Abraham Lincoln geschetst in zijn leven en daden

Part 7

Chapter 73,146 wordsPublic domain

De krijgstogten, reeds vroeger in Florida en Louisiana ondernomen, waren geene gunstige voorteekenen voor het zomersaizoen: het fort Pillow aan den Mississippi, en Plymouth in Noord-Carolina waren door de rebellen veroverd en deze verovering werd gevolgd door een bloedbad, zoo barbaarsch, dat de wedergade daarvan in vroegere eeuwen niet te vinden is. Doch de groote legers van Oostelijk-Tennessee en in Virginië, die duchtig versterkt waren door middel van nieuwen toevoer en door het verwijderen van troepen uit plaatsen, waar zij niet veel konden uitrigten, werden in een toestand gebragt om den genadeslag aan eene wankelende zamenzwering toe te brengen.

Het zou ons te ver afvoeren, als wij hier de verschrikkelijke reeks van gevechten wilden opsommen, die aan de verovering van Richmond voorafgingen en waardoor het vierde jaar van den oorlog gekenmerkt werd. Zij liggen nog versch in het geheugen der geheele beschaafde wereld. Het zij voldoende te zeggen, dat, ofschoon de streken, waarin deze bloedige gevechten geleverd werden, door menigeen slechts beschouwd werden als het tooneel van eene vruchtelooze verspilling van menschenlevens, de volgende gebeurtenissen toch bewezen hebben, dat generaal Grant door deze verschrikkelijke gevechten juist der Confederatie haren steun ontnomen heeft. Het was in den zomerveldtogt van 1864, dat generaal Lee de krachtigste pogingen aanwendde en aan zijn geduchten aanvaller de gevoeligste slagen toebragt; maar het was desniettemin veeleer in 1864 dan in de laatste gevechten van den oorlog, dat de strijd beslist werd. Het generaalschap van Grant werd overijld veroordeeld uithoofde van zijne poging om datgene wat de vrucht van krijgsbeleid had moeten zijn door meer kracht ten uitvoer te brengen; maar de uitkomst heeft geleerd, dat hij den staat van zaken beter begrepen heeft dan zijne beoordeelaars.

In deze krijgsbedrijven was Lincoln slechts van verre betrokken, daar zijne eenige verdienste bestond in de schranderheid, welke hij aan den dag legde in zijne waardering van waarachtig militair genie en in de benoeming van generaal Grant tot den pas geschapen post van luitenant-generaal van de legers der Vereenigde Staten. Het ligt meer in het doel van dit werkje om te gewagen van die civiele maatregelen, waarin hij meer onmiddellijk betrokken was. Bijna al deze maatregelen hadden min of meer regtstreeks betrekking op de instelling der slavernij. Lincoln was gedurig meer overtuigd geworden, dat de slavernij de kanker was, die zoo lang aan de republiek geknaagd had, en daarom bedreigde hij haar nu met geheele vernietiging. Tot uitvoering daarvan wendde hij alles aan wat in zijn vermogen was.

Wij hebben gezien dat de voorbereidende maatregelen tot afschaffing der slavernij reeds in September 1862 genomen waren. Daarop volgden nu andere, gedeeltelijk van den kant der afzonderlijke staten, gedeeltelijk van den kant der geheele natie. De wet op de voortvlugtige slaven, die sedert hare uitvaardiging zulk eene groote ergernis bij alle weldenkende menschenvrienden in Amerika te weeg gebragt had, werd afgeschaft. Eene wet werd aangenomen, die het onmogelijk maakte, dat een der afgescheidene staten, zelfs al was deze geneigd tot hereeniging, weder in de Unie kon opgenomen worden op eenige andere voorwaarde dan die der afschaffing van de slavernij. De emancipatie werd ten uitvoer gebragt in Westelijk-Virginië, hetwelk in de handen der Noordelijken gebleven was; zoo ook werd in de staten Missouri, Arkansas en Maryland iedere slaaf vrij verklaard. Er werden schikkingen gemaakt om de Territoriën Colorado, Nebraska en Nevada als vrije staten te erkennen. Idaho, Montana, Dacotah en Arizona—die geene genoegzame blanke bevolking hadden om als staten op te treden—werden nogtans als vrije Territoriën erkend. Een ander besluit gaf aan de negers hetzelfde regt als de blanken om voor de geregtshoven der Vereenigde Staten zoowel te procederen als getuigenis af te leggen.

