Abraham Lincoln geschetst in zijn leven en daden
Part 4
De opgewondenheid, welke er op de benoeming volgde, deelde zich van de leden der vergadering aan de toehoorders, die zich binnen het gebouw verzameld hadden, mede en verspreidde zich van daar als een loopend vuurtje naar de volksmenigte, die buiten stond. Bij het einde der opmerkingen van Mr. Evarts werd er een levensgroot portret van Lincoln in de zaal gebragt en met een oorverdoovend gejuich begroet. Het gebouw dreunde van de juichkreten van de verheugde duizenden, die daarin verzameld waren, en die juichkreten werden door de menigte, die zich in de straten bevond, herhaald. Te midden van het gebulder van het kanon, het wapperen der vlaggen en de vrolijke toonen der militaire muziek, werd het berigt omtrent de volkskeuze langs de metalen draden met bliksemsnelheid van Maine tot Kansas, overgebragt.
Men verhaalt het volgende omtrent de wijze, waarop Mr. Lincoln zijne benoeming ontving:
Gedurende de zitting der vergadering bevond hij zich te Springfield. Hij had het telegraafkantoor nog pas verlaten, nadat hij de uitslag der beide eerste stemmingen vernomen had, en was met eenige vrienden op het bureau van het »State Journal” in gesprek gewikkeld, toen de derde stemming aan den gang was. Binnen korten tijd werd de uitslag daarvan op het telegraafkantoor ontvangen. De generale opzigter, die aldaar juist tegenwoordig was, schreef op een strookje papier: »Mr. Lincoln! gij zijt bij de derde stemming benoemd,” en liet dit terstond door een jongen naar Lincoln brengen. Deze tijding werd in het bureau van het »Journal” met uitbundige toejuichingen begroet, maar Lincoln sprak geen enkel woord. Hij stak het papier in zijn zak, stond op, en zeide, voor dat hij het vertrek verliet: »Er is beneden in dit huis eene vrouw, die dit wel graag zal willen weten. Ik zal dus naar beneden gaan om het haar te vertellen.”
De tijding van deze benoeming was zeer welkom aan hen, die tot de republikeinsche partij behoorden. Niet alleen erkenden zij in Abraham Lincoln een man van een onbesproken gedrag en eene onbevlekte eerlijkheid, maar ook iemand, in wien het waarachtig democratische element van het vrije Amerika leefde, een vriend der vrijheid, een voorstander van regt en billijkheid, en een edel, talentvol staatsman, uit het hart des volks gesproten. Zij stelden een onbepaald vertrouwen in hem, als in iemand, die geheel met hunne beginselen instemde. Bij den verkiezingsstrijd van 1840, toen generaal Harrison verkozen werd was er meer leven gemaakt; maar de geestdrift van 1860 was redelijker en meer algemeen, en verried het vaste voornemen om zich door niets uit het veld te laten slaan, al mogt ook de magt der slavenhouders met eene geheele omverwerping bedreigd worden.
Het werkzaam aandeel, door de democratische vergadering van Charleston in Zuid-Carolina, welke op den 23{sten} April 1860 bijeenkwam, in de verkiezingen genomen, is een beslissend bewijs, dat deze staat den triumf der republikeinsche partij _wenschte_, ten einde de afscheiding der slavenstaten, waarvan reeds zoo lang sprake geweest was, eindelijk tot stand te brengen. De benoeming van Lincoln toch door de vrije staten schijnt hen aangespoord te hebben, om de meest overdrevene meeningen omtrent de instandhouding der slavernij uit te spreken, ten einde verdeeldheid in de rijen der democraten te bewerken, want als deze zich op één kandidaat vereenigd hadden, zou dit noodwendig de nederlaag der republikeinen ten gevolge gehad hebben. De ultra's der Zuidelijke politiek deden geene moeite om hunne bedreigingen van eene afscheiding te verbergen, ingeval de partij der vrije staten de overwinning behaalde, ofschoon de Noordelijke democraten in de vergadering niet konden gelooven, dat aan die bedreigingen ooit gevolg zou gegeven worden. Maar al had men dit ook meer algemeen geloofd, dan is het nog de vraag, of dit Lincoln in de volksgunst zou hebben doen dalen. Want zij, die hem ondersteunden, stonden op den hechten grond van de door God gewilde gelijkheid van menschenregten. Zij waren vast in de overtuiging, dat de vrijheid voortaan haren schepter moest zwaaijen over het _geheele_ land, en dat de slavernij beperkt moest blijven tot die staten, welke door hare instandhouding reeds een vloek op zich geladen hadden.
