The Medallic History of the United States of America 1776-1876

Chapter 15

Chapter 153,418 wordsPublic domain

De raadpensionaris heeft ter voldoening aan Hun Ed. Mog' onderscheiden resolutien commissoriaal van den 5, 11 en 25 deezer maand, uit naam van heeren commissarissen gerapporteerd, dat geexamineerd hadden het nader adres van den heer Adams, den 9 January deezes jaars aan den heer præsideerende ter vergadering van Hun Hoog Mog' gedaan op het subject van het overhandigen zijner brieven van credentie aan hoogstdezelve uit naam der Vereenigde Staten van Noord-America, ten einde en met verzoek van een cathagorisch antwoord daar op, om deswegens aan dezelve kennis te kunnen geeven, voorts de resolutie der heeren Staten van Vriesland den 5 deezer ter generaliteit ingebragt, houdende een auctorisatie op derzelver gecommitteerden om het aldaar daar heen te dirigeeren dat gemelden heer Adams met den eersten als minister van Noord-America worde erkend, nog Hun Hoog Mog' resolutie nopens de aan hoogstdezelve den 20 deezer gepræsenteerde drie requesten door commercieerende, fabriceerende en met verscheiden handel zig geneerende ingezeetenen deezer landen, waar bij op het sterkste aandringen op een vryen handel tusschen de ingezeetenen deezer republicq en die van Noord-America, en eindelijk de den 25 deezer aan Hun Ed. (p. 066) Mog' gepræsenteerde requesten door het collegie van de kooplieden te Middelburg en die te Vlissingen, verzoekende dat hoogstdezelve de heeren gedeputeerden van deeze provincie ter generaliteit gelieven te auctoriseeren, om het ter vergadering van Hun Hoog Mog' insgelyks daar heen te helpen dirigeeren dat meergenoemden heer Adams in voorschr. qualiteit erkend, met denzelven in onderhandeling getreeden en een tractaat van commercie en navigatie gesloten werde, bij voorige notulen breeder vermeld, bij welke gelegenheid de raadpensionaris wyders heeft gerelateerd, dat even voor het aangaan van het besogne nog ontfangen hebbende een request van een groot aantal kooplieden, rheeders, assuradeurs, trafiquanten en fabricquers binnen de stad Middelburg, tendeerende ten zelven einde als de twee evengemelde requesten, heeren commissarissen, onder Hun Ed. Mog' welnemen (als relatif tot het onderwerp waar over 't besogne was gedecerneerd) geen zwarigheid hadden gemaakt om hetzelve al mede te examineeren en daarop rapport te doen, ter wyl heeren commissarissen ook waren geinformeerd geworden dat eenige kooplieden te Veere mede van voornemen zijn geweest om tot hetzelve oogmerk zig aan Hun Ed. Mog te adresseeren, indien tijdig genoeg van de voorschr. requesten hadden kennis gehad; dat heeren commissarissen, in ernstige overweginge genomen hebbende het verval van den koophandel, die voorname zenuw van den Staat, de vermindering, ja bijna geheelen stilstand van de fabricquen en traficquen, mitsgaders het middel 't geen mogelyk zon kunnen strekken om al het zelve wederom eenigsins te herstellen of wel tot voorig aanzien te brengen, en dus de schaden, welken de commercieerende ingezeetenen door den oorlog met het rijk van Groot Brittannien bereids geleeden hadden, wederom vergoed te krijgen, door naamelyk het sluyten van een tractaat van commercie en negotie tusschen deeze republyk en de Vereenigde Staten van Noord-Amerika als waar op zoo zeer door 's lands ingezeetenen alomme wordt aangedrongen en waar toe ook van de zyde van het congres sedert eenige maanden aanzoek was gedaan; na alles rijpelyk onderzogt, als mede in 't breede beredeneerd te hebben, eindelijk gemeend hadden Hun Ed. Mog' te moeten adviseeren dat de heeren ordinaris gedeputeerden deezer provincie ter generaliteit door Hun Ed. Mog' zoo spoedig immers doenlijk zij, zouden behooren te worden aangeschreeven en geauctoriseerd, om het ter vergadering van Hun Hoog Mog' daar heen te helpen dirigeeren, dat de heer Adams, als minister plenipotentiaris van het congres van Noord-America, ten spoedigsten werde erkend, deszelfs brieven van credentie geaccepteerd, en in die hoedanigheid ter gemelde vergadering van Hun Hoog Mog' toegelaaten, met verderen last aan dezelve heeren ordinaris gedeputeerden om zoodaanige propositien, als door den voorschr. heer aan deeze republijk zouden mogen worden gedaan, ter kennis en deliberatie van Hun Ed. Mog' copielijk overtenemen en dezelve ten spoedigsten overtezenden. Waarop gedelibereerd zijnde, hebben de raadpensionaris voor den heer eersten edelen, benevens de heeren gedeputeerden van Middelburg, Ziericzee, Goes, Tholen en Veere copie verzogt van het voorschr. rapport en die van Tholen ook van de drie over het zelve onderwerp aan Hun Ed. Mog' gepresenteerde requesten, om te brengen ter kennis en deliberatie van de heeren hunne respective committenten. De heeren gedeputeerden van Vlissingen hebben geinhaereerd het advys door dezelve omtrent de admissie van den heer Adams op de laastvoorige sessie uitgebragt en wyders geinsteerd dat de andere leden zig, zoo ras mogelijk op dit (p. 067) important poinct gelieven te verklaaren, waar op die van Veere aannaamen om in deeze zaak alle spoed te recommandeeren aan de heeren hunne principaalen, ten einde zoo veel van dezelve dependeerde, een spoedige conclusie zal kunnen worden genomen.

