Opuscula Selecta Neerlandicorum Nederlandsch Tijdschrift voor Geneeskunde

Part 20

Chapter 20 3,407 words Public domain Markdown

Wat hebben wij hier te doen met elementen, hoedanigheden, vormen, chemische, bezielde en metaphysische oorzaken, liefde en haat; waar is hier sprake van, aanleiding tot en behoefte aan zoovele verdichtselen?

Nulla profecto vel vestigium sui hic figmenti secta invenit.

Geen enkele school vond hier ook maar een spoor van de door haar verzonnen verschijnselen.

Soli Mechanici suum objectum hic agnoscunt, neque aliud in toto, qua solidum est, corpore quidquam datur. Ille ergo soli audiendi, horum effata sola consulenda, eorum principia sola imploranda, horum methodus sola adhibenda, ubi de effectu organi perspecti quaeritur.

Slechts de Werktuigkundigen mogen het menschelijk lichaam als hun gebied van onderzoek beschouwen en in dat geheele lichaam, ten minste wat zijne vaste deelen aangaat, is niets wat daarbuiten valt.

Derhalve verdienen _zij_ alleen gehoor, moeten slechts _hunne_ uitspraken geraadpleegd, slechts _hunne_ beginselen aanvaard, slechts _hunne_ methode toegepast worden, wanneer onderzoek gedaan wordt naar de werking van een orgaan, welks bouw men reeds genoegzaam doorzien heeft.

Sola erit firma, quae a perito in his Magistro profertur, demonstratio.

Slechts _dat_ betoog zal hier van kracht zijn, dat door een in _deze_ wetenschap ervaren Meester geleverd wordt.

Agite o Viri, queis dicta forte displicent, quid facit in oculo vel simplex illa figura corneae, quid aquae, quid crystallinae lentis, quid vitrei humoris determinata superficies et definita spissitudo?

U, o mannen, die wellicht niet instemt met mijne woorden, vraag ik, wat de beteekenis is van den toch zoo eenvoudigen vorm van het hoornvlies, wat die van de bepaalde oppervlakte en dichtheid van het waterachtig vocht, van de kristallens en van het glasachtig vocht.

Enarrate quid auris externae Helices, quid meatus auditorii arctior et inflexa in medio, latior et porrecta ad utrumque extremum via faciat ad exceptionen, directionemque radii sonori?

Zegt mij toch, wat de schelpen van het uitwendige oor en de in het midden eenigszins nauwe en omgebogen, doch aan de beide uiteinden breedere en recht doorloopende weg van de gehoorgang beteekenen voor het opvangen en richten der geluidsgolven?

Membranae Tympani tenuitatem, figuram ejus ellipticam versus interiora ossis petrae convexam, hujus mutabilem in varias curvaturae figuras formam ope affixi et agitati suo musculo malleoli contemplemini, et dicatis, quis effectus constantissimae hujus tamque operosae in vilissimo quoque animalium fabricae?

Beschouwt de fijnheid van het trommelvlies, zijnen elliptischen, in de richting van de binnenzijde van het rotsbeen bollen, vorm en de velerlei krommingen, welke het door middel van het hamertje, dat daaraan vastgehecht is en door een afzonderlijke spier in beweging gebracht wordt, kan aannemen, en zegt mij dan, wat de werking is van deze inrichting, die zich zelfs bij het geringste dier steeds op dezelfde wijze en even ingewikkeld vertoont?

Nunc daedalei labyrinthi, conchæ, vestibuli, duplicis in cochlea turbinata spirae, loci ovalis et rotundæ fenestræ, tot inquam miraculorum mechanicorum, quae durissimae hic insculpsit petrae Divina manus, date rationem.

Wijst ons ook de strekking aan van het kunstige doolhof, van de schelp, van het voorportaal, van de dubbele winding van het kegelvormig slakkenhuis, van het ovale en het ronde venster, van zoovele wonderen van mechanistische kunst, welke Gods hand hier in de zeer harde rots heeft uitgehouwen.

Sine profunda Mechanices Scientia nil veri vos intellecturos, nil boni prolaturos aliis, utamini quolibet adminiculo, audacter affirmo.

Als mijne stellige overtuiging spreek ik het uit, dat gij zonder een diepgaande kennis van de Werktuigkunde noch zelf er iets van zult kunnen begrijpen, noch anderen iets van beteekenis er over mededeelen, welke hulpmiddelen gij bij uw onderzoek ook moogt bezigen.