De uitslag van de daarop volgende stemming in 1860 was, dat Mr. Lincoln 491,275 stemmen meer ontving dan Mr. Douglas, 1,018,499 meer dan Mr. Breckinridge, en 1,275,821 dan Mr. Bell; en de afloop der stemming, dien ten gevolge door het Congres openbaar gemaakt, was, dat er het volgende aantal stemmen was uitgebragt:
Op Abraham Lincoln, van Illinois 180 Op John C. Breckinridge, van Kentucky 72 Op John Bell, van Tennessee 39 Op Stephen A. Douglas, van Illinois 12
De volgende staten bragten hunne stemmen op Mr. Lincoln, uit: Maine, New-Hampshire, Vermont, Massachusetts, Rhode-Island, Connecticut, New-York, Pensylvanië, Ohio, Indiana, Illinois, Michigan, Iowa, Wisconsin, Minnesota en Californië,—dus in het geheel zestien staten.
De bedoeling van het Amerikaansche volk met de benoeming van Abraham Lincoln tot zijn oppersten regent was, de uitbreiding der slavernij in de Territoriën te keer te gaan en hare magt te vernietigen, daar deze bestendigd dreigde te worden. De gevolgen van die benoeming zijn geheel anders geweest, dan men zich had voorgesteld. Mogelijk zou de Noordelijke bevolking zich meer door hare vrees dan door hare overtuiging hebben laten leiden, als zij had kunnen vooruitzien, dat de waanzinnigheid van het Zuiden ten toppunt zou stijgen in den vreeselijken strijd, die het geheele land geteisterd heeft; maar kan er _thans_ nog twijfel bestaan, nu de afloop der bloedige worsteling tusschen vrijheid en slavernij reeds duidelijk te zien is, dat zij het middel geweest is tot bereiking van hoogere doeleinden,—dat de uitslag van den verkiezingsstrijd van 1860 eene zaak was, die door de Voorzienigheid ten beste gekeerd is?
Hij, wiens doen enkel majesteit is, heeft volken zoowel als personen in zijne hand; en dat Hij toegelaten heeft, dat de gebeurtenissen van 1860–1861 tot een burgeroorlog aanleiding gegeven hebben, dit moet wel met de een of andere goddelijke bedoeling geschied zijn. Eenige geslachten later zal de wereld met verwondering en ontzetting staren op de verschrikkelijke vuurproef, welke de Unie doorgestaan heeft, maar als zij dan als de vrucht van dien strijd mag beschouwen een volk van vrije menschen, die beven bij de gedachte aan de misdaden hunner vaderen, door het koopen en verkoopen van menschen vleesch en bloed gepleegd,—dan zullen toch die offers als niet te groot beschouwd worden.
HOOFDSTUK III.
De beginselen der afscheiding.—De verkiezing van Lincoln tot President.—De zamenzweerders.—De reis van den verkozen President van Illinois naar Washington.—De inhuldiging.—De afscheiding der Zuidelijke Staten.—De gebeurtenissen van den oorlog.—Dood van Abraham Lincoln.
Dat Abraham Lincoln voor de omverwerping der Constitutie was, door zich te bemoeijen met de slavernij in de staten, waar zij bestond, werd door de hevigste leiders der publieke meening in het Zuiden wijd en zijd verkondigd. In geen zijner redevoeringen of gesprekken, welke Lincoln gedurende zijn gansche leven gehouden had, was dit beginsel uitgesproken of zelfs maar aangeroerd. Hij had de toeneming der slavernij en de noodlottige gevolgen, welke deze voor het land na zich zou slepen, wel met afkeer en vrees aangezien; maar de middelen, die hij wilde bezigen tot stuiting van het kwaad, bestonden alleen in het beperken van de slavernij binnen de grenzen van die staten, welke haar reeds bij hunne eigene staatsregeling gewettigd en in hun geheele stelsel ingeweven hadden. Hij had daarom met nadruk beweerd, dat het Congres het regt had om de uitbreiding der slavernij te verhinderen in die Territoriën, welke even vrij en onafhankelijk zijn, als de breede rivieren, die door hare wildernissen stroomen, of als de winden, die door hare bosschen gieren.