_____

_Extract uit het Register der resolutien van de Heeren Staten der provincie Zeeland van den jare 1782._

Den 4 April 1782.

De heer van Lijnden voor den heer eersten edelen en de heeren gedeputeerden van Middelburg, Ziericzee, Goes, Tholen en Veere verzogt zijnde zig te verklaaren op het rapport van het besogne den 29 Maart, jongstleden ter vergadering uitgebragt, raakende het erkennen van den heer Adams, als minister plenipotentiaris der Vereenigde Staten van Noord-Amerika, by voorige notulen breeder gemeld, heeft eerstgemelden heer aangenomen zig daar op nader te zullen verklaaren; die van Middelburg, Goes, Tholen en Veere hebben, op speciaalen last van de heeren hunne committenten, zig met het voorschr. rapport geconformeerd en die van Ziericzee uit specialen last gedeclareerd, dat indien de kooplieden binnen de stad Ziericzee in tijds kennisse bekomen hadden dat die van de Walchersche steden zig wegens deeze zaak aan Hun Ed. Mog' zouden addresseeren, zij uyt overtuiging van het nut, het geen uit eene alliantie met de Noord-Americaansche Staten voor den koophandel en scheepvaart deezer landen zouden voortspruiten, zig zeer gaarne daar bij zouden hebben gevoegd. Dat Hun Ed. Actb. ook volkomen geconvinceerd van het important belang hetgeen in zoodanige alliantie voor de geheele republiq geleegen zij, van wegens hunne stad de dertien Vereenigde Staten van Noord-America als vry en onafhankelyk erkennen en mitsdien met alle empressement moeten insteeren, dat de heeren ordinaris geedeputeerden ter generaliteit ten spoedigsten werden gelast, den heer Adams als minister plenipotentiaris van het congres, ter audientie te admitteren en als dan de propositien, welke door denzelven tot het aangaan van een tractaat van koophandel of eenige andere dergelijke, mogten worden gedaan, ter deliberatie van Hun Ed. Mog' overteneemen. Het welk gehoord, heeft de raadpensionaris verzogt dat den heer van Lijnden zig nu ook geliefde te expliceeren, die daar op gezegd heeft dat, ziende de inclinatie van alle deszelfs medeleden in de admissie van den heer Adams zeer wel konde toekomen, doch dat eenige bedenkingen hebbende op een te neemen resolutie, conform het dispositif van het voorschr. rapport, zoude praefereeren dat in deeze zaak werde te werk gegaan even als bij de heeren Staten van Holland, en mitsdien hoogstderzelver resolutie gevolgd, en vervolgens door den raadpensionaris daar op omvrage gedaan zijnde, hebben die van Middelburg geoordeeld dat alle zwaarigheid zoude kunnen worden weggenomen, indien maar eenvoudig wierde gesteld de volgende periode: "en in die hoedanigheid, op de gewoone wijze toegelaaten," zonder melding te maken van het "admitteeren" bepaaldelijk "ter vergadering van Hun Hoog Mogende," de heeren gedeputeerden van de vijf andere steden hebben zig met onderlinge concurrentie met het gemeld conciliatoir advijs der heeren (p. 068) van Middelburg