De solidis, quae dixi, pauca haec sufficiant; urget ratio ut nonnulla de fluidis subnectam.

Moge dit weinige, dat ik over de vaste stoffen zeide, volstaan; het ligt in de rede, dat ik hieraan het een en ander over de vloeistoffen toevoeg.

Haec enim illa sunt, quorum motu vita, quorum libero per vasa fluxu sanitas absolvitur.

Deze zijn het immers, van welker beweging het leven en van welker onbelemmerde strooming door de vaten de gezondheid afhangt.

Illorum autem naturam exacte capit, qui minuta novit corpuscula et agitata, quorum congeries fluidum constituit. Eorum unum si spectatur, rationem habet solidi, adeoque mole, motu, figuraque quidquid agit, efficit. Quare effectus, quos una fluidi pars producit, soli Mechanico patent per experimenta indagandi.

Van hare geaardheid kan echter hij alleen zich een duidelijke voorstelling maken, die de kleine en beweeglijke lichaampjes kent, door welker opeenhooping de vloeistof gevormd wordt. Beschouwt men zoo één enkel lichaampje, dan vertoont het het karakter eener vaste stof en al zijne werkingen worden derhalve bepaald door massa, beweging en vorm. Hieruit volgt, dat de werkingen, die elk deeltje eener vloeistof afzonderlijk teweegbrengt, slechts door den Werktuigkundige langs experimenteelen weg kunnen opgespoord worden.

Quod ex ante dictis quum sponte fluat sua, latiori sermone non explano; unum hoc pronuncians, non eo usque hactenus provectam hanc liquidorum scientiam, quae usum rei praestet idoneum.

Daar dit echter uit het vroeger gezegde vanzelf voortvloeit, zal ik hier niet verder over uitweiden, maar slechts dit opmerken, dat onze kennis der vloeistoffen, wat dit punt betreft, nog niet zóóver gevorderd is, dat zij reeds practische resultaten kan opleveren.

At si totam fluidi molem simul spectamus, gravitas ejus fluorque communes deprehunduntur sublunaris liquidi proprietates. Virtus vero elastica, ponderis, spissitudinis, fluiditatis, nixusque in contactum gradus varii, momentum impetus quo fertur, et itineris directio palmaria sunt quae unum ab alio fluidum distinguunt. Horum vero omnium tanta efficacia est, ut infinita, quae sanis contingunt, non aliunde oriantur.

Letten wij daarentegen op de gezamenlijke massa der vloeistof, dan nemen wij zwaarte en strooming als de eigenschappen waar, welke alle vochten op aarde met elkander gemeen hebben. De elasticiteit echter, de verschillende graden van zwaarte, dichtheid, vloeibaarheid en adhaesievermogen, de snelheid en de bewegingsrichting zijn de voornaamste eigenschappen, waardoor de vloeistoffen zich onderling onderscheiden. De invloed nu van al deze eigenschappen is zóó groot, dat de oorsprong der tallooze verschijnselen, welke het menschelijk lichaam in normalen toestand te aanschouwen geeft, slechts daarin behoeft gezocht te worden.

Quamobrem quicunque ex praecepto scientiae rite haec enucleat, opus is absolvit summae ad perfectionem medicam necessitatis.

Wie derhalve van dit alles op streng wetenschappelijke wijze een systematische uiteenzetting weet te geven, verricht daarmede een werk van het grootste belang voor de bevordering der geneeskunde.

Sed fidem vestram! quis proponere, explicare et demonstrare vim eorum poterit, qui Hygrostatices, quae subtilis Mechanices pars, rudis est?

En nu vraag ik U, wie zal de beteekenis der genoemde verschijnselen kunnen in het licht stellen, verklaren en aantoonen, die niet vertrouwd is met de Evenwichtsleer der vloeistoffen, dat zoo ingewikkelde onderdeel der Werktuigkunde?

Haec illa est Aquilegum scientia, quae ex assumtis, modo quas descripsi, affectionibus ratiocinia nectens geometrica utilissima et usui apta reperit Theoremata.

Dit is de zoo vermaarde wetenschap der Waterbouwkundigen, welke, door gebruik te maken van wiskundige berekeningen bij de bestudeering der zooeven door mij genoemde eigenschappen, zeer nuttige en voor de praktijk bruikbare leerstellingen gevonden heeft.