De Zuidelijken wisten dit, en zij wisten—velen hunner hadden het met ronde woorden uitgesproken—dat er niets inconstitutioneels in dergelijke begrippen en in de verbreiding daarvan gelegen was. Het plan, dat reeds sedert jaren in de harten der Zuidelijke ultra's gesluimerd had, was de omverwerping der Amerikaansche Unie en de vestiging van een slavenrijk op het vasteland van Noord-Amerika, en de volvoering van dit plan was de eigenlijke reden van hunne handelwijze. De verkiezing van Lincoln werd tot een voorwendsel gebruikt om zich af te scheiden, en als de hoofdreden opgegeven, waardoor »het hart der Zuidelijken in vuur en vlam gezet was.”
Het is daarom niet te verwonderen, dat de tijding der verkiezing van Lincoln aanleiding gaf tot levendige blijdschap en onverholen goedkeuring in verscheidene gedeelten van het Zuiden. Zij hadden voorwendsels gezocht, en hier werd er hun nu een aan de hand gedaan. Te vergeefs riep het Noorden uit: »Dat is onedelmoedig—onbillijk! Wij hebben _uwe_ Presidenten, den een na den ander, gedurende het vierde eener eeuw geduld. Gij zult _ons_ dus voor vier jaren wel willen vergunnen om den voorrang te hebben. Weest in allen gevalle redelijk. Beproeft het slechts! Wilt ten minste eenigen tijd afwachten, totdat gij kunt oordeelen, hoe de zaken gaan!” Hoe nu? dat lang gezochte, dat eindelijk gevondene voorwendsel tot den beslissenden slag en de oprigting van hun slavenrijk te laten varen—de proef te nemen met die republikeinsche voorstanders van de afschaffing der slavernij! Dat nooit! In één woord, de verkiezing van Lincoln was nog geen maand geleden, of de geest van afscheiding, die er in Zuid-Carolina heerschte, begon zich al meer en meer uit te breiden tot groote ontsteltenis van de Noordelijke bevolking der Vereenigde Staten.
Mr. Douglas was de gunsteling geweest van de democratische vergadering, welke oorspronkelijk te Charleston bijeengekomen was; doch de voorstanders van de slavernij waren er in geslaagd om de benoeming van Mr. Breckinridge tot kandidaat door te drijven, wel wetende, dat de verdeeldheid, die er op deze wijze onder hunne partij ontstaan was, niet anders dan de verkiezing van den republikeinschen kandidaat kon ten gevolge hebben. De beide partijen, waarin de democratische partij op deze wijze gesplitst werd, stonden in beginselen niet zoo ver van elkander, dat zij zich niet in de keuze van Mr. Douglas hadden kunnen vereenigen, zonder hunne staatkundige meeningen geweld aan te doen, als het hun doel geweest was om de Unie in stand te houden.
Mr. Breckinridge vertegenwoordigde dat gedeelte der democratische partij, hetwelk de regtstreeksche _bescherming_ van de bezittingen der slavenhouders in de Territoriën eischte, al was deze ook in strijd met wetten, hetzij deze door het Congres, of door de bevolking der Territoriën zelve uitgevaardigd waren, welke inbreuk mogten maken op hun verkregen regt van eigendom op menschelijke wezens.
Mr. Douglas integendeel vertegenwoordigde de theorie, dat de inwoners der Territoriën het volkomenste regt hadden om te beslissen, of zij de slavernij op hunnen grond wilde dulden of niet.
Terwijl dus de republikeinen het regt van het Congres handhaafden om de slavernij in de Territoriën te _beletten_, en de zuidelijke democraten alleen het regt van het Congres erkenden, om de slavernij in die Territoriën te _beschermen_, maar niet om haar te _verhinderen_, stond Mr. Douglas bij de keuze van een President zoowel tegenover Mr. Lincoln als tegenover Mr. Breckinridge.