De maatschappelijke inrigtingen hielden gelijken tred met de ontwikkeling der staatswetten; en in het district Columbia werd de gelijkheid van den neger en den blanke ten volle erkend. Het industriële vraagstuk—dat door de deelgenooten aan de misdaad der slavernij en hunne medepligtigen als onoplosbaar beschouwd werd—werd tevens bevredigend opgelost. De vrije arbeid werd op talrijke plantages in Zuid-Carolina, Louisiana, Tennessee, in één woord overal, waar de wapenen der federalisten de overwinning behaalden, ingevoerd. In Virginië, Zuid-Carolina en andere staten werden scholen opgerigt ter opvoeding van vrijgelatene slaven. De vrouwen en de kinderen van alle vrijgelatene slaven, die tot de militaire en civiele dienst der Vereenigde Staten gebezigd werden, werden vrij verklaard. Alle negers, onverschillig of zij slaven of vrijen waren, werden beschouwd als burgers van den staat en als tot de krijgsdienst geregtigd. Deze maatregelen droegen zelfs op Zuidelijk grondgebied de goedkeuring weg. Een gedeelte der bevolking van Arkansas, Tennessee, Louisiana en Florida wenschte weder in de Unie opgenomen te worden op voorwaarde, dat zij vrijheid aan allen zouden verleenen en de slavernij afschaffen en tegenwerken. Met eene meerderheid van twee derden der stemmen in den Senaat, en met een gelijk overwigt in het andere Huis werd besloten tot de geheele afschaffing der slavernij. De republikeinsche partij maakte, bij het opstellen van haar programma voor de verkiezingen van een President en andere hooggeplaatste personen in 1864, de afschaffing der slavernij tot den grondslag van de regering des lands. De federale regering verbond zich plegtig en noodzaakte ook hare opvolgers om nooit eenig persoon in dienst te hebben, die een slaaf was. Om het geheel te bekroonen en dit grootsche gebouw te voltooijen, droegen meer dan honderd vijftigduizend negers de uniform der Unie en vochten dapper onder hare vanen. Hierop komen de maatregelen neder, die door Lincoln genomen werden tegen het gebouw van Anglo-Afrikaansche slavernij, waarvan hij de door den hemel gestemde omverwerper was.

De voorjaarsverkiezingen van 1864 in New-Hampshire, Connecticut en Rhode-Island, bewezen nog meer bepaald dan die van het vorige jaar, dat de regering een steun verkregen had in het vertrouwen en de toegenegenheid des volks. Dat dit verblijdende gevolg regtstreeks met den persoon van Lincoln in verband stond, blijkt uit het feit, dat de regeringspartij in elke van de genoemde staten zich, zonder eenig verschil van meening, ten gunste van zijne herkiezing verklaard had. In twaalf andere staten verlangde de volksstem, zoo als zij door conventiën of wetgevende vergaderingen uitgesproken werd, bijna te gelijker tijd en met dezelfde eenparigheid en geestdrift, dat Lincoln het Presidentschap nog vier jaren zou blijven bekleeden. Een dergelijk gevoelen scheen er in iederen anderen Staat, die aan de Unie getrouw gebleven was, te heerschen. Sedert de dagen van den President Monroe, had de volksgeest zich niet zoo sterk geopenbaard.

De waarschijnlijke uitslag van de verkiezing was reeds weken, voordat zij plaatshad, duidelijk. Generaal M'Clellan had, toen hij door de vredes-democraten tegenover Lincoln geplaatst werd, eene schoone kans om te slagen. De verdere voortzetting van den oorlog scheen bijna hopeloos te zijn en was zeer onwelkom aan een groot gedeelte der noordelijke bevolking. Ten gevolge van deze tegenzin in den oorlog en een daarmede gepaard verlangen naar vrede, dat bij iederen mislukten aanval, die op de schijnbaar onoverwinnelijke borstweringen bij Richmond gedaan werd, toenam, werd de verkiezing van generaal M'Clellan, den democratischen kandidaat, een geruimen tijd min of meer zeker. De val van Atlanta echter had een dubbel schadelijken invloed op zijne kandidatuur, daar deze terstond nieuwe hoop op en nieuw vertrouwen in de noordelijke staten inboezemde, en eene verandering in zijne politiek te weeg bragt, welke hem gedeeltelijk beroofden van de ondersteuning zelfs van hen, die voortdurend om vrede bleven roepen. In één woord, na gewankeld te hebben tusschen de beide fractiën van zijne partij, de democraten, die voor den oorlog, en de democraten, die voor den vrede waren, was de voorspoed der federale wapenen de oorzaak, dat hij zich bij de eerstgenoemden aansloot en dus alle aanspraak op ondersteuning van die partij, welke voor den vrede gestemd was, verbeurde.