geconformeerd, waar na de heer van Lijnden heeft gedeclareerd dat, ofschoon meer inclineerde, zoo als gezegd heeft, om de resolutie van Holland te volgen, echter bespeurende de overeenkomende sentimenten der andere leden om, onder de voorgeslage verandering, het rapport ter conclusie te brengen en overtuigd zijnde van de noodzaakelykheid dat hier omtrent een resolutie met eenpaarigheid werde genomen, zig als nu ook daar by zoude voegen, om de afdoening deezer zaak te bevorderen. Vervolgens bij resumtie gedelibereerd zijnde op het voorschr. rapport, als mede op de onderscheidene requesten en andere stukken daar bij gemeld, is, met eenparige bewilliging van alle de leden, goedgevonden en verstaan dat de heeren ordinaris gedeputeerden deezer provincie ter generaliteit zullen worden aangeschreven, en geauctoriseerd, gelijk geschiedt by deeze om het ter vergadering van Hun Hoog Mogende daar heen te helpen dirigeeren, dat de heer Adams, als afgezant van het congres van Noord-America, ten spoedigsten werde erkend deszelfs brieven van credentie geaccepteerd en in die hoedanigheid op de gewoone wyze toegelaaten; met verdere last aan dezelve heeren ordinaris gedeputeerden om zoodaanige propositien, als door den voorschr. heer Adams aan deeze republicq zouden mogen worden gedaan, ter kennis en deliberatie van Hun Ed. Mog' copielijk overteneemen en dezelve ten spoedigsten herwaards te zenden.

En zal extract van deeze Hun Ed. Mog' resolutie aan gemelde heeren ordinaris gedeputeerden, tot derzelver narigt worden gezonden, zonder resumtie.

_____

_Extract uit het Register der resolutien van de Heeren Staten der provincie Overijssel, van 11 Maart tot 1 November 1782._

Vrijdag den 5 April 1782.

De heeren de droste van Zalland en andere Hunner Ed. Mog' gecommitteerden tot de zaaken van financie, ingevolge en ter voldoening van derzelver resolutie commissoriaal van den 30 deezer hebbende geexamineerd de adressen van den heere Adams, den 4e Mey 1781 en 9e January 1782, aan den heere ter generaliteit presideerende en den 9e Mey 1781 en 22 February 1782 ter vergadering gecommuniceert, om uit naam van de Vereenigde Staten van Noord-America, zijne brieven van credentie aan Hun Hoog Mogende te overhandigen; als mede de resolutie van de heeren staten van Holland en Westvriesland van den 28e Maart 1782 den 29e, dierzelfde maand ter vergadering van Hun Hoog Mog' ingebragt op de admissie en erkentenis van den heere Adams, als afgezant der Vereenigde Staten van Noord-America. Hebben ter vergadering gerapporteert, dat van advise zouden wesen, dat de heeren gecommitteerden van wegens deeze provincie ter generaliteit zouden behooren te worden geautoriseerd en gelast, om ter vergadering van Hun Hoog Mog' te declareeren, dat Ridders en Steden van oordeel zijn, dat de heer Adams als afgezant van de Vereenigde Staten van Noord-America bij Hun Hoog Mog' ten spoedigsten behoorde te worden erkent.