De aanhangers van John Bell bestonden eenvoudig uit die weinigen, welke zich bij geen der bestaande partijen wilden aansluiten, en die geen bepaalde meerlingen omtrent de hoofdzaken te berde bragten.
De verschillende deelen des lands hadden gelijken ijver bij de verkiezingen aan den dag gelegd. En even als vroeger waren de partijen, die zich voor Lincoln, Bell en Douglas verklaard hadden, ofschoon zij ook wenschten, dat hun kandidaat verkozen werd, toch volkomen gezind om in de overwinning te berusten, aan welke zijde zij ook wezen mogt. Maar de democraten, die voor Breckinridge waren, hadden zich tot den strijd begeven met de bepaalde bedoeling om »alleen in den uitslag te berusten, in geval deze hun de overwinning aangebragt had.” De verkiezing van den republikeinschen kandidaat—welke zij door hunne eigene handelwijze hoofdzakelijk bevorderden—moest het sein tot den opstand zijn.
Toen de afscheidings-storm na den 6{den} November in het Zuiden begon op te steken, duurde het niet lang, of het volk ontdekte, dat er zelfs in het kabinet van den aftredenden President, Mr. Buchanan, mannen gevonden werden, die reeds sedert lang in verbindtenis met de verraders gestaan hadden en die nu bereid waren om hun al die hulp te verleenen, welke in hunne magt stond. Waarschijnlijk stond aan het hoofd van hen John B. Floyd, Secretaris[3] van Oorlog, wiens schandelijk weefsel van leugen en bedrog voor een korten tijd, ofschoon met moeite, verborgen gehouden is. Het is dus niet te verwonderen, dat,—toen generaal Scott aan den President en den Secretaris van Oorlog een brief schreef, waarin hij zijne vrees te kennen gaf, dat de secessionisten enkele van de vestingen der federalen in de zuidelijke staten zouden innemen, en er op aandrong, dat die vestingen onmiddellijk versterkt zouden worden, ten einde zulk eene ramp te voorkomen—die verrader Floyd zijn uiterste best deed om dit plan tegen te werken, daar, wanneer het volvoerd werd, de zamenzweering misschien wel geheel zou mislukt zijn. Een later officieel rapport van het Departement van Oorlog bewijst, »dat, gedurende het jaar 1860, en _vóór_ de verkiezing van een President, honderd vijftien duizend geweren uit noordelijke tuighuizen zijn verdwenen en naar zuidelijke arsenalen gezonden, op een bevel van den Secretaris van Oorlog, gedagteekend van den 30{sten} December 1859.” Op deze wijze werden de tuighuizen der zuidelijke staten door dien Floyd gevuld, ofschoon hij wist, dat het doel was om ze tegen de wetten en de constitutie te gebruiken, terwijl die trouwelooze dienaar de noordelijke staten daardoor tevens beroofde van het materiaal om hunne burgers te wapenen tot instandhouding der Unie.
[3] Zoo veel als _Minister_.
Dit verraad werd opgevolgd door eene bijna even schandelijke handeling van John S. Black. Deze gaf op den 20{sten} November 1860 in antwoord op de vragen van Mr. Buchanan als procureur-generaal (en als verdediger van de regten van den staat, mogen wij er wel bijvoegen) zijne meening te kennen, dat het Congres zelfs niet bij magte was om eene schending van de Constitutie te beletten door den oorlog aan eenigen staat te verklaren, en het werd al spoedig duidelijk, dat het uitvoerend bewind zich overeenkomstig deze theorie zou gedragen.
De wetgevende vergadering van Zuid-Carolina maakte een begin met de afscheiding, toen dit staatsligchaam in November 1860 eene oproeping uitvaardigde tot eene staatsvergadering, die op den 17{den} der volgende maand te Columbia zou gehouden worden. Francis W. Pickens, die op den 10{den} tot gouverneur verkozen werd, verklaarde in zijne inwijdingsrede bepaaldelijk, dat Zuid-Carolina besloten had om zich af te scheiden, omdat »bij de jongste verkiezing van een President en Vice-President, het Noorden te werk gegaan was volgens beginselen, welke verhinderen, dat wij ons langer veilig kunnen verlaten op de magt der federale regering of op de waarborgen van het federale kontrakt.” Al was die verklaring ook onwaar, zoo was zij toch ondubbelzinnig, in zooverre zij de gebeurtenissen, die te wachten stonden, vooraf aankondigde. De vergadering werd op den eersten dag harer zitting van Columbia naar Charleston verlegd, en op den 20{sten} December werd er eene wet uitgevaardigd, waarbij de wet van 1788, waardoor de federale Constitutie bekrachtigd was, met algemeene stemmen herroepen en de band van vereeniging, die er tusschen Zuid-Carolina en de Vereenigde Staten bestond, verbroken werd.