Lincoln werd met eene groote meerderheid van stemmen herkozen. Er kan geen twijfel bestaan, dat deze gebeurtenis op zich zelve niet weinig bijgedragen heeft tot de zegepraal van de zaak der Unie. De Zuidelijken hadden het einde van het Presidentschap van Lincoln in angstige spanning afgewacht. De hoop, dat de partijtwisten, die de verkiezing van een President gewoonlijk vergezellen, allerlei verdeeldheden onder hunne vijanden zouden te weeg brengen, had er toe bijgedragen om hun de bovennatuurlijke inspanningen van het laatste jaar van den oorlog te doen doorstaan. Nu deze hoop in rook vervlogen was, hadden zij niets anders dan het treurige vooruitzigt, dat zij nogmaals vier jaren lang eene wanhopige worsteling zouden moeten voeren. Het is niet mogelijk om te ontkennen, dat de diepe verslagenheid, die uit dit ontmoedigend en hoopeloos vooruitzigt voortvloeide, veel bijgedragen heeft om de ontknooping te verhaasten. Die ontknooping was veel naderbij dan zelfs de meest wanhopende Zuidelijken of de meest hopende Noordelijken zich voorstelden; want terwijl het leger der federalisten het voornemen had om de legermagt der afgescheiden staten langzaam te doen terug wijken, bleef generaal Lee Richmond nog altijd bezet houden met eene hardnekkigheid, die een voorteeken scheen, dat de strijd vooreerst nog niet zou eindigen.

Doch terwijl de evenaar van de schaal, waarin het lot der uitgestrekte republiek lag, op het groote middelpunt der vijandelijkheden nog steeds in beweging was, had er onverwachts eene gebeurtenis plaats, die het geheele aanzien van den strijd binnen weinige weken veranderde. De inneming van Vicksburg had de gemeenschap tusschen de geconfedereerden reeds op één punt afgesneden, en nu voltooide de verovering van Atlanta, waar vier spoorweglijnen, die alle deelen der confederatie met elkander verbonden, zamen liepen, de verdeeling en de afscheiding van de verschillende gedeelten daarvan. De inname van Savannah en Branchville voltooide de zaak en bragt de confederatie in een toestand, die haar de mogelijkheid benam, om hare geheele magt naar willekeur bijeen te brengen, waardoor zij zich vroeger uit zoovele moeijelijkheden gered had.

Desniettemin hield de pers der geconfedereerden, die tot het laatst toe een hoogen toon bleef voeren en de bevolking met eene valsche hoop misleidde, niet op met schoonschijnende redenen bij te brengen voor de dralende politiek van generaal Johnston, die—men voorspelde het gedurig—Sherman spoedig tot den aftogt zou noodzaken of hem met behulp der troepen van Lee verslaan.

Ondertusschen was Charleston na een beleg, waarvan geen voorbeeld in de geschiedenis bestaat, door zijne verdedigers verlaten en verbrand, en eindelijk ook Wilmington ingenomen. Na den afloop van dit verschrikkelijke treurspel viel de gordijn te midden van bloed en moord. Het laatste van de lange reeks gevechten over het bezit van Richmond was het bloedigste. Het getal dooden en gekwetsten bedroeg omstreeks tien duizend man, van welke verreweg het grootste gedeelte zuidelijken waren. Een week later, op den 9{den} April 1865, gaf generaal Robert Lee zich met zijn leger onvoorwaardelijk aan den waarnemenden opperbevelhebber van de krijgsmagt der federalisten over.