Haec, neglecta causa physica, et cujusque particulae, quae fluit, singulari natura, ex his, quae sensibus per eventum in tota mole patent, quam gravia, quam utilia vitae, methodo invenit Mathematica?

Heeft zij niet, zich niet bekommerend om de natuurkundige verklaring der verschijnselen, noch om de werking, die elk deeltje der vloeistof op zichzelf uitoefent, doch slechts rekening houdend met de voor de zintuigen waarneembare werking der geheele massa, met toepassing der wiskundige methode hoogst belangrijke resultaten verkregen, waarvan wij ook in het dagelijksch leven nut ondervinden?

Evolvat Archimedis, Cartesii, Stevini, Borelli, Mariotti, Hugenii, Neutoni, et Bellini scripta, qui re, non verbis, convinci cupit.

Hij, die feiten verlangt en zich niet door woorden wil laten overtuigen, neme de werken van ARCHIMEDES, CARTESIUS, STEVIN, BORELLI, MARIOTTE, HUYGENS, NEWTON en BELLINI ter hand.

O quam necessaria feliciori Genio, ut revelentur, reliqua sunt in Pulcherrima hac Speculatione!

Hoezeer ware het te wenschen, dat meer bevoorrechte geesten over de nog onopgeloste problemen op het gebied dezer wetenschap hun helder licht lieten schijnen.

Hanc utinam excolant! utinam exhauriant! utinam nobis aperiant Viri Mathematice docti!

Mochten toch de Wiskundigen zich op haar toeleggen, haar in alle richtingen doorvorschen, om ze ons ten slotte met volkomen duidelijkheid te doen kennen!

Ab hoc Eorum labore, quo generales liquidi effectus luce illustrarent mathematica, brevi tempore plus maturi in horto medico fructus exspectare licet, quam ab omni eo, quod aliunde in hunc congestum hactenus.

Indien zij zich er toe willen zetten, de vraagstukken, rakende de algemeene werkingen der vloeistoffen, door het licht hunner wetenschap op te helderen, mogen wij verwachten, dat hun arbeid binnen korten tijd rijker vrucht voor de geneeskunde zal afwerpen, dan al hare andere hulpwetenschappen haar tot nog toe hebben opgeleverd.

Taedet quippe pudetque ineptiarum, quibus seriam prae caeteris Artem ridiculam fecere, qui Mechanices imperiti vim liquidorum humanorum explicare conati sunt.

Wij moeten ons inderdaad ergeren en tegelijkertijd schamen over de zotternijen, waardoor zij, die, zonder kennis der Werktuigkunde, de werking der menschelijke lichaamsvochten trachtten uiteen te zetten, een zoo bij uitstek ernstige wetenschap als de geneeskunde in een belachelijk daglicht geplaatst hebben.

Et palam affirmo, vitalium actiones humorum scire posse neminem, qui Aquilegum regulas ignorat.

En ik verklaar ronduit, dat niemand de werkingen der levensvochten kan begrijpen, die niet vertrouwd is met de wetten der Waterbouwkunde.

Quae dum libertate Medica firmus assero, jurgii hic illaturos causam praesagit animus eos, Qui, nescio qua gratia, ab Hermete nomen sibi, sectamque condunt.

Terwijl ik dit met de vrijmoedigheid, den geneesheer eigen, verkondig, zie ik in mijne verbeelding reeds hen zich tot den strijd gereed maken, die, ik weet niet waarom, zich en hunne school naar HERMES[2] noemen.

[Voetnoot 2: HERMES TRISMEGISTUS is de patroon der alchimisten. In dezen tijd wordt er geen streng onderscheid gemaakt tusschen chemie en alchimie. (Vertaler).]

Egone ex universali hac liquidorum doctrina deduxerim ea, quae singulares eorum virtutes absolvunt?

Zou ik uit deze algemeene leer der vloeistoffen al datgene kunnen afleiden, wat betrekking heeft op hare bijzondere eigenschappen?

An fermenti stabiles motus, diversorum liquidorum ferventes conflictus, putredinis spontaneae mirabiles effectus ex Mechanicis explicuerim unquam?

Of zou ik voor de altijd gelijke bewegingen der gisting, voor de ziedende botsingen der verschillende vloeistoffen of voor de wonderbaarlijke werkingen der spontane rotting ooit een verklaring kunnen vinden in de wetten der Mechanica?

Talia objectans, eorum, quae dicta, memor, paucis, quae dicam, animum adhibeat.