Zuid-Carolina was dus de eerste staat, die een besluit tot afscheiding nam. Wat den genoemden staat betreft, was die afscheiding de vrucht van meer dan twee menschengeslachten. En de ontdekkingen, die sedert gedaan zijn, hoe onvolkomen zij betrekkelijk ook wezen mogen, bewijzen toch ten duidelijkste, dat de geheele afscheiding het werk was van enkele raddraaijers en zamenzweerders, die hun hoofdkwartier in de hoofdstad der Unie hadden en zelven naauw met de regering der Vereenigde Staten in verband stonden.
Op eene geheime bijeenkomst van deze zamenzweerders, die op den 5{den} Januarij 1861 gehouden werd en waarbij verscheidene zuidelijke senatoren tegenwoordig waren, werd er bepaald, »dat iedere Zuidelijke staat zich zoo spoedig mogelijk van de Unie zou afscheiden; dat er eene vergadering van de vertegenwoordigers der afgescheidene staten te Montgomery in Alabama zou gehouden worden, en dat wel niet later dan op den 15{den} Februarij; en dat de senatoren en de leden van het Congres uit de Zuidelijke staten hunne zetels zoo lang mogelijk zouden blijven innemen, ten einde al die maatregelen te keer te gaan, welke te Washington ten nadeele der afgescheidene staten mogten voorgesteld worden.” Davis uit Mississippi, Slidell uit Louisiana en Mallory uit Florida werden tot eene commissie benoemd om deze besluiten ten uitvoer te brengen; en in gevolge daarvan dienden vijf staten eene acte van afscheiding in: Mississippi op den 9{den} Januarij, Alabama en Florida op den 11{den} Januarij, Louisiana op den 26{sten} Januarij, en Texas op den 5{den} Februarij. Al deze handelingen zoowel als die, welke er later op volgden, waren eenvoudig het uitvloeisel van de voorschriften van dat geheime verbond van volksleiders, dat reeds lang het besluit tot eene afscheiding genomen had.
Ofschoon de wetgevende vergaderingen van deze afgescheidene staten overeengekomen waren om geenerlei wet van afscheiding uit te vaardigen, zonder haar door het volk te doen bekrachtigen, werd de zaak bijna in geen enkele daarvan aan de beslissing des volks overgelaten. Overeenkomstig het genomen besluit werden door alle wetgevende vergaderingen afgevaardigden naar Montgomery gezonden, alwaar op den 4{den} Februarij eene bijeenkomst gehouden werd. Daarop werd eene voorloopige constitutie aangenomen, die een jaar lang van kracht zou zijn, en onder deze constitutie werden Jefferson Davis tot President en Alexander H. Stephens tot Vice-President van de pas gevormde Zuidelijke confederatie benoemd. Zij werden op den 18{den} dier maand in hunne ambten geïnstalleerd.
De politiek, waartoe men voorloopig besloot, was, een _status quo_ te handhaven, totdat het Presidentschap van Mr. Buchanan ten einde zou zijn. Men gevoelde toch, dat men van _hem_ niets te vreezen had, en hoopte de nieuwe regering door eene plotselinge tentoonspreiding van magt de nieuwe regering vrees aan te jagen en alle dwangmaatregelen, welke zij in den zin mogt hebben, te beletten.
De zamenzweerders waren intusschen druk in de weer met het maken van toebereidselen tot een mogelijken oorlog. Het Zuiden was onophoudelijk bezig met het maken van krijgstoerustingen, en de vervaardiging van wapenen werd met ijver voortgezet.
Wij kunnen hier slechts vlugtig gewagen van al die gebeurtenissen, welke zoo naauw met de levensgeschiedenis van Lincoln zamengeweven zijn.