Het is misschien nog wat te voorbarig om te zeggen, dat de oorlog nu ten einde is. Kleine corpsen van heethoofden zullen welligt nog maanden, mogelijk jaren, voortgaan met het voeren van een ongeregelden krijg in afgelegene en ontoegankelijke gedeelten van de Zuidelijke Staten, en zonder twijfel ten minste even moeijelijk tot geheele onderwerping gebragt worden als die Indianen, welke de geheele magt der Vereenigde Staten jaren lang getart hebben. Zulk eene wijze van oorlogvoeren moet door het Zuiden nog meer dan door het Noorden tegen gegaan worden. Toch valt er niet aan te twijfelen, dat de waarschijnlijkheid van zulk een afloop van den grooten strijd ten minste zeer groot is. De raddraaijers van het Zuiden zijn mannen met een hartstogtelijk karakter en een ontembaren geest, en bevinden zich nu in een wanhopigen toestand. Hun lot is verbeurdverklaring, en als zij gevangen genomen worden, misschien de dood. Hun invloed op velen van hen, die zoo lang onder hen gediend hebben, moet ontzaggelijk zijn, en zal mogelijk het zijne bijdragen tot het bieden van een tegenstand, die welligt de verschrikkingen van een langdurigen, ongeregelden oorlog over het land zal brengen. Een verzoenende politiek van den kant van het Noorden zou zeker veel bijdragen om eene ontknooping van dien aard te verhinderen door de Zuidelijken zelven tegen zulke wanhopige maatregelen in te nemen.

Tot aan den dood van Lincoln vermoedde men algemeen en met reden, dat er zachte maatregelen ten opzigte van de Zuidelijken genomen zouden worden. Wel is waar had Lincoln zelf geenerlei bepaald plan tot verzoening ontwikkeld; maar zoo groot was het vertrouwen, dat overal in zijne wijsheid, welwillendheid en gematigdheid gesteld werd, dat iedereen in Europa zich had beginnen gerust te stellen met de overtuiging, dat eene wijze langmoedigheid zou gebezigd worden als het krachtigste middel om oude grieven uit te wisschen en de bevolking van het Noorden en het Zuiden, die van elkander vervreemd gemaakt waren, zoowel in een maatschappelijken als in een politieken zin te hereenigen. Deze hoop was verlevendigd door de weinig voorzigtige, maar welwillende uitdrukkingen die hij zich had laten ontvallen. Hij had zich welwillend omtrent Lee uitgelaten, en men zegt, dat zijne uitspraken in den ministerraad in denzelfden geest geweest zijn. Doch terwijl iedereen, wiens hart warm voor het heil der menschheid klopt, gretig uitzag naar den eersten stap tot verzoening, welke op deze wijze reeds afgeschaduwd was, viel de President van Amerika, tot verbazing en afschuw van de geheele beschaafde wereld door de hand van een moordenaar.

Wat nu volgt, is het officiëele verslag van den dood van den President Lincoln, dat aan den gezant te Londen toegezonden is. Wij willen daarmede dit werkje besluiten.

»Washington, 15 April 1865.

»Mijnheer!