Hij, die zulke tegenwerpingen maakt, moge, gedachtig aan hetgeen ik reeds gezegd heb, ook het volgende in het oog houden.

Mea enimvero sic est ratio, justa, vel secus, vestrum sit judicium.

Want dit is mijne meening hieromtrent; het staat aan U, mijne hoorders, de juistheid ervan te beoordeelen.

Ex experimentis Chemicorum historiam haberi posse valde limitatam singularium eventorum, quatenus in circumstantia definita sensibile quidpiam producunt.

Ik geef toe, dat de proeven der Scheikundigen een, trouwens zeer beperkt, inzicht kunnen geven in de ontwikkeling van enkele op zichzelf staande verschijnselen, voor zoover die proeven iets voor onze zintuigen waarneembaars opleveren, waarbij men dan nog dient rekening te houden met de bijzondere omstandigheden, waaronder zij plaats hadden.

Necessaria ergo quam maxime est Medicinae haec Ars, dum observatorum Sylvam largitur et observandi praebet optimum compendium.

De scheikunde is derhalve volstrekt onmisbaar voor de medische wetenschap, daar zij haar de beschikking geeft over een uitgebreide reeks van waarnemingen en de beste waarnemingsmethoden aan de hand doet.

Data enim exhibere, horumque definire conditiones valet, regulas autem ratiocinandi ex his Chemia dabit nunquam.

De Chemie kan dus wel gegevens verschaffen en de voorwaarden, waaronder deze verkregen zijn, duidelijk omschrijven, doch in geen geval is zij in staat, vaste regels te geven, volgens welke uit die gegevens verdere conclusies getrokken kunnen worden.

Ne tamen vel sic nimis, ut solent, se efferant, qui unius Chemiae cultu omnem Medicae Sapientiae thesaurum se possidere vani jactant!

Doch zelfs indien dit wél het geval ware, ook dan nog was de hoovaardij van hen misplaatst, die er zich maar steeds dwaselijk op beroemen, enkel door de beoefening der scheikunde den geheelen schat der medische wetenschap in bezit te hebben!

Enimvero plura in nobis, sani vigeamus, vel langueamus aegri, fieri ex communibus illis liquorum proprietatibus, quas sibi sumserunt expendendas Geometrae, quam ex insitivis, dubiis, et arte Chemicorum factis plerumque, pervulgato palam documento est.

Dat immers in ons lichaam, hetzij in normalen of ziekelijken toestand, meer verschijnselen teweeggebracht worden door de algemeene eigenschappen der vochten, welke de wiskundigen zich tot taak gesteld hebben te onderzoeken, dan door die, welke valschelijk verdicht, twijfelachtig of grootendeels door de Scheikundigen zelf kunstmatig verwekt zijn, blijkt duidelijk uit het volgende door een ieder waargenomen feit.

Aqua naturae ariditatem alter corrigit, Falerno alter quotidie venas inflat; fructubus hic, Cerealibusque parvo assuetus famem explet, et sustentat Spiritum, ille carnibus, piscibus, terra natis, et omni condimentorum varietate Apitiana onerat ventrem; alii blando et insulso fere victu aluntur, alii salitis, acidis, et acribus quibusque intestina stimulant.

De een lescht zijnen dorst met water, de ander doet zijn lichaam dagelijks opzwellen door het gebruik van Falerner[3]; deze, aan soberen kost gewend, stilt zijnen honger met en leeft alleen van vruchten en meelspijzen, gene overlaadt zijne maag met vleesch, visch, groenten en met den fijnsten smaak uitgelezen kruiderijen; sommigen voeden zich met laffe en bijna zoutelooze spijzen, anderen prikkelen hunne ingewanden met allerlei gezouten, zure en scherpe gerechten.

[Voetnoot 3: Een bij de Ouden gerenommeerde wijnsoort. (Vertaler).]

Multiplex adeo assumtorum varietas vitam tamen sanitatemque plures per annos protrahit in iis, qui tamen diversis humores suos saturant corpusculis.

Toch zien wij, dat, niettegenstaande een zoo groote verscheidenheid van voedingsstoffen, zoowel personen die tot de eene als die tot de andere categorie behooren, gedurende vele jaren leven en gezondheid kunnen behouden, hoe verschillend de lichamen ook zijn, waarmede zij hunne vochten verzadigen.