Waarop zijnde gedelibereerd, hebben Ridders en Steden zig met het voorschr. rapport geconformeert.

En hebben wijders de heeren gedeputeerden der stad Deventer (p. 069) geinsteert, dat de twee overige pointen vervat in derzelver resolutie van den 30 Maart 1782, geinsereerd in deeze onze notulen van den 3 dezer mede ter deliberatie mogen worden genomen.

Waarmede de heere droste van Ysselmuijden zig heeft gevoegd.

_____

_Extract uit het Register der resolutien van de Heeren Staten der provincie Stad en Lande (Groningen) van 1781-1782._

Dingsdag den 9 April 1782.

Gedelibereert sijnde op het rapport der heeren Gecommitteerden tot de petitien van de Raad van State en deezer provincie finances, in dato den 26 deser, tenderende om den heere Adams tot het overgeven van zijne brieven van credentie van de Vereenigde Staten van Noord-America aan Hun Hoog Mogende toetelaaten, luidende als volgt:

_Rapport_ der heeren Gecommitteerden tot de petitien van de Raad van State en deser provincie finances.

EDELE MOGENDE HEEREN.

Door de heeren Uwer Edele Mogende gecommitteerden ingevolge en ter voldoeninge aan de resolutie commissoriaal, in dato den 4 May des voorigen jaars, zijnde geexamineert, het verzoek van den heer Adams, om zijne brieven van credentie van de Vereenigde Staten van Noord-America aan Hun Hoog Mogende te overhandigen, als mede ter voldoeninge aan de resolutie commissoriaal in dato den 14 Maart jongstl. daar tevens zijnde gelesen en naagegaan, de resolutie der Heeren Staten van Friesland op den 5 Meert, daar bevorens ter vergadering van Hun Hoog Mogende ingebragt waar bij de heeren derzelver gecommitteerden ter generaliteit hebben gelast ter tafel van Hun Hoog Mogende het daar heen te dirigeren dat de heer Adams, als minister van 't congres van Noord-America, by Hun Hoog Mogende werde toegelaten met verdere last aan opgemelde gecommitteerden indien door dezelve eenige propositien werden gedaan, betrekkelijk het aangaan van een tractaat van commercie en vriendschap, daar van ten spoedigsten de heeren Staten van Friesland te informeren, hebben de heeren gecommitteerden de eer UEdele Mogende te rapporteeren, dat van gedagten zouden zijn, dat in de hachelijke omstandigheden, waar in de republyk zich thans ziet gebragt, zodane efficacieuse maatregelen, zonder tijdverzuim, behoorden te worden genomen, waar door niet alleen de geledene schadens en naedeelen tegens allen schijn van recht, zoo voor als nae het declareren van den oorlog door het rijk van Groot Brittannien, op zulk een onregtvaardige wyze aan de commercie dezer landen toegebragt, zoude kunnen worden vergoed, maar vooral ook de vrye scheepvaart en koophandel van de Republyk voor het toekomende op vaste gronden gestelt en door de sterkste banden van weederkerige belangens bevestigt en beveiligt en dat overzulks de heeren UEdele Mogende gedeputeerden ter vergaderinge van Hun Hoog (p. 070) Mogende behoorden te worden geauthoriseert, om zoo haast door de provincie van Holland en Westfriesland, of eene der meest geinteresseerde provincien, daar in mede zal sijn geconsenteert, den heer Adams, tot het overgeven sijner brieven van credentie van de Vereenigde Staten van Noord-America toetelaten, diens te doene propositie overtenemen en daar van aan UEdele Mogende ten eersten verslag te doen.