»Ik moet den treurigen pligt vervullen om u mede te deelen, dat Zijne Excellentie Abraham Lincoln, President van de Vereenigde Staten, gisteren avond omstreeks half elf in zijne particuliere loge in »Ford's Theatre” te dezer stede vermoord is. De President begaf zich omstreeks acht ure met Mrs. Lincoln naar den genoemden schouwburg. Nog een heer en eene dame zaten bij hem in de loge. Omstreeks half elf, gedurende de pauze, drong de moordenaar de loge, waarvan de deur onbewaakt was, binnen, naderde den President van achteren en loste een pistoolschot op zijn hoofd. De kogel ging het achtergedeelte van zijn hoofd in en drong er bijna geheel doorheen. Daarop sprong de moordenaar uit de loge op het tooneel, onder het zwaaijen van een groot mes of dolk en onder den uitroep: »_Sic semper tyrannis!_” en verdween zoo op den achtergrond van het tooneel. Onmiddellijk na het lossen van het schot viel de President bewusteloos op den grond neder en bleef in dien toestand tot heden ochtend tien minuten vóór half acht, toen hij den laatsten adem uitblies. Omstreeks denzelfden tijd, waarop de moord in den schouwburg gepleegd werd, vertoonde zich een andere moordenaar aan de deur der woning van Mr. Seward. Hij werd het huis binnengelaten op zijne bewering, dat hij een geneesmiddel van den dokter van Mr. Seward bij zich had, dat hij hem zelf moest toedienen, en snelde naar de kamer op de derde verdieping, waar Mr. Seward te bed lag. Hij trof onderweg Mr. Frederich Seward aan, gaf deze een slag op het hoofd, bragt hem verscheidene wonden toe en verbrijzelde den schedel op twee plaatsen; men vreest, dat de wonden doodelijk zullen zijn. Hij spoedde zich daarop naar de kamer, waar Mr. Seward te bed lag en door een jong meisje, zijne dochter, en een knecht opgepast werd. De knecht kreeg een stoot in de longen en zal daaraan naar alle waarschijnlijkheid wel sterven. De moordenaar stak Mr. Seward daarop met een mes of dolk tweemaal in de keel en tweemaal in het gezigt, zoodat hij hem verschrikkelijke wonden toebragt. Op dit oogenblik kwamen de majoor Seward, de oudste zoon van den Secretaris, en een andere knecht het vertrek binnen en snelden toe om den Secretaris te ontzetten; zij werden bij die worsteling insgelijks gewond, en de moordenaar ontsnapte. Geen slagader of belangrijk bloedvat werd door een van de wonden, aan den Secretaris toegebragt, getroffen, maar hij bleef toch gedurende een geruimen tijd bewusteloos ten gevolge van bloedverlies. Men heeft eenige hoop op zijn herstel. Terstond na den dood van den President werd daarvan kennis gegeven aan den Vice-President Johnson, die juist in de stad was, en op wien de waardigheid van President nu overgaat. Hij zal van daag het Presidentschap aanvaarden en de vervulling der pligten, daaraan verbonden, op zich nemen. De moordenaar van den President is herkend, en men heeft de bewijzen in handen, dat deze verschrikkelijke misdaden gepleegd zijn op last van eene zamenzwering, door rebellen gesmeed en tot stand gebragt onder het voorwendsel om het Zuiden te wreken en de zaak der rebellen bevorderlijk te zijn; maar het is te hopen, dat de eigenlijke daders zullen gevat worden. De ontsteltenis, door deze afschuwelijke misdaden te weeg gebragt, is zoo hevig, zoo plotseling en zoo overweldigend, dat ik voor het tegenwoordige niet meer kan doen dan haar aan u mededeelen. Gisteren morgen in de vroegte woonde de President een kabinetsraad bij, waarbij ook generaal Grant tegenwoordig was. Hij zag er opgeruimder uit dan ik hem ooit gezien heb, verheugde zich in het vooruitzigt op een vasten en duurzamen vrede in het binnenland en met het buitenland, en legde in eene hooge mate die welwillendheid en menschlievendheid van zijn karakter en die vergevensgezindheid aan den dag, waardoor hij zich steeds onderscheiden heeft. Er was kennis gegeven, dat hij en generaal Grant dien avond in den schouwburg zouden komen, en de gelegenheid om den luitenant-generaal bij het getal der slagtoffers, die vermoord zouden worden, te voegen, droeg zonder twijfel bij tot de volvoering der plannen, die reeds sedert eenige weken beraamd schijnen geweest te zijn, maar generaal Grant werd verhinderd om tegenwoordig te wezen en ontkwam op die wijze aan de plannen, die tegen hem gesmeed waren. Het is niet noodig iets te zeggen omtrent den invloed, welke deze afschuwelijke moord van den President op de zaken des lands zal uitoefenen, maar ik wil er alleen bijvoegen, dat, hoe gruwelijk de wreedheden zijn, door de vijanden des lands gepleegd, deze waarschijnlijk niet in staat zullen wezen om eenige verandering te brengen in de stemming van het publiek of de geheele tenonderbrenging van den opstand tegen te werken. Met diepe droefheid over de gebeurtenissen, welke ik overeenkomstig mijn pligt aan u moest mededeelen, heb ik de eer mij met de meeste achting te noemen,

»Uw gehoorzamen dienaar,

»EDWIN M. STANTON.”

INHOUD.

Bladz.

Voorwoord III

HOOFDSTUK I.

De voorouders van Lincoln.—Zijne geboorte.—Zijne ouders.—Verandering van woonplaats.—Dood zijner moeder.—Zijn leeslust.—Hij wordt praamschipper.—Vertrek naar Illinois.—Hij staat bekend als „de brave Bram”.—Hij neemt als vrijwilliger dienst 1–14

HOOFDSTUK II.

Lincoln wordt tot kandidaat voor de wetgevende vergadering benoemd.—Hij wordt winkelier en postmeester, later landmeter.—Zijne regtsgeleerde studiën.—Op het Congres.—De strijd over de verkiezingen in 1854.—Een belangrijk verschil in den Senaat.—Bezoek aan Kansas en New-York.—Redevoering in het Cooper-Instituut.—Een merkwaardig voorval 15–42

HOOFDSTUK III.

De beginselen der afscheiding.—De verkiezing van Lincoln tot President.—De zamenzweerders.—De reis van den verkozen President van Illinois naar Washington.—De inhuldiging.—De afscheiding der Zuidelijke Staten.—De gebeurtenissen van den Oorlog.—Dood van Abraham Lincoln 43–89