Liquido argumento magis communi fluidorum naturae Mechanicis explicatae, et in ipso corpore vi viscerum productae, quam singulari cujusque particulae virtuti, actiones vitae deberi.

Wordt daardoor nu niet ten stelligste bewezen, dat de levensverrichtingen in meerdere mate afhankelijk zijn van den algemeenen aard der vloeistoffen, zooals die door de werktuigkundigen ontvouwd is en zich in het lichaam zelf door de werking der ingewanden openbaart, dan van de bijzondere eigenschappen van elk deeltje op zich zelf?

Si aurea Verulamii de vita et morte monumenta, si liberae Hippocratis et Celsi de victu sanorum leges, si usus non satis id confirmat quotidianus, omni dignissimum fide Louwerum, sincerum mehercle et defaecato judicio sagacem Virum vobis citabo.

Indien gij dit niet genoegzaam bewezen acht door hetgeen hierover te vinden is in de meesterwerken van BACO van Verulam over leven en dood[4], door de vrijzinnige voorschriften, die HIPPOCRATES en CELSUS omtrent de voeding van gezonde personen gegeven hebben, en ten slotte door hetgeen de dagelijksche ondervinding ons leert, dan zal ik u een voorbeeld aanhalen, ontleend aan LOUWER, een man, aan wiens woorden men, wegens zijn buitengewone eerlijkheid en scherpzinnigheid, gepaard aan een helder oordeel, onvoorwaardelijk geloof moet hechten.

[Voetnoot 4: Een van BACO's werken draagt den titel: "Historia vitae et mortis". (Vertaler).]

Hic enim, immani cruoris jactura exsanguem, jure carnium solo ingesto, venis recepto, per has fluente, imo colore nec mutato effluente per vulnera, revixisse Juvenem testatur.

Deze toch verzekert, dat eens een door geweldig bloedverlies uitgeputte jongeling enkel door het toedienen van vleeschsap, dat in zijne aderen werd opgenomen, er doorheen stroomde en zelfs zonder verandering van kleur weder uit de wonden te voorschijn kwam, tot het leven teruggebracht werd.

Sed quid verbis opus in re clara?

Doch waartoe woorden te verspillen over eene zaak, die zóó voor zich zelf spreekt.

Ad Vos ego provoco, Vestram appello fidem Clarissimi Viri Medici, Quorum sapientia huic Coronae venustatem conciliat, Quorum salutari dextra incolumis huic Urbi praestatur sanitas!

Op u beroep ik mij, uw getuigenis roep ik in, doorluchte Geneesheeren, wier wijsheid dezen kring luister bijzet, wier zegenrijke hand dezer stad de gave eener onverstoorde gezondheid toebedeelt!

Nonne incumbit nobis, dum aegris Medicina fit, vel millies fluida inspissare, resolvere coacta, stagnantia movere, compescere dissoluta, diluere crassa, leviora solidare?

Zien wij ons niet bij het behandelen onzer patiënten tallooze malen genoodzaakt, al te vloeibare stoffen te verdikken, samengepakte op te lossen, stilstaande in beweging te brengen en al te lichte stoffen meer stevigheid te geven?

Dum rarissime ad pugnas Salium, flammas Sulphurum, vel tectum Mercurii genium attendere cogimur.

Hoe uiterst zelden daarentegen worden wij gedwongen, onze aandacht te wijden aan den strijd der zouten, de vlammen der zwavels en de geheimzinnige werking van het kwikzilver!

Ipsi certe illi, qui mera ubique Chemica crepant, cum morbus manum poscit, repudiatis suis, sedulo, quae laudavi, inquirunt.

Ja, zelfs zij, die het maar altijd over chemische middelen hebben, passen, als een ziekte hen dwingt handelend op te treden, met verzaking van hun eigen leer, ijverig de zooeven door mij genoemde methoden toe.

Si ergo his fluidorum proprietatibus tot debentur, si has omnium suffragio optime excusserint Mechanici, patet ipsa fluida vitalia ut cognoscantur Medico, auxiliis egere Mechanices.

Indien het dus waar is, dat zooveel te danken is aan de genoemde eigenschappen der vloeistoffen en de werktuigkundigen het zijn, die deze naar aller oordeel het best onderzocht hebben, zoo volgt hieruit, dat de kennis der levensvochten zelve voor den geneesheer verborgen moet blijven, indien hij niet met de Mechanica vertrouwd is.