Bij al hun snoevend zelfvertrouwen, bij al hunne verachting van den moed der Noordelijken, bij al hunne weidsche beloften voor de toekomst, hebben de raddraaijers van den opstand toch ééne noodlottige vergissing begaan, één onoverkomelijk beletsel voor den gunstigen uitslag hunner zaak voorbijgezien: zij vergaten de kracht, de eerlijkheid, den onoverwinnelijken moed van Abraham Lincoln. Het moge zijn, dat juist zijne eenvoudigheid van hart hem te ongeloovig maakte omtrent de diepte van de boosaardigheid zijner tegenstanders; maar toen hij geheel met hunne listigheid bekend was, ontdekten zij, dat zij zich misrekend hadden, toen zij meenden, dat de verzoenende politiek, tot dus verre door hem gevolgd, een uitvloeisel van vreesachtigheid was.
Vergeefsche pogingen tot eene minnelijke schikking kenmerkten de eerste maanden van het nieuwe jaar in de hoofdstad des lands. Het Congres wendde pogingen aan om de woedende elementen der afscheiding tot rust te brengen. De vredesconferentie zwaaide haren olijftak,—doch te vergeefs. Er was slechts één ding, dat de Zuidelijken verlangden, en dat was afscheiding. Daarom werden geenerlei voorwaarden, welke van den kant de republikeinen behoudens hunne eer konden voorgesteld worden, aannemelijk geacht. De voorstanders van de uitbreiding der slavernij verlangden de onafhankelijkheid van het Zuiden, zelfs ten koste van een oorlog.
Lincoln had sedert den dag zijner benoeming een opmerkelijk stilzwijgen bewaard. Hij verliet Springfield op den 11{den} Februarij 1861, en werd door eene groote menigte zijner stadgenooten tot aan het station van den spoorweg vergezeld. Hij zeide hun met weinige woorden vaarwel en begaf zich op reis.
Op den avond na zijne aankomst te Indianapolis hield hij eene rede tot de leden der Wetgevende Vergadering, die hem aan zijn logement in corps hunne opwachting kwamen maken. Deze rede was vooral belangrijk, omdat hij zich daarin voor de eerste maal sedert zijne verkiezing over staatszaken uitliet.
Nadat hij hier eenige uren doorgebragt had met het verleenen van audiëntie aan verschillende personen en corporatiën, begaf hij zich naar zijne kamer. Men hield het er algemeen voor, dat hij door de overgroote inspanning vermoeid was, maar hij was al spoedig op weg naar Washington. Allerwege in het land werd de grootste verwondering aan den dag gelegd over deze vlugt bij nacht, en de vijanden der nieuwe regering trachtten deze overhaaste en geheime reis van Harrisburg naar de hoofdstad des lands in een belagchelijk daglicht te stellen. Maar de ontdekkingen, die later gedaan werden, regtvaardigden de voorzorg, die de nieuwe President genomen had, ten volle. Reeds vóór zijn vertrek uit Illinois was er een gerucht in omloop gekomen, dat het hem niet zou gelukken om Washington levend te bereiken. En werkelijk werd er op den 11{den} Februarij, bij het begin zijner reis, eene poging aangewend om den trein, waarmede hij reisde, aan te houden, en toen hij Cincinnati verliet, werd de ontdekking gedaan, dat er een grenaat in den wagen verborgen geweest was. Deze en andere omstandigheden leidden tot nasporingen der policie, welke bewezen, dat eene kleine bende moordenaars, onder aanvoering van een Italiaan, die den naam Orsini aangenomen had, zich vereenigd had met het bepaalde doel om hem bij zijn doortogt door Baltimore van het leven te berooven. Om deze redenen volgde hij den raad van generaal Scott, Mr. Seward en andere vrienden, en vertrok, in een Schotschen plaid, muts en mantel gehuld, met een buitengewonen trein van Harrisburg naar Philadelphia, en van daar met den gewonen nachttrein naar Baltimore en Washington, zoodat hij de hoofdstad des lands in den morgen van Zaturdag, den 23{sten} Februarij, reeds in de vroegte bereikte. Nu begon men te dreigen, dat de verkozen President nimmer zou ingehuldigd worden.