Aldus gedaan binnen Groningen in het provincie huis, op dingsdag den 26 Maart 1782--

was getekent:

T. VAN HOORN, G. LEWE, L. A. TRIP, T. JARGES, I. H. KEISER, S. I. NIEHOFF, P. LAMAN, F. FIDDENS, en I. A. ENGELHARD.

Hebben de heeren Staten van Stad en Lande, zich met het uitgebragte rapport geconformeert en de heeren ministers geauthoriseert, hier van extract naa der zaaken omstandigheid geconcipieert, te verzenden; zonder resumtie aftewachten.

_____

_Extract uit het Register der resolutien van de Heeren Staten der provincie Gelderland van 1782-1783._

Mercurii den 17 April 1782.

Was ter vergaderinge ingekomen en aan gedeputeerden en hoofdsteden copielijk medegedeeld.

1.

Een missive van de gecommitteerdens ter generaliteit van den 8 Maart, hebbende tot bylage copie van eene bij haar nevens de heeren gedeputeerden van de provincien van Zeeland, van Utrecht en van Stad en Lande overgenomene resolutie van de heeren Staten van de provincie van Friesland op den 5 daar bevorens ter tafele van Haar Hoog Mogende geexhibeerd, waar bij de gecommitteerdens van welgemelte provincie ter generaliteit worden gelast, het ter vergadering van Haar Hoog Mogende daar heenen te dirigereen, dat, in consideratie der redenen in voorschreeve resolutie vervat, de heer Adams, met ten eersten als minister van het congres van Noord-America, bij de republicq werde geadmitteerd, van welke missive en bijlage op den 9 Maart de afschriften aan gedeputeerden en hoofdsteden waaren ingezonden.

2.

DAT 'T HOF ENZ.

Op welke voorschreve poincten voor zoo verre daar op niet mogte geresolveerd zijn, welgemelde raaden verzogten, dat Haar Edele Mogende zoodane resolutien zouden gelieven te neemen als na derselver hooge wijsheid zouden oordeelen en vermeenen te behooren.

Ter vergaderinge voorgebragt en gelesen zijnde het versoek (p. 071) van den heer Adams, om uit naam van de Vereenigde Staten van Noord-America, zijne brieven van credentie aan Hun Hoog Mogende te overhandigen, mitsgaders het nader adres ten dien einde, met versoek van een cathegorisch antwoord door denzelven gedaan en breder in de notulen van Hun Hoog Mogende van den 4 May 1781 en 9 January 1782, vermeld, als mede de resolutie van de heeren Staten van de ses andere provincien, ter vergadering van Hun Hoog Mogende successivelyk ingebragt, alle tendeerende tot het admitteeren van den heer Adams, als afgesant van de Vereenigde Staten van Noord-America, bij dese republicq.

Hebben Haar Edele Mogende na gehoudene deliberatie, goedgevonden de gecommitteerdens van wegens dese provincie ter generaliteit te authoriseeren, gelijk geauctoriseert worden bij dezen, on zig namens deze provincie met de resolutie der heeren Staten van Holland en Westfriesland te conformeeren en dienvolgens te consenteeren dat de heer Adams, als gezant van de Vereenigde Staten van Noord-America bij deze republicq werde erkend en geadmitteerd.

Zullende oversulx extract dezes aan welgemelte gecommitteerdens worden toegesonden, om daar van ten spoedigsten ter vergadering van Hun Hoog Mogende de vereischte opening te doen.

_____

_Extract uit het Register der resolutien van de Hoog Mogende Heeren Staten Generaal der Vereenigde Provincien van den jare 1782. 1 deel._

Veneris den 19 April 1782.

Bij resumtie gedelibereerd sijnde op het adres en nader adres van den heer Adams, den 4 Mey, 1781 en 9 January deezes jaars aan den heer ter vergadering van Haar Hoog Mogende præsideerende, gedaan, om uit naem der Vereenigde Staten van Noord-America, zijne brieven van credentie aan Haar Hoog Mogende te overhandigen, en bij welk nader adres, gem. heer Adams, een cathegorisch antwoord heeft versogt, om daer van aan zijne principalen kennis te kunnen geeven.