Spectate jam effectus, qui ex fluentibus per vasa liquoribus oriuntur, evidentior longe fulgebit Veritatis Mechanicae potestas.

Vestigt thans eens uwe aandacht op de werkingen, die een gevolg zijn van het stroomen der vloeistoffen door de vaten, en nog veel duidelijker zal de groote beteekenis van de waarheden der Mechanica in het oog springen.

Si enim liquida descripta in vasis depictis quiescunt habebimus cadaver.

Indien toch de bovengenoemde vloeistoffen in de vaten, zooals wij die beschreven hebben, stilstaan, dan hebben wij een lijk voor ons.

Ubi vero liber his humoribus per canales conciliatur motus corpus vivum cernimus.

Indien echter deze vochten zich ongehinderd door die kanalen kunnen bewegen, aanschouwen wij een levend lichaam.

Sermoni fidem quisquis meo negat, suis ut oculis credat oportet.

Wie zich door mijne woorden niet wil laten overtuigen, zal toch wel zijn eigen oogen willen gelooven.

Mollem consideremus hominem, qui salientis de vulnere cruoris spectaculo perturbatus in animi cecidit deliquium.

Denkt u een gevoelig persoon, die door den aanblik van uit eene wonde stroomend bloed in zwijm gevallen is.

Mortuum videmus; sed qualem? in quo cuncta solida, quae sanitati sufficiunt, adsunt et liquida, solus abest liquores in gyrum agens motus.

Wij zien hier een doode, maar toch geen gewoon lijk. Immers alle vaste en vloeibare stoffen, zooals die bij een normaal mensch gevonden worden, zijn aanwezig; slechts de beweging, die de vochten in omloop brengt, ontbreekt er aan.

Huic quacunque demum ope concutiantur nervi, ut motrix cordis materies fluat, redit statim, depulsa tristi mortis imagine, laetior vita.

Denkt U vervolgens, dat men, door welk middel dan ook, de zenuwen van dien persoon heeft weten te prikkelen, zoodat de stof, die het hart in beweging brengt, weer zijn gewonen loop krijgt, terstond houden alle droeve verschijnselen van den dood op en keert het leven, opgewekter dan voorheen, terug.

Vita non modo; calor, rubor, agilitas, cogitatio, vitalis omnis, naturalis et humana simul redit actio.

En niet alleen het leven, maar ook de warmte, de blozende huidskleur, de lenigheid, het denkvermogen, kortom alle natuurlijke en specifiek menschelijke levensuitingen keeren tegelijkertijd weder.

Quid hic fermenti, quid effervescentis, quid salis pugnacis, quid olei spiritusve nascitur aut perit?

Wat merken wij hier van het ontstaan of vergaan van een gisting, een opbruising, een weerbarstig zout, van een olie- of geestachtig beginsel?

Excepto motu, neque additur, neque demitur quidquam, vita tamen amissa ipsa redditur.

Behalve de beweging wordt er niets toegevoegd of verwijderd; toch zien wij het leven zelf, dat reeds verloren was, wederkeeren.

Sic aves et insecta constricta frigore hyberno, lenis statim in vitam excitat tepor.

Hetzelfde verschijnsel kunnen wij waarnemen bij vogels en insecten, die, door de winterkoude verstijfd, slechts aan een matige warmte behoeven blootgesteld te worden, om terstond weer tot het leven terug te keeren.

Sed veritatis qui convictus viribus, ob ipsam argumenti vulgatam claritatem, certis saepe diffidit.

Er zijn echter menschen, die, hoewel buigend voor de kracht der waarheid, toch vaak ook stellig vaststaande waarheden weigeren aan te nemen wegens de te algemeene bekendheid van de feiten, waarop zij berusten.

Rariori ergo ut spectaculo firmetur, quae nimis noto patuit satis exemplo fides, in Hokii vos officinam invitat oratio.

Om nu mijne beweringen, die eigenlijk door de genoemde overbekende feiten reeds voldoende bewezen zijn, ook door een zeldzamer voorbeeld te staven, noodig ik U uit, met mij een kijkje te nemen in het laboratorium van Hooke.

Destructo thorace mortuum animal inflatis per follem Laryngi applicatum pulmonibus cito reviviscit.

Een door vernieling der borstkas bezweken dier zien wij daar, nadat zijn longen door middel van een aan het strottenhoofd bevestigden blaasbalg opgeblazen zijn, spoedig tot het leven terugkeeren.