooren zingen. Kom mee.
Of ik wilde of niet ik moest hem wel volgen. Bovendien we deden er een goede daad mee.
Gayarré naderde den vioolspeler, vroeg naar zijn repertoire en de plaats van den ouden zanger innemend, begon hij lustig de groote aria van "Traviata" te zingen. In minder dan geen tijd stroomde het publiek toe en omringde ons groepje, terwijl men van alle kanten riep: "Gayarré, hij is het!" ... "Het is Gayarré!" ...
Toen hij zijn lied ten einde had gezongen, ging ik met mijn hoed rond. Zilver en koperstukken vielen er bij hoopjes in, zelfs hier en daar een goudstukje. Bij natellen hadden we over de 874 francs opgehaald, die wij den overgelukkigen oudjes ter hand stelden.
--Welnu, Schürmann, sprak Gayarré, toen wij weer aan de ontbijttafel zaten, ben je tevreden over de recette? Wat mij betreft, van mijn leven heb ik nog nooit met zoo'n genoegen een lied gezongen.
Tamagno.
Een machtig geluid, één der krachtigste tenorstemmen, die ik ooit gehoord heb. Weinig of geen bekoring, maar stembanden zoo forsch en lenig, dat zijn borstnoten veel van kanonschoten hadden. Middelmatig tooneelspeler, zonder distinctie, dankt #Tamagno# zijn groote reputatie en zijn hooge "cachets" hoofdzakelijk aan zijn krachtige longen. Zijn "Mozes" (Rossini) en "Othello" (Verdi) zijn in dit opzicht dan ook onvergelijkelijke creaties.
Zelden heeft een artiest, die zulke reuzenbedragen verdiende een meer eigenaardige zuinigheid aan den dag gelegd. In zijn koffers, waarvan het vervoer op rekening van den impresario stond, sleepte hij een petroleumstel mee, waarop hij zelf zijn eten kookte, dat hij elken dag bij landgenooten en als die niet te vinden waren op de markt ging koopen.
Wanneer hij bij Italiaansche leveranciers terecht kon, sloeg hij steeds een groote voorraad in, dat hij dan grootendeels met vrijkaartjes bekostigde, waardoor hij nog enkele francs uitspaarde. Aan hôtel-eten had hij een broertje dood, zeker met het oog op de talrijke kellners en de verplichte fooitjes.
Een tweede eigenaardigheid was het opsparen van kaarsen, waarvan hij koffers vol had. Het contract van Tamagno gaf hem recht op twee en dertig kaarsen per week ter verlichting van zijn loge. Daar de meeste kleedkamers van gaslicht voorzien waren, had hij langzamerhand een verzameling kaarsen gekregen, groot genoeg om er een winkel mee op te zetten.
* * * * *
Bij de buitengewone voorstelling in den Renaissance-schouwburg te Parijs, waarvan de opbrengst moest dienen tot het oprichten van een standbeeld voor #Alexander Dumas fils#, had Tamagno zich op mijn aandringen bereid verklaard aan het slot van het rijke programma eenige liederen ten beste te geven.
Tamagno was reeds vroeg in de schouwburg aanwezig en wachtte kalmpjes in den kleinen artiesten-foyer zijn beurt af. Het was er snikheet en de voorstelling duurde verbazend lang.
--Waarde Schürmann, ik zit me hier niet weinig te vervelen.
--Waarom gaat u het tweede bedrijf van "La Femme de Claude" niet zien?
--Dank je wel, tooneel interesseert me weinig, maar ik heb een idee. Kan je me misschien aan een paar klompen helpen?
Ik keek vreemd op, doch daar hij bleef aandringen, verzocht ik één der employés in de requisietenkamer naar een paar klompen uit te zien. Weldra kwam hij er mee aandragen. Tamagno trekt zijn lakschoenen uit, zoo ook boord vest en jas en begint nu met deze klompen aan in zijn hemdsmouwen eenige boerendansen uit te voeren, zooals dat in Italië op het platte land het gebruik is.
Hij scheen er zelf bijzonder veel plezier in te hebben, want de ééne dans volgde op den anderen en ik moest toegeven, hij deed het alleraardigst. Na verloop van een half uur, toen hij geheel bezweet en buiten adem wou gaan uitrusten, komt de regisseur waarschuwen, dat het zijn beurt is om op te treden.
Hij trekt haastig zijn kleeren en schoenen weer aan, begint zijn aria, doch of hij zich te veel reeds had ingespannen, hij kon maar niet op stem komen en er kwam van zijn nummer zoo goed als niets te recht.
--J'ai chanté comme un "sabot". Men had beter gedaan naar mij te komen zien, toen ik ze zoo even nog aan had.
Ernesto Nicolini.
Franschman van origine heeft #Ernest Nicolas# na zijn huwelijk met #Adelina Patti#, zich steeds Ernesto Nicolini laten noemen. Begiftigd met een schoone stem miste hij artistiek gevoel en smaak en was daarbij een beslist tegenstander van moderne muziek, die van de zangers iets meer dan uitsluitend een mooie stem vereischt. Zoo hij dan ook niet de markiezin #de Caux# op zijn weg ontmoet had, meer bekend onder haar eigen naam: Adelina Patti, welke wereldberoemd werd, zou hij met zijn optreden in "Aida", "Lucie" en "Traviata" nimmer zoo'n opgang gemaakt hebben.