Is goedgevonden en verstaan, dat de heer Adams als afgezant van de Vereenigde Staten van Noord-America, bij Haar Hoog Mogende zal worden geadmitteert en erkent, gelijk deselve geadmitteert en erkend word bij deezen.

De heeren gedeputeerden van de provincien van Zeeland en Utrecht hebben geinhaereert de resolutien van de heeren Staten hunne principalen op het voorn subject ter vergadering van Haar Hoog Mogende ingebragt.

_____

_Extract uit het Register der resolutien van de Hoog Mogende Heeren Staten Generaal der Vereenigde Nederlanden van den jare 1782. 1 deel._

Lunae den 22 April 1782.

De heer Boreel, in de voorleeden week ter vergaderinge gepraesideert hebbende heeft aan Haar Hoog Mogende voorgedragen en bekend gemaakt dat den heer John Adams, afgezant van de (p. 072) Vereenigde Staten van America, voorleeden saturdag bij hem was geweest en aan hem overgeleevert hadde een missive van de vergadering van 't Congres, geschreeven te Philadelphia den 1 January 1781, houdende creditif op gemelde heer Adams, om in qualitiet als hunnen minister plenipotentiars bij Haar Hoog Mogende te resideeren.

Waarop gedelibereerd sijnde, is goedgevonden en verstaan mits deezen te verklaaren dat gemelde heer Adams aan Haar Hoog Mogende aangenaam is en dat deselve in de qualitiet van minister plenipotentiaris sal worden erkent en dat aan dezelve audientie sal worden verleent of commissarissen toegevoegt zullen worden, als hij die zal komen te versoeken.

En zal hier van aan geme. heer Adams door den agent van der Burch van Spieringshoek, kennise worden gegeeven.

_____

_John Adams to Robert R. Livingston._

To The Hague, April 22d, 1782. Robert R. LIVINGSTON.

Sir: On the 22d of April I was introduced, by the Chamberlain, to His Most Serene Highness, the Prince of Orange.

Knowing that His Highness spoke English, I asked his permission to speak to him in that language, to which he answered, smiling, "if you please, Sir." Although French is the language of the Court, he seemed to be pleased, and to receive as a compliment my request to speak to him in English.

I told him I was happy to have the honour of presenting the respects of the United States of America, and a letter of credence from them to His Most Serene Highness, and to assure him of the profound veneration in which the House of Orange had been held in America even from its first settlement, and that I should be happier still to be the instrument of further cementing the new connexions between two nations professing the same religion, animated by the same spirit of liberty, and having reciprocal interests, both political and commercial, so extensive and so important; and that, in the faithful and diligent discharge of the duties of my mission, I flattered myself with hopes of the approbation of His Most Serene Highness.

His Highness received the letter of credence, which he opened and read. The answer that he made to me was in a voice so low and so indistinctly pronounced that I comprehended only the conclusion of it, which was that "he had made no difficulty against my reception." He then fell into familiar conversation with me, and asked me many questions about indifferent things, as is the custom of Princes and Princesses upon such occasions. How long I had been in Europe? How long I had been in this country? Whether I had purchased a house at the Hague? Whether I had not lived some time at Leyden? How long I had lived at Amsterdam? How I liked the country? &c.

This conference passed in the Prince's chamber of audience, with his Highness alone. I had waited some time in the antechamber, as the Duc de la Vauguyon was in conference with the Prince. (p. 073) The Duke, on his return through the antechamber, meeting me unexpectedly, presented me his hand with an air of cordiality which was remarked by every courtier, and had a very good effect.

The Prince has since said to the Duc de la Vauguyon that he was obliged to me for not having pressed him upon the affair of my reception at the beginning. He had reason; for if I had, and he had said or done anything offensive to the United States or disagreeable to me, it would now be remembered, much to the disadvantage of the Court.