Eenmaal de echtgenoot van "La Patti", trad hij geregeld met haar op en oogstte naast haar de grootste triumphen. Op betreklijk nog jeugdigen leeftijd nam hij afscheid van de planken om zich uitsluitend in te laten met het beheer van de financieele belangen van zijn beroemde echtgenoote. Hij stelde haar repertoire vast, teekende de contracten en wist haar fortuin steeds meer en meer te vergrooten. Zijn afkeer en zijn gering begrip van elke nieuwe richting in de muzikale concepties der groote componisten waren oorzaak, dat La Patti zich nimmer aan het repertoire van #Richard Wagner# gewaagd heeft.
Als zij dat gewild had zou zij als Eva in de "Meistersinger" of als Senta in de "Fliegende Hollander" beslist furore gemaakt hebben, doch hij oordeelde dat haar Rosina, Violetta en Lucie genoeg opbrachten, en wilde van geen enkele nieuwe creatie weten.
In 1885 heeft hij nog éénmaal meegezongen en wel bij de reeds meer besproken tournée van La Patti in Spanje. De vier voorstellingen, die wij te Barcelona zouden geven, had onder de Catalonische bevolking zoozeer de belangstelling gaande gemaakt, dat er reeds vooruit voor 20.000 francs besproken was.
Als eerste voorstelling ging "Traviata" met La Patti als Violetta en #Stagno# als Alfredo. Daar kort te voren deze partij nog door #Gayarré#, den beroemden Spaanschen tenor hier gezongen was, gaf Stagno plotseling voor, niet bij stem te zijn en weigerde op te treden. Daar hij den volgenden dag wel goed bij stem was in den "Barbier", in welke rol hij de concurrentie van Gayarré niet vreesde, was dit voorgeven van heeschheid maar een uitvlucht om zich niet aan een vergelijking met Gayarré bloot te stellen.
Stagno hield voet bij stuk en ik was door zijn weigering in groote moeilijkheid geraakt. Ten einde raad besloot ik Nicolini te polsen, of hij voor een enkele maal zijn oude rol van Alfredo nog eens zou willen opnemen om mij uit de verlegenheid te helpen en ik deed dit verzoek gepaard gaan met de aanbieding van een zeer kostbare diamanten dasspeld. Hoewel Nicolini in geen acht jaar meer gezongen had, scheen dit geschenk toch den doorslag te geven. Nicolini verklaarde zich bereid en ik haastte mij over de affiches de volgende aankondiging te laten plakken.
"M. Stagno weigert als Alfredo op te treden. M. Nicolini zal hem in deze rol vervangen. Zij, wien deze mutatie niet aanstaat, zijn gerechtigd hun entreegeld aan de kas terug te halen."
Eenige duizenden francs werden teruggegeven, doch de billetten werden terstond door anderen gekocht, zoodat de zaal overvol was, toen het gordijn opging.
Bij het verschijnen van La Patti klinkt plotseling een helsch gefluit en geschreeuw, en als Nicolini ook zijn mond open doet, verdubbelt het lawaai nog in omvang. Men laat het scherm weer zakken. Maar zoodra men het ophaalt, begint het kabaal opnieuw.
Ik laat wederom "halen" en verschijn nu zelf voor het voetlicht: "Dames en Heeren. Er moet hier een vooruit georganiseerd kabaal achter schuilen, want Mme Patti is van haar leven nog nooit uitgefloten geworden en de rolverandering van den tenor werd vooruit aangekondigd. Ik verzoek u dus beleefd doch dringend mijn artiesten verder ongemoeid te laten."
Dit scheen te helpen, want de voorstelling kon nu zoo goed en zoo kwaad als het ging haar verloop hebben.
Het bewijs dat deze herrie door Stagno zelf aangericht was, werd mij duidelijk, toen ik vernam, dat de teruggegeven billetten door zijn vrienden en handlangers waren opgekocht en hij zich de luxe had willen permitteeren om Nicolini te laten uitfluiten en met hem natuurlijk tevens La Patti.
Deze laatste was niet weinig verstoord, hetgeen zich begrijpen laat. Voor de eerste maal in haar leven door haar eigen landgenooten uitgefloten! Op staanden voet wilde zij uit Barcelona vertrekken.
Om deze schade en schande te voorkomen, verzon ik de volgende list.
Ik had in Barcelona kennis gemaakt met den zoon van een invloedrijk bankier M. #Coll y Rataflutis#. Hem zocht ik na afloop der voorstelling terstond op.
--U hebt hier vele relaties, niet waar?
--Natuurlijk. Vader staat met de deftigste families hier ter stede in betrekking. Maar waarom vraagt u me dat?
--Bezit u misschien ook hun naamkaartjes?
--Wel mogelijk, ik zal eens nazien.
Een kwartier later zat M. Coll y Rataflutis met nog een vriend, mijn secretaris en mijn eigen persoontje de naamkaartjes met volgende staaltjes van geestdriftig huldebetoon en verontwaardiging te onderteekenen.
Zangvogeltje, verlaat ons niet!... Zijn die ellendelingen doof!... La Patti uitfluiten is God beleedigen!... Men schaamt zich een Spanjaard te zijn!... Hemelsche harp, weerklink nog eenmaal!... Mijn spijt voor het wangedrag mijner landgenooten... enz. enz.
Den tooneelknecht, behoorlijk op de hoogte gebracht werd opgedragen deze naamkaartjes, waarop de "haute fleur" van Barcelona gedrukt stond, telkens bij pakjes van tien bij La Patti aan huis te bezorgen.
Toen ik 's middags bij haar mijn opwachting maakte, sprong zij me om den hals en riep uit: Ik blijf! O, als je eens wist hoe galant die Spanjaarden toch kunnen zijn...